Do it together: de koorts van optimistische naïviteit

Het lijkt wel of er twee soorten ‘actieve burgers’ zijn. De sociaal ondernemers van Jan Rotmans die maatschappelijke veranderingen initiëren. En de rest van Nederland: de kwetsbaren die lijden onder de optimistische naïviteit in het sociale domein.

Nederlanders klussen graag zelf. In iedere Nederlander schuilt wel een bouwvakker. De ethiek van undergroundbewegingen en de punkscene viert vandaag de dag dan ook hoogtij: Do it Yourself! In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw brachten bands als Crass en Fugazi deze ethiek tot uiting in het verspreiden van hun muziek. Vandaag de dag is deze DIY-aanpak niet verbonden aan anti-consumptisme en afkeer van uitbuitende industrieën, maar aan experimenten in het sociale domein. En het is verdraaid hip.

Hip omdat, hoe vreemd het ook mag klinken, de DIY-ethiek aansluit bij het neoliberale ideaal van ‘eigen verantwoordelijkheid’ en de ‘zelfredzaamheid van burgers’ die over de uitvoering van het sociaal werk in Nederland wordt gelegd. Dit gebeurt door het gebruik van mooie, optimistisch klinkende termen en naamgevingen zoals civil society, community care, big society, zorgzame samenleving of participatiesamenleving. Door het stellen van wettelijke kaders als de Wet maatschappelijk ondersteuning en de leidende bakens van de al net zo positieve inslag ‘Welzijn nieuwe stijl’ geheten, wordt er een ideologie uitgerold die zorg en welzijn moeten redden van een ondergaande verzorgingsstaat.

Het is een kwestie van andere ordening van prioriteiten

De stijgende zorgkosten worden vaak gehanteerd om aan te geven dat een verandering in bekostiging noodzakelijk is. De verzorgingsstaat zou niet houdbaar zijn. Vergrijzing wordt hierbij vaak - maar onterecht - aangewezen als belangrijkste oorzaak van de stijgende kosten. Dat het overgaan van een sociaal democratische verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving (lees: neoliberale verzorgingsstaat) veel meer een ideologische paradigmashift is dan een noodzakelijke en onafwendbare economische noodzaak, wordt zelden uitgesproken. Het betreft hier een andere ordening van prioriteiten. De verzorgingsstaat blijft gewoon bestaan, maar we noemen het anders en we beperken de toegang tot de verschillende verzorgingsarrangementen.

Daar waar de nationale overheid verantwoordelijkheden afstoot en deze decentraal opgepakt moeten worden door gemeenten met aanzienlijk minder middelen, zien we de roep tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Dit wekt de suggestie dat we met z’n allen al jaren vergeten waren dat kwetsbare burgers beschikken over nog niet ontgonnen, aan te boren bronnen van sociaal kapitaal. Het sociaal netwerk in de vorm van familie, naasten, vrienden, buren moet een keur aan mantelzorgers en vrijwilligers opleveren die ondersteuning en zorg op lange termijn moeten realiseren. En dat terwijl we in Nederland al relatief veel mantelzorg verlenen en erg actief zijn als vrijwilligers, zoals we ook kunnen lezen in het SCP rapport Informele zorg in Nederland.

Zelforganisatie is wel degelijk van bovenaf bepaald

Even terug naar die punkgemeenschap. Zelforganisatie komt daar tot stand door initiatieven van onderaf en een redelijk gedeeld gemeenschappelijk wereldbeeld. Dit is een hele andere vorm van organiseren dan een bedrijfsmatig of hiërarchisch model. De gevraagde zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijk die heden ten dage van burgers wordt gevraagd is bij uitstek wél een vraag die van bovenaf komt. En hoewel de oplossingen niet door de staat worden aangedragen maar vanuit de organisaties die de zorg leveren en willen blijven leveren, is de noodzaak en de richting van denken wel van degelijk bovenaf bepaald.

De onlangs gepromoveerde Ivo Nienhuis concludeerde recentelijk op deze website dat zelforganisatie niet kan worden afgedwongen maar hoogstens kan worden gestimuleerd door facilitering vanuit de overheid. Ongeveer hetzelfde stelde Evelien Tonkens op 1 november ook al in de NRC onder de veelzeggende titel: ‘Als de overheid zich terugtrekt participeren mensen juist minder’. Zonder steun van de overheid en ondersteuning van formele instituties komen de gewenste initiatieven vaak niet tot stand of zijn geen lang leven beschoren. Immers, zoals ook Justus Uitermark zegt in Sozio 5 van dit jaar: ‘betrokkenheid is vaak licht en tijdelijk’. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) maakt in het onlangs verschenen adviesrapport ‘Leren innoveren in het sociale domein’ op dat zelfredzaamheid is veranderd in samenredzaamheid. Van Do It Yourself naar Do It Together, zeg maar. We zullen het samen moeten organiseren.

Collectieve naïviteit beheerst het sociale domein

Organisaties in de sociale sector buitelen over elkaar heen als het gaat om de innovatie van aanpakken op de werkvloer. Er wordt een verscheidenheid aan interventies gehanteerd voor het aanmoedigen van zelfredzaamheid, het versterken en benutten van netwerken, het versterken van buurten en het doen van aanspraak op de eigen kracht. Gemeenten en organisaties vinden overal ‘nieuwe wielen’ uit. Toch is er maar in weinig gevallen sprake van een langetermijnvisie. Immers, op korte termijn proberen alle betrokken partijen het eigen vege lijf te redden. De onzekerheid en angst lijken er goed in te zitten en de ontslagen bij organisaties in de sociale sector zijn op het moment niet van de lucht.

Het is belangrijk om te kijken waar het misgaat. Moeten we voor het realiseren van ondersteuning op lange termijn wel vertrouwen hebben in informele netwerken? Het antwoord impliceert de vraag; hebben we het er voor over? Immers, ondersteuning en begeleiding in de vorm van mantelzorg en vrijwilligerswerk vraagt een structurele inzet. Dergelijke voortdurende inspanning is belastend, vooral wanneer men er niet bewust voor heeft gekozen. Het is ook bekend dat informele arbeid zoals mantelzorg gevolgen heeft voor de arbeidsmarktparticipatie.

Hebben we het er voor over? Voor elkaar? We weten dat mensen als er genetische of affectieve banden zijn door vertrouwen sneller geneigd zijn tot zogeheten gegeneraliseerde wederkerigheid. Maar ook al doen we graag dingen voor elkaar, we verwachten daar wel iets voor terug. Dat geldt natuurlijk in mindere mate voor mensen met bijvoorbeeld een (lichte) verstandelijke beperking of kwetsbare ouderen, maar het is ook bekend dat het niet terug kunnen geven schuldgevoelens op kan wekken en zorgt voor vraagverlegenheid. Femmianne Bredewold kwam in haar proefschrift ‘Lof der oppervlakkigheid’ dan ook tot de conclusie dat we niet mogen verwachten dat er spontaan duurzame relaties tussen burgers met en zonder beperkingen tot stand komen. Juist de sociale professional heeft een ondersteunende rol bij de totstandkoming van wederkerigheid in relaties stelt ook het Movisie-rapport ‘Het belang van Tijdvoorelkaar’.

Het is dan ook naïef om te verwachten dat we in onze complexe samenleving in Ferdinand Tonnies’ termen weer terug zouden keren van een Gesellschaft naar een Gemeinschaft met de informele mechanische solidariteit die we kennen van kleine, hechte gemeenschappen. De participatiesamenleving neemt de vorm aan van een groot sociaal experiment. Het ergst van dit alles is dat de mensen om wie het gaat, de kwetsbare ouderen, de licht verstandelijk beperkten tot proefkonijnen zijn verworden van deze optimistische naïviteit in het sociale domein.

Jaap Olthof is socioloog en werkt als docent aan de Academie voor Sociale Studies van de Hanzehogeschool Groningen. Dit artikel is gebaseerd op zijn bijdragen in Ageing: Perspectives from Europe a on a vaunted topic. Londen, 2014 en in Diversity and the Processes of Marginalisation and Otherness: giving voice to hidden themes - a European perspective' in de serie Critical Studies in Socio-Cultural Diversity. Londen, 2015.

Foto: Bas Bogers

Dit artikel is 597 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. De klassieke fout is om de gebruikers van de verzorgingsstaat als een homogene groep te zien. Dat zijn echt niet allemaal kwetsbaren. Een gedifferentieerde aanpak is op zijn plaats. Gun de echt kwetsbaren een sociaal democratisch arrangement en de wat minder kwetsbare een neo-liberale wasstraat. De keus is dus minder ideologisch dan Olthof schetst. Ook de sociaal democratie heeft al langer in de smiezen dat alleen maar pamperend niet helpt (Giddens). Zeker als het gaat om mensen die zelf wat kunnen en hun netwerk kunnen gebruiken. Ook de impliciete beeldvorming dat het stelsel vanaf 01-01-2015 kompleet op zijn kop gaat en niemand zijn zorg meer zeker is, en een beroep moet doen op zijn omgeving is onjuist. Inderdaad is het sociale stelsel een groot experiment waarin solidariteit, economisch denken, ruiltheorien etc. een rol spelen. Dat is nu al zo en dat blijft zo.

  2. Jaap Olthof zijn artikel is juist een erg goede beschrijving van mogelijke risico’s voor kwetsbare groepen. Op het moment wordt er wel zeker een politieke ideologie uitgedragen. Olthof benoemt dit terecht. Hier zou veel meer aandacht voor moeten zijn, er wordt veel aangenomen en uitgevoerd zonder na te denken. Stef de Weerd probeert dit volgens mij te verbloemen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *