Bin ich wie du? Ervaringswerkers zijn geen professionals, laten we daar helder over zijn

Ervaringswerkers zijn bezig aan een gestage opmars in het sociale domein. Hoog tijd om de verschillen tussen hen en professionals te benoemen, vindt Ed van Hoorn. Die kunnen we maar beter onder ogen zien om onnodige conflicten te voorkomen.

Er komen steeds meer ervaringswerkers in het sociale domein, vooral op vrijwillige basis. Jammer genoeg stagneert het aantal betaalde ervaringswerkers, maar dat zal een kwestie van tijd zijn. Zij werken op tal van terreinen zoals armoede en schulden, geweld in huis, verslaving en sociale uitsluiting. Vooralsnog werken ze vooral in het primaire proces, dus in het contact met burgers of klanten. Er is erkenning voor de meerwaarde van de ervaringswerkers en waardering voor hoe zij contacten met klanten veranderen door, kort gezegd, de systeemwereld beter te laten aansluiten bij de leefwereld. En omgekeerd. So far so good.

Maar tussen ervaringswerkers en professionals, tussen ervaringskennis en professionele kennis, bestaan ook wezenlijke verschillen die in de praktijk danig kunnen opspelen. Die kwesties moeten geadresseerd worden om te voorkomen dat het uitloopt op onnodige strijd en conflicten. Een paar van die verschillen (niet allemaal) noem ik.

Waar of bruikbaar?

In ervaringsliteratuur wordt nogal eens beschreven dat theoretische kennis over een probleem afstand schept tussen de professional en zijn klant. De professional leert in een jarenlange opleiding om door een ‘omgekeerde verrekijker’ naar mensen te kijken waarbij de theorie als een raster functioneert om te herkennen, in te delen en te begrijpen. Het bedoelde gevolg is dat de professional aan die objectieve, ware kennis vasthoudt en er in de praktijk mee werkt. Wat de professional weet is ‘waar’ en het subject, de klant verdwijnt als kennisbron naar de achtergrond.

Ervaringswerkers hebben geen ‘waarheidscriterium’ maar een ‘bruikbaarheidscriterium’, niet zij maar hun klanten bepalen of bepaalde ervaringskennis bruikbaar is. Dat kan strijdig zijn met wat de professional als juiste kennis ziet. Een ervaringswerker kan ermee leven als een klant een optie kiest die in de ogen van de professional verwerpelijk of fout is. De essentie van de ervaringswerker is: de klant stuurt. Dat vindt een professional niet altijd wenselijk. Het spreekt voor zich dat er dan herrie in de tent is, een testcase voor hoe de verhoudingen liggen.

Lineair versus circulair denken

Een ander verschil is dat professionals lineair denken, van a naar b. Je begint met een intake en het eindigt met een exitgesprek. Tussen beide liggen stappen die gezet moeten worden. Dat alles in de vorm van stroomschema’s en protocollen. Waarbij de professional bepaalt wanneer het moment gekomen is om het contact te beëindigen. Zo werkt de systeemwereld nu eenmaal, efficiënt en effectief, toch?

Ervaringswerkers daarentegen denken en werken circulair, zeker als het aanhangers zijn van het oorspronkelijke hersteldenken. Circulair werken wil zeggen dat er geen einddoel is, dat stappen omkeerbaar zij, dat het contact in principe niet beëindigd hoeft te worden. En dat er zijstappen naar links en rechts mogelijk zijn omwille van het redesign van het zelf, de kern van herstel.

Hoe je deze contraire manieren van denken in een model samenbrengt dat ritselt van de targets, caseloads en prestaties is, ook dat zal duidelijk zijn, geen sinecure.

Wel en niet gestandaardiseerd werken

Nog een ander belangrijk verschil betreft de legitimatie. Professionals heten niet voor niks zo. De definitie van professionalisering is dat de vakbekwaamheid redelijk gehomogeniseerd is. Dat wordt bewaakt door beroepsverenigingen, tuchtregelingen et cetera. Bij ervaringswerkers is dat niet zo. Enerzijds omdat zij ‘vrije ruimte’ opeisen om het onverwachte, het ongewone te doen en anderzijds omdat hun werk niet gestandaardiseerd is en het de vraag is of dat überhaupt moet gebeuren.

Daar zijn verschillende opvattingen over. Er is een stroming die dat pertinent niet wil en het als de bijl aan de wortel ziet en een stroming – waar ik toe behoor – die zegt dat je niet aan standaardisering ontkomt, ook niet aan externe toetsing, zeker niet als je een beroep op collectieve middelen doet. Nu is het zo, en dat kan wringen, dat de ervaringswerker vooralsnog ‘frei schwebend’ is en de professional gebonden.

Hoe ze hun werk zien en doen

Een laatste verschil dat ik wil noemen is dat samenwerken vereist dat je de eigen kennis, het eigen domein en de eigen taken expliciteert en die van de ander erkent. En daar zit hem een belangrijke kneep. Niet alleen bij de ervaringswerkers die daar grote moeite mee hebben – zet er vier bij elkaar en je krijgt vier verschillende opvattingen –, maar ook professionals verschillen zeer in hoe ze hun werk zien en doen. Zie bijvoorbeeld de discussie op deze site over politisering van het maatschappelijk werk. De variantie tussen wat ervaringswerkers doen en hoe ze zichzelf zien, is minstens even groot als bij professionals, ook al zijn daar meer kaders en codes.

Samenwerken veronderstelt dus voortdurend benoemen wat je doet en wat je wil. Professionals hebben daar hun eigen ‘gezaghebbend en sturend midden’ voor, ervaringswerkers niet. Voor ervaringswerkers dreigt dan meer dan voor professionals het risico dat niet zijzelf, maar financiers en werkgevers uitmaken wat zij doen. En dat zit niet lekker in collegiale verhoudingen.

Tot zover een paar hete hangijzers. Ze onder ogen zien en ermee aan de slag gaan, zou ik zeggen, een mooie agenda voor wie er serieus werk van wil maken. Dan gloort er uiteindelijk hoop en kan je oprecht zeggen: ‘Ich bin wie du’.

Ed van Hoorn werkt als zelfstandig onderzoeker voor adviesorganen, kennisorganisaties en overheden. Hij is betrokken bij projecten van Movisie over de ontwikkeling van het ervaringswerk.

 

Foto: Sebastian Herrmann via Unsplash

 

Dit artikel is 3339 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. Zelf ben ik wel een ervaringswerker en een professional. Ooit begonnen bij een huiskamer voor dakloze mensen omdat ik graag met die groep mensen wilde werken. Hun leven een beetje menselijker maken. Al bijna 30 jaar werkzaam in het sociale domein als CMV-er maar ook voorzien van een certificaat van Rino Zuid als ervaringswerker voor mensen met autisme. Maar ook ik kan inderdaad niet bij mijn werkgever, een organisatie voor mensen met een beperking, werken met en voor mensen met autisme. En helaas heb ik al vele diploma’s en certificaten waar nooit iemand naar vraagt. Allemaal gedaan, maar ik kan de mensheid niet dienen zoals ik graag zou willen doen.

    Mijn kennis en ervaring, als danseres van de Vijf Ritmes en Open Floor voor emotie en expressie, wordt niet gezien of gehoord. Dat vindt men nog steeds een ‘hobby’, wat het niet is en alle teachers zijn gespecialiseerd in vitaliteit en verbinding. Want dans en beweging zijn wetenschappelijke vakgebieden, internationaal en zelfs op universitair niveau. Biodanza is ooit ontstaan door een professor aan de Universiteit van Chili. Overal ter wereld vordert het wetenschappelijk onderzoek naar emotie en expressie, maar nog niet in Nederland. Social Work studies horen dit in het lespakket aan te moeten bieden voor ‘zelfonderzoek’ maar vooral als professionalisering van ons vakgebied (het sociale domein) en de geestelijke gezondheidszorg voor mensen. Dan ontstaat er een verbinding van de psychomotorische wetenschap en de neurologische wetenschap.

  2. Poeh Héé. Waarom op deze manier een terechte discussies starten?
    Ik dacht het om inclusie ging en niet om exclusie.
    Samenwerking dus.
    Datzelfde geldt voor “cliënten”: samenwerken.
    “Professionals” hebben de neiging het beter te weten. Soms zal dat best zo zijn, alleen moet het wel aansluiten. Met dat laatste gaat het toch vaak mis. Dan schiet de theorie/het model/ de standaard te kort … en wat dan?
    Ervaringswerkers/-deskundigen hebben vaak veel ervaring met dat laatste.
    Dat het kan ontbreken aan bepaalde (professionele) kennis en vastigheden is mijn inziens een gevolg van (erg) lang stoeien met beperkte copingsstrategieën. Dat leren veel mensen met veel vallen en weer opstaan. Zeker als je van huis uit niet veel “goede” tools hebt meegekregen. Het vraagt oefening en die ruimte wordt niet altijd even goed geboden.
    Nobody is perfect.
    We kunnen dus van elkaar leren, als we dat willen.

  3. Ed van Hoorn ken ik als een erudiet heerschap.

    Hij heeft in de jaren ’70 en ’80 zijn sporen verdiend binnen de cliëntenbeweging.
    Verder heeft hij een carrière achter de rug binnen de belangenbehartiging van patiënten.

    In dit artikel redeneert hij mij teveel vanuit het cliëntperspectief.
    Verder merk ik dat hij de praktijk en het handwerk behorende bij het ambacht van ervaringswerker hooguit van horen zeggen kent.

  4. Het is jammer dat Ed zich neerlegt bij de karikatuur van de sociale professional zoals die onder invloed van New Public Management sinds een jaar of dertig in zwang is gekomen. Gelukkig zien we overal professionals uit dat harnas breken, in outreachende praktijken die vanuit de dromen en krachten van bewoners (zoveel meer dan klanten) vertrekken. Voor hen zijn ervaringsdeskundigen bondgenoten!

  5. Ik sluit me aan bij Martin Stam. Met oplossingsgericht werken kun je prima aansluiten bij de leefwereld en herstel ondersteunen. Ervaringsdeskundigheid is daarnaast veel minder vaag dan wat Ed Hoorn ervan maakt. Het gaat om kennis over je eigen herstelproces en dat van anderen. We moeten als ervaringsdeskundigen juist de overlap met outreachend werken, oplossingsgericht werken enz. opzoeken. Het probleem met protocollen, bureaucratie enz. is op te lossen. Dat doe je door populatiefinanciering in te voeren. Maar grote instellingen traineren en saboteren deze oplossing, want zij hebben hier geen belang bij. Gemeenten behartigen op hun beurt weer de (financiële) belangen van deze instellingen. De VNG begon in 2015 een lobby voor deze instellingen, toen ze de bezuinigingen wilden terugdraaien. En de cliënt van het sociaal domein? Die stigmatiseerde de VNG als een verward persoon en werd uit de adviesorganen van de meeste gemeenten gegooid.

  6. De professional onderscheidt zich van de ‘ervaringswerkers’ door zijn deskundigheid aanspraken wegens zijn daarvoor bestemde hogere opleiding.
    Hij werkt daarbij meestal in een professionele organisatie die hem daarbij faciliteert en het kader en de regels stelt over hoe hij dient te werken.
    Juist in het stellen van dit professionele kader zit het probleem dat allerlei beheersmatige en bureaucratisch elementen in zijn werk insluipen.
    Verantwoording afleggen gaat dan ook vaak over of de werkzaamheden binnen een ‘indicatie’ vallen die door de overheid financieel wordt vergoed.
    Cliënten voelen dan ook vaak een kloof tussen hun hulpvraag en de in werkelijkheid geboden hulp.
    Ervaringswerkers kennen dit probleem van de organisatorische en bureaucratische last niet en zijn vrijer in hun handelen. Ook methodisch zijn zijn niet gebonden aan protocollen en kunnen flexibeler met problemen van cliënten omgaan.
    Het belangrijkste verschil tussen professionals en ervaringswerkers is dat de eerste groep een salaris voor hun werkzaamheden ontvangt en daarmee het cliëntenbestand toch als een verdienmodel beschouwt en de gerichtheid tot het cliëntsysteem ook zakelijk bekijkt.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *