Cultuurhistoricus Rovers schreef twee biografieën, een van Helene Kröller-Müller en een van Boudewijn Büch. Ruim negen jaar geleden maakte ze naar eigen zeggen een U-bocht. Was ze eerst vooral geïnteresseerd in kunst, vanaf toen engageerde zij zich volop met klimaat en burgerberaad. Die ommekeer had een reden.
Rovers: ‘In 2016 werden er veel (negatieve) klimaatrecords gebroken, Groot-Brittannië trad uit de EU, en Donald Trump begon aan zijn eerste, meteen al destructieve, regeertermijn. Het waren stuk voor stuk belangrijke ontwikkelingen waarop je weinig of geen invloed hebt. Je kunt je stem uitbrengen, demonstreren, lid worden van een politieke partij en andere keuzes maken, maar daar houdt je invloed als individu binnen de huidige politiek-maatschappelijke structuren wel zo’n beetje op; het blijft indirect.’
Van ‘ik denk dus ik ben’ naar ‘ik kom in opstand, dus wij zijn’
Kan het ook anders? zo vroeg Rovers zich af. Voor een antwoord ging ze te rade bij de Franse filosoof Albert Camus. Die schreef bijna 75 jaar geleden over de mogelijkheid van hartstochtelijk leven, ‘door de absurditeit onder ogen te zien en niet-aflatend in opstand te komen’, schrijft Rovers, om datgene te beschermen wat je van waarde en betekenis acht.
Wie in opstand komt, aldus Camus, doet dat voor zichzelf én voor anderen, want de anderen doen ons ontstaan. Camus stelt dat de opstand de mens definieert als mens, maar tegelijkertijd wijst hij erop dat die primaire impuls tot opstand door ideologieën wordt onderdrukt.
In haar boek Practivisme uit 2018 geeft Rovers acht adviezen om effectief in opstand te komen en ons van die onderdrukking te bevrijden. Met Rovers lopen we die adviezen na om te zien hoe we onze opstandigheid effectief vorm kunnen geven. Uitgangspunt bij die exploratietocht is Camus’ herformulering van René Descartes’ filosofische stelling ‘ik denk dus ik ben’ tot ‘ik kom in opstand dus wij zijn’.
Durf te denken
We moeten net als Camus klaarlicht proberen te denken. Anders gezegd: we moeten voortdurend op onze opvattingen en overtuigingen reflecteren en nagaan waar we die op baseren.
Rovers: ‘Ik heb heel lang geen vraagtekens gezet bij de dominante overtuiging dat een economie moet groeien. Totdat ik het boek De donuteconomie las, waarin de Britse econoom Kate Raworth beargumenteert dat een economie voor welvaart en welzijn van een land helemaal niet hoeft te groeien. Sterker nog: eeuwige economische groei is zelfs problematisch, omdat die ten koste gaat van ons Ruimteschip Aarde.’
Word boos en heb lol
Zelf kan ze heel boos worden over hoe we met z’n allen de aarde uitputten en dat de grootste boosdoeners er het minste last van hebben. ‘Boosheid is een goede motor, maar boosheid is niet genoeg voor effectief verzet’, aldus Rovers. ‘Voor opstand heb je massa nodig. En om medestanders te krijgen, heb je behalve woede ook lichtheid nodig.
Met emmers en zeep trokken de actievoerende grootmoeders eropuit voor de bescherming van het milieu
Een voorbeeld dat ik in Practivisme noem, komt uit Balcombe, een dorp in Sussex. In dat gehucht in Zuidoost-Engeland verenigden boze en verontruste oma’s zich in 2013 tegen fracking, een sterk vervuilende olie- en gaswinningstechniek. Uitgerust met emmers, zeep en gele huishoudhandschoenen trokken de actievoerende grootmoeders eropuit om hun streekgenoten mee te krijgen in hun actie voor de bescherming van het milieu. De wijze waarop de oma’s actievoerden, was grappig, cabaretesk zelfs, en effectief. Voorbijgangers werden nieuwsgierig, gingen met ze in gesprek en luisterden naar hun zorgen. Iets wat mensen niet zouden doen als ze alleen maar boos hadden staan schreeuwen dat ze tegen fracking waren.’
Maak een plan
Rond opstand hangt een sfeer van spontaniteit, zo van: je bent boos en je gaat de straat op. ‘Dat lucht misschien op, maar het heeft vaak weinig effect’, zegt Rovers. ‘Neem de bezetting van het Maagdenhuis in 2015. Wat begon als een protest tegen het universiteitsbestuur, leidde in een spur of the moment tot een bezetting. Maar die actie sorteerde uiteindelijk slechts weinig effect omdat er geen duidelijk plan was voor wat er ná de bezetting moest gebeuren.’
Een belangrijk moment in de strijd van de Noord-Amerikaanse burgerrechtenbeweging tegen segregatie laat zien dat je ook anders in opstand kunt komen. Op 1 december 1955 weigerde de 42-jarige Rosa Parks om haar zitplaats in de bus af te staan aan een witte passagier.
Rosa Parks’ keuze om zich te laten arresteren, was onderdeel van een goed doordacht plan
‘Het veelgehoorde verhaal is dat Parks weigerde op te staan omdat ze moe was en dat ze ondanks zichzelf het begin zou hebben ingeluid van een 381 dagen lange busboycot en het formele einde van segregatie in het Amerikaanse busvervoer.
Tot zover de mythe. Maar Parks was geenszins de passieve vrouw waarvoor ze vaak gehouden wordt. Ze was al meer dan tien jaar actief voor de burgerrechtenbeweging, als onderzoeker en rapporteur van racistische misdaden. Haar weigering om haar zitplaats af te staan, begon als impulsieve daad, maar haar keuze om vol te houden en zich te laten arresteren, was onderdeel van een goed doordacht plan. Ze wist dat de burgerrechtenbeweging een goede casus nodig had voor een rechtszaak om de segregatie in het busvervoer juridisch aan te pakken. Parks zorgde voor die casus.’
Doe moeite
‘Een plan maken, veronderstelt dat je de relevante partijen in beeld hebt. Dan heb ik het niet alleen over politici, maar ook over journalisten, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het kost veel tijd en moeite om uit te vinden wie je kan helpen om je doel te bereiken, en wie je daarin kan dwarsbomen, maar het is essentieel.’
Doe het samen
‘Verandering veroorzaken, gaat in essentie om de keuzes die we als samenleving willen maken. Keuzes die we niet alleen aan politici mogen en kunnen overlaten. Uit angst om niet herkozen te worden, richten zij zich immers vooral op de korte termijn. De oplossing van ingewikkelde vraagstukken zoals klimaat, stikstof, woningbouw, vergrijzing en zorg schuiven ze liever voor zich uit.’
Rovers ziet in burgerberaden een belangrijke versterking van de democratie. ‘Uit nationale en internationale ervaringen blijkt dat burgerberaden heel goed in staat zijn om bruikbare, realistische en constructieve aanbevelingen voor complexe vraagstukken te ontwikkelen.’
Rovers, medeoprichter van Bureau Burgerberaad, is het oneens met de kritiek van bijvoorbeeld onderzoeker Annemarie Kok en hoogleraar Bestuurskunde Caspar van den Berg dat een burgerberaad slechts een klein deel van de bevolking extra zeggenschap geeft, dat een dergelijk beraad leidt tot groupthink en zich misschien wel leent voor een relatief eenvoudig vraagstuk als bijvoorbeeld abortuswetgeving, maar niet voor ingewikkelde vraagstukken zoals migratie en klimaat.
‘De bevolking volgde het beraad via livestreams, waardoor het gesprek ook aan de keukentafel werd gevoerd’
‘Kok en Van den Berg doen met hun kritiek geen recht aan het burgerberaad’, vindt Rovers. ‘De abortuswetgeving, waarover Ierland acht jaar geleden een burgerberaad organiseerde, was ook een ethisch en moreel ingewikkeld onderwerp. Een thema dat tot sterk gepolariseerde politieke en maatschappelijke discussies leidde. De 99 Ieren die aan het burgerberaad deelnamen, waren géén klein deel van de bevolking, maar vormden dankzij de gewogen loting een goede afspiegeling van de Ierse bevolking. Bovendien kon de hele bevolking inbreng leveren en het beraad volgen via livestreams, waardoor het gesprek ook aan de keukentafel werd gevoerd.
En wat betreft de door Kok en Van den Berg veronderstelde neiging van een burgerberaad tot groupthink: het hele idee van een burgerberaad is om de verscheidenheid van perspectieven in de samenleving naar boven te brengen. Dit in tegenstelling tot de behoorlijk homogene groep theoretisch geschoolden die momenteel het beleid maken. Daar ontstaan juist blinde vlekken.
De deelnemers aan het Ierse burgerberaad gingen een dialoog met elkaar aan om elkaars standpunten te leren begrijpen, níét om de ander te overtuigen. In een goed georganiseerd burgerberaad, zoals het Ierse, gaat het niet om ‘de meeste stemmen tellen’, maar om ‘alle stemmen tellen’, dus ook de minderheidsstem. Gespreksbegeleiding zorgt ervoor dat deelnemers hun eigen ideeën, ervaringen en kritiek aandragen, juist ook als dat een minderheidsstandpunt is. Zo ontstaan aanbevelingen die met meer perspectieven rekening houden dan bij veel beleid het geval is.
Daar komt nog bij dat de deelnemers worden bijgepraat door experts. In Ierland waren dat filosofen, artsen, verpleegkundigen, juristen, ervaringsdeskundigen, belangengroepen en kerkgenootschappen – zowel voor- als tegenstanders van abortus. Groupthink wordt lastig als er zoveel ruimte is voor verschillende stemmen en expertises.
Abortus is een maatschappelijk thema, met tal van politieke en religieuze kanten, maar migratie en klimaat zijn inderdaad veelomvattender onderwerpen. De vele klimaatburgerberaden die inmiddels hebben plaatsgevonden (in onder meer Frankrijk, Schotland, Denemarken, Spanje, Oostenrijk en Duitsland), laten echter zien dat een burgerberaad over grote en complexe onderwerpen ook tot zinnige en haalbare uitkomsten leidt. En juist een gepolariseerd onderwerp als migratie schreeuwt om een burgerberaad. Laten we daar als samenleving eindelijk eens een dialoog in plaats van een debat over voeren.’
Je kunt je afvragen of het Franse klimaatburgerberaad wel zo’n goed voorbeeld is, de politiek heeft met de adviezen weinig gedaan.
Rovers: ‘Op de dag dat het burgerberaad zijn aanbevelingen aan president Emmanuel Macron overhandigde, was iedereen enthousiast en hoopvol gestemd. Dat was driekwart jaar later inderdaad wel anders, nadat de Senaat had besloten slechts 14 van de 149 aanbevelingen van het burgerberaad over te nemen. Teleurstellend, maar er is wel van geleerd.’
Een andere belangrijke verbetering is dat ook het parlement zijn zegje mag doen
‘Bij de opzet van het Nationaal Burgerberaad Klimaat in ons land (actief sinds 18 januari 2025) hebben – anders dan in Frankrijk – kabinet en Kamer samen opgetrokken. Er is afgesproken dat het kabinet binnen zes maanden per aanbeveling gemotiveerd aangeeft waarom het een aanbeveling al dan niet overneemt. Over die kabinetsreactie gaat de Kamer in debat. Verder moet het kabinet na een jaar inzicht geven in hoeverre het een praktische opvolging aan adviezen heeft gegeven. Serieuze opvolging is cruciaal om het burgerberaad te laten bijdragen aan de versterking van de democratie en de zeggenschap van inwoners.’
Val op
Als je iets in de maatschappij wilt veranderen, dan moet de maatschappij daar wel weet van hebben. Om je verzet zichtbaar te maken, kunnen sociale media superhandig zijn, aldus Rovers. Ze tekent daarbij wel aan dat ‘beleid niet morgen verandert omdat honderdduizend mensen vandaag een post hebben ge-retweet. Zo iets als een ‘twitter-revolutie’ bestaat niet, was het maar zo simpel.’
Dat sociale media ook worden misbruikt om desinformatie te verspreiden, accentueert volgens haar het grote belang van klaarlicht denken. ‘We moeten zo jong mogelijk leren om nieuwsgierig en kritisch te zijn.’
Wees geweldloos
Een omvangrijke studie uit 2011 van Erica Chenoweth en Maria Stephan, onderzoekers van het International Center on Nonviolent Conflict, toont aan dat geweldloos verzet dubbel zo effectief is als gewelddadig verzet.
‘Geweldloze communicatie is nu eenmaal niet voor bange mensen’
Rovers: ‘Dat heeft twee redenen. Ten eerste heeft de tegenstander van de opstandeling, vaak de staat, in het algemeen meer gewelddadige macht. En ten tweede hebben mensen de neiging om zich van opstand of verzet af te keren zodra er geweld wordt gebruikt. Het is niet toevallig dat autoriteiten en tegenstanders van het verzet meestal veel nadruk leggen op de kleinste ongeregeldheid tijdens een actie of demonstratie.’
Durf te doen
Rovers noemt debat een vorm van geweld. ‘Opponenten in een debat luisteren niet naar elkaar, ze vuren slechts meningen op elkaar af. De een is niet geïnteresseerd in wat de ander voelt of denkt: het is letterlijk een woordenstrijd waarin partijen uit zijn op overwinning, niet op begrip. Het vereist durf om van debat naar dialoog te gaan, om in de schoenen van een ander te gaan staan. Geweldloze communicatie is nu eenmaal niet voor bange mensen.’
Jan van Dam is freelancejournalist.
Foto: Frank Ruiter