COLUMN Woningen tekort, woonruimte teveel

Dat er een tekort aan woningen is, heeft alles te maken met het feit dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen. We moeten daarom niet zozeer meer woningen bouwen, maar de bestaande woonruimte anders verdelen.

Er is in Nederland een ontstellend tekort aan woningen. Je kan geen krant meer openslaan of televisiejournaal aanzetten of het gaat erover. In koor roepen politici, corporatiebestuurders, projectontwikkelaars, hypotheekverstrekkers en makelaars, zeg maal alle hoofdrolspelers op de woningmarkt, dat er maar één oplossing is: bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Het is, zeggen ze, een volumevraagstuk. Maar wanneer dit vraagstuk opgelost is, daarover doen de hoofdrolspelers er doorgaans het zwijgen toe.

Dat is welbeschouwd je reinste bedrog, want het antwoord is namelijk wel degelijk te geven en eigenlijk weten al die hoofdrolspelers dat ook. Die oplossing komt er namelijk nooit, althans zeker niet deze eeuw. Wie historische en demografische trends tot zich laat doordringen beseft dat dynamiek van de woningmarkt niet zozeer behoeften bevredigt, maar deze juist steeds verder aanjaagt.

Per persoon twee kamers

Ruim een eeuw geleden woonden er op een adres gemiddeld vier à vijf mensen, tegenwoordig in de populaire stedelijke gebieden is dat aantal al onder de twee gezakt. Dat uit zich ook in de woonruimte per persoon: die is nu gemiddeld zo’n 65 m2, waar Nederlanders honderd jaar geleden gemiddeld nog geen 10 m2 ter beschikking hadden. Honderd jaar geleden leefden er gemiddeld twee mensen per vertrek/kamer in een huis, nu is dat aantal gemiddeld een half, anders gezegd per persoon zijn gemiddeld twee kamers beschikbaar.

Tellen we daarbij op dat de grote demografische trend is dat er steeds meer alleenstaande huishoudens komen – het duurt niet lang meer of de grens van 50% eenpersoonshuishoudens wordt in de grote steden overschreden – en je hoeft niet op de universiteit gezeten te hebben om te begrijpen dat daar simpelweg niet tegenop te bouwen valt.

Zelfs als we alle plannen voor pakhuizen met eenpersoonsstudiootjes van nog geen 40 m2 vervijfvoudigen, is de behoefte aan woningen niet verzadigd. Sterker, de individualisering van huishoudens zal daardoor eerder naar een hogere versnelling gaan.

Niet meer bouwen, maar woonruimte anders verdelen

Als we dit weten, moeten we ons natuurlijk in alle ernst afvragen hoe zinvol het is om alle troeven op meer-meer-meer-woningen te zetten. Misschien moeten we het ook eens gaan hebben over de verdeling van de woonruimte. Want als we de behoefte van pakweg 50 m2 per individu durven los te zien van een woning met een voordeur, komt het plaatje er compleet anders uit te zien.

Bedenk bovendien dat de vijf miljoen woningen die er in de twintigste eeuw zijn bijgekomen voor het overgrote deel gebouwd zijn voor klassieke gezinshuishouden. Ze zijn niet op maat gemaakt voor individuele huishoudens, daarvoor zijn ze eigenlijk onpraktisch en te groot. Als je het zo bekijkt dringt de conclusie zich op dat er eerder een overschot aan woonruimte is dan een tekort. Veel te veel woningen worden door te weinig mensen bewoond.

Experimenteren met het delen van woningen

Als dat zo is, moeten we toch op zijn minst gaan nadenken wat we zouden moeten doen om de beschikbare woonruimte beter en effectiever te verdelen. Daar zijn ook wel – zij het mondjesmaat - aanzetten toe. Zo kent Amsterdam het project ‘Onder de pannen’, waarbij daklozen op kamers kunnen wonen bij mensen met een te grote sociale huurwoning, zonder dat de woningcorporatie moeilijk doet of dat op de uitkering wordt gekort.

Ook winnen de zogenaamde friends-contracten aan populariteit, waarmee een vrijesectorwoning door meerdere mensen met een eigen individueel huurcontract gedeeld wordt. Maar in de sociale huursector, en voor mensen met uitkeringen of toeslagen, is deze woningdeeloptie nagenoeg uitgesloten. Het systeem kent zoveel verboden dat mensen die hun woonruimte delen zwaar gestraft worden of een dief zijn van hun eigen (uitkerings)portemonnee.

Stimuleren in plaats van inperken

Als we daar nu eens mee ophouden. Als we individuen die een woning gaan delen en een woning achterlaten nu eens een bonus geven die gelijk is aan alle voordeurdelerskortingen en belastingbeperkingen die hen in een zelfstandige woning gevangenhouden.

Als we premies zetten op voor elkaar (mantel)zorgen in een huis, in plaats van boetes. Als we nu eens ophouden te veronderstellen, dat al die eenpersoonshuishoudens per se in hun uppie willen wonen. Zou er dan niet veel meer mogelijk zijn dan dat deprimerende mantra van bouwen, bouwen, bouwen, eenstemmig gezongen door partijen die er het grootste financiële gewin bij hebben en dus over alle andere oplossingen er simpelweg het zwijgen toe doen?

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. Deze column verscheen eerder in het tijdschrift Huurpeil van de Woonbond.

Foto: Jos@FPS Groningen (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 2549 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. Voer een basisinkomen in en laat mensen de voordelen van het samen lappen voor gemeenschappelijke kosten houden. Dan doet de markt zijn werk wel.

  2. Het basisinkomen is inderdaad de oplossing. Want hoe voorkom je anders dat een “ gewoon” gezin dan zegt: dan splitsen wij ons ook op in vier individuen?

  3. Stel dat ouders geen partners meer zijn, dan kan gedacht worden aan huishouden met kinderen in een woning en de zorgende ouder, terwijl de andere ouder met de tas naar een ander onderkomen verhuist. Dan zijn er niet meer twee gezinswoningen nodig en de kinderen slepen niet meer van hot naar haar de tassen.

  4. Fantastisch idee! Woongroepen nieuwe stijl. Voor jongeren ook heel leuk lijkt me, voor ouderen ook. Algemeen om ook te ver doorgeslagen individualisering en eenzaamheid tegen te gaan. En een goed idee buiten de bestaande kaders om het woningtekort te verminderen. Er zullen vast wel obstakels opdoemen maar die problemen oplossen is heel wat minder moeilijk.

  5. samenwonen wordt fiscaal gestraft en is daarom heel onaantrekkelijk voor veel mensen. M.a.w. verander dat, misschien gaan dan meer mensen samenwonen.

    Veel mensen willen wat grote wonen voor bijvoorbeeld logees, maar ook wat ruimte voor de was drogen etc. In een vorm van gemeenschappelijk wonen ( zoals ik woon) worden deze voorozieningen gedeeld. De woning kan kleiner.

  6. In Amsterdam in de vrije sector wordt op dit moment al volop gedeeld door jongeren tussen de 25 en 35 jaar. Ik vraag me af hoe duidelijk dit op de radar staat bij gemeente en instantie. Sterker nog: in het huidige beleid checkt de gemeente Amsterdam woningen waar meer dan 3 personen staan ingeschreven. En als daar geen vergunning voor aangevraagd is door de verhuurder komen deze mensen op straat te staan.
    Met de huidige woningdruk en machtspositie van de verhuurder leidt dit niet tot meer vergunningaanvragen (die zijn sowieso bijna onmogelijk te krijgen in Amsterdam door alle vereisten voor geluidsisolatie en andere aanvullende eisen), maar leidt dit tot de uitzetting van de bewoners en daarmee nog minder woningen voor deze doelgroep, met nog meer krapte op de woningmarkt als resultaat. Datzelfde appartement met 5 kamers kan namelijk net zo goed verhuurd worden aan een vermogend stelletje dat in deze markt de middelen heeft en bereid is om zo’n groot bedrag neer te tellen voor een grote woning in de hoofdstad van Nederland.
    Hiermee drijft Amsterdam langzaam aan de hele groep jongeren en jonge werknemers de stad uit die niet vermogend genoeg zijn om op dit moment een zelfstandige woning kunnen betalen. Versnelde gentrificatie met verlies van een belangrijke groep die de stad dynamisch en levend houdt. De jongeren zijn een groep die traditioneel gezien creatieve oplossingen vinden voor woningtekort en zo toch in de stad kunnen werken en wonen. Met de huidige steeds strengere wooneisen en verstarring van de regelgeving wordt deze groep echter niet ondersteund in hun oplossingen voor het woningtekort maar zelfs direct tegen gewerkt. De toenemende controle drang op dit vlak en verstarring van wooneisen en zorgt ervoor dat het woningtekort alleen maar (kunstmatig) groter wordt, en de minder bedeelde in de samenleving zijn hier als eerste de dupe van.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *