Over de sociale kant van weerbaarheid zou ik zonder moeite een afzonderlijke column kunnen vullen. Ik laat het voor nu bij het simpele feit dat een noodpakket iets individueels is, maar dat samenhorigheid een veel belangrijker wapen is als het er op aankomt.
Economische weerbaarheid
Laten we kijken naar de economische aspecten van weerbaarheid. Dat zijn er veel. Een economie die weerbaar is, is beter bestand tegen schokken en past zich sneller en beter aan bij nieuwe ontwikkelingen. Als het gaat over weerbaarheid op landenniveau, wordt in de literatuur vaak gesproken over de Singapore paradox.
Kennelijk kan de dreiging van kwetsbaarheid tot weerbaarheid leiden
Kleine open economieën zoals Singapore zijn veel meer bevattelijk voor exogene schokken dan grote landen, maar kunnen er toch in slagen een stabiele economie te hebben met stevige economische groei. Kennelijk kan de dreiging van kwetsbaarheid tot weerbaarheid leiden. Taleb (2014) beschreef dit in Antifragility: als de druk toeneemt, kan ook het vermogen toenemen om die druk te weerstaan. Dat vergt wel aanpassingen, want vanzelf gaat dat niet.
De uitdaging voor Europa is om zo snel mogelijk door te groeien naar een situatie waarin de kwetsbaarheid nog wel voelbaar is, maar de weerbaarheid is toegenomen. Sommige van die aanpassingen zijn niet zo simpel. Denk aan het onafhankelijk worden van Amerikaanse techbedrijven. Die zijn immers doorgedrongen tot in de haarvaten van de samenleving.
Angelsaksisch versus Rijnlands
Er is één onderdeel van de economie dat relatief gemakkelijk aanpasbaar is, met interessante uitkomsten in het verschiet. Dat wordt duidelijk als we het Angelsaksische en het Rijnlandse model naast elkaar leggen.
In het Rijnlandse model van kapitalisme hebben bedrijven ook andere waarden dan geld verdienen
Het Angelsaksische model van kapitalisme is gebaseerd op bedrijven die winst proberen te maken om zo hun aandeelhouders geïnteresseerd te houden in het investeren in het bedrijf.
Dat heeft zo zijn voordelen, maar minimaal één nadeel. Bedrijven zijn gemakkelijk op te kopen. In de context van weerbaarheid betekent dit dat bedrijven ook zijn op te kopen door bedrijven uit landen die het minder nauw nemen met internationale verdragen en de wet. Vandaar de ophef rond DigiD.
In het Rijnlandse model van kapitalisme hebben bedrijven ook andere waarden dan geld verdienen. Curieus genoeg ontstond dat model als een uitvloeisel van een encycliek (officiële brief van de paus, red.) uit 1891, het Rerum Novarum van paus Leo XIII. Ik had eerder toch niet achter een paus gezocht dat die aan de wieg zou staan van de balans tussen twee ongewenste extremen: die van de ongebreidelde vrije markt en het marxisme. Het gevolg was onder meer de brede acceptatie van vakbonden en coöperaties, en na de Tweede Wereldoorlog de welvaartstaat en de Europese Unie.
Vijandige overnames voorkomen
Het Rijnlandse model heeft zeker een paar nadelen, maar minimaal één groot voordeel: het maakt het veel gemakkelijker om bedrijven te beschermen tegen vijandelijke overnames. Een goede bescherming hiertegen – en geheel passend binnen het Rijnlandse model – biedt het zogeheten Steward Ownership model.
Het Steward Ownership model is een alternatieve eigendoms- en bestuursvorm voor bedrijven, waarin de missie en het doel van de organisatie centraal staan, in plaats van (maximale) winst voor aandeelhouders. De essentie is dat stemrecht en financiële rechten worden gescheiden. De zeggenschap ligt bij de zogeheten stewards. Dat kunnen de oprichters zijn, maar ook werknemers of andere betrokkenen die geacht worden de missie en visie te beschermen. Er zijn in dit model ook externe investeerders, maar die hebben geen zeggenschap.
Het Steward Ownership model beschermt tegen verkoop en speculatie
Een voordeel van deze rechtsvorm is dat het gemakkelijker is dan bij aandeelhouderskapitalisme om de focus te verleggen van korte termijn winst naar de missie op langere termijn. Het model beschermt tegen verkoop en speculatie omdat de stewards de missie in statuten hebben vastgelegd. Het model is ook geschikt om bedrijfsopvolging gemakkelijker te maken, bijvoorbeeld bij familiebedrijven die hun levenswerk voort willen zetten zonder verkoop aan externe partijen die de missie niet ondersteunen.
Voorbeelden
Vele – uiteenlopende – bedrijven zijn op deze manier georganiseerd, zonder dat dit al te veel aandacht krijgt: Patagonia, Haskoning, NovoNordisk, Bosch, Zeiss en de Efteling, om maar een paar voorbeelden te noemen.
De bijvangst kan binnengehaald worden zonder dat het kabinet hoeft in te grijpen
In vrijwel alle gevallen was de drijfveer de missie te waarborgen. Een mooie bijvangst is dat bedrijven met een strategisch belang (zoals de eigenaar van DigiD) die op die manier georganiseerd worden, niet in handen kunnen komen van bedrijven of landen die de stabiliteit van onze samenleving bedreigen.
Die bijvangst kan binnengehaald worden zonder dat een mededingingsautoriteit of het kabinet hoeft in te grijpen. Dat is een belangrijk voordeel, want dergelijk ingrijpen kan complex en mogelijk diplomatiek delicaat zijn. Steward ownership is ook beter dan nationaliseren, omdat dat ondernemerschap onderdrukt.
Natuurlijk kent het steward ownership model ook nadelen, het is niet de greatest thing since sliced bread. Zo kan de juridische structuur en de governance complex worden en kunnen de stewards door de bescherming een beetje in slaap sukkelen. Ook is de aantrekkingskracht voor investeerders wat minder, met als mogelijk gevolg dat het aantrekken van kapitaal ingewikkelder wordt.
Balans
In de bizarre geopolitieke wereld waarin we nu leven, met wereldleiders die denken dat landen te koop zijn, kan de balans snel doorslaan. De nadelen van een rechtsvorm als steward ownership kun je op de koop toenemen als daar tegenover staat dat ondernemerschap behouden blijft en de samenleving stabieler wordt.
Deze alternatieve rechtsvorm maakt ondernemerschap duurzamer en inclusiever en elk bedrijf dat daarvoor geschikt is kan het ‘morgen’ doen. In een zeer stabiele wereld kunnen de baten van gestroomlijnd Angelsaksisch kapitalisme groot zijn. Maar in de huidige wereld stof ik liever het polderige Rijnlandse model af.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).