Tijdens een workshop waarin ik vertelde over de impact van discriminatie op de fysieke en mentale gezondheid, gaf ik voorbeelden van discriminatie waarmee ik in mijn eigen leven te maken heb gehad. Vanuit de zaal kwam de vraag of ik melding had gedaan van wat er was gebeurd. Toen ik daarop ontkennend antwoordde, volgde een verontwaardigd: ‘Waarom niet?’ en: ‘Als je geen melding doet, verandert er niets.’
Dit soort reacties raakt me. Enerzijds zijn ze volstrekt logisch: het is toch normaal om je ‘recht te halen’ als je een bepaald onrecht hebt ervaren? Het is toch normaal om te laten weten welk effect een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling, ofwel achterstelling, heeft gehad? Maar dat is het dus niet. Voor mij niet, en vermoedelijk voor velen met mij niet.
Wordt ervaringskennis van mensen in kwetsbare posities niet alleen gehoord, maar ook erkend als kennis?
Dit deed me denken aan Participatielezing 2022 van Tim ’S Jongers, waarin hij de term ‘articulatiemacht’ muntte. Hij zei daarbij dat ervaringen delen die aansluiten bij de bredere kenniswereld macht uitoefenen is. Dat je ervaringskennis daadwerkelijk laten gelden in beleid en praktijk, bijvoorbeeld in de zorg en het sociale domein, macht uitoefenen is. En dat je spreekrecht benutten ten behoeve van bewustwording en verandering macht uitoefenen is. ’S Jongers noemde articulatiemacht ‘de brug tussen ervaringskennis en beleidsvorming’, waarbij mensen met hun stem invloed kunnen uitoefenen op hoe beleid wordt gemaakt.
Systemische erkenning
Articulatiemacht, zoals ’S Jongers het beschrijft, gaat vooral over systemische erkenning van buitenaf. Het draait om de vraag of de ervaringskennis van mensen in kwetsbare posities niet alleen wordt gehoord, maar ook erkend als legitieme en invloedrijke kennis binnen beleid en instituties.
Articulatiemacht wordt vaak benaderd als iets dat mensen krijgen van systemen
Empathische reacties op gedeelde ervaringen zijn niet genoeg. Het gaat volgens ’S Jongers om de vraag of mensen voldoende serieus genomen worden. Leidt het tot ervaren invloed? Worden er beleidsmatige consequenties aan verbonden, of op z’n minst overwogen? Is er institutionele ruimte binnen systemen (gemeenten, zorginstellingen, beleidsteams) om ervaringskennis écht te laten meewegen in besluitvorming?
Articulatiemacht wordt sinds de introductie van het begrip vaak benaderd als iets dat mensen krijgen van systemen. Maar articulatiemacht is ook afhankelijk van voorwaarden vanuit de mensen zelf: Wat kunnen en/of durven ze uit te spreken (articulatievermogen)? En hoe waarderen ze zichzelf daarin (articulatiewaardigheid)? Articulatiemacht hebben gaat dus over van buitenaf mógen en van binnenuit kúnnen spreken.
Innerlijke worsteling
Potentiële articulatiemacht kan niet zomaar uitgeoefend worden. Er gaat iets aan het uitspreken vooraf, iets onzichtbaars: de innerlijke worsteling na een ervaring die verwarring, verontwaardiging, pijn en verdriet oplevert. Had ik het kunnen voorkomen? Wat maakt dat die ander zo denkt? En wat kan ik eraan veranderen? Is het aan mij? Moet ik mezelf wel reduceren tot slachtoffer? De gedachten buitelen over elkaar heen. Er is nog geen woord uitgesproken maar al zoveel gebeurd.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik niet als ‘zielig’ of ‘zwak slachtoffer’ gezien wilde worden
Veel ervaringen met discriminatie laten zich niet zien noch meten, omdat ze verborgen blijven. Mensen twijfelen aan de eigen waarneming: Is het wel erg genoeg? De bedoelingen waren toch goed? Was het misschien een misverstand of ergens wel een gerechtvaardigde terechtwijzing? Ze hebben ook vragen over de legitimiteit van hun gevoelens: Stel ik me aan? Ben ik niet te gevoelig? Niet zelden zijn er gevoelens van schaamte en ontkenning, die het spreken erover afremmen en tegenhouden.
Voor mij persoonlijk geldt dat ik niet als ‘zielig’ of als ‘zwak slachtoffer’ gezien wilde worden. Dat hield mij tegen om me uit te spreken tegen de betreffende persoon of instantie. En hoe langer het geleden was, hoe meer de moed wegzakte. Het ontbrak me velen malen aan de kracht om me uit te spreken, te kiezen voor de confrontatie. Ik zou er toch als verliezer uitkomen. Ik dacht niet dat ik iets kon veranderen aan de werkelijkheid.
Articulatievermogen
Het komen tot spreken vergt het beslechten van deze innerlijke strijd in de richting van erkenning en legitimiteit van de eigen gevoelens en ervaringen. Dat is emotionele arbeid die enorm veel energie vergt.
Het beslechten van deze strijd is een wezenlijk onderdeel van articulatievermogen: het vermogen om tot spreken te komen. Het gaat dus niet alleen om de technische capaciteit om ervaringen te formuleren, maar om het basale geloof dat je verschil kunt maken, weerstand kunt bieden en invloed kunt uitoefenen op omstandigheden – binnen en tegenover gevestigde machtsstructuren.
Articulatievermogen overbrugt de kloof tussen mógen en kúnnen spreken
Ervaringen worden pas echt gehoord en serieus genomen als ze worden verwoord in de taal van dominante groepen. Van de mensen om wie het gaat vraagt dit dat zij pijnlijke, soms vernederende ervaringen zodanig onder woorden kunnen brengen dat de boodschap aankomt bij de dominante groepen. Articulatievermogen overbrugt de kloof tussen mógen en kúnnen spreken.
Articulatiewaardigheid
Om articulatiewaardigheid te ervaren moet je eerst een onzichtbare toets doorstaan: jezelf beschouwen als (geloof)waardige stem met ervaringen die het verdienen om gehoord en serieus genomen te worden. En ervan overtuigd zijn dat het uitspreken verschil kan en zal maken.
Alleen vanuit ervaren en bekrachtigde waardigheid kun je met vertrouwen je stem inzetten
Jezelf articulatiewaardig voelen is leven in de overtuiging dat elke persoon, dus ook jijzelf, respect verdient en gehoord mag worden, ongeacht de maatschappelijke positie, macht of vermogen. Alleen vanuit ervaren en bekrachtigde waardigheid kun je met vertrouwen je stem inzetten als instrument van verandering.
Articulatievermogen en -waardigheid vormen de persoonlijke en sociale voorwaarden om überhaupt te kunnen meedoen, je ‘stem te laten gelden’. We moeten erkennen dat niet iedereen dezelfde mate van zelfvertrouwen heeft, dat niet iedereen is opgegroeid met een vanzelfsprekende keuzevrijheid, met geloof in eigen kunnen, met taalvermogen en mentale en fysieke ruimte.
Relationeel en dynamisch concept
Voor professionals is het belangrijk zich bewust te zijn van de ongelijkheid in articulatievermogen en -waardigheid, en actief te informeren naar ervaringen met discriminatie en uitsluiting. Dit vraagt om voortdurende reflectie op de vraag hoe zij kunnen bijdragen aan de versterking van dit vermogen: door een veilige setting te creëren, begrijpend en oordeelloos te luisteren en werkelijk gelijkwaardig in gesprek te gaan.
Articulatiemacht ontstaat in de wisselwerking tussen systeem en individu
Tegelijkertijd betekent het ook stilstaan bij de zorg- en hulpverleningscontext waarin patiënten en cliënten zich bevinden. Moeite hebben met lezen en schrijven, het niet spreken van de Nederlandse taal, afhankelijkheid van zorgprofessionals en beperkte eigen regie ervaren: het beïnvloedt allemaal of iemand de eigen stem kan laten gelden. Dit vraagt van professionals het bewustzijn van de innerlijke strijd die vooraf gaat aan een melding van discriminatie, en daarmee het besef dat zo’n melding serieus genomen dient te worden.
Articulatiemacht is daarmee een relationeel en dynamisch concept: het ontstaat in de wisselwerking tussen systeem en individu. Het is zowel een formeel recht dat van buitenaf wordt toegekend, als een van binnenuit beleefde realiteit. Zorgprofessionals spelen hierin een cruciale rol, door actief ruimte te maken voor die realiteit en mensen te ondersteunen in het ontwikkelen én uitoefenen van hun articulatiemacht.
Karima Bazi werkt als strategisch adviseur bij Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Ze is onder andere actief op het thema discriminatie in de zorg.