In Nederland zijn ongeveer 25.000 kinderen met een ouder in detentie (Verhagen-Braspennincx et al., 2024) en dat zijn voornamelijk vaders. Deze kinderen hebben vaak last van deze situatie waar een taboe op rust en waar niet zo gemakkelijk over te praten is.
Het is belangrijk om deze kinderen al vroeg in beeld te hebben en passende hulp te bieden, zodat zij later in hun leven geen problemen krijgen op het gebied van emotionele ontwikkeling, gedrag, gezondheid of sociaal functioneren (Murray, 2005; Murray et al, 2012; Verhagen et al., 2022). Kinderen in gezinnen waarin niet direct sprake is van een crisissituatie, worden echter niet of nauwelijks gevraagd of zij behoefte aan hulp hebben.
Ondersteuningsbehoeften in kaart
De Kinderombudsman concludeerde al in 2017 op basis van gesprekken met kinderen van wie de vader in detentie zit dat zij behoefte hebben aan meer informatie, ondersteuning in de complexe nieuwe situatie en zorg voor mogelijke trauma's (Kinderombudsman, 2017).
Naar aanleiding van die conclusies en een bredere inventarisatie van beleid en praktijk startte het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken (Claes, 2019) in samenwerking met werkveldpartners1 in december 2021 het actieonderzoek Ouder in Detentie (tot juni 2024). Het doel was om de ondersteuningsbehoeften van deze kinderen verder in kaart te brengen en een aanzet te geven tot het opzetten van een landelijke netwerkaanpak met zorg- en veiligheidpartners, gemeenten en penitentiaire inrichtingen (PI’s).
Partners en kinderen ervaren vaak stigma vanuit hun omgeving en kampen met eenzaamheid en financiële stress
Naast literatuuronderzoek is een pilot opgezet en uitgevoerd onder acht gezinnen met een vader in detentie. Ze werden geworven via vaders in de penitentiaire inrichtingen. Deze gezinnen ontvingen zes tot twaalf maanden ondersteuning in de thuissituatie van een ambulant begeleider van Exodus Nederland.2
Hulp vragen lastig
De achterblijvende partners en kinderen ervaren vaak stigma vanuit hun omgeving en kampen met eenzaamheid en financiële stress. De moeders voelen zich overweldigd door de nieuwe situatie als gevolg van de detentie, zowel op emotioneel als op het ondersteuningsvlak. Ze vinden hulp vragen ook vaak lastig.
‘De meesten weten niet eens dat ie vastzit. Mijn werk heb ik het niet verteld’
‘Het is niet makkelijk en je schaamt je. […] De meesten weten niet eens dat ie vastzit. Mijn werk heb ik het niet verteld. Niemand. Het is een enorm stigma, de gevangenis’, vertelt een moeder.
De impact van de situatie op de kinderen was in sommige gezinnen duidelijk merkbaar. ‘Als hij naar bezoek moest, dat was gewoon een groot drama. Dan ging hij huilen, schreeuwen en dan trokken ze [familieleden] hem echt mee, tilden ze hem op om hem mee te nemen. Dat was echt gewoon traumatisch’, vertelt een ambulant begeleider.
Kinderen vonden het lastig om te zien dat hun moeder er alleen voor stond
De moeders en begeleiders vertelden dat de kinderen in de pilot zeiden dat ze hun vader erg misten en dat ze het lastig vonden om te zien dat hun moeder er alleen voor stond. Vaak was de impact merkbaar aan het gedrag van de kinderen thuis of op school: teruggetrokken en stil of juist drukker en meer in conflict.
Initiatieven om contact te bevorderen
De afgelopen jaren zijn diverse initiatieven opgezet, met name vanuit maatschappelijke (forensische) organisaties, die het contact tussen kind en ouder in detentie bevorderen.
Exodus Nederland organiseert elk jaar succesvolle herfst- en lentekampen in een aantal gevangenissen
Exodus Nederland organiseert elk jaar succesvolle herfst- en lentekampen in een aantal gevangenissen, waarbij kinderen een aantal middagen kunnen doorbrengen met hun vader en samen activiteiten ondernemen. Dit is echter nog geen landelijke praktijk. Ook is in 2018 het landelijke kennis- en expertisecentrum K I N D, Ouder en Detentie opgericht, dat een luisterend oor biedt, adviseert en verbindt.
Moeders en kinderen hebben vooral behoefte aan een luisterend oor en iemand die beschikbaar is
De ondersteuning die gegeven werd in de pilot was laagdrempelig en de regie lag bij de gezinnen zelf. Dit bleek goed aan te sluiten, omdat de moeders en kinderen vooral behoefte hebben aan een luisterend oor en iemand die beschikbaar is en die, wanneer nodig, kan doorverwijzen naar meer specialistische hulp.
Grote regionale verschillen
Duidelijke richtlijnen voor betrokken organisaties om dergelijk (preventieve) hulpaanbod uit te voeren ontbreken. Wel is er een Bestuurlijk Akkoord waarin is vastgelegd hoe wordt samengewerkt tussen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), gemeenten en de reclassering.
Dit zorgt voor grote regionale verschillen op het gebied van herstel en ouderschap
Gemeenten en PI’s mogen echter zelf invulling geven aan dit beleid. Dit zorgt voor grote regionale verschillen op het gebied van herstel en ouderschap, bijvoorbeeld in de vorm en intensiteit van begeleiding van de gedetineerde vader en het gezin bij het re-integratieproces.
Een landelijke aanpak voor ondersteuning van achterblijvende gezinnen (Smeenk et al., 2024) ontbreekt. Zolang die er niet is, blijven kinderen met een gedetineerde ouder vaak buiten beeld en krijgen ze geen passende hulp.
Wat nodig is
Er moet meer bewustzijn komen in Den Haag en bij gemeenten over kinderen met een ouder in detentie én in het nemen van verantwoordelijkheid. Aanbevelingen uit ons onderzoek zijn dat er duidelijke samenwerkingsafspraken tussen partners in het jeugdlandschap (jeugdzorg, scholen, centra voor jeugd en gezin en maatschappelijk werk) en met de penitentiaire inrichtingen gemaakt worden; dat de taakopdracht en rollen van betrokken professionals helder worden vastgesteld; en dat er voldoende informatie en middelen beschikbaar komen om het preventieve ondersteuningsaanbod te kunnen uitvoeren.
Zo is het nodig dat gemeenten een coördinerende rol pakken en de opdracht voor ondersteuning uitzetten bij sociale (forensische) organisaties. Tegelijkertijd is het van belang dat professionals zich meer bewustzijn van en zicht krijgen op deze doelgroep.
In het handboek staat informatie over het gevangeniswezen en de impact ervan op kinderen
Een van de eindproducten van ons onderzoek is dan ook een methodisch handboek voor (toekomstige) sociale professionals en vrijwilligers die (gaan) werken met gezinnen met een vader in detentie. Hierin staat informatie over het gevangeniswezen en de impact ervan op kinderen. Bijvoorbeeld wat het bijwonen van een arrestatie van een ouder kan doen met het kind, en hoe je daar traumasensitief mee kan omgaan.
Met deze handvatten kunnen sociale professionals de problematiek van deze groep kinderen en gezinnen beter herkennen en ondersteunen, om ontwikkelingsproblemen op langere termijn te voorkomen. Om te zorgen dat kinderen nog beter in beeld komen en hun behoeftes verder te verhelderen werkt Avans Hogeschool aan vervolgonderzoek, waarin ook kinderen zelf bevraagd worden.
Anouk Smeenk en Ilja Otjens zijn als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken, van lector Bart Claes, bij het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool. Ze doen daar praktijkgericht onderzoek naar ouderschap en detentie.
Noten
- DJI, Gemeente Breda en Gemeente Den Haag, Exodus Nederland en Expertisecentrum KIND. Het actieonderzoek is financieel mogelijk gemaakt werd door Zonmw.
- Exodus Nederland is een landelijke forensische zorgorganisatie die zich richt op de re-integratie van (ex-)gedetineerden.
Foto: Min An via Pexels.com