Waar ligt het aan dat sociale projecten geheel of gedeeltelijk falen? Deel van de verklaring ligt in een door bestuurders in gang gezet, en immer voortdurend proces van verandering en vernieuwing. Het gaat om een terreur van continue innovatie zou je met de Duitse filosoof Hartmut Rosa in gedachten kunnen zeggen, haastig van de ene kanteling naar de volgende. Zo komen mensen niet aan werken toe.
Les van verleden
Wat dat proces misschien zou kunnen stoppen of op zijn minst afremmen, is een ruime bonus voor bestuurders van organisaties als zij het hele jaar géén nieuw sturingsmodel lanceren of cultuurverandering voorstellen.
We kunnen af en toe ook omkijken naar waar we vandaan komen
Wat ook kan helpen, is een herprogrammering van het hele Microsoftpakket zodat bij het gebruik van het woord innovatie de computer automatisch herstart. Of dat bij het gebruik van het woord kantelen het beeldscherm van je pc of laptop vanzelf kantelt. Maar dat is wensdenken.
We kunnen af en toe ook omkijken naar waar we vandaan komen, in dit geval naar Amsterdam vijftig jaar terug. Historicus Doeko Bosscher schreef ooit een mooi stuk voor het magazine Ons Amsterdam waarin hij terugblikte op 1975. Wat leren de parallellen ons?
De zevenhonderdste verjaardag van de hoofdstad werd toen, evenals het 750-jarig bestaan van de hoofdstad nu, gevierd met Sail, en met een jaarmarkt. Die jaarmarkt, zo beschrijft Bosscher, werd bij de RAI gehouden. De binnenstad was door verkrotting en het chagrijn daarover van de bewoners, volgens het toenmalige gemeentebestuur ontoegankelijk voor bezoekers.
De kosten van de evenementen waren toen 7 miljoen gulden, tegen 30 miljoen euro in 2025. In reële termen per inwoner is dat misschien een kleine 20 procent meer. Dat valt mee. Het bezoekersaantal voor Sail verviervoudigde sindsdien, van 700 duizend bezoekers in 1975 tot 2,5 miljoen bezoekers nu. Dat laatste viel niet mee.
Anti-citycircus
Belangrijker, vijftig jaar geleden werd er in Amsterdam veel politieke en sociale strijd gevoerd, een die vaak op het scherpst van de snede werd uitgevochten. Tegenwoordig noemen we dat 'polarisatie.' En daar maken we ons heden ten dage grote zorgen over, maar vroeger was het erger.
Het ging er toen veel harder aan toe dan nu, zowel politiek als sociaal
Bosscher sprak in 2007 ietwat badinerend over 'knokpartijen', toen hij de strijd voor betere huisvesting van de jaren ’70 benoemde. Misschien een niet heel gelukkige omschrijving, de inwoners voerden strijd voor betaalbaar wonen en tegen hippe cityvorming.
Maar inderdaad, het ging er toen veel harder aan toe dan nu, zowel politiek (ruzies in de gemeenteraad) als sociaal (bij de slag om de Nieuwmarkt en bij de slag om de Blauwbrug. Veel meer schelden en schreeuwen, veel meer stenen door de lucht.
De stad verteert inmiddels drieduizend (!) demonstraties per jaar die nagenoeg allemaal rustig verlopen. Meer dan in 1975 is de stad in 2025 een buitengewoon succesvolle democratische arena. Een stad die toont dat hardop spreken zin heeft: we zijn slechter af als alle mensen die hun mening willen uiten thuis zouden blijven.
Historisch besef
Vervolgens is er de koloniale geschiedenis. Vijftig jaar geleden stond geen mens stil bij de beladen erfenis van bijvoorbeeld de vermeende held Jan Pieterszoon Coen. Sterker, ook Bosscher sprak in 2007 nog over de 'lange en grootse maritieme historie van Amsterdam.' Het debat over de loftrompet die toenmalig CDA-premier uitstak voor de VOC-mentaliteit was al wel begonnen, maar kon blijkbaar nog genegeerd worden. We hebben inmiddels iets meer vingertoppengevoel bij het leed dat die 'grootse' historie elders teweegbracht.
Eindejaarscadeau
Is er dan de afgelopen decennia alleen maar winst geboekt? Nee. Zo is de binnenstad die in 1975 wegens verkrotting voor bezoekers uit de provincie ongeschikt werd geacht, op een andere manier ontoegankelijk geworden. Nu is ze onbetaalbaar voor niet-miljonairs.
Je kunt je afvragen of er niet méér andere strijd gevoerd zou moeten worden
De onmiskenbaar sterk gestegen welvaart heeft een eerlijke verdeling in de stad niet in alle opzichten dichterbij gebracht. Je kunt je dus afvragen of er niet méér of een andere strijd gevoerd zou moeten worden. Of al die duizenden demonstraties van vandaag de dag niet vooral tot een diffuse ‘mijn mening is de belangrijkste’-boodschap leiden waar bestuurders rustig hun schouders over ophalen.
Bosscher maakte echter een halve eeuw geleden een mooi en belangrijk punt, namelijk dat ‘de tegenstanders van grootse doorbraken creatief en effectief voor een verstandige zaak streden’, ze mogen ‘aanspraak maken op de dankbaarheid van latere generaties.' Tegenstand had zin. De geplande metro-uitbreiding ging in 1975 de ijskast in, tot de techniek twee decennia later het mogelijk maakte om tunnels onder huizen te boren. De aantasting van de binnenstad bleef beperkt en de stad werd mooier dan ze anders zou zijn geworden. De bewoners hadden een punt en zorgden dat het karakter van de stad behouden bleef.
Dat is het eindejaarscadeau dat ik u geef voor gebruik in de volgende vergadering over vernieuwing van de organisatie, buurt of cultuur. Wanneer u in 2026 'nee' wil zeggen tegen de zoveelste omwenteling of vernieuwing, haalt u ter legitimatie dat mooie citaat aan. Eventueel kunt u ook nog opwerpen dat over twee decennia de techniek de gewenste vernieuwing zonder sloopwerk kan doen.
Menno Hurenkamp is hoogleraar democratie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Dit is een bewerking van een lezing die hij op 4 december 2025 gaf voor het Kennisnetwerk Amsterdam voor buurtprofessionals.