COLUMN Wie durft er nog kinderen te krijgen?

In Engeland zijn ‘watjesouders’ een begrip, lazen we in de Volkskrant van vrijdag 29 januari 2016: ouders beschermen hun kinderen tegen elk denkbaar ongemak, maar daarmee kweken ze watjes die niet tegen de buitenwereld zijn opgewassen (1) . Als voorbeeld wordt gewezen op kniebeschermers, helmpjes, gps-trackers om je kind ook op afstand in de gaten te houden en rubberen tegels onder het klimrek.

Nu is de aanleiding voor het artikel, het pleidooi van Froukje Hajer (ex Jantje Beton, thans Platform Ruimte voor de Jeugd, in haar pas verschenen boek ‘Werk maken van spelen’) voor meer speelruimte voor kinderen, meer dan terecht. Kinderen brengen steeds meer tijd op en rond school en naschoolse opvang door, en hebben steeds minder fysieke ruimte en tijd om vrij te spelen, terwijl dat essentieel is voor hun ontwikkeling. Tot zover zijn we het eens. Maar opvallend is wat er vervolgens mee gebeurt. Waar Hajer gemeenten en beleidsmakers oproept om werk te maken van buitenspelen, blijft in de media vooral haar uitspraak hangen: ‘Kinderen van nu hebben te maken met bezorgde ouders die hun kind kinderen volgen met gps’. (2)

Niet alleen in de media trouwens. Pedagogen en psychologen in Nederland (of Groot-Brittannië, of de Verenigde Staten) roepen maar al te graag dat ouders van tegenwoordig ‘hyperouders’ zijn, die hun kinderen zowel te veel verwennen als teveel pushen.(5) En hoewel er geen enkel onderzoek is naar de vraag hoevéél procent van de ouders gebruik maken van helmpjes of kindertracking-gps, wordt alom – óók door Hajer - gesuggereerd dat dit gemeengoed is (3). Evenmin is er onderzoek naar de schadelijkheid ervan. Niet dat ik voorstander ben, maar ik kan me voorstellen dat kinderen met zo’n gps-tracker juist méér bewegingsvrijheid krijgen. Desgevraagd meldt Lia Karsten, onderzoekster aan de UvA, dat zij weliswaar niet beschikt over cijfers, maar niet de indruk heeft dat dergelijke opsporingsapparatuur gemeengoed is in Nederland. (4)

Opvoeden in een vijandig klimaat

Zoals gezegd: gedegen onderzoek ontbreekt. Dan rijzen er twee vragen: waar komt die (vermeende) beschermingsdrang vandaan en waar komt die beschuldigende houding naar ouders vandaan? Voor de eerste kwestie, die van beschermende ouders, liggen een aantal verklaringen voor de hand. Ten eerste: ouders worden door hun omgeving voortdurend bekritiseerd, en dat begint al voor de geboorte met vragen over wat je gaat doen: borstvoeding of fles, inenten of niet, crèche of thuisblijfmoeder, voor alle standpunten zijn er felle verdedigers en keiharde veroordelingen. Daarbij is het voor ouders onmogelijk om aan alle critici tegemoet te komen: thuisblijfmoeders krijgen kritiek omdat ze niet geëmancipeerd zouden zijn, fulltime werkende moeders krijgen kritiek omdat ze hun kinderen ‘uitbesteden’ enzovoorts. Ouderschap is vooral een eenzaam project geworden, vol tegenstrijdige eisen. Op het moment dat je het ‘goed’ doet, faal je. Reden genoeg voor ouders om zichzelf en hun kind(eren) in te kapselen tegen de voortdurende kritiek.

Ten tweede is er allang geen dorp meer dat de kinderen opvoedt. Het gezegde ‘it takes a village to raise a child’ - een kind opvoeden doe je in een gemeenschap - gaat allang niet meer op. Buiten het tuinhekje of op straat is er geen vanzelfsprekend vriendelijk toezicht meer. Sterker nog: de gemeenschap is bij uitstek vijandig tegenover ouders, en kinderen worden vooral gezien als overlast. Een gebrek aan opvoeding wordt bij zo’n beetje elk maatschappelijk probleem als oorzaak aangegeven, terwijl die problemen zich juist in de openbare ruimte voordoen, daar waar niemand meer eigenaarschap op zich neemt. We kijken weg, en geven ‘de ouders’ de schuld.

Elke visie ontbreekt, behalve die ene: ouders deugen niet

Ten derde ontbreken bij de overheid en gemeenten zowel visie op ouderschap als ondersteunend beleid. De vragen ‘wat hebben ouders nodig om in deze tijd kinderen op te voeden tot de nieuwe generatie volwassenen en wat hebben kinderen nodig om gezond op te groeien’, ontbreken totaal. Sportvelden worden naar de periferie verbannen, open ruimten worden dichtgebouwd, speelterreintjes maken plaats voor lucratieve nieuwbouw (6). Wilde veldjes zijn een schaars goed, terwijl buitenspelen een essentiële voorwaarde is voor opgroeien, voor alle kinderen.

Kinderopvang is in het Nederlandse beleid ondergeschikt aan de luimen van politici. Wat de ene verkiezingsperiode wordt opgebouwd, wordt in het volgende weer wegbezuinigd. Veel ouders werken tegenwoordig allebei of zijn alleenstaand, maar de inrichting van de schooldag blijft daarbij nog altijd achter. Scholen klagen over ouders die hun kinderen met de auto brengen, maar zien de behoeften van ouders - veiligheid en combinatie met werk - over het hoofd. Datzelfde geldt voor overblijf en naschoolse opvang: waar scholen in het buitenland al sinds mensenheugenis zorgen voor een gezonde maaltijd, blijft dat hier ‘de verantwoordelijkheid van de ouders’, zodat de opgroeiende jeugd de dag moet doorkomen op een paar boterhammen en véél roze koeken en blikjes energy drink (7) uit de naast de school gelegen supermarkt. Dat alles onder het mom van de ‘verantwoordelijkheid van de ouders’. Zodanig zelfs, dat de wethouder van Amsterdam de gevolgen van armoede, stress en slechte woonomstandigheden, zichtbaar in obese kindertjes, wil criminaliseren als ‘kindermishandeling’ - daarbij de focus handig verschuivend van voedingsindustrie, fastfoodsector en zijn eigen falende armoedebeleid naar de schuld van de ouders. (8)

Het maakbare kind, de laakbare ouder

In dit vijandige klimaat voeden ouders op - en dat is de tweede kwestie. De verwijten zijn alom: scholen willen dat ouders ‘betrokken’ zijn, maar klagen over agressie als deze betrokkenheid hen even niet uitkomt. (9) Nergens wordt zoveel geklaagd over ouders als in het onderwijs. Sportclubs verwachten dat ouders hun kroost overal naartoe rijden en zelfs ‘bardiensten’ draaien, maar klagen als deze ouders zich echt met zaken gaan bemoeien. Het voormalige consultatiebureau monitort kinderen én hun ouders, klaar om in te grijpen als het mis gaat, maar ouders hebben vervolgens weinig inzicht en zeggenschap over het dossier. (10)

Daarbij ken ik werkelijk niemand die ooit een compliment heeft gekregen wanneer haar kind een gat in zijn hoofd heeft laten vallen: ‘Fijn! Daar leren ze van!’ Integendeel, op het moment dat ze na een ongelukje bij de Eerste Hulp komen, start het protocol Kindermishandeling. Op zich wellicht nuttig en nodig, maar in veruit de meeste gevallen onterecht, terwijl de boodschap tegenover ouders in die zorgelijke, kwetsbare situatie maar al te duidelijk is. Het is een wonder dat er nog mensen zijn die kinderen durven te krijgen.

Het geloof in de maakbaarheid van het leven komt nergens zo sterk tot uiting als bij kinderen: als er wat misgaat, moét het wel de schuld van de ouders zijn. De aandacht is verschoven van maatschappelijke verantwoordelijkheid (omgeving, beleid) naar individuele verantwoordelijkheid en dús maakbaarheid en laakbaarheid. Is het dan gek dat ouders steeds angstiger en bezorgder worden? Of dat ouders tegen de machtige instanties in opstand komen en dus neergezet worden als lastig of agressief? Dat zegt meer over de macht van die instanties, en de positie van ouders.

Geef kinderen, maar ook ouders de ruimte én de steun die zij nodig hebben om op te groeien en op te voeden. En weet dat ouders vooral zielsveel van hun kinderen houden. Maar één ding: die rubberen tegels zijn niet belachelijk. In de natuur groeit er ook geen beton onder een boom. De gek die bedacht heeft dat er onder een klimrek betonnen tegels horen te liggen, is een kinderhater.

Noten:
(1) http://www.volkskrant.nl/buitenland/in-engeland-is-watjesjeugd-een-begrip~a4234554/
(2) http://www.froukjehajer.nl/wp-content/uploads/2016/02/Persbericht-Werk-maken-van-spelen-Froukje-Hajer.pdf
(3) Bijvoorbeeld http://www.consumed.nl/artikelen/115/%E2%80%98Helikopterouders%E2%80%99:_overbezorgd_en_beheersend
(4) Ik mailde haar naar aanleiding van dit artikel http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3668694/2014/06/07/Big-Mother-is-watching-you.dhtml
(5) http://www.trouw.nl/tr/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3137754/2012/01/25/Hyperouders-doe-eens-rustig.dhtml en https://www.jmouders.nl/ouders/opvoedstijlen/aanmoedigen/pushen-we-te-veel
(6) Voorbeelden uit mijn eigen gemeente
(7) Observatie bij lokale supermarkt, geldt ook voor dunne kinderen.
(8) http://www.parool.nl/binnenland/-jeugdobesitas-is-kindermishandeling~a3285652/
(9) http://www.nji.nl/nl/Passend-onderwijs-en-jeugdhulp/Zorgzame-leeromgeving/Verschillende-ouders-en-benaderingswijzen
(10) http://www.ouders.nl/artikelen/inzien-kinddossier-kan-lastig-zijn

Dit artikel is 3996 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Goed geschreven stuk. Ik mis echter de connotatie dat wanneer je als maatschappij wel de verantwoordelijkheid op pakt om in openbare ruimten andermans kinderen aan te spreken als er iets gebeurt dat niet kan, dat je dan van diezelfde ouders wie alles verweten wordt, en enorme grote mond krijgt met de opmerking erbij de opvoeding aan de ouders over te laten.
    In mijn ogen zijn ouders in dat geval wel zelf schuld wanneer hun kroost niet met luistert naar andere volwassenen.

  2. Als ervaringsdeskundige, dichtbij een geval van arrogante en onterechte ‘erop af!’-narigheid van de kant van hulpverleners tegen volkomen onschuldige ouders kan ik alleen maar zeggen: chapeau! Helemaal waar. Dank hiervoor.

  3. Ik kreeg wel een keer een compliment van de CB-arts vanwege de blauwe plekken op de schenen van mijn dochter. “Eindelijk een die blijkbaar lekker buiten speelt en klimt en valt” zei ze. Maar dit is wel ruim 20 jaar geleden.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *