In hoeverre zijn de verwachtingen die wij in Nederland hebben over het opvoeden en opgroeien echt anders dan de Amerikaanse droom van Donald Trump, waarin alles te bereiken is, als je maar wil? En als dat opportunisme nu eens plaats maakt voor realistisch idealisme? Kunnen we dan als opvoeder, buurman, oma, professional, beleidsmaker en bestuurder bijdragen aan een samenleving waarin ieder gezien en gewaardeerd wordt om de unieke bijdrage, ongeacht afkomst, talenten of kwetsbaarheden?
Als
Als we denken dat de sky the limit is, omdat de mens de aarde beheerst.
Als het kapitalisme ons steeds meer en steeds beter belooft.
Als twijfel en ‘niet weten’ een teken van zwakte zijn.
Als we, net als Trump, zouden beloven dat geen kind meer ziek wordt
Als het eigen belang zwaarder weegt dan het algemeen belang.
Als we geloven dat geluk en gezondheid voor iedereen maakbaar is.
Als we, net als Trump, zouden beloven dat geen kind meer ziek wordt.
Als we opvoeders hiervoor primair verantwoordelijk maken.
Als preventie wordt gezien als het zo vroeg mogelijk opsporen en uitsluiten van ‘imperfecten’.
Als bijles en jeugdhulp bij pech alsnog die perfectie garanderen.
Als we verwachten dat jeugdbescherming absolute veiligheid garandeert, wanneer opgroeien spannend wordt.
Als we bij schaarste met elkaar concurreren, omdat we er recht op hebben.
Als elke calamiteit een regel toevoegt en we die regels verwarren met kwaliteit
Als niet ‘wij’ maar ‘zij’ de oorzaak zijn van spanningen, falen, onrecht of polarisatie.
Als democratie wordt ingevuld met steeds meer wetten, regels, protocollen, procedures en instituties waarin we de mens - elkaar - niet meer zien.
Als elke calamiteit een regel toevoegt en we die regels verwarren met kwaliteit.
Als de wetgever op de stoel van gemeenten, gemeenten op de stoel van hulpverleners gaan zitten, en hulpverleners op de stoel van ouders.
Als zekerheid, grip, positie en opdracht belangrijker zijn dan de gezamenlijke opgave.
Als we kennis ook maar een mening vinden.
Als we roepen dat het zo niet langer kan en dat het echt anders moet.
Als we grootse plannen schrijven en beloven die dit jaar nog te realiseren.
Als we dan toch hetzelfde blijven doen, omdat dat zo veilig en vertrouwd voelt.
Als dat leidt tot meer uitsluiting en polarisatie, minder welbevinden en steeds hogere kosten.
Als dat de samenleving is waarin wij leven.
Dan
Dan zijn ideaal en realiteit elkaar onderweg verloren, net als beleid en praktijk.
Dan zijn we elkaar kwijt en zijn we verdwaald.
Dan zullen alle nieuwe programma’s, hervormingsagenda’s en bezuinigingsoperaties dit patroon herhalen.
Dan voelen we ons machteloos – en gelukkig maar
Dan zijn we in alle opzichten arm en worden we nog armer.
Dan vergeten we te bouwen op de lessen uit het verleden.
Dan voelen we ons machteloos – en gelukkig maar.
Dan helpt het meestal om die machteloosheid eerst maar eens te erkennen.
Dan worden we weer een beetje minder machine en meer mens.
Dan maakt verontwaardiging plaats voor verantwoordelijkheid.
Dan maakt opportunisme plaats voor realistisch idealisme
Dan erkennen we dat sprookjes niet bestaan.
Dan breken we met schijnveiligheid.
Dan stoppen we met afschuiven en polderen voor eigen belang.
Dan maakt opportunisme plaats voor realistisch idealisme.
Dan komt er ruimte om anders te gaan denken en doen.
Dan is er naast teleurstelling ook altijd hoop.
Dan kunnen we samen andere keuzes maken.
Dan maken we ook fouten en voelen we soms onzekerheid of verdriet.
Dan leren we steeds beter luisteren, verwonderen, minderen, toevoegen en verdragen.
Dan blijven we erbij, juist als het spannend wordt.
Dán bouwen we en worden we ‘the village to raise a child’.
Dan is dát de samenleving waarin wij leven en waarin kinderen groot mogen groeien.
Anita Kraak is arts Maatschappij en Gezondheid en verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut.