Bij pesten spelen ook omstanders een belangrijke rol

Verdediging van slachtoffers van pesten op school is onvoldoende om pestgedrag te stoppen. De pestkop disciplineren en empathie opwekken voor zijn slachtoffer zijn minstens zo belangrijk. Leraren hebben daarbij een cruciale rol te spelen, aldus onderzoeker Lydia Laninga-Wijnen.

Veel antipestprogramma’s gaan ervan uit dat pesten een groepsproces is. Een proces waarin niet alleen pestkoppen en slachtoffers zijn betrokken, maar ook andere kinderen die het pesten zien gebeuren. Deze kinderen kunnen ervoor kiezen om passief toe te kijken, weg te lopen, de pestkop aan te moedigen, of het slachtoffer te verdedigen. Uit meerdere studies blijkt dat kinderen tijdens pesten al deze verschillende rollen kunnen aannemen.

Ongezien pesten

Een innovatieve dagboekstudie onder 1700 Finse jongeren toont aan dat op slechts een van de drie dagen waarop pesten plaatsvindt er andere kinderen dan de pestkoppen en het slachtoffer zien of horen wat er gebeurt. Er gaan hele dagen voorbij waarop het pesten niet door andere kinderen wordt gezien.

De dagboekstudie stelt ons voor een belangrijke vraag, namelijk hoe kunnen we slachtoffers ondersteunen op dagen dat het alleen tussen hen en de pestkoppen is en er geen omstanders zijn die kunnen ingrijpen?

Wat opvalt is dat de niet-verdedigde slachtoffers vaak sociaal-emotioneel kwetsbaar zijn

Resultaten uit het Finse dagboekonderzoek tonen aan dat op de dagen dat andere kinderen zien of horen wat er gebeurt, zij in bijna de helft van de gevallen het slachtoffer proberen te helpen. Aanvullend vragenlijstonderzoek laat zien dat ongeveer 75 procent van de gepeste kinderen aangeeft dat ze minimaal een keer geholpen zijn door omstanders. Ongeveer 25 procent geeft aan helemaal niet verdedigd te worden.

Wat opvalt is dat de niet-verdedigde slachtoffers vaak sociaal- emotioneel kwetsbaar zijn. Deze kinderen hebben minder vrienden dan gemiddeld, ervaren vaker psychische problemen en kunnen minder goed voor zichzelf opkomen. Dus de kinderen die het meest steun nodig hebben, worden het minst geholpen.

Helpt hulp?

In hoeverre helpt het slachtoffers van pesten eigenlijk als anderen hen troosten, proberen af te leiden of voor ze opkomen? Het Finse onderzoek laat zien dat gepeste kinderen zich beter voelen op dagen dat ze verdedigd worden dan op dagen dat ze niet verdedigd worden. Op dagen dat omstanders opstaan tegen pestkoppen geven slachtoffers zichzelf minder de schuld van het pesten waardoor ze zich ook minder vernederd voelen.

Blijf aan de zijde van een slachtoffer, ook al stopt het pesten niet meteen

Over de langere termijn echter zijn er geen duidelijke verschillen waar te nemen tussen kinderen die wel of niet verdedigd zijn als het gaat om depressie en gevoel van eigenwaarde. Dan is de vraag waarom de slachtoffers van het pesten zich op de dag dat ze verdedigd worden wel beter voelen, maar niet per se over de tijd heen? Dat kan verschillende redenen hebben. Mogelijk helpt het zo nu en dan verdedigen van slachtoffers niet genoeg om de grote wonden van het langdurig pesten te helen.

Recent werk laat zien dat je moet kijken naar parallelle processen: hoe slachtoffers zich over de tijd voelen hangt samen met de ontwikkeling van hun verdediging door anderen. Het is belangrijk om persistent te verdedigen. Blijf aan de zijde van een slachtoffer, ook al stopt het pesten niet meteen.

Consistent komt uit onderzoek naar voren dat het verdedigd worden doorgaans niet voldoende is om het pesten te laten stoppen. Zelfs niet als degene die verdedigt populair is en anderen daarvan onder de indruk zijn.  Daar is meer voor nodig. Wat de effectiviteit van verdediging kan vergroten, is wanneer er in de klas vanaf het begin wordt ingezet op antipest-attitudes. In klassen waar kinderen gemiddeld genomen vinden dat pesten stom is, lijkt verdedigen iets effectiever, maar het effect is klein. Er is dus meer nodig dan verdedigen alleen.

Wie wat kan doen

Veel antipestprogramma’s bieden handvatten voor wat leraren kunnen doen als zij signalen krijgen van pestgedrag. Vaak gaat een docent dan in gesprek met het slachtoffer en met de daders, worden er duidelijke afspraken gemaakt en worden verschillende partijen (andere leraren, ouders, intern begeleider) op de hoogte gebracht.

Bij het stoppen van pesten zijn vooral leraren, samen met het team om hen heen, aan zet

Maar hoe moet een docent dit gesprek nu precies aanvliegen? Hoe kun je een pestkop het beste aanspreken op diens gedrag en gedragsverandering teweegbrengen? Ook hier is onderzoek naar gedaan. Van oudsher bestaan er namelijk twee overtuigingen over:

  • Disciplineren: duidelijk maken dat pestgedrag niet getolereerd wordt en onmiddellijk moet stoppen en dat er consequenties volgen als de pestkop doorgaat
  • Empathie opwekken: niet te veel ingaan op het gedrag van de pestkoppen, maar ze aanmoedigen zich in te leven in de situatie van het slachtoffer en mee te denken over hoe de situatie voor het slachtoffer verbeterd kan worden.

Een combinatie van deze twee benaderingen werkt het beste. Spreek een pestkop aan op diens gedrag en verantwoordelijkheid, en neem hem of haar tegelijkertijd mee in de belevingswereld van het slachtoffer. Laat de pester meedenken over hoe de situatie verbeterd kan worden. Houd bovendien de vinger aan de pols en plan meerdere momenten om de situatie in de gaten te houden en om zowel met slachtoffer als pestkop afzonderlijk in gesprek te blijven. Dat zijn de sleutels tot succes.

Bij het stoppen van pesten zijn vooral leraren, samen met het team om hen heen, aan zet. Maar ook omstanders hebben een rol, zij kunnen het slachtoffer van pestgedrag bijstaan, en vooral oog hebben voor slachtoffers met sociaal-emotionele kwetsbaarheden, omdat juist zij hun hulp soms heel hard nodig hebben.

Lydia Laninga-Wijnen is senior onderzoeker aan de Universiteit van Turku (Finland) en Universiteit Utrecht (Nederland)

 

Foto: Norma Portenson via Pexels.com