Deradicalisering jihadgangers is bovenal wensdenken voor gemoedsrust

We weten waardoor jihadgangers hun heil bij geweld zoeken. Gegeven die kennis hoeven we ons niet af te vragen of deradicaliseringsprogramma’s werkzaam zijn. Dat ze dat wel zouden zijn is wensdenken om ons gemoed gerust te stellen.

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) vroeg het zich wél af, of deradicaliseringsprogramma’s zinvol zijn, zo meldt het weekblad Elsevier (4 oktober 2018). De NCTV weet nu ook dat een effectief ‘medicijn’ nog niet bestaat en praktisch wensdenken is. Dit dringt maar moeizaam door in bredere kring. Verbazing en weerzin heersen over het gegeven dat Samir A. in zijn denken nog zo radicaal is (NRC, 29 maart 2019) en er in islamitische kringen wordt gecollecteerd voor de terugkeer van IS-gangers (de Volkskrant, 1 april 2019).

Diagnose: gevoelens van vernedering

Met een indringende belangstelling bracht de terrorismedeskundige Jessica Stern jaren door bij militante groeperingen in de islamitische wereld, analyseerde hun gedrag, handelen en de achterliggende motieven. Zij kwam tot een overtuigend inzicht en legde haar bevindingen neer in de overrompelende studie Terror in the Name of God (2003). In een interview vatte ze de voedingsbodem van het probleem als volgt samen: ‘Mij lijken gevoelens van vernedering en vervreemding de kern van het pro­­bleem. Ik zou daarom een oorlog tegen de vernedering willen af­kon­digen, maar hoe doe je dat?’

Stern is niet de enige die nadrukkelijk heeft gewezen op de rol van een opeenstapeling van schaamtevolle ervaringen als uitzonderlijk krachtige brandstof voor geweld. Zulke ervaringen snijden ons diep in de ziel en voeden een uiterst venijnig samenballen van angst, verdriet en woede.

Ook internationaal vermaarde wetenschappers als Louise Richardson, Hans Magnus Enzensberger, Roy Baumeister, Abram de Swaan en Olivier Roy trekken strakke lijnen tussen (de angst voor) vernedering en geweldsuitbarstingen. Je kunt eveneens bij mijn De terreur van schaamte (2015) en Schaamrood (2017) terecht om nader geïnformeerd te worden.

Hoe om te gaan met schaamte?

Hoe overtuigend de diagnose van Stern en anderen ook mag zijn, ze geven geen antwoord op de vraag hóe om te gaan met wat we in het dagelijks leven ‘schaamte’ noemen: die vernedering en vervreemding én de angst voor herhaling ervan. Al kan een aanzet hiertoe wel worden aangetroffen in Richardsons What terrorist want; Understanding the enemy, containing the threat (2006).

Het is mogelijk teveel gevraagd om zowel een algemene diagnose als de remedie aan te bieden. We hebben inmiddels echter de nodige sociologische, sociaalpsychologische en neurologische kennis van wat schaamte behelst, hoe het ontstaat én wat het kan uitrichten. We weten met welk ingrijpend sociaal-emotioneel fenomeen we te maken hebben. Daarmee wordt het mogelijk om hulpverlening, preventie en interventies realistischer vorm en inhoud te geven.

Zo weten we dat de ernstigste vormen van schaamte worden opgedaan in de eigen sociaal-culturele groep, in onderhavig geval, die waartoe de jihadgangers behoren: de moslimgemeenschap. Dit werd nog niet zo lang geleden nadrukkelijk onderstreept door Souad Mekhennet in haar journalistieke zoektocht I was told to come alone; My journey behind the lines of jihad (2017). Recentelijk onderbouwde Ruud Koopmans met Het vervallen huis van de islam (2019) de tekening van islamitische staten en samenlevingsgroepen als onderdrukkend en uitgesproken vernederend in menig opzicht. Daar komen de schaamte-ervaringen die de westerse buitenwacht veroorzaakt, nog eens bij.

Schaamte-ervaringen staan in onze ziel gegrift als letters in marmer: voor de rest van ons leven. Ze zijn onuitwisbaar, uiterst pijnlijk en vormen de ader van een vrijwel onverzadigbaar verlangen naar het zo dikwijls gehoorde ‘respect’, dat wil zeggen, geborgenheid, waardering en bewondering. Bij gebrek daaraan lonkt de weg van geweld: if you can’t join them, beat them!

Respect ter compensatie

Vernedering verlangt respect ter compensatie – goedschiks of kwaadschiks. Meer dan eens is het ondoenlijk om dat respect te verkrijgen in de eigen moslimgroep en in de bredere maatschappelijke context. Een rechtvaardiging voor een gewelddadige (uit)weg is vervolgens gemakkelijk te vinden. De jihadganger is - in de eigen beleving - slachtoffer van het decadente Europa en van de eigen moslimgroep die de leer van de Koran verzaakt.

Respect wordt vervolgens in de koesterende jihadgroep wél gevonden, hoe kortstondig die soms mag zijn in dit aardse leven. Wie meent die koestering te kunnen aftroeven hier in Europese landen met werk, een woning en de druk van de familie en de imam, weet niet wat schaamte-ervaringen uitrichten.

Het opdoen van ernstige schaamte-ervaringen in het eigen verleden, een gebrek aan koesterende geborgenheid in het heden en een ontbrekend toekomstperspectief worden door de jihad ruimschoots goedgemaakt. Als jihadstrijder weet je je geborgen tot in het hiernamaals. Met gewelddadige agressie wreken de jihadstrijders de eigen opgelopen schaamte.

Het is een betoverend (droom)beeld dat strijders zichzelf en lotgenoten in de Europese landen voorhouden. Die reis en de oorlogservaringen zijn vervolgens voor de jihadspijtoptanten tot een nieuwe en extra belastende schaamte-ervaring verworden. Hierbij voegt zich ook nog het gedwongen vertrek of deserteren uit de gewelddadige jihad.

Deradicalisering is wel denkbaar maar is praktisch vooral wensdenken

Kunnen de Europese landen in het algemeen en de moslimgemeenschappen in het bijzonder het broodnodige respect garanderen voor de potentiële jihadspijtoptant? Die moslimgemeenschap en Westerse samenleving bezorgden hem of haar juist de schaamte-ervaringen die het afreizen naar Syrië en Irak voedden.

Het drieluik is zichtbaar dat voor het ‘afkicken’ ingekleurd moet worden, namelijk a] een regulier acceptabele geborgenheid in het heden; b] een duurzaam toekomstperspectief; c] een evenwichtige emotionaliteit, ofwel het verwerken van de gemankeerde, door schaamte aangestuurde emotionaliteit die in het recente verleden werd opgelopen.

Ga er maar aanstaan!

Het is dan ook praktisch een retorische vraag of de eigen moslimgemeenschappen en de Westerse samenlevingen een afdoende alternatief (kunnen) vormen voor de terugkerende jihadganger en zodoende zal deradicaliseren. Denkbaar? Jazeker, maar praktisch betreft het bovenal wensdenken om ons gemoed gerust te stellen.

Toch maar eens kennisnemen van de explosieve reikwijdte van schaamte. Gegeven een onbevredigend alternatief voor de jihad, zijn en blijven de schaamte-ervaringen een kruitvat met een lontje dat gemakkelijk aangestoken kan worden. Niet voor niets bouwen we al eeuwen het kruithuis zo ver mogelijk buiten de woonkernen. Of, in stijl met het onderwerp, vertrouw op Allah, maar bind eerst je kameel vast.

Aart G. Broek is sociaal wetenschapper en deskundige op het gebied van conflict-, agressie- en geweldsbeheersing. Hij is auteur van onder meer 'De terreur van schaamte; Brandstof voor agressie' (2015) en 'Geboeid door macht en onmacht; De geschiedenis van de politie op de Nederlands-Caribische eilanden' (2011).

Foto: Father Maurer (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1621 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (5)

  1. Schaamte is een brandend gevoel. Maar geldt axiomatisch: geen emotie zonder een regel die eerder ingeprent is. Of ook: geen (Jihadistische) instelling zonder vooraf gaande voorstelling. En hoe jonger die is aangebracht, des te effectiever haar latere effect. Vergelijk dit o.a. met het ‘inhaleren’ van een moedertaal. Dat gaat helemaal onbewust en is niet meer definitief af te leren. Idem de-jihadisering!

    Intellectualiter volstaat het dus niet om jihadisme tot een of andere schaamtegevoel te fixeren en moeten wij dan achter zijn grondleggende regels aan, wat in dit geval geen praktisch probleem oplevert. Ze staan immers even onverholen als onverbiddelijk in de Koran en dat boek is overal verkrijgbaar. Vanzelfsprekend moet bij hun bestudering met intermediairen als ouders, opvoeders, predikers en conserverende gemeenschappen rekening worden gehouden. Allemaal sociologie en culturele antropologie dus.

    Van heropvoeding van jihadi’s, aan de hand van de individualistisch georiënteerde moderne psychologische/psychiatrische wetenschappen, is geen bescherming van de (Westers) Groep te verwachten. Mogelijk integendeel zelf!
    Addendum: Hegel (1770-1832) schrijft: Wat voor Robespierre als la liberté et la terreur gold, is voor Mohammedanen la réligion et la terreur.’ Schopenhauer (1788-1860) spreekt hem niet tegen, (Flaubert, Bovary: 1821-1880) bevestigt beiden.

  2. @HPax / De veronderstelling dat IS-gangers vanaf hun jonge jaren intensief met het fundamentalistische gedachtegoed zijn geïndoctrineerd en zodoende gemakkelijk ‘kanonnenvoer’ voor de strijd in Syrië en Irak zouden zijn geworden, wordt niet ondersteund door onderzoek.
    Het meest recente onderzoek naar de Syriëgangers – i.c. dat van Anton Weenink, Politieacademie Apeldoorn – maakt dit nog eens duidelijk; zie de Volkskrant van 17 april jl. voor een indruk van het onderzoek [ https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/veel-syriegangers-leidden-voor-vertrek-al-een-ontspoord-leven~bce25129/ ]. Het rapport van Weenink vind je hier: https://www.politie.nl/binaries/content/assets/politie/politie-2019-rapport-de-syriegangers.pdf .

    Ongetwijfeld krijgt een fundamentalistische interpretatie van islamitisch gedachtegoed vat op de (jonge) mannen en vrouwen. Dat dit mogelijk wordt, komt door wat ik ‘een opeenhoping van vernederende ervaringen’ noem (wat ‘schaamte’ met zich meebrengt) – zo blijkt ook uit voornoemd rapport, dat spreekt van een ontspoord leven (wat op hetzelfde neerkomt).

    Het oplopen van een schaamtevol leven als basis voor agressie/geweld is al veel langer bekend, ook waar het terroristen betreft; ik verwijs naar enkele studies. Opmerkelijk is dat de afgelopen tien jaar (ten dele) het wiel eerst weer opnieuw moest worden uitgevonden door IS-gangers een voor een te bestuderen en dan tot heel voorzichtige conclusies te komen. Dominant is nog steeds dat iedere terrorist toch echt weer heel anders in elkaar steekt.

    De problematiek is (vanzelfsprekend) ook anderszins ‘aan te vliegen’. Dat ‘schaamte’ agressie en geweld veroorzaakt weten we vooral en al decennia door de experimentele (sociaal)psychologie, in dezen ondersteund door neurologische studies, alsook door de sociologie, want ‘schaamte’ is een sociale emotie: mensen bezorgen elkaar schaamte-ervaringen.

  3. Citaat: ‘De veronderstelling dat IS-gangers vanaf hun jonge jaren intensief met het fundamentalistische gedachtegoed zijn geïndoctrineerd’ [ ……] ‘wordt niet ondersteund door onderzoek.’
    En ook niet door ondergetekende. Indien ik de indruk van wél heb gewekt, moet het aan mijn imperfecte redactie liggen, waarvoor bij deze mijn excuses.

    Ik borduur kort voort op de relatie tussen regel (norm) en emotie. U schrijft:
    ‘Ongetwijfeld krijgt een fundamentalistische interpretatie van islamitisch gedachtegoed vat op de (jonge) mannen en vrouwen. Dat dit mogelijk wordt, komt door wat ik ‘een opeenhoping van vernederende ervaringen’ noem (wat ‘schaamte’ met zich meebrengt) – zo blijkt ook uit voornoemd rapport, dat spreekt van een ontspoord leven (wat op hetzelfde neerkomt).’

    Vernedering impliceert de verhouding hoog/laag, en in het algemeen gesproken het begrip ongelijkheid. Maar wát voor ongelijkheid wordt aangezien, en hoe zij wordt gewaardeerd, varieert cultureel. Zo is het een Islamitisch principe dat zijn Belijders in rang boven enige ongelovige gaan. Altijd, overal. Indien dan Islamieten in hun contacten met Westerlingen hun aanspraak op superioriteit niet gehonoreerd zien, kunnen zij dat als vernederend ervaren, maar is dat hun zaak en schuld. En niet de ‘onze’.
    En als zij daarna uit een wrok & schaamte ook nog tot een gewelddadig jihadisme overgaan, mag minstens om wetenschappelijk-juridische reden die schuldtoewijzing niet ontbreken. Je kunt ze dan niet meer primair als slachtoffers publiceren; ze máken slachtoffers, en daarvoor dienen te worden gestraft, ook anderen veiligheidshalve.

    En zo zien we hoe een ‘regelmatige’ of normatieve benadering van het probleem van het ‘deradicaliseren van jihadgangers’ een nuttige, er nauw aan verbonden cognitie aan het licht brengt, en dat is nog maar het begin van een te verwachten reeks onthullingen. Stilstaan en opgaan bij en in een emotie daarentegen, brengt het in het onderhavige geval niet verder dan zoiets als slachtofferhulp voor de daders. Wat tegensprakig aandoet.

    Tussen haakjes: hoe word je jihadi? In beginsel ongeveer zo.
    In veel Islamitische gezinnen, afkomstig uit Noord-Afrikaanse Landen (NAL) en hier domiciliair gevestigd, wordt structureel aan de opvoeding van jongens (A) weinig gedaan, aan dat van de meisjes (B) relatief meer. Je hoort dan ook niet veel van crimineel gedrag van de laatsten. Ze worden binnenshuis ‘bewaard’, gehoorzamen hun ouders, maar moeder heeft minder tot niets over haar eigen zoons te zeggen.
    Als nu in het algemeen opvoeding O een geheel vormt, mogen we in dit Islamitische geval schrijven dat A (= niet opvoeding) i.v.m. B dat toch ook wél weer is en geldt dat A + B = O.

    Wat wij dan NALse misdaad noemen, is grotendeels Islamitische (culturele) opvoeding. Jongens uit dat genre Culturen worden al heel jong aan de straat toevertrouwd. En aan de buurtmoskee. Daar leren ze nog iets, van elkaar en van de Imam, bijv. hoe ze Jihadist kunnen, moeten enz. worden. Zo is denk ik ook de Oude van de Berg begonnen, met verwaarloosde jongens om zich heen te verzamelen. Plus niet te vergeten hash! Een oude & gemoderniseerde Islamstructuur! Effectief, dodelijk. Dan voor hun resocialisatie, straf e.d. hun ouders of oom inschakelen is zinloos of zelfs funest.

  4. @ HPax / “Indien dan Islamieten in hun contacten met Westerlingen hun aanspraak op superioriteit niet gehonoreerd zien, kunnen zij dat als vernederend ervaren, maar is dat hun zaak en schuld. En niet de ‘onze’.”
    Waar het de mogelijkheden en beperkingen van ‘deradicalisering’ betreft, is het wel degelijk ook ‘onze’ zaak dat de ervaring er – bij moslims – ligt, dat vernederingen zouden worden opgelopen door ‘onze’ westerse samenlevingen. Die ‘ervaring’ mag niet te rechtvaardigen zijn, maar de consequentie ervan is hoe dan ook dat de agressie c.q. het geweld dat met de schaamtevolle vernederingen verbonden is, wordt gericht op ‘onze’ samenlevingen.
    Overigens wordt er lang niet alleen naar de westerse samenlevingen een beschuldigende vinger gericht, maar evenzeer – zo niet meer – naar de eigen islamitische samenlevingen. Het mag dan ook niet verbazen dat de meeste en ernstigste aanslagen plaatsvinden in de islamitische samenlevingen zelf.
    Het wijzen op de westerse samenlevingen als de boosdoener van de vernederingen die moslims oplopen dient veelvuldig als ‘externalisering’ van de eigen verantwoordelijkheid in dezen. In het Bijbelse scheppingsverhaal wees Adam op Eva als de boosdoener, en zij wees op ‘de slang’: we leggen de schuld van falen en de daarmee verbonden afwijzing c.q. vernedering graag bij ‘de ander’ (het is een algemeen menselijk verschijnsel en komt zodoende overal voor).

  5. Ik zou persoonlijk toch pleiten voor levenslange opsluiting. Schaamte is maar een van de emotionele aspecten die zouden kunnen bijdragen aan radicalisering, en het verschilt ongetwijfeld van terrorist tot terrorist in hoeverre schaamte hun drijfveer was vergeleken met andere emoties zoals superioriteitsgevoel, haat, minachting, complotdenken, en/of koelbloedige morbiditeit. Mensen worden bovendien maar ten dele gedreven door emoties, en zolang een terrorist blijft vasthouden aan zijn jihadistische rhetoriek en logica is de kans op deradicalisering sowieso nul, ongeacht hoeveel psychologische hulp en toekomstperspectief de Nederlandse overheid denkt te kunnen bieden. Gevallen zoals Samir A. bewijzen juist dat de tradidionele heropvoedings- en reclasseringsmethoden gericht op het oplossen van sociale of psychologische problemen niet werken voor terroristen die een ideologisch/religieus motief hebben.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *