Intelligente robots wel goed voor de economie, maar maken niet gelukkiger

Productiviteitsstijging, nog hogere inkomens, auto’s zonder bestuurder en een ongekende stijging van onze levensduur, dit zijn slechts enkele effecten van artificiële intelligentie. Of het gevaarlijk is voor de mensheid weten we nog niet, maar we worden er waarschijnlijk niet gelukkiger van.

Artificiële Intelligentie (AI) is een branche van computerwetenschap die zich ten doel stelt de menselijke intelligentie in (universele) robots te imiteren en zelfs te overtreffen. AI omvat traditionele rekenkundige mogelijkheden om doelstellingen te realiseren, maar kan ook adequaat redeneren, strategisch handelen, problemen oplossen, beslissingen nemen onder onzekerheid, rechtstreeks communiceren in vreemde talen, creatief zijn, zelfbewustzijn hebben. Gesteld wordt wel dat intelligentie de grootste kracht is in het heelal en dat het slechts een kwestie van enkele eeuwen is voordat intelligentie alle materie en energie zal verzadigen en met de snelheid van het licht het voor de mensheid gewenste universum zal creëren.

Artificiële intelligentie overtreft biologische intelligentie

Uitgangspunt van AI is dat de menselijke natuurlijke biologische intelligentie beperkt is en dat deze uiteindelijk overtroffen zal worden door niet-biologische artificiële intelligentie. De accelererende en zich exponentieel ontwikkelende computercapaciteit ten gevolge van technische vooruitgang speelt hierbij een hoofdrol. Dit wordt ‘Singulariteit’ genoemd. De curve van de technische vooruitgang in de loop van de tijd wordt nagenoeg verticaal en lijkt op een staande hockeystick. Futuristen zoals Ray Kurzweil beschouwen Artificiële Intelligentie als de meest relevante optie om Singulariteit te initiëren.

Op de vraag of een computer intelligent genoemd kan worden bestaan twee antwoorden. Enerzijds kunnen er praktische grenzen zijn aan de capaciteiten van computers of de menselijke geest kan een speciale kwaliteit hebben die niet gedupliceerd kan worden door een machine; anderzijds kan men redeneren dat als het menselijk zenuwstelsel gehoorzaamt aan de wetten van de fysica en chemie dan zou het mogelijk moeten zijn om dat te reproduceren en zouden er dus machines met geestelijke vermogens ontwikkeld kunnen worden. Volgens Kurzweil is dit laatste mogelijk tegen 2029. De hamvraag is of een computer die slechts de binaire getallen van nul en één herschuift in staat is om bewustzijn te creëren. Feit is wel dat robots nu al op beperkte wijze als blijk van bewustzijn emoties kunnen uitdrukken: de robot ‘Kismet’ is bedroefd als hij alleen is in een kamer, maar als hij mensen ontwaart glimlacht hij.

De economische betekenis zal onvoorstelbaar groot zijn

De door AI teweeggebrachte accelererende technische vooruitgang heeft grote implicaties voor de mensheid en de economie, waarbij gedacht kan worden aan:

  • Verbetering van de gezondheid door het uitbannen van ziektes. Genezing vindt plaats met behulp van nanomedicijnen die hun heilzame werking doen zonder akelige nevenverschijnselen voor het menselijk lichaam.
  • Mensen zullen alsmaar ouder worden. Audrey de Grey spreekt in dit verband van ‘Metuselarity’: de mens wordt in de niet zo verre toekomst zo’n 800 à 900 jaar of misschien zelfs wel onsterfelijk (naar Gods beeld en gelijkenis?). De Grey voorspelt dat de eerste 1000 jaar oude mens waarschijnlijk slechts twintig jaar jonger zal zijn dan de eerste 150 jaar oude mens, zo snel gaat dat proces.
  • Het geheel of gedeeltelijk overbrengen van de opgeslagen informatie in de hersenen naar een of meer digitale opslagsubstraten of naar een ander brein zonder mortaliteitsrisico. Artificiële instrumenten worden nu al gebruikt om de functie van beschadigde zenuwcellen te vervangen.
  • Verstandsopwaardering door computergebaseerde intelligentie die de snelheid van denken enorm opvoert.
  • Artificieel Leven, ALife, dat is leven niet gecreëerd door de natuur maar door gebruik te maken van artificiële cellen in plaats van biologische cellen. Craig Venter creeërde in 2010 met zijn team als eerste met succes een synthetische levensvorm met behulp van een DNA-string en een computer.

 

Verpleegsters en schoonmakers zullen er weinig van merken

Voor de economie zijn grote productiviteitsstijgingen te verwachten, met gevolgen voor de werkgelegenheid, arbeidsmarkt en het loongebouw. In de structuur van de arbeidsmarkt zal de ongelijkheid tussen met AI opgewaardeerde arbeiders en de minder bedeelden toenemen. Overigens zullen voor die laatste categorie zeker arbeidsplaatsen blijven bestaan. Beursanalisten en petrochemisch ingenieurs zullen al snel worden vervangen door computers, maar verpleegsters, receptionisten, schoonmakers en koks gaan er veel minder van merken. Ook de kostenstructuur zal sterk veranderen: hoge vaste kosten van research en ontwikkeling zullen gepaard gaan met lage marginale productiekosten.

Voor de werkgelegenheid is het de vraag of machines de mens zullen vervangen - bijvoorbeeld in chauffeurloze zichzelf besturende auto’s - óf dat machines en de mens elkaar zullen aanvullen. Het saldo van beide aspecten bepaalt wat er met de werkgelegenheid en het loongebouw gebeurt. Hierbij gaat het uiteindelijk om het relatieve voordeel van mens en machines in termen van efficiency. De mens zal werk vinden in die sectoren waarin zijn absolute nadeel het kleinste is of waar zijn absolute voordeel het grootste is. Het is onjuist te denken dat het potentieel van de technologie de mens zal uitschakelen. We zien juist dat de mens en machines samenwerken om meer te produceren en om markten te veroveren. Het gaat er niet om met elkaar te concurreren.

AI brengt niet meer geluk, wel meer gemak

Als de opgedane ervaring met anti-depressiva als richtlijn geldt, is artificieel geluk moeilijk te bereiken. Placebo’s blijken zelfs effectiever dan een behandeling met anti-depressiva. Uit het verleden blijkt dat meer inkomen ook niet noodzakelijk tot meer geluk leidt.

De huidige vooruitgang in AI heeft nog niet geleid tot de grote doorbraaktechnologieën die dertig tot veertig jaar geleden zijn voorspeld. Toch zijn AI geïnspireerde systemen reeds geïntegreerd in veel alledaagse technologieën. Het sijpelt door in veel toepassingen vaak zonder dat dit er- en herkend wordt als AI: computergestuurde auto’s, autonome planningprogramma’s van NASA in de ruimte, spelprogramma’s (Deep Blue versloeg Kasparov in 1996 en IMB’s Watson versloeg de kampioen quizkandidaten van Jeopardy in 2011), artificiële schilderkunst en muziek, taalprogramma’s, artificiële humor en zelfs artificiële stupiditeit, opzettelijk fouten maken in computerprogramma’s net zoals mensen dat doen.

De vraag of het gevaarlijk is en de mensheid kan uitroeien is niet eenvoudig te beantwoorden. Als er geen controle meer is over autonome intelligente machines kan AI bedreigend worden. Maar bedacht moet worden dat veel van de huidige bestaande technologieën, zoals kernenergie en kernwapens, veel meer risico inhouden dan artificiële intelligentie. ‘Vriendelijke AI’ moet topprioriteit zijn van een AI-systeem, waarin alleen die acties worden ondernomen die profijtelijk zijn voor de mensheid. Helaas is AI nog niet zo ver dat we met zekerheid kunnen stellen dat zo’n  vriendelijk systeem kan worden opgezet.

Dr. Ad J.W. van de Gevel en prof. Charles Noussair zijn verbonden aan de Tilburg University. Dit artikel geeft een kort overzicht van de thematiek van hun boek ‘The Nexus between Artificial Intelligence and Economics’ (2013).