Gevraagd in de jeugdzorg: moed

Nederland is hard toe aan een omslag in de jeugdzorg. Nu is het recht van kinderen ondergeschikt aan dat van de ouders. De praktijk vraagt om moedige jeugdwerkers en kinderrechters, betogen ervaren gezinshuisouders Marga Ganzevles en Rob de Blok.

Ze was twee jaar toen ze voor het eerst uit huis werd geplaatst. Tot haar vierde woonde ze in een groep en daarna wisselend wel en niet bij haar moeder. Die liet haar in de jaren die volgden keer op keer na een crisis opnemen bij het Leger des Heils. Na een tijdje beloofde moeder beterschap en dan kreeg ze haar kleine meid weer thuis. Ook de oudere broer van het meisje woonde in de opvang. Opa en oma hadden zich over haar jongere zus ontfermd. Volgens moeder lag alles aan de kinderen. En aan Bureau Jeugdzorg.

Zo kwam ze bij ons in het gezinshuis wonen, een professioneel opvoedgezin. Daar duurde het 3,5 jaar voor de rechter zich uitsprak voor een definitieve woonplek. Inmiddels was zij ruim elf jaar en in grote problemen. Onveilig gehecht, waardoor zij niemand kon vertrouwen. Teleurgesteld in de wereld, of beter gezegd oppositioneel tegen alles en iedereen. Niet in staat om op school te leren en zich thuis te laten opvoeden. Als zij volwassen zou zijn, zou ze de diagnose ‘antisociale persoonlijkheid’ krijgen. Getraumatiseerd was ze ook. Maar de ingeschakelde psychiatrische hulp gaf niet thuis: zonder stabiele basis beginnen wij er niet aan, zo veegden zij hun stoepje schoon.

Als een baby huilt, moet er een verzorger zijn

Als een baby huilt, moet er een verzorger zijn die in zijn behoeften voorziet. Reageert die verzorger niet (of soms wel en soms niet), dan leert het kind dat het er niet op kan vertrouwen dat er voor hem wordt gezorgd. Hij leert niet te vertrouwen op volwassenen en de wereld om zich heen. Dat vertaalt zich ook in gebrek aan vertrouwen in zichzelf: hij ervaart dat hij niet de moeite waard is. Een kind dat zich niet kan hechten aan een veilige, sensitieve opvoeder kan zich niet ontwikkelen tot een gezonde volwassene. Het hechten en het ontwikkelen kunnen niet in de wachtstand gezet worden; het kind hecht en ontwikkelt zich dus in onveilige omstandigheden. Een onveilige gehechtheid leidt tot grote problemen in het omgaan met zichzelf, anderen en de wereld. Deze bedreigde kinderen moeten zo snel mogelijk een vervangende verzorger krijgen waarmee ze wel een veilige gehechtheidsrelatie kunnen aangaan, een pleegouder dus.

Deze gehechtheidstheorie is internationaal onomstreden in pedagogen- en psychologenland, maar niet bij de Nederlandse kinderbeschermers. Pleegzorg, jeugdzorg en ook kinderrechters gaan er vaak vanuit dat het belang van het kind bestaat uit het herstellen van de gezinssituatie. Dat is de boventoon in de publieke opinie. Ook als er niets te herstellen valt, omdat moeder zelf nooit heeft geleerd zich veilig te hechten.

Een zorgwekkend aantal kinderen wordt rondgepompt in het systeem

Deze ervaring en die van andere kinderen bij ons in het gezinshuis, hebben wij beschreven in het boek Wie zorgt er dan voor mij? Wij hebben deze gang van zaken niet bij één, niet bij twee, maar bij de meerderheid van de kinderen waar wij voor zorgden, gezien. En niet alleen wij, ook collega’s van ons hadden die ervaring. Een zorgwekkend aantal kinderen wordt rondgepompt in het systeem. Jeugdzorg Nederland en Pleegzorg Nederland zeggen deze situatie niet te herkennen, wat alleen mogelijk is als zij de werkvloer niet kennen.

Het kind heeft een veilige opvoeder nodig, die er is om hulp, voeding, bescherming, veiligheid, leiding en liefde te geven. De eigen problemen van deze moeder waren te groot en zolang zij daar niet aan geholpen wilde of kon worden, veranderde er niets. Ook na oneindig trekken en sleuren van steeds weer nieuwe hulpverleners en gezinsvoogden bleek moeder niet in staat op te voeden. Het heeft haar kind in negen jaar een enorme ontwikkelingsachterstand gebracht.

Een kind dat door de kinderrechter uit huis wordt geplaatst, begint vaak aan een moeilijk traject. Tot 2015 moesten de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing jaarlijks door de kinderrechter verlengd worden. Dat gaf ouders die zich niet wilden neerleggen bij de beslissing de mogelijkheid om jaar na jaar hun gelijk bij de rechtbank te halen. Pijnlijke rituelen, waarbij de vraag was of er bij ouders sprake was van onwil of onmacht. Juridische en procedurele kwesties werden over het hoofd van het kind heen uitgevochten. Kinderen ouder dan twaalf jaar mochten dan iedere keer weer vertellen waarom ze weer bij mama en papa wilden wonen, want zoals we weten zijn kinderen loyaal aan hun ouders.

Schande: veilige gehechtheid nog steeds niet leidend in rechtszaken

Kinderen willen een gewoon kind zijn, dat gewoon thuis woont. Kinderen zijn meestal niet in staat te horen en te begrijpen dat het thuis helemaal niet pluis is. Dat het niet normaal is om geslagen, geschopt of misbruikt te worden. Dat ze geen aandacht en liefde krijgen, zal toch wel aan henzelf liggen? Helemaal niet zo vreemd, als je ziet dat ook volwassen vrouwen die door hun partner mishandeld worden, het vaak niet op kunnen brengen hun partner te verlaten.

Het recht hoort het belang van het kind centraal te stellen, zo staat het in het Internationale verdrag voor de rechten van het kind. Rechters die de smeekbeden van ouders en kinderen aanhoren, blijken dat vaak te vertalen in: het is dus in het belang van het kind om terug te gaan naar de ouders. Zij zouden beter moeten weten. Het belang van het kind is namelijk, een opvoeding te krijgen die is gericht op een veilige ontwikkeling. In opdracht van jeugdrechters zelf heeft de Leidse pedagoog Femmie Juffer in 2010 uitgebreid beschreven dat het belang van het kind één op één vertaald moet worden in het ontwikkelingsbelang van het kind. Dat een veilige gehechtheid nog steeds niet leidend is in rechtszaken, is een schande.

Relatief geruisloos zijn ook de maatregelen van kinderbescherming gewijzigd. Voortaan moet er een gegronde reden bestaan om de uithuisplaatsing na twee jaar te verlengen. Met het oog op het ontwikkelingsbelang van het kind kan de rechter eerder het gezag van de ouder(s) beëindigen en definitief het kind in zijn pleeggezin laten wonen. De kinderrechter kan ook al eerder het gezag van de ouder beëindigen, als het ontwikkelingsbelang van het kind dat vraagt. Dat begint erop te lijken.

Niemand heeft schuld aan de situatie

In de Verenigde Staten is dat al langer gebruikelijk. Als een kind daar twee jaar uit huis is geplaatst, vervalt automatisch het gezag van de ouders. Anders dan bij ons is de schuldvraag niet aan de orde. Het zou een zegen zijn voor onze kinderen als dat uitgangspunt werd overgenomen. In de jeugdzorg is het woord ‘ontschuldigen’ al lang gemeengoed. Niemand heeft schuld aan de situatie. Geen ouder is erop uit zijn kind te kwaad te doen. Kinderrechters moeten zich beperken tot de vraag: wat is in het (ontwikkelings-)belang van het kind? Een kind dat zich kan hechten aan een liefdevolle verzorger heeft betere ontwikkelingskansen dan wanneer hij afhankelijk is van een ouder die dat niet kan.

Nederland is hard toe aan een omslag. Het jeugdrecht maakte in het verleden - en in de praktijk tot aan de dag van vandaag – het recht van kinderen ondergeschikt aan het recht van de ouders. Dat kan en moet omgedraaid worden. De wet maakt dit mogelijk, maar in het eerste halfjaar is daar nog niets van te zien. De praktijk vraagt om moedige jeugdwerkers en kinderrechters.

Marga Ganzevles en Rob de Blok zijn ervaren gezinshuisouders en auteurs van het boek Wie zorgt er dan voor mij? Een veilige toekomst voor kinderen in de jeugdzorg.

Dit artikel is 1595 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (8)

  1. Uithuisplaatsen van ontvankelijke kinderen is ‘normaal’ bij het ‘jeugdzorgniveau’ in Nederland.
    Waar is de hulpverlening aan de ouder(s) gebleven, incl. uitleg aan de ouder wat hij/zij met het kind doet in diens ontwikkeling en zelfbeeld? Welke beëdigde orthopedagoog-generalist heeft de ouder gezien en geïnformeerd? Waar is de netwerk-hulp of -plaatsing? Waar is de EigenKracht?
    Er bestaan therapieën bij onveilige gehechtheid, zowel voor kind als ouders.
    (https://www.dropbox.com/s/h7yvgf5wsqm1ei5/2012%20FJR-95%2B%20Hechtingsstoornis%20en%20juridiserend%20handelen.pdf?dl=0 )
    Het overplaatsen is een ellende voor jonge kinderen (wetenschap: “niet overplaatsen; beter thuis met hulp”). Omdat ik denk dat ook hier BJZ ‘jeugdzorg’ in haar diepgaande ondeskundigheid op diagnostiek gebied ernstig gefaald heeft, is het inderdaad schuld (aldus moeder) aan BJZ, en aan niet-medische rechters.
    Een pleegkind waar mee gesleurd wordt raakt door deze ‘jeugdzorg’ zonder diagnostiek-therapeutische zorg veelal in psychische problemen, getraumatiseerd, en dat moest BJZ al lang weten, vòòraf!
    In het stuk wordt gewezen naar ouders die juridisch strijden tegen ‘jeugdzorg’ als oorzaak, doch het is ‘jeugdzorg’ die niet de ouders met kind helpt door te sturen en begeleiden naar een specialist, zonder dwang opdat de hulp aanvaard en begrepen wordt. We zien dat dit vaak nagelaten wordt door de gezinsvoogdij. Terwijl het een uiterst belangrijke eerste hulpfase dient te zijn.
    Ook het verwijt dat het recht van ouders boven dat van een kind gaat, is onjuist en een teken dat ‘jeugdzorg’ de wet niet kent: BW1:247 geeft de ouders het recht en de plicht optimaal te handelen in de ontwikkeling van het kind, en…. zo nodig de ‘jeugdzorg’ te bewaken.
    Verdergaande kinderbeschermingsmaatregelen zouden niet nodig zijn als de zorg voor jeugd door zwaargewichten werd bewaakt in de ingang tot dwangzorg; de specialist dient zelf het cliëntsysteem te zien en onderzoeken, en wel op open onderzoeksvragen van alle partijen. Deze ‘maatregelen’ grijpen zo ernstig in, in de psyche van een kind, dat het lage niveau van ‘jeugdbescherming’ eerder traumatiserend werkt dan helend zou kunnen zijn, zo zònder open diagnostiek waar de specialist zich houdt aan diens beroepscode de cliënt(systeem) zelf te zien. Het is derhalve beter om de bedreiger van het kind weg te plaatsen of weg te nemen, dan het kind te treffen met een contraproductieve beschermingsmaatregel.
    Om een ontheffing uit het gezag zonder diagnostieke reden al snel in te zetten, wreekt zich in de bewust-wordende opgroeiende, later! Het ‘kennen’ van eigen ouders, en niet door een paar uurtjes ondeskundig begeleid bezoek per jaar en een foto, blijkt (85%) erg belangrijk te zijn voor de adolescent.
    De regering heeft reeds voorstellen ontvangen zoals deze: https://www.dropbox.com/s/kwtx13vgdb7mglk/Voorwaarden%20aan%20voorstel%20RvdK%2B%202015.pdf?dl=0 ! Enkel pleegouders die verdienen aan opvang wensen een korte termijn voor ontheffen. De gronden dienen primair van diagnostisch belang te zijn.

    https://www.dropbox.com/s/z5pxvdz5v4ntvpo/Publeaks%20verzameling%20links.14.pdf?dl=0 met link’s naar enige onderbouwing.

  2. Veilige gehechtheid is inderdaad niet leidend. Dat hebben mijn kinderen aan den lijve ondervonden.

    BJZ is welwillend, maar niet in staat om in korte tijd een situatie goed in te schatten. Tuurlijk zijn ouders in eerste instantie steeds van goede wil, en laten een positieve inzet zien. Waardoor een hulpverlener pas na een jaar ongeveer een werkelijke inschatting kan maken van de situatie, ALS zij (hij ben ik nog niet tegengekomen, ook zo iets) inderdaad intensief betrokken is. Maar na een jaar houd het hulpverleningstraject zo ongeveer op, en is de volgende hulpverlener aan de beurt. En ja, die ziet het weer positief in, slaat de ‘kanttekeningen’ van de vorige hulpverlener in de wind. Want ja, de ouder is toch zo positief en welwillend. En zo zit je in een cirkel redenatie die niet doorbroken kán worden.

    Of ten minste, misschien zou de RvkB (Raad van kinderbescherming) daar een rol kunnen spelen? Dat dacht ik wel, en ik hoopte het ook. De BJZ hulpverlener die de ‘case’ van mijn kinderen behandelde, was na intern overleg tot de conclusie gekomen, dat het in onze situatie van absoluut noodzakelijk belang was dat een rechter uitspraak zou doen voor een definitieve omgangsregeling, omdat moeder zich keer op keer terugtrok uit de gesprekken, ook waar BJZ bij zat. Dus dat moest ik dan maar doen…

    Ik naar de rechter, mijn zorg was (en is) dat de kinderen lijden aan hechtingsproblematiek. Dit was door div. psychologen als goede mogelijkheid aangemerkt, waarna een psychologisch advies voor heronderzoek volgde, aangezien de oudste al met autisme was gediagnostiseerd, en de tweede met een uitgestelde diagnose autisme. (maar moeder wilde daar niet over praten, en dus loop je tegen de muur)

    Naast de hechting die ik vermoed, zag en zie ik duidelijk loyaliteitsproblematiek. Dat overlapt elkaar natuurlijk, maar duidelijk was dit aan de rechter voorgelegd. Deze kon, vanwege de aangegeven zorgen (van beide partijen, ook moeder maakt zich zorgen vanwege klassiek autisme waar haar kinderen aan zouden lijden, en wat de vader ‘ontkent’), geen uitspraak doen, en schakelde RvdK in.

    Gelukkig dacht ik, onderzoek door academisch opgeleide zorg om de kinderen. Zij zullen beseffen dat …. noem maar op.
Maar nee hoor, kwam ik even bedrogen uit. Komt er een parttime moedertje, vreselijk overvraagd door haar werk*, en dus ook met nul komma nul motivatie om iets op te vangen van de werkelijke situatie. Want die kan ze toch niet zien: ‘Waarheidsvinding doen we niet aan’, wat door iedereen in het land van jeugdbescherming werd bevestigd!
Laat staan (wat ik al zei) dat dat voor een doorsnee hulpverlener gewoon een jaar intensief met het ‘probleemgezin’ optrekken vereist, om iets van de werkelijke situatie te kúnnen zien.

    De aanpak van het parttime moedertje is niet zo vreemd hoor, denk ik, want als je het je wel aantrekt, en wél onderzoek wilt doen in het belang van de kinderen die ‘aan je hoede’ zijn toevertrouwd, dan ga je er aan onderdoor. Voor echt onderzoek heb je een rechercheur nodig, a la S. Holmes.

    Dus, wat gebeurd er? Tussen twee pampers door (want ook in eigen tijd kan de ‘onderzoekster’ soms iets voor haar werk doen, het zijn zeker wel gemotiveerde werknemers) legt het moedertje geduldig uit (ten minste: langer dan vijf minuten bellen was natuurlijk ongewenst) dat zij het ook niet weet, en dat ze maar gewoon haar gevoel volgt bij het standaard gesprek dat ze met beide ouders heeft bij een onderzoek.

    Echte vragen hád ze ook niet bij het onderzoek, gewoon: ‘vertel het maar eens’, en dan maar zien welk verhaal haar het meeste raakt, de ander heeft gewoon pech.** Precies dus wat je overal in de media vinden kunt, ‘partijdigheid’… En de rechter? Denk je dat die werkelijk een andere keus heeft dan de RvdK te volgen in háár uitspraak? ((bestaan er ook mannen die dit mógen doen?))
    Als je de ‘onderzoekster’ moet geloven: zeker wel. Ja, die wil haar handen natuurlijk ook zo snel mogelijk in onschuld gewassen hebben.

    Tja, en dan achteraf een klacht indienen. De eerste reactie daarop was, ‘We hebben inderdaad de zorgen niet bekeken of onderzocht’…

    De tweede reactie is, (ja, je kunt serieus naar een klachtencommissie, als je dat wilt) “Kijk, daar hebben we de klager,… jij maakt ook geen vrienden!!”

    Dan behoor je dus al tot die uitzonderlijke groep van partijen die de draagkracht vindt om voor zijn of haar kinderen op te komen, ook al moet je daarvoor 100 keer naar het hoofdkantoor van je provincie rijden… en dan wordt je rechtstreeks op je bandbreedte aangevallen! Advies van de commissie is dan: “Steek er niet langer je energie in….” Dat was, in mijn geval, een inkoppertje. Ik had er geen draagkracht meer voor.

    Laat maar, MIJN KINDEREN ZIJN SLACHTOFFER VAN PROTOCOLLEN DIE GEWOON NIET OP DE KINDEREN GERICHT ZIJN, MAAR OP HET UITSCHAKELEN VAN ALARMLICHTJES DIE EEN PROBLEEM AANGEVEN. Ik was zo’n alarmlichtje, en wordt overweldigd door een enorme vloedgolf aan vingers en verwijtende stemmen van hulpverleners, die mij aanwezen als de oorzaak van het probleem….

    En nu? Mijn kinderen hun hechtingsproblematiek zal alleen maar toenemen (ze zijn nu 9 en 7 en 4). Als zij tieners worden, wil ik niet hun buurman zijn. Op die leeftijd komen kinderen standaard in opstand, omdat ze al jaren hebben moeten slikken en geloven dat iedereen ‘het beste’ met ze voorheeft. Na hun twaalfde geloven ze dat niet meer, en moeten ze voor zichzelf opkomen. Hét recept voor criminelen…
    Maar wat kan ik doen? Het grote probleem is, dat ik hun biologische vader ben. Aangemerkt als ‘vechtscheider’. Leuk he :)


    Dan maar aanvaarden dat je door omstandigheden verstoten bent. Ouderverstoting, dat is het woord dat van toepassing is, al zal niemand uit hulpverlenersland (met die vingertjes en verwijtende stemmen naar de ouders) zich dat aantrekken, nee…


    Weet je, dan heb ik nog meer sympathie voor mijn ex. Ik begrijp het wel van hulpverleners, ze ‘doen hun best’, maar hebben ‘de klok van vijf’ hard nodig om weer ‘los te komen van hun werk’. Want anders gá je er aan onderdoor.

    Ik ben het met u eens, dat een kind niet zomaar van zijn ouders gescheiden moet worden. Maar het artikel gaat ook niet uit van ‘zomaar’, lees het nog eens na meneer (of mevrouw?) Strubbe. Want in het artikel gaat het om kinderen die al jaren in de mallemolen zitten. Kijk, ook mijn kinderen komen pas echt op de agenda van het ‘toezicht’ als ze criminelen worden, want “dat moeten we niet hebben.”

    Dan moet ik dus maar mijn best doen om de door de rechter uitgesproken OTS in stand te houden, door net voldoende te ‘vechtscheiden’ dat die OTS-er zich niet overbodig voelt. Anders kijkt er niemand meer mee…. of moet de noodzaak daartoe weer opnieuw aangetoond worden, en dat is al een slopend proces.

    Ganzevlees en De Blok hebben gelijk! Er moet opgetreden worden! Er moet durf zijn, moed zijn. Maar dan wel door hulpverleners die het traject van intensieve begeleiding doorlopen hebben (en dus inderdaad zo nodig de nodige hulpverlening hebben ingezet, of daar in elk geval terdege van weten, maar daar ontbreekt het in het algemeen écht niet aan hoor, meneer Strubbe), en niet door een juffertje dat pas komt kijken! Want die gaat steevast de mist in, en is NIET IN STAAT om onderzoek te doen.

    Kijk ook eens naar Denemarken, daar zou in mijn situatie één ouder aangewezen worden, om verdere vechtscheiding te voorkomen.

    Maar als er geen sprake is van vechtscheiding, en de kinderen staan al jaren onder toezicht waarbij ze met enige regelmaat uit hun ouderlijke gezin gehaald worden. Het spijt me meneer Strubbe, maar uw relaas om die kinderen bij hun ouders te laten, kán ik niet begrijpen. Ik wéét wat hechtingsproblematiek met kinderen doet. Ook heb ik verschillende jong-volwassenen ontmoet, wiens ouders in vechtscheiding zitten. Te tragisch voor woorden wat je dan ziet!! Zulke ‘opgegeven jeugd’ heeft van Nederland géén kans gehad, ze zijn verpest, verneukt, en hopelijk springen ze zo snel mogelijk voor de trein, zou je bijna denken, want ze hebben geen uitzicht. Zie je die kant óók meneer Strubbe?

    ————————–
    * Dat kan toch niet anders als je zulke zaken moet oplossen, en je er slechts het protocol aantal uren krijgt voorgeschreven, waardoor steevast ELKE ouder en ELK kind niet gezien wordt.
    ** Probeer als je in deze situatie zit, het laatste woord te hebben. Want als de ‘onderzoekster’ eerst met jou komt praten, heeft je ex alle ruimte om in te gaan op kwesties die jij hebt aangedragen, en die dan niet meer bij jou worden neergelegd ter verificatie.

  3. NB: In de “mallemolen” zitten van ‘jeugdzorg’ en ‘Raad VOOR de Kinderbescherming (huidige oude stijl)’ betekent geen deskundigheid van een specialist ontvangen. Dan zijn niet de ouders maar de jeugdzorgwerkers oorzaak van escalatie van problemen.
    Immers, ouders verwachten toch een hogere kwaliteit van deze ‘jeugd-bescherming’?
    Waar kinderen jaren in de “mallemolen” zitten (, soms keer op keer weggeplaatst worden zonder hulpverlening gehad te hebben die paste,) en de ouders geen passende hulp kregen, is ontheffen niet de oplossing, maar het alsnog op deskundiger niveau oplossen, en wel thuis.
    Thuis?
    Ja, daar slaat een passende therapie beter aan, met de ouders begeleid door de specialist (niet door een gezinsvoogdje).
    Daar zijn de wetenschappers (onafhankelijk, en buiten jeugdzorg om) het eens:
    Het kind is beter af thuis met hulp aan het gezin, bij gelijke problematiek, dan in een pleegsetting zoals een gezinstehuis.
    Hoe veel meer kinderen in pleegsetting worden onveilig gehecht dan thuis met therapie indien nodig? Extreem!
    Ik gaf reeds enige links met wetenschappelijke onderbouwing. Het onderzoek van Joseph Doyle al gelezen? Of FJR met de noten er in?

    Zorg voor jeugd moet op hoger deskundigenniveau gebracht worden (prof. RJ. van der Gaag e.a.) met “zwaargewichten” in de ingang tot mogelijke dwangzorg (OTS/UHP/Oh), en de gezinsvoogdij moet buiten het jeugdzorgland gesitueerd worden (zoals onder een gegeven link aangegeven) omdat deze niet de kwaliteit biedt die het kinderrecht IVRK art. 24 verlangt.

    Ook bij omgangssabotage, waar één van de ouders buiten spel wordt gezet, krijgt geen van die ouders de passende deskundige hulp die nodig is (van de ‘jeugdbescherming’) om de ouder inzicht te geven in wat die doet naar het kind, verbaal, non-verbaal of organisatorisch.
    Met escalatie als gevolg. Minimaal Loyaliteitsconflict in de psyche van het kind. –
    En er zíjn leuke cursussen voor ouders;….. biedt de gezinsvoogd of RvdK die aan? – Helaas, zelden of nooit….. En dat is dus niet het belang van het kind dienen door RvdK en jeugdbescherming!
    Dàt is nalatigheid.
    Neem dat die ouders niet kwalijk. Geef passende hoogwaardige hulp op niveau!

    Er moet opgetreden worden. Ja. Maar dan wel denkende vanuit het kind. Vanaf het begin (van jeugdzorgbemoeien).
    En denkende op wetenschappelijke gronden, want er is veel over de psyche en ontwikkeling van het kind bekend, maar kenbaar (uit dossieronderzoeken) niet bij die ‘jeugdbescherming’.

    Is een (‘intensieve’) hulpverlener voldoende bekwaam om verborgen (psycho)somatische oorzaken te herkennen, òf is een orthopedagoog-generalist dat, met diens arts-diploma en vervolgstudie en praktijk?!
    Een ‘jeugdzorgonderzoek’ is nog geen diagnostisch onderzoek, met metende tests en observaties.

    Het merendeel van de huidige uithuisgeplaatsten zou volgens prof. Jo Hermanns terug naar huis kunnen mèt passende hulpverlening (op niveau dus).
    Dàt is beter voor de psychische ontwikkeling van opgroeienden die later bewuster worden en gaan zien op welke onbekwame gronden ze niet thuis mochten opgroeien, en dat blijkt psychische gevolgen te hebben, die men niet zou willen!

    Jeugdzorg met afvinklijstjes als ‘onderzoek’ en met ‘protocollen’ en wisselende ‘gezinsmanagers’ of ‘save-werkers’ is zeker niet gezond voor de opgroeiende. Het is te laag van niveau. Te ondeskundig. Speculerend met kinderen.
    Lees de link maar naar het juridische maandblad FJR (2012/95) maar eerst.

  4. Bedankt meneer Strubbe voor de verheldering. Wat u zegt: “Hoe veel meer kinderen in pleegsetting worden onveilig gehecht dan thuis met therapie indien nodig? Extreem!”
    Daar ken ik ook een voorbeeld van. En is zeker ook niet beter inderdaad…
    Misschien hebt u gelijk, en moeten er meer zwaargewichten ingezet met dwanghulp enzo. In mijn situatie heb ik ook al meerdere keren naar forensische mediation verwezen, maar dan zitten ze je zo raar aan te kijken!

    Ik ga uw links zeker bestuderen, bedankt! Ook bedankt voor uw mening over het huidige ontoereikende jeugdzorgcircuit.

  5. Zelf hebben mijn man en ik 20 jaar gewerkt als gezinshuisouder en 6 jaar als logeerhuisouder. Zoals wij het ervaren hebben met heel veel kinderen die bij ons gewoond hebben, dat kinderen die definitief bij ons geplaatst werden de meeste kans hadden en hebben, dan kinderen waar mee rondgeshopt werd. Wat voor ons heel belangrijk was, was het feit dat je de ouder in zijn waarde laat, want zij blijven altijd de ouder. En onze ervaring is dat als je de ouders hebt, je veel meer ingang hebt bij de kinderen zeer zeker wat betreft de loyaliteit. Wij hebben ook vaak gesproken over het feit, dat als het kind langdurig werd uitgeplaatst dat je dan ook aan de kant van de ouders iets moet gaan doen met de hulpverlening, Want veel van de kinderen gaan met hun 18e jaar weer terug naar huis en komen dan in een hopelijk gezonder systeem terecht. Wat heel mooi zou zijn om de leeftijd weer van 18 naar 21 te brengen zoals vroeger. Want zoals het nu is met 18 moet je of op jezelf gaan wonen of weer thuis. Beide vragen heel veel moed, want hou stabiel ben je op die leeftijd. Als kinderen die altijd op een veilige manier thuis hebben gewoond met 18 jaar de deur uitgaan om te studeren, is daar altijd die ouder op de achtergrond. Als de leeftijd weer 21 zou worden, betekent dat op de lange termijn een enorme besparing.
    Kortom natuurlijk willen we allemaal dat kinderen gewoon thuis kunnen wonen
    met hulp in het gezin. Maar als eenmaal besloten is dat het niet gaat thuis (zonder een schuldvraag neer te leggen) en het kind uit huis wordt geplaatst, geef het dan de kans om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen bij een ander en laat die plek dan definitief zijn.

  6. Ik ben het niet eens met het artikel. Hoewel ik terecht ben uit huis geplaatst op 2,5 jarige leeftijd denk ik niet dat ik beter af ben geweest. De achterstanden en psychische aandoeningen zijn juist ontstaan door de uithuisplaatsing en de 60+ door-plaatsingen die daar op volgden in de 15,5 jaren erop.

    Dat Jeugdzorg / Pleegzorg Nederland zich niet herkent in de situatie zegt genoeg over hoe goed zij inderdaad de werkvloer kennen: niet. Toevallig schreef ik gisteren, na een lange stilte overigens, over dit pijnlijke onderwerp in mijn leven. De beslissingen worden gemaakt door mensen op afstand die het moeten doen met enkele verslagen per jaar. Die worden geschreven door directe verzorgers. Maar besef dat alleen extremen worden onthouden. Dat is iets wat wij allemaal doen. Dus loopt het kind een keer weg; hoogtepunt 1. Jat het een keer een pen uit de winkel; hoogtepunt 2. Enz. Positieve dingen ontbreken vaak in de verslagen omdat die niet belangrijk zijn. Het beeld wordt op deze manier gevormd en daarom zijn de oplossingen / beslissingen die daarop volgen vaak ook ‘extreem’.

    En zeg nou eens eerlijk; je kunt elk willekeurig gezond kind uit een willekeurige basisschool pakken en een dag observeren. Ik weet zeker dat je minstens 5 punten weet te ontdekken die mogelijk kunnen leiden tot ‘behandeling’ of zelfs OTS. Want ieder kind is anders. Ieder kind heeft zijn eigen leven en woont in een niet-perfect gezin. Perfectie bestaat niet en dat is maar goed ook.

    Wat ik merk is dat dit wel het streven is. Dat je als ouder/verzorger geen fout meer mag maken. Dat je als leraar(es) geen fout meer mag maken. We moeten allemaal professioneel zijn. Zoals ik gisteren schreef op mijn Facebook pagina: Kinderen hebben helemaal geen behoefte aan professionals. Zij hebben juist behoefte aan niet-professionals. Professionals zijn ‘getekend’ door hun kennis. Ik heb een bloedhekel aan dat woord.

    Professionals hebben geleerd om kinderen (maar ook volwassenen) in hokjes te plaatsen a.d.h. van simpele observaties. Bepaalde lichaamstaal kan worden omgeschreven als onzeker, onrustig, druk e.t.c. Maar dit hoeft helemaal niet de waarheid te zijn.

    We lezen regelmatig in de krant dat ‘jeugdzorg’ gefaald heeft in extreme zaken. Maar dat vind ik niet. Het is een soort ‘reclame’. Diegene die gefaald hebben zijn de daders. Niet jeugdzorg (dat op deze manier natuurlijk weer haar ‘zgn. actiepakket’ kan uitbreiden / rechtvaardigen met nog extremere maatregelen).

    Nagegaan moet worden is of de inmenging van hulpverleningsinstanties als BJZ / Het Leger Des Heils eigenlijk wel goed is geweest. Uithuisplaatsing of zelfs alleen al een doorplaatsing (kindertehuis naar kindertehuis / pleegouders) is al traumatiserend genoeg om er van af te zien. Ik ben veel meer voor thuis blijven wonen, of in een normale thuissituatie wonen bij pleegouders of zelfs (kleine) groep waar de aandacht alleen gaat naar de basis: wonen, structuur, liefde. Niet naar behandelen. Dat behandelen moet naar mijn inziens buitenshuis worden gedaan.

    Behandeld worden op een groep betekent namelijk dat het kind er 1) tijdelijk woont en daarna weer naar een volgende behandelgroep kan, 2) het kind ten alle tijden tijdens het verblijf constant word ‘behandeld’ en dus ook al die tijd het gevoel opgedrukt krijgt dat hij/zij niet spoort (tast het zelfvertrouwen aan), 3) Samen met kinderen in hetzelfde huis woont met dezelfde problemen, lijkt me niet bevorderlijk!

    We kunnen eindeloos door discussiëren en ik laat zo nu en dan mijn stem weer eens horen in deze wereld, maar ik heb er een hard hoofd in dat dit ooit zal veranderen. Voor mij is de jeugdzorg in Nederland een pure industrie waar miljarden in omgaan. Waar bergen met geld over ruggen van kinderen worden verdient.

    Uitzonderingen daar gelaten, want ik vertrouw er op dat mensen die wat in de jeugdhulpverlening willen betekenen met een goed hart beginnen aan hun opleiding , vind ik het systeem door en door verrot. En het begint dus al bij die opleidingen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *