COLUMN Als het aan burgermacht ontbreekt

Jos van der Lans raakte drie jaar geleden betrokken bij een groep actieve bewoners in zijn eigen buurt, en dacht: practise what you preach. Zoals altijd blijkt de werkelijkheid weerbarstiger.

Drie jaar geleden had ik er ineens schoon genoeg van. Ik had in de jaren daarvoor in de voorbereiding en effectuering van de decentralisaties op wel honderd locaties een nieuwsgierig publiek toegesproken over de kansen en mogelijkheden die de nieuwe werkelijkheid bood om het werk in het sociale domein ten goede te veranderen.

In veel van die beloften ging het om een andere rol, een andere betrokkenheid, een andere verantwoordelijkheid van burgers. Voor alle duidelijkheid: niet ter vervanging van professionele inzet, maar in een nieuwe vorm van samenwerking die de kwaliteit van de sociale dienstverlening juist zou kunnen optimaliseren.

Ik was mijn eigen praatjes echter beu. Ik was betrokken geraakt bij een groep actieve bewoners in mijn eigen buurt, en dacht: practise what you preach. Zo stopte ik met mijn voordrachten en werd ik in de zomer van 2016 voorzitter van de Buurtcoöperatie OHG, een platform voor actieve bewoners in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Dat is overigens bepaald geen armlastig gebied, integendeel; het vertegenwoordigt zo ongeveer alles waar het populisme een hekel aan heeft: hoogopgeleid, individualistisch, kosmopolitisch, welvarend. Zeg maar rustig: een witte-wijn-enclave.

Een ideale proeftuin

Mijn gedachte was echter: als het mobiliseren van burgerkracht, als de samenwerking van bewoners met allerlei publieke instanties hier in deze wijk niet lukt, ja… dan lukt het nergens. Dit stadsdeel, met zijn overschot aan talent, kennis en welvaart, is dus eigenlijk de ideale proeftuin voor die nieuwe verhoudingen in het publieke domein.

Inmiddels ben ik drie jaar wijzer. Zoals altijd blijkt de werkelijkheid weerbarstiger dan op papier was bedacht. We hebben in april van dit jaar een geslaagde BuurtTop OHG2025 georganiseerd waarin 150 wijkbewoners een ambitieuze toekomstagenda op het terrein van duurzaamheid, wonen en samenleven hebben geformuleerd.

Maar het was een hele toer om dat voor elkaar te krijgen. Bewoners duurzaam organiseren op basis van vrijwillige inzet van een paar actieve bewoners, is een illusie. Zo gauw het gezelschap in omvang groeit, doen zich allerhande coördinerende, administratieve, informatietechnische en financiële kwesties voor die je niet in wat vrije avonduren kunt oplossen. Bewonersorganisaties hebben simpelweg professionele ondersteuning nodig om zich tot een continue machtsfactor te kunnen ontwikkelen.

Tweede probleem: geld

Dat brengt meteen het tweede probleem in zicht: geld. Alles kost geld. Een beetje ruimte huren: kost al vele tienduizenden euro’s per jaar, plus administratiesystemen, plus webbeheer, plus drukwerk, plus noem maar op. De kosten daarvan haal je niet binnen met lidmaatschapsgelden of verhuur, dus er moet altijd geld bij en jammer genoeg de enige die daarop rechtstreeks aanspreekbaar is, is de gemeente. In ons geval draagt het stadsdeel de Buurtcoöperatie een warm hart toe, maar daardoor zijn we wel elk jaar afhankelijk van de ruimte in de begroting en wat handig geldpotten-gemanoeuvreer van ambtenaren.

Een doordachte visie over wat een gebied nodig heeft om bewoners die actieve participerende rol te laten spelen die in alle college-akkoorden zo fraai geformuleerd staat, ontbreekt. Het is hapsnap, afhankelijk van de goede wil van ambtenaren, informele handigheden van bewoners en de kleur van politieke gezagsdragers. Dat lijkt mij toch iets te willekeurig om in het sociale domein structureel verhoudingen op een andere leest te schoeien.

Geen ene mallemoer gelegen aan al dat participatiegedoe

Het meest dramatische is echter dat een groot aantal cruciale publieke partijen zich geen ene mallemoer gelegen laat liggen aan al dat participatiegedoe. Regionaal opererende woningcorporaties gaan heus niet met een wijkbewonersorganisatie om de tafel zitten om te bespreken of er in de wijk nog wel sociale woningen verkocht mogen worden.

Grootschalig georganiseerde zorgaanbieders zijn niet echt genegen om een buurtbewonersorganisatie als eerste gesprekspartner te zien over hoe de vergrijzing in de buurt op een doordachte wijze kan worden aangepakt. Landelijke energieleveranciers voelen zich echt niet geroepen om gesprekken over duurzaamheid met buurtbewoners aan te gaan. Zo zijn ze niet georganiseerd, zo denken ze niet.

Soebatten om gehoor te vinden

Dus ja, waar hebben we het over? Burgerkracht is één, maar wat heb je eraan als het aan burgermacht ontbreekt. Als je moet soebatten om gehoor te vinden, als je jezelf aan tafel moet praten om in gesprek te ‘mogen’. Als je wordt gebruikt als het zo uitkomt, en genegeerd als het echt belangrijk wordt. Dat leidt alleen maar tot frustratie. Of we houden erover op, of we maken er echt werk van.

Misschien moet ik toch maar weer eens op tournee.

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist.

Dit stuk verscheen als column in het zomernummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

 

Foto: FaceMePLS (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2770 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (9)

  1. Kom, kom, niet zo sombertjes. Kijk s op http://www.tijdvoormeedoen.nl In de gemeente Huizen is een van de buurthuizen er in geslaagd om zich via het oprichten van een vereniging los te maken van de welzijnsgigant Versa. Met verbluffende gevolgen. Zo kan het ook. Misschien minder high brow en minder gepolitiseerd dan in A’dam-Oost. In Huizen is men aan de slag gegaan met het eenvoudige idee dat iedereen een zekere ‘sociale overwaarde’ heeft die ingezet kan worden. Met een enorm rijke waaier aan activiteiten als gevolg. En langzaam begint men zich nu ook steeds meer te bemoeien met beleid en bestuur in de wijk. Misschien is men in A’dam aan de verkeerde kant begonnen? En was een schaakclub een betere start geweest dan het huren van een vergaderruimte?

  2. Je kan ook in je eigen stad een onlin Droomstad platform starten waar 1) organisaties (gemeente, woningcorporaties, zorgpartijen, onderwijsinstellingen, etc) hun stedelijke vraagstukken kunnen plaatsen en om ideeen vanuit de stad kunnen vragen en waar 2) bewoners zelf met ideeen kunnen komen, waar ze draagvlak voor deze ideeen kunnen aantonen en waar ze hulpvragen voor hun ideeen/dromen kenbaar kunnen maken. Op deze manier is in Den Bosch al een volledige woonexperimenteertuin van 20.000m2 ontstaan (zie videoreportage Omroep Brabant: https://www.youtube.com/watch?v=T_9uEc6Yfhc ) via het online platform http://www.droomstaddenbosch.nl ; ook Nijmegen heeft al een eigen Droomstad platform en is bezig om via dit platform op basis van ideeen vanuit de stad de Waalkade in te richten.

  3. Er zijn vele voorbeelden van succesvolle burgerinitiatieven. Dat weet iedereen die hierin een beetje geïnteresseerd is. Mooie initiatieven, soms geboren uit frustratie over zaken die beter kunnen of vanuit ontevreden zijn over de gevestigde orde, zoals een in een van de reacties omschreven ‘welzijnsgigant’.

    Sinds een paar jaar pleit ik voor het organisatieprincipe Samensturing vanuit de gedachte dat we elkaar en elkaars kracht, kennis en ervaring nodig hebben om echt een verschil te kunnen maken. Wat daarin echter cruciaal is, daarin komt Samensturing Jos tegemoet, is dat besluitvorming daadwerkelijk bij bewoners moet komen te liggen. Geen eigenaarschap en verantwoordelijkheid zonder regie (Siegers, 2017).

    Dus niet alleen een toenemend beroep willen doen op burgerkracht maar met het echt innemen van een faciliterende en controlerende rol door de overheid en een faciliterende en ondersteunende rol door sociale professionals (best handig om deze in te zetten bij ‘administratieve en organisatorische overlast’), ruimte maken voor burgermacht.

    En ook daarin ben ik het eens met Jos: laten we er echt werk van gaan maken! Samensturing biedt ruimte aan (effectieve samenwerking tussen) bewoners, sociale professionals en overheid en kan het verschil maken. Verschil in het kantelen van besluitvormingsprocessen en komen tot gedragen plannen waar betrokkenen eigenaar van zijn.

  4. Waarom denken in de logica van https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Countervailing_power? Alsof zelfwerkzaam burgerschap er pas toe doet (status heeft) als het concurreert met de markt en de technocratie. In de markt en de technocratie manifesteert zich vaak de ‘onmacht van de macht’. Zelfwerkzaam burgerschap moet eigengereid- en zelfbewust zijn en zich niet lenen voor dit frame (strijd- en probleemgedreven ipv samenwerkings- en kansgericht) en speelveld. Er klinkt een calvinistische zelfkastijding, en in die zin, (vast onbedoeld) pretentie in door. Waarom je inzet niet begrenzen tot dat wat inspireert en zin geeft en waar je dikke lol aan beleeft? Het is geen schande als je initiatief niet-pretentieus, inwisselbaar, met beperkt afbreukrisico, is. Vaak is het dan wel wendbaar en inspirerend en onvoorwaardelijker dan alles wat door de markt en de technocratie wordt geproduceerd. Over concurrentie gesproken! Kies ervoor om te begrenzen, ofwel tot een concreet buurtinitatief of een faciliterend-, specialistisch netwerk of cooporatie (naargelang je interesse en competenties) die zich bezighoudt met zorg&ondersteuning, duurzaamheid, informele economie etc. Of probeer die aan elkaar te koppelen.
    Daar waar de kracht en beinvloedingsmogelijkheden (en niet de macht) zitten.
    Publiceren dus?

  5. Vanuit mijn ervaring als gewezen betrokkene van een buurtinitiatief te Amersfoort in de wijk Kruiskamp, waarin ik een voortrekkende rol op mij had genomen, had ik als motto gelijke macht, gelijke middelen in gesprekken met Gemeente e.a.. En die gelijkheid ontbreekt vaak in het hele proces van idee naar realisatie bij burgerinitiatieven. Het vraagt emancipatie, toenadering en voortdurende openheid van 3 grote werk- en krachtenvelden om een burgerinitiatief succesvol door dit proces van idee naar realisatie te loodsen. Daarmee bedoel ik Gemeenten, ambtenarij (en daarmee verbonden publieke diensten) en burgers. Heb ik het nog niet over de toegang tot kennis en expertise, die voor grotere partijen veel makkelijker toegankelijk is.

    Gemeente Amersfoort heb ik als positief meewerkend ervaren en ieder geval de intentie en de openheid gevoeld om burgerinitiatieven te horen en podium te geven. Ook hebben wij veel gehad aan begeleidende expertise vanuit de LSA, maar die soms ook wel weer beperkend was.

    Elk project wordt anders geboren en dat vraagt veel maatwerk en vooral ook mensen werk. Al met al een boeiend proces, waarvan ik geen spijt heb en een boel heb opgestoken. Echter bovenstaand verhaal is zeker zeer herkenbaar voor mij en kan ik ook onderschrijven. Duurzaamheid van dit soort projecten is zeker ook een item. En de ‘oude groeven’ in deze hele transitie, zijn ook heel erg hardnekkig; zo heb ik ervaren, En vraagt dus alertheid en openheid van alle partijen.
    Inmiddels heb ik mij terug getrokken uit het initiatief en heb ik mijn eigen praktijk terug herpakt en ben nog steeds actief als betrokken bewoner(op vrijwillige basis) bij Indebuurt033 op wijkniveau.

    Ik wens iedereen succes toe en plezier met de voortgang van dit proces, want veel is al goed, maar er moet zeker nog veel gebeuren om burgerinitiatieven succesvol en duurzaam te laten zijn.

    In A

  6. Dag Jos, zullen we eens afspreken? Je vindt mijn gegevens op de website van Nederland Zorgt Voor Elkaar. Ik herken je verhaal helemaal. Maar er gebeurt op dit moment ook heel veel ten goede. Onder druk wordt alles vloeibaar en de druk op ons zorgstelsel (ook het sociale domein) neemt enorm toe. Dat betekent echt nieuwe kansen voor bewonerscollectieven, inclusief duurzame financieringsmodellen. Ik zou het heel jammer vinden als een zwaargewicht zoals jij teleurgesteld zou afhaken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *