COLUMN Waarom de elite het volk niet snapt

Ik dacht even dat ik bij de Speld was uitgekomen. Een denktank van prominente bestuurders (type Hans Wijers, Angelien Kemna) buigt zich over de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden en komt met slimme adviezen. Leuker wordt het vandaag niet, mensen.

Het doet mij denken aan de allegorie van Plato’s grot. Velen zullen er wel van gehoord hebben, maar kennen de details minder goed. Dat is niet zo raar. Plato gebruikt het verhaal van de grot onder meer om te laten zien hoe feit en fictie zich tot elkaar verhouden. Maar de allegorie is ook bizar ingewikkeld en raadselachtig.

Filosofen zijn al eeuwenlang bezig met het duiden van de grot. De denker des vaderlands René ten Bos doet ook een duit in het zakje met zijn fascinerende boek “Het volk in de grot’. Wie denkt dat dit om een droge filosofisch-theoretische verhandeling gaat, komt bedrogen uit.

Sleutelvraag

Ten Bos geeft met zijn boek eigenlijk antwoord op een sleutelvraag in onze huidige samenleving die ook aanleiding was voor het koddige onderzoek van de denktank. Die vraag komt in diverse verschijningsvormen voor. Waarom voelt ‘het volk’ zich zo slecht vertegenwoordigd? Waarom profiteert ‘het volk’ zo slecht van economische voorspoed? Waarom stemt ‘het volk’ keer op keer op partijen of leiders die ostentatief liegen?

Zoals een goede filosoof betaamt, geeft ten Bos niet echt antwoord. Hij sluit zijn boek (voor mijn gevoel) cryptisch af met een opsomming van verschillende typen volken. Maar goed, filosofen gaan over vragen stellen, concepten verduidelijken en dilemma’s schetsen. Economen zijn gelukkig wat minder bescheiden. Ik doe een poging - in de geest van Ten Bos - wat verder te komen met het formuleren van een antwoord op bovenstaande vragen.

Urgentie

Het maatschappelijke probleem is urgent. Het is van groot belang dat zoveel mogelijk mensen in een samenleving zich betrokken en gehoord voelen. Waarom lukt dat zo slecht dan? In een recente aflevering van Pauw loog Baudet 18 keer in twee minuten zonder één kritische vraag van Jeroen Pauw te krijgen.

Over Donald Trump of Boris Johnson zijn soortgelijke verhalen te vertellen. Italië, Oost-Europa, Turkije, you name it, overal hetzelfde liedje. De populariteit van de Pinokkio’s lijkt daar evenwel geheel niet onder te lijden. Dat rechtvaardigt de vraag wat welke diepe redenen aan dit fenomeen ten grondslag liggen. De grot blijkt daarbij te helpen.

Volk

Ten Bos problematiseert eerst het begrip ‘het volk’. Logisch: de meeste populisten die menen namens het volk te spreken, laten volkomen onduidelijk wie ze daarmee bedoelen. Zijn het de boze burgers, de laagopgeleiden, de ‘gewone man’, de hardwerkende burger of gewoon de meerderheid? Het is bewust dat zulks niet duidelijk wordt want dat geeft ruimte voor gelegenheidsargumenten en opportunistische abstracties. Zeggen dat je namens het volk spreekt zonder dat duidelijk is wie je vertegenwoordigt is het ultieme onweerlegbare anonieme machtsargument.

De grot

Hoe speelt de grot van Plato een rol in dit discours? Het voert te ver om het verhaal van de grot in detail uiteen te zetten. Het komt erop neer dat er mensen langdurig vastgebonden in een grot zitten die daardoor een hele andere interpretatie van de werkelijkheid buiten krijgen dan mensen die buiten de grot zijn.

De vraag die Ten Bos stelt is wat dit met mensen doet, wat ze zouden doen als ze de grot zouden verlaten, hoe ze communicatie die van buiten de grot komt interpreteren, of ze hun lot in de grot accepteren en wat dies meer zij.

De moderne interpretatie die Ten Bos aan de allegorie geeft, is dat de ‘elite’ (zij die buiten de grot zijn) het volk fundamenteel niet snapt (en net als Plato zelfs vaak minacht). In de moderne wereld geplaatst: partijen als D66 of GroenLinks die gaan uitleggen hoe de markt voor zzp’ers werkt, dat migratie ook best positief kan zijn of klimaat echt heel belangrijk is: het miskent de behoeftes van de mensen in grot.

Kennis heilig

Want het is helemaal niet duidelijk dat die behoefte hebben aan zo’n uitleg. Nog erger, het top down uitleggen van de elite aan het volk hoe de wereld eruitziet of moet zien werkt vaak averechts. De superieure kennis van de elite wordt daarmee overschat en de mores bij het volk genegeerd of onderschat. Dit leidt tot een herhaald spel van misverstanden en irritaties.

De elite denkt dat waarheid een noodzakelijke voorwaarde is voor politieke en maatschappelijke stabiliteit. En natuurlijk is dat in bepaalde mate ook het geval. In een wereld waarin de leugen regeert, wordt het leven ingewikkeld en vast niet leuk. Maar verpest door René Descartes (cogito ergo sum; ik denk, dus ik ben), zijn we in de loop der eeuwen de kennis en waarheid te absoluut gaan zien. En het verspreiden ervan is verworden tot heilig doel.

Hoe nu verder?

Het relativeren van de waarde van kennis en de waarheid moet naar mijn mening beslist niet geïnterpreteerd worden als een lofzang op de leugen. Dat zal ook allerminst het doel van Ten Bos zijn geweest. Eerder als een zoektocht naar de werkelijke behoeftes van het volk (hoe dan ook gedefinieerd of opgeknipt) in de verschillende contexten.

Voorbeeld: het sociale domein

Laten we de context van het sociale domein bezien. De vroeg-demente oudere, de persoon met een schuldprobleem of de langdurig werkloze: Laten we ze ‘het volk’ noemen. De klassieke fout die ‘de elite’ (in dit geval de professional of de overheid) kan maken, is om het volk uit te leggen wat ze moeten doen.

Dat is precies wat er ook in de praktijk vaak misgaat. In plaats van uit te gaan van de behoefte van het volk worden de oudere, de schuldenaar of de langdurige werkloze door een eenheidsmolen gehaald. Kijk dit is goed voor je! Gebaseerd op algemene principes die misschien gemiddeld kloppen ontstaat zo regelmatig een mismatch tussen wat er geleverd wordt en waar behoefte aan is.

Balans

Ik interpreteer het boek van Ten Bos als een oproep tot meer balans tussen waarheidsvinding/ kennisverspreiding en het onderzoeken van de werkelijke behoeftes van het volk in al zijn gedaantes. Die balans houdt ook in dat je de behoeftes wel serieus neemt, maar die niet altijd hoeft te vervullen. Het levert een minder Babylonische spraakverwarring op tussen de elite en het volk dan nu en houdt de naargeestige populisten op afstand. Dat is veel waard.

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, en columnist voor www.socialevraagstukken.nl.

 

Foto: 1llustr4t0r (Flickr Creative Commons)

 

Dit artikel is 3988 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Misschien is een cursus van deze waarheidsvinding wel besteed aan Pauw.
    Die ik vaak waardeer, maar dit is zo een urgente taak als je die positie hebt.

  2. Beste Marcel Canoy, de kloof die u schetst is inderdaad van groot belang. Waarheid in perspectief plaatsen is daarbij ook na mijn mening cruciaal. Maar de aanzet tot een analyse gaat mijns inziens in de verkeerde richting.
    De “mismatch tussen wat er geleverd wordt en waar behoefte aan is” kan namelijk ook als het tegendeel van een kloof beschouwd worden. De “behoefte” aan hulp richt zich niet toevallig op de overheid. Dat is een uitvloeisel van een verzorgingsstaat en van de politieke beloften die mensen zich eigen hebben gemaakt. Ik zet dan ook vraagtekens bij uw concept van “werkelijke behoeftes”. Juist die aanname zet de deur open naar populisme.

  3. Uw bijdrage roept verschillende vragen op. 1. Waarom bevindt ‘de elite’ zich buiten ‘de grot’? 2. Waaruit maakt u op dat mensen zich – onvoldoende of misschien zelfs wel helemaal niet – betrokken en gehoord voelen? 3. Waarom is het een probleem dat populisten menen namens ‘het volk’ te spreken? ‘Het volk’ is toch een duidelijke categorie mensen? Namelijk gewoon alle mensen bij elkaar? Of rekent u zichzelf niet tot ‘het volk’? 4. Wat zijn ‘miskende’ behoeftes van ‘het volk’? Om welke behoeftes gaat het dan precies? Zijn die behoeftes bijvoorbeeld van materiële of immateriële aard? Zijn ze sociaal, financieel-economisch, emotioneel of fysiek van aard? 5. Wat is er mis met ‘kennis’? Is het niet zo dat menig vakmens, u incluis, zonder ‘kennis’ met lege handen zou staan? 6. Als u aanvaardt dat ‘kennis’ een voorwaarde voor het zinvolle karakter van uw werk is, welk deel van die ‘kennis’ zou u bestempelen als voldoende ‘waarheid’ bevattend voor anderen om uw ‘kennis’ door hen op zinvolle wijze toe te kunnen laten passen? Dat wil zeggen, met het door uw ‘kennis’ beloofde effect? 7. In het voorbij gaan aan ‘de klassieke fout’ niet de vraag te beantwoorden wat een ‘elite’, en dus ook een ‘non-elite’, zou kunnen zijn, is het de vraag of de ‘modi operandi’ van de professionals die ‘vroeg-demente ouderen’, ‘mensen met schuldproblemen’ of ‘langdurig werklozen’ helpen, dienen te worden geïnterpreteerd als ‘het volk uitleggen wat ze moeten doen’ en dat die professionals ‘niet uitgaan van de behoefte van de oudere, de schuldenaar of de langdurig werkloze’. Is mijn observatie juist dat uw stellige redeneringen in deze op zijn minst de indruk wekken dat het hier gaat om een door u als ‘waarheid’ geïnterpreteerd standpunt?
    Zoveel vragen. En dan ben ik maar een doodgewone leek, zelfs geen ‘amateurfilosoof’. In alle bescheidenheid geef ik u wel in overweging tijdens uw komende vakantie twee boeken serieus te bestuderen: Toulmin, S. (1956). On Argumentation en Trommel, W. (2018). Veerkrachtig bestuur. Daarna is het, indien u dat wenst, mogelijk om de discussie weer op te pakken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *