Het spilzieke veiligheids-etatisme van rechts

Wie de verkiezingsprogramma’s heeft bestudeerd, weet dat zowat alle Nederlandse partijen de criminaliteit willen bestrijden met meer blauw en strenger straffen. Strenger straffen is echter niet alleen duur maar ook weinig effectief. Hoogleraar Jan van Dijk houdt een pleidooi voor een herbezinning.

Nadat een grensrechter door Marokkaanse voetballers is doodgeschopt, verklaart de minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten op het NOS journaal dat hij zal laten nagaan of het Openbaar Ministerie zwaardere straffen kan opleggen aan de daders. De afschrikwekkende werking van het strafrecht is echter uiterst gering, zoals ook de jurist Opstelten heel goed weet. Het is een medicijn dat juist bij de doelgroep van korte lontjes weinig of geen effect heeft. De betrokken maatschappelijke groeperingen zullen zélf in actie moeten komen. De Amsterdamse PvdA-politica Fatima Elatik komt er niet mee weg door op 9 januari in een-interview in het NRC-Handelsblad sarcastisch te zeggen: ‘Ja Marokkanen zijn door en door slecht, dat zei ik toch al.’

Om geloofwaardig te blijven, zal zij voortaan haar afschuw over dergelijk gedrag moeten uitspreken en, bovenal, met oplossingen in eigen kring moeten komen. De oplossing moet verder vooral komen van de voetbalclubs en de KNVB door de ouderwetse overdracht van normen en waarden betreffende sportiviteit, royement voor het leven van chronische overtreders en door notoir onsportieve clubs uit te sluiten van de competitie.

De maakbare veiligheid is duur en ineffectief

Terecht wees VU-criminoloog Marc Schuilenburg in zijn bijdrage van 10 december 2012 erop dat de complexe veiligheidsproblemen van de huidige tijd vragen om beleidsarrangementen waaraan meerdere publieke en particuliere partijen deelnemen. Het idee dat de staat de enige actor op veiligheidsgebied kan zijn, is al decennia achterhaald. En toch herhaalt Opstelten bij elk zich voordoend veiligheidsprobleem zijn mantra van ‘meer blauw en strenger straffen.’ De VVD past de in diskrediet geraakte ideologie van de alles-kunnende verzorgingsstaat toe op de veiligheidsproblematiek. En dit veiligheids-etatisme gaat er bij coalitiegenoot PvdA in als koek. De PvdA-minister voor Onderwijs Jet Bussemaker over het geweld op de sportvelden: ‘Als het bijvoorbeeld gaat over geweld op de sportvelden, vind ik het goed dat we duidelijk aangeven: sommige dingen accepteren we niet. Daar hebben we Ivo Opstelten voor nodig. Die zegt: we gaan dat geweld strenger bestraffen. Hartstikke goed. Dat is helemaal Ivo z’n ding’ (de Volkskrant, 17 december 2012). Hierdoor gesterkt, liet de bewindsman de volgende dag op een door De Telegraaf georganiseerde bijeenkomst over geweld tegen hulpverleners weten: ‘Tuig pakken we aan.’ En voor wie het nog niet had begrepen: ‘Keihard aanpakken, zero tolerance, law and order.’

Punt is dat een beetje meer blauw al gauw honderden miljoenen euro’s kost en op zichzelf niet tot minder criminaliteit leidt. Gevangenisstraffen hebben weinig tot geen afschrikwekkende werking op de harde kern van wetsovertreders en bewerkstelligen eerder verharding dan rehabilitatie. Ze kosten de samenleving bovendien, ook na alle binnen het gevangeniswezen doorgevoerde bezuinigingen, een vermogen, namelijk 400 euro per gedetineerde per dag. Als men de roep om strenger straffen enigszins serieus neemt, zal dat moeten leiden tot minstens een verdubbeling van de duur van de opgelegde straffen. Daaraan hangt een prijskaartje van 2 miljard euro.

Preventie is beter en goedkoper middel tegen criminaliteit

Al jaren is bekend hoe de veiligheid op een andere manier en tegen veel minder kosten kan worden vergroot. In 1985 adviseerde een commissie onder leiding van de inmiddels overleden PvdA-er Hein Roethof om elementaire  beveiligingseisen op te nemen in het Bouwbesluit. In 1999 is dit voornemen uitgevoerd. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kans op een inbraak in nieuwbouwwijken sindsdien 50 procent lager is dan in vergelijkbare oudere wijken. Uit internationaal vergelijkend onderzoek van de Universiteit te Tilburg is verder gebleken dat de Nederlandse woningvoorraad nu, samen met die van Engeland, het beste beveiligd is en dat het beveiligingsniveau twee keer zo hoog ligt als in Zwitserland en Denemarken. Het nuchtere, op preventie gerichte beleid in Nederland heeft ertoe geleid dat het aantal woninginbraken sinds 1995 sterk is gedaald. In landen als Zwitserland en Denemarken is het aantal inbraken in dezelfde periode daarentegen fors toegenomen. In matig beveiligde landen zoals Zweden en Duitsland is het aantal inbraken ongeveer stabiel gebleven. Er is in Europa dus een sterk verband tussen het niveau van beveiliging en de nationale trends in inbraken, ongeacht de overige kenmerken van de betrokken landen. Het aanbrengen van elementaire beveiliging kost per huis ongeveer 300 euro. Hiermee wordt over een periode van dertig jaar 700 euro uitgespaard.

Het doorslaggevende belang van technische preventie bij misdaad bestrijding is ook gebleken bij autodiefstal. Diefstallen door amateur-autodieven zijn overal in de westerse wereld sterk gedaald na invoering van nieuwe beveiligingstechnieken zoals de startonderbreker. Kosten 1500 euro per voorkomen diefstal. De gemiddelde waarde van gestolen auto’s is vanzelfsprekend vele malen hoger. Ook in de Verenigde Staten is bewezen dat collectieve beveiliging van bedrijfsterreinen winst oplevert voor alle partijen. Sterker nog, dat het in Amerikaanse steden veiliger is geworden, heeft volgens deskundigen niets te maken met zero tolerance en law and order, maar met gericht politieoptreden op zogenoemde hot spots in nauwe samenwerking met de lokale gemeenschap en het bedrijfsleven. Ofwel: misdaadpreventie met burgerparticipatie werkt en, vergeleken met het strafrecht, tegen aanzienlijk lagere kosten.

In de criminologie bestaat brede consensus over wat werkt tegen misdaad en wat niet. Bij veel vormen van criminaliteit is situationele beveiliging het beproefde middel. Het is goedkoper dan de zogenoemde harde strafrechtelijke bestrijding en het heeft grotere effecten op de veiligheid.  Gegeven deze kennis, zou men verwachten dat ook de Nederlandse overheid uit de eerdere positieve ervaringen met beveiliging in ons land de les heeft getrokken dat beveiliging loont en dat in de verdere ontwikkeling hiervan dus blijvend en fors moet worden geïnvesteerd. Dit is vooral belangrijk omdat de aantallen  woninginbraken en autodiefstallen in ons land nu weer stijgen.

Huidig beleid geeft prettig gevoel, maar biedt geen veiligheid

Jammer genoeg heeft de Nederlandse overheid geen enkele belangsteling meer voor preventie door nieuwe technologie. Bij de politie zijn de gespecialiseerde afdelingen Voorkoming Misdrijven bijna overal opgedoekt. Preventie wordt niet langer gezien als kerntaak van de Nederlandse politie. In de meest recente jaarplannen van de lokale korpsen zal men het begrip preventie dan ook tevergeefs zoeken.

Op het ministerie van Justitie en Veiligheid bestond vroeger een directie Criminaliteitspreventie waarin zowel sociaal-wetenschappelijke als technische kennis was gebundeld. Dat kenniscentrum is nu teruggebracht tot een handvol doorsnee ambtenaren. In de regeringsverklaring wordt over preventie of beveiliging met geen woord meer gerept. De nieuwe regering zet uitsluitend in op ‘meer blauw en strenger straffen.’ Dit quasi-ferme beleid zal veel kiezers wellicht een prettig gevoel geven, maar het is niet gebaseerd op wetenschappelijke kennis en het zal niet leiden tot een veiliger samenleving. Het door minister Opstelten gevoerde en door minister Bussemaker gesteunde anti-misdaadbeleid berust op sentimenten in plaats van op kennis. De Nederlandse regering opereert op veiligheidsgebied als een opportunistische arts. Een arts die zijn patiënten  medicijnen toedient die bij hen populair zijn hoewel de geneesheer uit de medische literatuur weet dat ze onnodig duur zijn en aan de genezing van  kwalen nauwelijks bijdragen.

Jan van Dijk hield op 7 december op de universiteit van Tilburg zijn afscheidscollege als bekleder van de Pieter Van Vollenhoven- leerstoel in Victimology and Human Security. Hij besprak daarin de bewezen effectiviteit van situationele misdaadpreventie. In 2011 publiceerde hij samen met Marianne Junger en Irene Sagel ‘Actuele Criminologie’, Sdu uitgevers.

Foto:  Bas Bogers

 

 

Reacties op dit artikel (4)

  1. Wat ik problematisch vind is de frase “de betrokken maatschappelijke groeperingen moeten in actie komen”. Welke groeperingen bedoelen we dan? Ik ben het helemaal eens met een investering in preventie, maar wanneer dat als uitwerking krijgt dat “maatschappelijke groeperingen” op een vrij willekeurige manier worden aangesproken, lijkt me dat contraproductief. Wanneer een aantal mensen iemand doodschoppen, dan is het aanspreken van ‘ouders’ in het algemeen nutteloos, zoals het ook nutteloos is om ‘Marokkanen’ in het algemeen aan te spreken. Dat is waarschijnlijk ook waarom Fatima Elatik zo reageert. Het prachtige voorbeeld van de woningbeveiliging duidt er ook op dat je goed moet nadenken over waar je je actie op inzet. In dit geval het Bouwbesluit. En dus niet op de verantwoordelijkheid van de “maatschappelijke groepering” waar de inbrekers uit voort kwamen?

  2. Zullen we het eens omdraaien ?
    Stel dat je dat doet dat de samenleving zonder criminaliteit is.
    Heb je het hele veiligheidsbedrijf niet meer nodig.
    Dat bedrijf heeft dus never nooit belangstelling voor methoden die werken !

    Beter zou zijn een onderscheid te maken tussen for-profit en not-for-profit criminaliteit te maken.

    Het eerste mag je van mij hard aanpakken en volledig leegplukken.
    Het is echter criminaliteit waar de meesten van ons weinig merken.
    Of bang van worden.

    De andere criminaliteit is die waar we wel bang voor worden, waar we soms zelfs dagelijks last hebben. En waarvan de daders meestal mensen uit onze eigen directe leefomgeving zijn.
    Zero tolerance in de zin dat niemand pikt wat ze doen helpt.
    En preventie dat ze het kunnen doen ook.
    Net zoals dat ze verantwoordelijk worden gesteld voor reparatie van de door hen aangebrachte materiële en immateriële schade.
    Maar dat doen we niet.
    Dus de echte gevolgen zijn nihil voor deze daders.

    Dus blijven we roepen om meer blauw, zwaarder straffen, etc.
    Tot in eeuwigheid.
    Hetgeen niet wil zeggen dat individuele agenten geen goed werk doen.
    Integendeel.
    Maar dat heeft meestal weinig met ‘het beleid’ van doen.

  3. ‘Strenger straffen is echter niet alleen duur maar ook weinig effectief.’

    Een pertinent onjuiste bewering. De vanzelfsprekendheid waarmee zij ook of vooral door intellectuelen tegen alle evidentie in wordt geslaakt, verraadt een ideologische worteling. Die is zo diep dat zij tot een factor van achterlijkheid is uitgegroeid.

  4. Pingback: Order hydradiance

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *