Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft het afgelopen jaar samen met de Stichting Toekomstbeeld der Techniek een rapport gemaakt waarin aandacht is gevraagd voor het feit dat sociale ongelijkheid wordt vergroot door digitale ongelijkheid. Mensen met een hoger inkomen en hogere opleiding profiteren meer van digitale verworvenheden dan mensen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder. Ik wil daar verder op ingaan.
Socialer, groener, veiliger en democratischer
Digitalisering biedt kansen. Het kan op een prachtige manier worden aangewend om sociale ongelijkheid tegen te gaan, om sociale cohesie te vergroten, om vervuiling te verminderen en de achteruitgang van biodiversiteit te kenteren, om misdaad aan te pakken en natuurlijk ook om de democratie te versterken. Kortom: het kan onze wereld socialer, groener, veiliger en democratischer maken.
Bedenk wat de voorwaarden zijn waardoor digitalisering de samenleving het meeste dient
Maar zoals we weten: veel digitale toepassingen kunnen deze waarden juist ook ondermijnen. De cruciale vraag is daarom: is het nou waarschijnlijk dat juist de positieve aanwendingen het meest voortvarend ter hand zullen worden genomen? Als we daaraan twijfelen – en dat doe ik – dan is het nuttig om te bedenken wat de voorwaarden zijn om de kans te vergroten dat digitalisering plaatsvindt op een manier die de samenleving het meest dient?
Wiens belang wordt gediend?
De vraag ‘wiens belang wordt nu eigenlijk gediend?’ stel ik mezelf regelmatig zo rond een uur of 8 in de ochtend als ik het Centraal Station in Amsterdam binnenloop. In het verleden bestelde ik dan een kop koffie bij Julia’s. Ik had dan een kort, niks-zeggend maar gezellig, praatje met de vrouwen die daar werkten. En kon dan ook vragen om net een beetje minder melk in de cappuccino te doen.
Maar die tijd is voorbij. Er is nu een bestelzuil. Daarop moet ik eerst zoeken naar de warme dranken, en te midden van de enorme keuze vinden wat ik wil bestellen, en vervolgens is er geen mogelijkheid om mijn specifieke wensen ten aanzien van de melk kenbaar maken. Het personeel zit ondertussen achter een verhoogde balie en roept af en toe een nummer om. Een gesprek hebben we niet meer. Mijn vraag: wie is hier nu beter van geworden?
Bedrijven kiezen vaak voor nieuwe digitale aanwendingen om de winstgevendheid te vergroten. Maar dit strookt niet altijd met de wensen en belangen van werknemers of de klant. Een kans voor de één kan zo een risico voor de ander zijn.
Zeggenschap werknemers
Een meer serieus onderzoek dan mijn N=1, deed arbeidssocioloog Fabian Dekker. Hij interviewde tientallen werknemers voor zijn boek De onzichtbaren. Daaruit bleek dat veel klassieke arbeiders, zoals werknemers in de haven en fabrieken, zich ondergewaardeerd en niet gehoord voelen. En dat heeft alles te maken met technologische ontwikkelingen. Ik citeer: ‘Bij de vele veranderingen op de arbeidsmarkt hebben ze weinig inspraak. Wat betekent AI bijvoorbeeld voor hun toekomst? Het zijn geen werkenden die met hun vuist op tafel durven te slaan.’
Geef werknemers meer zeggenschap over technologische investeringen in bedrijven en organisaties
Als we willen dat techniek de mens dient, is het van belang om de setting waarin besluiten genomen worden zo in te richten dat die kans het grootst is. Onder meer door werknemers meer zeggenschap te geven over technologische investeringen in bedrijven en organisaties. Dan kunnen zij meebeslissen over welk deel van hun takenpakket zij graag overdragen aan robots en welke taken zij vooral ook graag zelf willen blijven uitvoeren.
Zorgrobots
Dat is ook het advies van TNO dat onderzoek deed naar de inzet van zorgrobots. Op dit moment sluiten die nog onvoldoende aan bij wat het zorgpersoneel wil. Volgens TNO leidt het introduceren van robots zonder overleg met het personeel alleen maar tot (techno)stress en taakverzwaring. Vroegtijdig betrekken van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is cruciaal.
In de praktijk zien we dat wij als burgers, werknemers en consumenten aan macht inboeten
Door digitalisering kan de macht van burgers versterkt worden. Maar in de praktijk zien we dat wij als burgers, werknemers en consumenten juist aan macht inboeten. En dat we ook niet allemaal in gelijke mate de klos zijn.
Karl Marx en de machine
Ik wil zo stilstaan bij de overheid. Maar wanneer het gaat om macht, verdient de bespreking van big tech voorrang.
Laat ik hier Karl Marx maar eens aanhalen. ‘Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de machine en haar kapitalistische toepassing, en dus de aanvallen te richten niet tegen de materiële productiemiddelen zelf, maar tegen de maatschappelijke vorm waarin deze productiemiddelen worden gebruikt.’ Het is niet de machine, maar wat je ermee doet.
Neem sociale media. Die zijn niet van nature seksistisch, gewelddadig en democratie-ondermijnend. Op heel veel manieren hebben sociale media de positie van bijvoorbeeld vrouwen versterkt. Met de hashtag #MeToo hebben vrouwen, via Twitter, LinkedIn, Facebook, Instagram, Youtube, massaal ervaringen over aanrandingen en verkrachtingen gedeeld om bewustzijn te creëren dat seksueel misbruik geen incident is, maar breed verspreid en structureel.
Er zijn de nodige juichverhalen te vertellen over sociale media als motor van emancipatie
Of denk aan de politici zoals de Amerikaanse Democrate Alexandria Ocasio-Cortez, ook wel AOC genoemd. Waar traditionele media een sterk vooroordeel hadden en haar ervaren oudere witte partijgenoot Joseph Crowley op het schild hieven, genereerde AOC via sociale media een gigantisch bereik waardoor zij uiteindelijk als jongste vrouwelijke congreslid ooit, de zetel binnenhaalde.
Vrouwen online vaker het slachtoffer
Maar je zou die kant bijna vergeten als je tegelijk ziet hoeveel tegenwind sociale media creëren voor vrouwen. Voor vrouwelijke politici, maar bijvoorbeeld ook vrouwelijke journalisten. Alle onderzoeken laten zien dat vrouwen online vaker het slachtoffer zijn van haat en intimidatie dan mannen.
Vrouwen wordt de toegang tot het publieke domein ontzegd
Helaas worden ook mannen regelmatig op een totaal onaanvaardbare manier gemangeld. Maar meestal gaat het wel op een andere manier dan bij vrouwen. Mannen worden keihard aangevallen; vrouwen worden gedelegitimeerd. De mannen zijn dan zakkenvullers, leugenaars. Maar vrouwen worden vaak gekleineerd met pornografische afbeeldingen en bedreigingen met verkrachting. ‘Daar moet een piemel in.’ In feite wordt hun de toegang tot het publieke domein ontzegd. Terug naar de slaapkamer en de keuken. Mannen met een migratieachtergrond krijgen overigens ook te kampen met extra agressie.
Schunnig verdienmodel
Anonimiteit, de retweetknop én de algoritmes die haat en ophef versterken, werken de snelle verspreiding van de haat in de hand. Net als de slappe moderatie van socialemediabedrijven. Kortom, deze schadelijke effecten voor de samenleving (want veel vrouwen doen hierdoor in de echte, fysieke wereld een stap achteruit) is geen gevolg van de materiële productiemiddelen, maar van de toepassing daarvan. Het heeft te maken met hoe we onze samenleving hebben georganiseerd. Met het toestaan van krankzinnig grote bedrijven en een schunnig verdienmodel.
Big tech vormt een gevaar voor kansengelijkheid, voor onze democratische waarden
De laatste jaren wordt in Europa geprobeerd om big tech te reguleren. Omdat we zien dat ze een gevaar vormt voor kansengelijkheid. Voor onze democratische waarden. Na jarenlang te hebben gesleuteld aan wetgeving, komt het nu aan op de handhaving van die normen.
Maar het beleid van de Amerikaanse president Trump maakt het wel heel moeilijk. Trump dreigt met sancties als Amerikaanse bedrijven boetes krijgen opgelegd wegens het overtreden van de DSA, de Digitale dienstenverordening (de DSA beschermt de digitale ruimte tegen de verspreiding van illegale inhoud en waarborgt de bescherming van de grondrechten van de gebruikers, red.). Ambtenaren die dat doen lopen zelfs persoonlijke risico’s.
Het verbond tussen big tech en autocraten, denk bijvoorbeeld ook aan de presidenten Xi en Poetin, is een groot gevaar voor onze rechtsstaat.
Zwaar onvoldoende
En om daar tegen op te treden, redden we het niet met wat kanaliserende maatregelen, zoals regels die sociale media vragen om informatie te verwijderen wanneer het haatdragend of misleidend is, of die eisen stellen aan klachtenprocedures.
We moeten het verdienmodel van deze bedrijven in het hart aanpakken. Verbied de handel in persoonsgegevens. Maak algoritmes transparant. Breek bedrijven op. Pak de enorme winsten aan. Kortom, zorg dat de overheid ook in het digitale domein in de positie komt om sociale ongelijkheid te bestrijden.
Staten zijn bijna niet meer in de positie om publieke boven private belangen te doen prevaleren
Ik zie natuurlijk ook wel dat dit een ontzettend moeilijke opdracht is, juist vanwége de macht van die bedrijven. Maar dan is het des te belangrijker om te benoemen dat het probleem niet zozeer sociale media an sich is, maar het feit dat staten op dat terrein bijna niet meer in de positie zijn om publieke belangen te doen prevaleren boven private belangen. Voor het verdedigen van grondrechten wordt nu soms de verantwoordelijkheid vooral bij individuele burgers gelegd. Die moeten meer doen aan mediawijsheid, digivaardigheid en het beschermen van hun persoonsgegevens. En natuurlijk is dat allemaal belangrijk. Maar dat alleen is zwaar onvoldoende.
Inkoopmacht gebruiken
Hoewel ik onze capaciteit om big tech in het gareel te dwingen niet overschat, is het belangrijk dat we onszelf ook niet kleiner maken dan we zijn. De overheid kan bijvoorbeeld het nodige bereiken met zijn inkoopmacht. Wij allemaal, van ministeries, Raad van State tot het SCP, kunnen afzien van het gebruik van Microsoft.
Laten we Europese bedrijven stimuleren die een ander verdienmodel hebben
Het zal niet makkelijk zijn, en misschien werken sommige functies dan minder goed, maar gezamenlijk kunnen wij de levensvatbaarheid stimuleren van bedrijven die niet onder de Amerikaanse wet vallen én die een ander winstmodel hebben. Dat laatste moet ik er wel bij zeggen. Want soms hoor ik pleidooien voor Europese giganten die de Amerikaanse zouden moeten kopiëren. Maar ook die zullen een probleem worden voor onze democratie als ze te groot worden en als hun verdienmodel hetzelfde is.
Alleen afschakelen van Microsoft is niet voldoende. Het gaat ook om het systeem waarin het gedijt. Laten we Europese bedrijven stimuleren die geen aandeelhouders hebben, maar stewards. Dat zijn constructies waardoor niet zozeer een maximale winstuitkering centraal staat, maar de missie van een bedrijf.
Persoonlijk bedonderd
Onlangs hebben we nog gezien hoe belangrijk dat is. Want het Nederlandse cloudbedrijf Solvinity, dat gold als een alternatieve cloud, is voornemens zijn hele hebben en houden te verkopen aan een Amerikaans bedrijf. Dat is goed geld verdienen voor de eigenaren. Maar het gevolg is dat servers die onder andere DigiD en MijnOverheid beheren dan in Amerikaanse handen komen.
We hebben vaak veel te hoge verwachtingen van technologische toepassingen
Ambtenaren stellen zich ‘persoonlijk bedonderd’ te voelen. Dat kan ik me voorstellen. Maar laten we nu dan ook eens serieus werk maken van een Europees én een ander verdienmodel.
Stel dat we big tech tot medium tech hebben gemaakt. Stel dat maximale winst niet meer zaligmakend is. Stel dat werknemers altijd worden geraadpleegd over technologische innovaties: is de setting dan zodanig dat de kans het grootst is dat vooral geïnvesteerd wordt in digitale toepassingen die de wereld socialer, groener, veiliger en democratischer maken?
Ik moet zeggen: we zijn dan wel een eind op dreef.
Maar ik wil toch nog twee andere elementen inbrengen die belangrijk zijn voor een goede afweging: de noodzaak om een wat reëler beeld te hebben van techniek als oplosser van problemen, en een herwaardering voor het belang van privacy.
Te hoge verwachtingen
We hebben vaak veel te hoge verwachtingen van technologische toepassingen. De bestelzuilen van fastfoodrestaurants zijn wat dat betreft exemplarisch. Maar denk ook aan het CAS, het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarmee de politie al sinds 2014 criminaliteitspatronen wil identificeren. CAS laat in evaluaties geen aantoonbaar effect zien. Een beetje wijkagent is mogelijk effectiever. In plaats van onze verwachtingen bij te stellen, is de reactie doorgaans om het systeem te voeden met nóg meer data.
Denk aan überhaupt de hele discussie over AI.
Maar die overschatting is niet het hele verhaal. De futuroloog Roy Amara stelt dat mensen genegen zijn de impact van nieuwe technologie op de korte termijn te overschatten, maar de impact op de lange termijn juist onderschatten.
Door het te grote vertrouwen in techniek wordt de professional vaak wat naar achter gedrukt
Bijvoorbeeld: een onderschatting van de milieu-impact. Want het is natuurlijk allemaal fantastisch wat digitale innovaties kunnen betekenen voor het verduurzamen van onze samenleving. Maar laten we niet vergeten dat veel uitvindingen ook een krankzinnige hoeveelheid energie, grondstoffen en water verbruiken.
Computer says no
Maar laten we ook stilstaan bij de gevolgen voor professionals op de lange- of middellange termijn. Door het te grote vertrouwen in techniek wordt de professional vaak wat naar achter gedrukt. Dat zagen we bijvoorbeeld in een gemeente waar een algoritme was ingezet om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. In een interview met De Groene Amsterdammer zei de verantwoordelijk ambtenaar: ‘Dit systeem zit vernuftig in elkaar, het houdt met meer factoren rekening dan een mens zou kunnen. Er komen soms namen van leerlingen uit die nog nooit een dag school hebben gemist. Daar gaan we dan toch maar langs, ook al weten we niet goed waarom.’
Mensen moeten wel durven afwijken van een algoritmische uitkomst
Gezien de neiging tot overschatting van technologische uitvindingen kun je je afvragen of de machine het inderdaad zo veel beter weet. Maar wat hier ook gebeurt, is dat een professional niet meer durft te vertrouwen op zijn eigen oordeel.
Formeel is het vereist dat bij algoritmische besluitvorming altijd een menselijke blik is. Geen ‘computer says no’. Maar om invulling te geven aan die menselijke blik moeten mensen wel durven afwijken van een algoritmische uitkomst.
Daarom is het hard nodig dat algoritmes niet alleen het terrein van techneuten is. Wij allemaal zullen meer moeten weten over hoe ze in elkaar steken en wat ze kunnen voorspellen én wat de beperkingen zijn. Daarnaast is het, juist als je inzet op digitalisering, óók nodig om te investeren in professionals en hun beoordelingsvermogen. Alleen zo’n setting biedt de kans op een maximaal samenspel tussen mens en machine.
Privacy en veiligheid
Als we het hebben over adequaat kunnen inschatten van langetermijneffecten, is het goed om ook stil te staan bij veiligheid. Vaak wordt gezegd dat privacy in de weg staat aan veiligheid. En natuurlijk zijn sommige gegevens hard nodig ter bestrijding en zelfs voorkoming van criminaliteit.
Voldoende privacy is ook een voorwaarde voor andere rechten als bijvoorbeeld vrije verkiezingen en vrije nieuwsgaring
Maar privacy en veiligheid liggen ook in elkaars verlengde. Een voldoende mate van privacy is van groot belang voor onze veiligheid. Zo neemt de kans op cybercriminaliteit toe als al te veel gegevens over ons rondzwerven.
Een voldoende mate van privacy is ook een voorwaarde voor het kunnen realiseren van andere rechten. Het recht om gevrijwaard te zijn van manipulaties door big tech en daarmee het recht op vrije en eerlijke verkiezingen. Het recht op een vrije nieuwsgaring doordat journalisten hun bronnen dan nog kunnen beschermen. En ook het recht om als onschuldige te worden benaderd en beoordeeld tenzij het tegendeel bewezen is.
Daarbij hoort ook het recht om te weten op basis waarvan jij onderworpen bent aan een bepaald besluit. Want als je dat niet weet, kun je ook niet toetsen of je eerlijk behandeld bent. Ook daardoor kan een serieus gevoel van onveiligheid ontstaan.
In een samenleving waarin macht ongelijk verdeeld is, zal sociale ongelijkheid door digitalisering versneld groter worden
Dat brengt me tot slot bij de Amerikaanse politicoloog Virginia Eubanks. In haar boek Automating Inequality schrijft ze dat digitale systemen die worden ingezet in de publieke sector de bestaande ongelijkheid vaak niet oplossen, maar juist versterken. Onder meer omdat mensen aan de onderkant van de samenleving sterker gemonitord en gecontroleerd worden. Afgelopen jaren hebben we daar verschillende voorbeelden van gezien, zoals het algoritme in Rotterdam dat fraude opspoort, maar daarbij vooral kijkt naar jonge moeders met een migratieachtergrond.
De conclusie van dit al is dat digitalisering ons niet zomaar naar het paradijs voert. En of we daar wel een stapje dichterbij komen, is nog maar de vraag, en hangt er mede vanaf hoe we onze samenleving inrichten. Want in een samenleving waarin de macht ongelijk verdeeld is, zal de sociale ongelijkheid door digitalisering versneld nog groter worden.
Kathalijne Buitenweg is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Deze tekst is de verkorte versie van haar lezing op 20 november 2025 die zij op persoonlijke titel gaf tijdens het Actualiteitencollege dat werd georganiseerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Nederlandse Sociologische Vereniging.
Foto: 紅色死神 (Flickr Creative Commons)