COLUMN We hebben meer polarisatie nodig

Dit zijn onmogelijke tijden voor een ploetercolumnist. Nog voor de spreekwoordelijke inkt van de eerste alinea’s van de poging tot nieuwe column droog is, word ik links en rechts ingehaald door nieuwe feiten, gebeurtenissen, sociale en morele paniek. Waarbij het nog helemaal niet eenvoudig is om te achterhalen wat er nu precies allemaal gebeurd is.

Natuurlijk is er bij heftige gebeurtenissen altijd eerst verwarring, en zijn er al speculaties voordat de zaken duidelijk zijn. Dat gold voor de schietpartij in Utrecht, waarvan de impact enorm was, niet alleen voor de slachtoffers, de directe betrokkenen en getuigen, maar ook voor de inwoners van Utrecht en ver daarbuiten die zich meteen heel onveilig voelden: ouders konden niet naar hun kinderen, familieleden en vrienden maakten zich zorgen om elkaar.

Onduidelijkheid troef

Maar ook als het stof enigszins is neergedwarreld blijven zaken onduidelijk en circuleren er meerdere versies van een gebeurtenis. En in de huidige onrustige tijden krijgen gebeurtenissen heel verschillende ladingen. Zo werd een (al 30 jaar in Urk wonend) Marokkaans gezin in Urk belaagd door honderd jongeren die de woning binnendrongen, leuzen riepen en de naam van een rechtse politicus scandeerden, vernielingen aanrichtten en met vuurwerk gooiden, ook in de woning.

De moeder van het gezin raakte in shock en moest naar het ziekenhuis. Was hier sprake van een vechtpartij in de categorie ‘waar twee vechten hebben er twee schuld?’ Diverse nieuwsmedia spraken vooral in neutraliserende termen, zoals ‘massale vechtpartij‘ en de Marokkaanse gemeenschap die vervolgens uit zou zijn op wraak - waarvan ik overigens niets meer heb vernomen.

Maar nu, een maand later, blijven er voor mij nog wel wat knagende vragen. Bijvoorbeeld: hoezo is een menigte die één gezin belaagt een vechtpartij? Hoezo maakt de burgemeester zich kwaaier om een columniste met commentaar op het racistische gehalte van de actie, dan om die actie zelf? Waarom hoorden we niets van premier Rutte, die anders toch wel ten zeerste bereid is om een stel raddraaiers in elkaar te willen slaan?

Enorme ophef

Zaterdag 23 maart begaven zich vele duizenden mensen naar Amsterdam om gezamenlijk te demonstreren voor verdraagzaamheid en tegen racisme en fascisme. Zo’n tienduizend mensen trokken vanaf de Dam naar de Dokwerker. Terwijl de NOS er doorgaans als de kippen bij is als een handjevol mensen in gele hesjes protesteren, hoorden we nu slechts het geluid van krekels.

Totdat de volgende dag een filmpje opdook van een ‘demonstrant’ die een plagend liedje zong. Dit filmpje van een rechtse nieuwssite werd door de NOS meteen doorgeplaatst als oproep tot moord op Baudet. De gebeurtenis leidde tot enorme ophef, nu was Rutte er wel meteen bij om dit ‘volstrekt onaanvaardbaar’ te noemen. Nog steeds geen woord over de tienduizend andere, vreedzame demonstranten, die zich ernstig zorgen maken over de veiligheid van mensen die in dit land leven, werken en van elkaar houden.

Kijk, ik begrijp dat men zich zorgen maakt over geweld tegen politici, maar geweldsoproepen door politici verdienen – zou je denken - toch evenzeer aandacht. Wilders die ‘minder, minder’ liet scanderen en dat wel even zei te zullen regelen. Baudet die oorlogsretoriek hanteert met zijn ‘brokstukken van onze beschaving’ en ‘wij zijn naar het front geroepen’.

De vraag die bij mij blijft hangen is: waarom liet NOS pas de volgende dag van zich horen en waarom uitsluitend vanuit een zeer eenzijdig, beperkt en negatief frame? Waarom staan de kranten en nieuwssites vol met de zetelwinst van Forum voor Democratie en lees je nauwelijks over het enorme succes van GroenLinks in dezelfde verkiezingen? Waarom moet het recht van Baudet op het uiten van haat te vuur en te zwaard verdedigd worden, terwijl het Amsterdamse gemeenteraadslid Sylvana Simons juist géén vragen over racisme bij de politie mag stellen?

Collectieve cognitieve dissonantie

Het enige wat ik kan bedenken is dat de verslaggeving moet dienen als neutralisator. Het idee van openlijk racisme en fascisme is strijdig met ons zelfbeeld van een moderne, vooruitstrevende en vooral tolerante samenleving. De opkomst en enorme winst van rechts in de afgelopen tijd schuurt met ons positieve zelfbeeld en zorgt daarmee voor een collectieve cognitieve dissonantie.

Wij zijn toch geen fascisten, wij zijn toch geen racisten? Die dissonantie – de spanning tussen wenselijkheid en werkelijkheid - behoeft onmiddellijke reductie, een verklaring, een rechtvaardiging.

De Britse antropoloog David Graeber wees erop (en ik heb dit citaat al eerder gebruikt) dat we als mensheid heel slecht kunnen omgaan met zaken als geweld en agressie, we hebben de neiging om het te ontkennen of om dader en slachtoffer gelijk te stellen: ‘It’s not that as a species we’re particularly aggressive. It’s that we tend to respond to aggression very poorly. Our first instinct when we observe unprovoked aggression is either to pretend it isn’t happening or, if that becomes impossible, to equate attacker and victim, placing both under a kind of contagion, which, it is hoped, can be prevented from spreading to everybody else’.

Het citaat van Graeber gaat over pesten, zowel in de klas als in een grotere context. De neiging is steeds om pesten, eenzijdig geweld van een machtiger groep naar een onmachtig individu of groepje, te zien als een conflict tussen gelijken. Door pesten als een conflict te zien hou je het klein en stel je dader en slachtoffer als beiden (even) problematisch. Op die manier wordt pesten losgeweekt van de context waarin dat pesten ontstaan is en die het pesten ook ondersteunt.

Volgens Graeber hebben mensen een even grotere hekel aan de dader als aan het slachtoffer, volgens mij hebben mensen zelfs een nog iets grotere hekel aan het slachtoffer. Tegen de dader ingaan is namelijk gevaarlijker of op zijn minst zeer onaantrekkelijk. En we horen natuurlijk graag bij de winnaars.

Angst voor polarisatie?

De noodzaak om agressie en geweld te neutraliseren zie je ook terug in de voortdurende angst voor ‘polarisatie’. Het benoemen van fascisme en racisme wordt daarin gezien als polariserend. Natuurlijk, een rechtse partij die in allerlei opzichten fascistisch te noemen is heeft fiks gewonnen in de verkiezingen, maar daarmee zijn nog niet alle mensen die daarop gestemd hebben ook zelf fascisten. Natuurlijk, Zwarte Piet is een historisch beladen en omstreden figuur, maar door mensen racistisch te noemen roep je zelf de weerstand over je af, dat werkt alleen maar polariserend.

De polarisatie ontstaat blijkbaar niet door extreme denkbeelden, maar door het benoemen ervan, door mensen erop aan te spreken. Dat is in zichzelf ook problematisch. Om polarisatie te voorkomen zou je dus zelf ook naar rechts moeten opschuiven. Alle pogingen tot nuancering van steeds extremere denkbeelden worden óf honend weggelachen óf verantwoordelijk gesteld voor nóg sterkere verrechtsing. Al met al een ideale manier om protesten te smoren.

Maar er is geen sprake van polarisatie, er zijn fundamentele menselijke waarden, zoals ook vastgelegd in artikel 1 van onze grondwet, en er zijn mensen die daar steeds verder van af wensen te wijken.

Pesten bestrijden door onrecht te benoemen

Het bestrijden van pesten kan alleen door het onrecht te benoemen, door het verlaten van het conflictidee en het onder ogen zien van de ongelijkheid. Pesters kunnen alleen pesten met steun van anderen, maar om dat te doorbreken is het eerst nodig om het te benoemen voor wat het is: pesten, of in dit geval: racisme, fascisme. Gezien onze Grondwet zou je denken dat dat ook een taak van de minister-president is, als vertegenwoordiger van onze rechtsstaat. Of van een burgemeester als een gezin belaagd wordt. Of van een omroep die door de overheid bekostigd wordt.

Zoals pesten alleen kan voortbestaan als de meester of juf voor de klas de gezamenlijke basiswaarden van gelijkheid en gelijkwaardigheid niet weet te handhaven, zo kan onrechtvaardigheid blijven voortbestaan als politici de fundamenteel menselijke waarden niet vertegenwoordigen.

Angst voor electoraal verlies zouden ze niet moeten hebben, de meeste mensen houden helemaal niet van pesten. Zie de tienduizend mensen die de straat op gaan voor gelijkheid. Zie de vele burgers van Urk die het getroffen gezin steunen. Zie de mensen die bloemen leggen bij de moskee na de aanslag in Nieuw-Zeeland. Terug naar de fundamenteel menselijke waarden, als je dat polarisatie wil noemen, dan hebben wij meer polarisatie nodig.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog.

Foto: /Leon\ (Flickr Creative Commons)