Het is inmiddels negen jaar geleden dat ik mijn oratie uitsprak met als titel Over de integratie van migranten in Nederland en de actualiteit van het integratieconcept. Ook toen al klonk er kritiek op het integratieframe waarin positie en waarden van migrantengroepen – impliciet of expliciet – worden vergeleken met die van de groep zonder migratieachtergrond. Denken in termen van groepsverschillen ligt op de loer, waarbij bepaalde groepen als buitenstaander en als niet-geïntegreerd worden gezien.
De nadruk komt snel eenzijdig te liggen op factoren die worden toegeschreven aan ‘cultuur’ of religie
De nadruk komt dan al snel eenzijdig te liggen op factoren die worden toegeschreven aan de ‘cultuur’ of religie van mensen met een migratieachtergrond. En wat betekent het integratiebegrip voor Nederlandse burgers die hier geboren en getogen zijn, maar van wie de ouders of grootouders in een ander land zijn geboren? Waarin moeten zij integreren?
Opvattingen gingen schuiven
Negen jaar geleden dacht ik dat de kritiekpunten niet zwaar genoeg waren om dit integratieframe terzijde te schuiven. In de jaren daarna begonnen mijn opvattingen erover al enigszins te schuiven. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd hebben me definitief op andere gedachten gebracht: de houdbaarheid van het integratiebegrip is verstreken.
Het door politici gehanteerde frame leidde tot veel verdriet, zorgen en boosheid
De beperkingen ervan werden de afgelopen tijd glashelder toen politici de rellen in Amsterdam duidden als integratieprobleem. Oorzaken zochten zij eendimensionaal bij de afkomst van mensen. Zij werden weggezet als een homogene groep en buiten de samenleving geplaatst. Dat het overwegend personen betrof die in Nederland zijn geboren en getogen, deed er kennelijk niet toe.
Het door politici gehanteerde frame leidde tot veel verdriet, zorgen en boosheid. En toen werd in de Tweede Kamer ook nog eens debat gevoerd over mogelijkheden om mensen de Nederlandse nationaliteit te ontnemen. Dat joeg de weerzin, boosheid en onzekerheid alleen maar verder op. Mensen voelen zich ontheemd. Zij dachten burger te zijn van dit land, maar voelen zich nu weggezet.
Mensen met een migratieachtergrond ervaren dat ze er in de basis toch niet bij horen
De gebeurtenissen van de afgelopen tijd en ook de motie van VVD-Kamerlid Becker – over onderzoek naar de ‘culturele en religieuze normen en waarden’ van Nederlanders met een migratieachtergrond – passen in een trend die al langer speelt. Mensen met een migratieachtergrond ervaren dat ze er in de basis toch niet bij horen. Dat ze niet meetellen, ook al hebben ze een Nederlands paspoort en zijn ze in dit land geboren.
Toeschrijven van negatieve kenmerken
Het idioom van integratie is weer volledig terug (van nooit weggeweest?). Afgestoft zijn de denkwijzen en uitspraken die aan het begin van deze eeuw gangbaar waren in het politieke en maatschappelijke discours. We hebben het niet over individuele burgers, maar over etnische en religieuze groepen die los staan van de samenleving en met argwaan worden bekeken.
De Canadese socioloog Michèle Lamont spreekt over recognition gaps in de samenleving. Daarmee doelt ze op het verschijnsel dat bepaalde groepen niet als waardevol onderdeel van de samenleving worden gezien. Dit is het gevolg van processen van stigmatisering, van het toeschrijven van negatieve kenmerken aan groepen.
Stigmatisering heeft een prijs
De manier waarop in Nederland in het politieke en maatschappelijke debat over groepen met een migratieachtergrond wordt gesproken, past naadloos in deze denkwijze. Personen met een migratieachtergrond wordt ‘cultureel lidmaatschap’ van die samenleving onthouden: in essentie horen ze er niet bij. Zelfs als ze in dit land geboren en getogen zijn, worden ze niet gezien als waardevolle leden van een gemeenschap, maar als leden van groepen die vanwege hun etnische en religieuze achtergrond minder en anders zijn.
We moeten een andere bril opzetten als we het hebben over de verhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen
Stigmatisering heeft een prijs. Het zet de sociale cohesie onder druk, het heeft negatieve gevolgen voor het fysieke en psychische welzijn van burgers en het vermindert het vertrouwen in politiek en instituties.
We moeten een andere bril opzetten als we het hebben over de verhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Niet langer kijken vanuit het perspectief van er wel of niet bij horen, maar vanuit het perspectief dat burgers behoren tot groepen met een gelijkwaardige status. Het integratieframe helpt hier niet bij.
Andere taal en perspectief
Het is belangrijk een andere taal en perspectief te ontwikkelen waarbij we personen met een migratieachtergrond niet bij voorbaat als ‘anders’, problematisch en niet geïntegreerd zien. Daarmee bedoel ik niet dat we in het onderzoek geen aandacht meer (mogen) besteden aan de mogelijke betekenis van migratieachtergrond, of dat de politiek bepaalde vraagstukken niet meer mag ‘benoemen’. Maar denk wel goed na over wanneer dergelijk onderzoek gepast is. En bezie migratieachtergrond altijd in relatie tot andere factoren die bijdragen aan iemands positie, opvattingen en sociale netwerken.
Het integratieframe is niet neutraal, maar draagt bij aan de uitsluiting van groepen
Het integratieframe is niet neutraal, maar draagt bij aan de uitsluiting van groepen. Je gaat het pas zien als je het doorhebt, zei Johan Cruijff ooit, en dat geldt ook hier. Dus laten we afscheid nemen van dit frame, in het onderzoek en in het politieke discours. Dan leidt de commotie van de afgelopen tijd ook nog tot iets positiefs.
Jaco Dagevos is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar integratie en migratie. Dit opinieartikel is eerder gepubliceerd in Trouw.
Foto: photocapy (Flickr Creative Commons)