EFFECT Hulpverleners ontkennen het belang van methode-trouw werken

Na de decentralisatie zijn er geen ongelukken gebeurd. Dat was de conclusie van het boek ‘Hoe de verzorgingsstaat verbouwd werd. Kroniek van een verandering’ (2016), de eerste analyse van de transformatie van het sociaal domein. En ook de Transitiecommissie Sociaal Domein velde in haar eindrapportage eind september hetzelfde oordeel (Noten, 2016).

Waar het wél knelt is bij de gezinnen met meervoudige problematiek en gezinnen met zorgintensieve kinderen. Momenteel kampen drie tot vijf procent van de gezinnen in Nederland met meervoudige en complexe problematiek, wat neerkomt op tussen de 75.000 en 116.000 gezinnen in Nederland (Kruiter & Klokman, 2016; DeKlerk, Prins, Verhaak & Van den Berg, 2012).

Hoewel een van de doelen van de transformatie was om juist déze gezinnen beter te helpen, met onder andere één aanspreekpunt (of regiehouder) vanuit een integraal werkend sociaal wijkteam, blijkt dit nog lang geen realiteit. Volgens de Transitiecommissie ligt het aan de samenwerking, anderen stellen dat ook het generalistische werken, en daarmee het wegvallen van een specialist, een pijnpunt is (Van der Kooij, 2016). Kortom, er is meer zicht nodig op hoe deze gezinnen geholpen kunnen worden.

Onderzoek naar hulpverlening bij gezinnen met meervoudige problematiek

Driesen en Besselink, onderzoekers bij het NIM Maatschappelijk Werk (een organisatie voor maatschappelijk werk in Nijmegen en omgeving), deden een ‘practice based evidence’-onderzoek naar de werkzame bestanddelen van hulpverlening aan gezinnen met meervoudige problematiek. Ze hielden semi-gestructureerde interviews met twaalf hulpverleners van het NIM. De uitkomsten van deze interviews vergeleken ze met de ‘algemene werkzame bestanddelen’ bij hulpverlening volgens Tom van Yperen (2003), welke zijn:

  1. Een goede kwaliteit van de relatie tussen cliënt en hulpverlener
  2. Het zorgdragen voor een goede motivatie
  3. Een aanpak die past bij het probleem en aansluit bij de hulpvraag
  4. Een goede structurering van de interventie
  5. Een uitvoering van de interventie zoals het hoort, bijvoorbeeld zoals vastgelegd in een methodiekbeschrijving of draaiboek.

Goede relatie en motivatie wordt door hulpverleners belangrijk geacht

De overeenkomsten tussen de uitkomsten van de interviews met de hulpverleners en het lijstje van Van Yperen zijn groot. Het eerste punt van Van Yperen, de goede kwaliteit van de relatie tussen cliënt en hulpverlener, staat ook bij de hulpverleners hoog op het prioriteitenlijstje. Zij voegen hieraan toe dat een transparante en betrokken houding essentieel is voor een goede relatie. Zeker bij gezinnen met meervoudige problematiek, die vaak al veel verschillende hulpverleners over de vloer hebben gehad, is het belangrijk om niet alleen als professional bij hen aan tafel te zitten, maar ook als méns. ‘De hulpverlener dient bovendien aan te sluiten bij de leefwereld van de ouder. […] Het hebben van empathie voor de cliënt is daarbij een kerncomponent’, (Driesen en Besselink, 2016, p 48). Het gaat erom dat de hulpverlener authentiek is, respect toont en de ouders niet veroordeelt.

Ook aan het tweede punt van Van Yperen, zorgdragen voor een goede motivatie, besteden de hulpverleners in hun praktijk veel aandacht. Dit doen ze door kleine (sub)doelen te stellen met het gezin en praktische hulp aan te bieden. Hiertoe maken de hulpverleners onderscheid tussen intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie. Als een gezin met meervoudige problematiek niet gemotiveerd is om mee te werken, moet een hulpverlener hen confronteren met de consequenties en duidelijke kaders stellen.

Integrale aanpak, financiële problemen éérst oplossen en duidelijke afspraken

De hulpverleners onderschrijven ook het derde werkzame bestanddeel van Van Yperen, die van de passende aanpak bij het probleem. Bij gezinnen met meervoudige problematiek is het belangrijk dat de hulpverlening integraal is, dus dat er aandacht is voor alle levensgebieden. Maar in deze integrale aanpak dienen schulden als eerste te worden aangepakt, omdat zij de oorzaak zijn van veel andere sores en stress.

Het is bij deze gezinnen van belang om glashelder te zijn over wat het gezin kan verwachten van de hulpverlener en de structuur van de hulpverlening. Dit bevestigt punt vier van Van Yperen. Met name als het gaat om wie de regie voert, zijn duidelijke afspraken geboden. In de interviews wordt tevens meerdere malen benadrukt dat de regie in eerste instantie bij de cliënt ligt.

Liever eclectisch te werk, dan uit het boekje werken

Alleen het vijfde werkzame element van Van Yperen, uitvoering van een interventie 'zoals het hoort', wordt door de hulpverleners van het NIM afgewezen. ‘Juist bij ouders uit gezinnen met meervoudige problematiek is het van belang niet “uit het boekje te werken” of “lijstjes af te werken”, maar een op de persoon en zijn context toegesneden persoonlijke werkwijze te hanteren. Elk traject betreft een maatwerk-traject,’ zo vat het rapport de opinie van de hulpverleners samen (p51). De hulpverleners gaan liever eclectisch te werk. Hierbij maken ze een interventie die geschikt is voor dat ene gezin binnen die ene context. Deze interventie baseren ze niet op één methodebeschrijving, maar stellen ze naar eigen inzicht samen op basis van de kennis en vaardigheden uit hun professionele ‘gereedschapskist’.

Bronnen

Driesen, I. & Besselink, P. (2016). ‘Over normaliseren en moraliseren. De werkzame bestanddelen van de hulpverlening aan gezinnen met meervoudige problematiek’. Journal of Social Intervention: Theory and Practice, 25 (3), pp. 39-57.

Klerk, M. de, Prins, M., Verhaak, P., & Berg, G. van den (2012). Mensen met meervoudige problemen en hun zorggebruik [People with multiple issues and the care they receive]. Den Haag: Raad voor de Volksgezondheid & Zorg.

Kooij, A. van der (2016). ‘Veel beloven, weinig geven, doet geen gezin in vreugde leven.’ Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, 109 (2), pp. 4-7.

Kruiter, A.J.; Bredewold, F.; Ham, M. (red.) (2016). Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt. Kroniek van een verandering. Amsterdam: Van Gennep.

Kruiter, A. & Klokman, S. (2016) ‘Multiprobleemgezinnen beter geholpen? Het kan nog veel beter.’ In: Kruiter, A.J.; Bredewold, F.; Ham, M. (red.) (2016). Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt. Kroniek van een verandering. Amsterdam: Van Gennep, pp. 164-174.

Noten, H. (2016). Vijfde rapportage TSD: Transformatie in het Sociaal Domein; de praktijk aan de macht. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://www.transitiecommissiesociaaldomein.nl/documenten/rapporten/2016/09/30/vijfde-rapportage-tsd-transformatie-in-het-sociaal-domein-de-praktijk-aan-de-macht

Yperen, T. A. van (2003). Resultaten in de jeugdzorg: Begrippen, maatstaven en methoden [Youth care results: terms, criterions and methods]. Utrecht: NIZW.

 

Dit artikel is 1396 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Een herkenbaar artikel.
    Uitdaging is om met elkaar driehoeken te blijven vormen waarin de verhoudingen gewenst blijven voor betrokken partijen. Deze samenwerkingen en driehoeken hebben alles te maken met regie en transparant kunnen werken wat weer doorklinkt in de relatie met de cliënt en het systeem, welke wij als belangrijk bestempelen.
    “Het is bij deze gezinnen van belang om glashelder te zijn over wat het gezin kan verwachten van de hulpverlener en de structuur van de hulpverlening.” Als één van de betrokken partijen bij een gezin is het lastig om deze helderheid en verwachtingen te kunnen bieden, ook al is dat de wens en vaak ook noodzakelijk. Als hulpverlening wil je met elkaar hulp verlenen aan het gezin, in de praktijk is dit nog lastig en zoeken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *