Bedreigde binnenstad vraagt bundeling publieke en private krachten

Het omvallen van V&D maakt de noodzaak van een bundeling van belangen in binnensteden zichtbaar, betoogt Jacques Wallage. De interne gerichtheid van gemeenten is verklaarbaar, maar het is de verkeerde reflex op het verkeerde moment.

Omvallende winkelketens brengen onzekerheid in het stadshart. Voor de middenstand zijn de V&D’s van deze wereld concurrent en randvoorwaarde tegelijk. Concurrent – want wat de klant bij V&D aanschaft, koopt hij niet bij een ander. Randvoorwaarde – want de lokale middenstand heeft de bezoekersstroom die de warenhuizen genereren nodig. Een gezonde binnenstad kent een grote variatie. Winkels, groot en klein, gespecialiseerd en breed, ouderwets ambachtelijk en vol nieuwe technologie. Afgewisseld door culturele impulsen. Maar met de groei van de online aankopen vanaf de keukentafel en de zuigkracht van de weiland-winkels staan de binnensteden onder grote druk.

Markt kan het niet alleen

Mijn eerste kennismaking met het vraagstuk stamt uit begin jaren zeventig. Als jong wetenschappelijk medewerker gaf ik college over ‘functiemenging in de binnenstad’. We waren schatplichtig aan Jane Jacobs, die met haar boek Death and Life of Great American Cities de toon had gezet voor een benadering waarin private en publieke belangen bijeen moesten worden gebracht. De markt kan de complexiteit van de binnenstad niet alleen aan. Een invalshoek die toen in Amerika revolutionair was.

Maar die bundeling van belangen is ook hier nog steeds niet vanzelfsprekend. Samenwerking van lokale overheid en bedrijfsleven lukt steeds beter bij grote investeringen. Zo kregen tal van binnensteden impulsen dankzij met publiek en privaat geld ontwikkelde projecten: ondergronds parkeren, hoogwaardig ingerichte publieke ruimte, een menging van culturele en commerciële functies. Maar hoe belangrijk ook, daarmee is de gehele binnenstad als levend organisme nog niet veilig gesteld.

Een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid ontbreekt vaak

Elk van de belanghebbenden maakt zijn eigen kosten-batenanalyse. Voor alle bedrijven geldt dat elke investering terugverdiend moet worden. Dan komen maatschappelijke doelen, de kwaliteit van de openbare ruimte – schoon, heel en veilig – en up-to-date verlichting meestal voor ‘rekening van het gemeen’. Financieren van parkeervoorzieningen lukt vaak nog wel. Maar hoe blijft er betaalbare ruimte beschikbaar om te wonen? Wie bekommert zich om de bestrijding van lege winkelpanden? Wat te doen voor winkels en niet-commerciële functies die voor een binnenstad heel aantrekkelijk zijn, maar die de hoge huren niet kunnen dragen? Wordt er systematisch voor gezorgd dat onderwijsinstellingen hun activiteiten niet volledig uit de binnensteden weghalen? Wat vaak ontbreekt, is een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid. Een vorm van gemeenschappelijk beheer van de binnenstad, een joint venture waarin publieke en private belangen elkaar proberen te vinden.

Ieder voor zich is de verkeerde reflex

De gemeente heeft financieel de handen vol aan de decentralisaties en het verwerken van bezuinigingen die door het Rijk zijn doorgevoerd. Daarbij hanteren steeds meer gemeenten een planningsconcept waarin de publieke verantwoordelijkheid bewust wordt beperkt. De aandacht van bedrijven wordt opgeëist door de grote veranderingen in het gedrag van hun klanten. Banken verhogen de kwetsbaarheid door bij de financiering van binnenstadsprojecten steeds minder risico te nemen.

Die interne gerichtheid, dat ieder voor zich, is verklaarbaar. Maar het is precies de verkeerde reflex op het verkeerde moment. De binnenstad is een complex, levend mechanisme. Het is niet eenvoudig voor de langere termijn doeleinden te formuleren, nog lastiger is het om de middelen te vinden om die doelen ook te halen. Maar de grootste uitdaging is tussen gemeente en andere actoren op zoek te gaan naar elkaars toegevoegde waarde en daarover sluitende afspraken te ma-ken. Het overstijgende gemeenschappelijke belang benoemen, elkaar daar op aanspreken en er gezamenlijk voor staan.

Lokaal besturen wordt steeds meer het activeren van elkaars verantwoordelijkheid, daarbij is de gemeenteraad slechts één actor. Wim Kan zei ooit: 'Iedereen denkt tegenwoordig alleen aan zichzelf, ik ben de enige die af en toe nog eens aan mij denkt.' Die tijd is voor de binnenstad definitief voorbij. Daarvoor is de grote onzekerheid in het stadshart te risicovol. Om die te bestrijden, is een bundeling van publieke en private krachten nodig.

Jacques Wallage is als honorair professor 'Transities in het openbaar bestuur' verbonden aan Sustainable Society. Dit stuk verscheen eerder als column in het Financieele Dagblad.

Afbeeldingsbron: Can Pac Swire (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. “Het overstijgende gemeenschappelijke belang benoemen, elkaar daar op aanspreken en er gezamenlijk voor staan.”

    Binnen een neoliberale samenleving is dat juist niet (meer) mogelijk want daar luidt juist de slogan ‘the winner takes it all’…
    En nu zijn er alleen maar verliezers omdat iedereen alles voor zichzelf wilde hebben.
    De Gemeente door de hoge parkeertarieven en ondernemers die in veel te dure winkelpanden zitten die ze niet meer kunnen betalen…

    Laten gemeente eerst maar eens het parkeren in de winkelcentra goedkoper of voor niets maken en laten onroerend goed ondernemers en speculanten de huurprijzen van winkelpanden drastisch verlagen.

  2. Wat is rol van de krimpende kerk in de binnenstad. Verder is er geen plek voor lokale kunst en vekoop in de centra, mogelijk dat moderne urbanpharming een impuls kan geven. Uitwisselingsprojecten plattelanders stedelingen kan het groen de. Impuls geven in de stad. Vraagt wel om een goed regionaal openbaar vervoer lijkt me. Snelle fietsverbindingen met goede en voldoende fietsstallingen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *