We kampen in Nederland met een strijd voor de publieke ruimte. Terwijl bebouwing toeneemt, neemt openbaar groen af; er is sprake van verstening. Tegelijkertijd staat vergroening op de agenda van veel stedelijke gemeenten.
Uit onderzoek blijkt dat vergroening in de stad op veel manieren positieve effecten heeft (De Haas et al., 2021; Elands et al., 2020). Groene ruimten dragen bij aan klimaatadaptatie (temperatuur, biodiversiteit of waterberging), bevorderen een gezonde leefstijl, het welzijn van bewoners en kan verschillende groepen binnen de stad verbinden.
Vergroening wordt steeds vaker verkocht als een lifestyle
Stadsvergroening kan echter ook negatieve gevolgen hebben. In toenemende mate laat onderzoek zien dat de ambitie om een stad te vergroenen sociale en economische ongelijkheden kan (re)produceren. Vergroening wordt steeds vaker niet alleen verbonden aan ecologische aspecten, maar ook verkocht als een lifestyle, die vooral aantrekkelijk en mogelijk is voor bewoners met een hogere sociaaleconomische status (Quastel, 2009).
Zo waarschuwen Anguelovski en collega’s (2022) voor toenemende ‘groene gentrificatie’, waarbij stadsvergroening de prijzen van woningen opdrijft en lokale ondernemers verdrijft. Een welbekend voorbeeld vormt het spoorlijn-tot-park project op de New York High Line. Niet alleen dreef het project de omliggende huizenprijzen omhoog, ook bleek de ruimte onvoldoende toegankelijk voor verschillende demografische groepen (Reichl, 2016).
Het Dakpark werd door vastgoedontwikkelaars omarmd om omliggende nieuwbouw voor hogere prijzen te kunnen verkopen
Ook Europa kent tal van voorbeelden van ‘groene gentrificatie’. Zoals het Parc del Poblenou in Barcelona (Anguelovski et al., 2015). Of de ontwikkeling van het Dakpark bovenop een groot winkelcentrum in Rotterdam-West, wat door vastgoedontwikkelaars werd omarmd om de omliggende nieuwbouw voor hogere prijzen te kunnen verkopen (Nazaruk, 2023).
Deze voorbeelden laten zien dat wanneer bij stadsvergroening onvoldoende rekening wordt gehouden met de wensen en behoeften van huidige bewoners, het versterken van ecologische duurzaamheid de sociale duurzaamheid in wijken kan ondermijnen.
Rotterdamse groene wijkaanpak
Om de negatieve kanten van stadsvergroening te verminderen, werd in Rotterdam in 2022 de Groen Agenda geïmplementeerd. Deze agenda combineert thema’s zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, groen en mobiliteit en verbindt nadrukkelijk de connecties tussen deze verschillende beleidsdomeinen.
Een belangrijk aspect hierbinnen is het samenwerken met Rotterdammers
De Groen Agenda probeert ook aan te sluiten op de wijkaanpakken van Rotterdams Weerwoord, die weergeven wat de opgaven, behoeften en wensen in de Rotterdamse wijken zijn. Wat begon met een aanpak in twee wijken, heeft zich inmiddels uitgebreid naar dertien wijken in de stad.
Een belangrijk aspect hierbinnen is het samenwerken met Rotterdammers. Door gesprekken met bewoners te voeren en samenwerking te zoeken met partijen en netwerken in de stad – zoals bewonersinitiatieven, Opzoomermee, Jantje Beton, VVE010 en Groen010 – haalt de Groen Agenda op waar de energie zit en wat belangrijk is, wat leidt tot acties zoals geveltuinen, groene routes en groenvakken.
De gemeente zet daarnaast sterk in op het stimuleren van groene initiatieven. Door bewoners te ondersteunen bij het nemen van initiatief ontstaat draagvlak en versterkt de verbinding in de wijk.
Klimaatrechtvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt in de aanpak
Klimaatrechtvaardigheid is een belangrijk aandachtspunt in de aanpak (Rotterdams Weerwoord, z.d.). De bedoeling hiervan is dat er niet alleen met bewoners wordt gewerkt die toch al actief zijn, maar dat er ook aandacht gaat naar wijken waar minder energie voor vergroening is, opdat zoveel mogelijke inwoners kunnen profiteren van een groenere leefomgeving.
Dat dit een belangrijk perspectief is, onderschrijft het promotieonderzoek van Marije van der Kruk (2025), dat laat zien dat groene initiatieven ongelijk verdeeld zijn over de stad en dat niet iedere inwoner zich even in staat of welkom voelt om een initiatief te starten of daarin actief betrokken te zijn.
Waarden lastig in kaart te brengen
Dat groene initiatieven maatschappelijke waarde creëren, lijkt een breed gedeeld idee. Maar over wat deze maatschappelijke waarde precies is, lopen de meningen uiteen. Daardoor loopt de samenwerking tussen initiatieven en gemeenten niet altijd even soepel. Zo laat eerder onderzoek zien dat het voor de gemeente Rotterdam onvoldoende duidelijk of inzichtelijk is welke waarde groeninitiatieven precies hebben, en dat dit de gemeente terughoudend maakt in het doelgericht en structureel ondersteunen van groeninitiatieven.
Deze veelvoudigheid is mooi, maar tegelijkertijd ook uitdagend
Waarden van groene initiatieven beperken zich niet tot ‘groen’, maar zijn zonder uitzondering veelvoudig. Denk aan het stimuleren van ontmoetingen, het verhogen van de biodiversiteit, tegengaan van eenzaamheid, stimuleren van gezonde voeding. Deze veelvoudigheid is mooi, maar tegelijkertijd ook uitdagend. Bijvoorbeeld omdat die veelvoudige waarden niet binnen één gemeentelijk beleidsdomein vallen.
Daarnaast vinden groene initiatieven het zelf ook lastig om die veelvoudige waarden in kaart te brengen. Het bewijzen van hun waarde kost de initiatiefnemers veel tijd. Deze tijd gaat volgens de initiatiefnemers ten koste van wat ze liever willen doen: de handen uit de mouwen steken voor concrete acties zoals bijvoorbeeld met elkaar een tuin onderhouden.
Dit model draagt bij aan zichtbaarheid, erkenning en duurzame versterking van groene initiatieven
De inzet op groene initiatieven uit de samenleving vraagt daarom om (langdurige) erkenning van de waarde(n) van deze initiatieven vanuit de gemeente. In Rotterdam wordt door de Vereniging Groen010 gewerkt aan de erkenning en het in kaart brengen van de waarden van groene initiatieven met het zogenoemde Diamantmodel.
Dit model maakt ruimte voor kleinschalige initiatieven en de verschillende waarden van vergroening worden meegenomen bij inventarisaties, nieuw beleid en interventies. Zo draagt het bij aan de zichtbaarheid, erkenning en duurzame versterking van lokale groene initiatieven.
Bos op Poten – succesvol initiatief
Een concreet voorbeeld van een succesvol initiatief waarin groene en sociale waarden samenkomen, is het Bos op Poten op het Handelsplein in Rotterdam. Het bos van mobiele bomen in bakken heeft het plein getransformeerd van een vergeten, stenige plek tot middelpunt van verbinding.
De bankjes veranderen in podia voor catwalks, verjaardagen, vroege en late gesprekken
De bewoners zetten de bomen (letterlijk) samen in beweging: ze organiseren buurtfeesten, verplaatsen de bomen in verschillende opstellingen, en dopen de boombakken tot voetbaldoelen. De bankjes veranderen in podia voor catwalks, verjaardagen, vroege en late gesprekken.
Het bos biedt ruimte voor allerlei rollen, waardoor iedereen op z’n eigen manier kan bijdragen. Sensoren in de bakken meten onder andere het welzijn van de bomen, maar bijvoorbeeld ook de verkoeling die de bomen geven aan het plein. De vraag rest nu of de gemeente dit project ook langdurig de ruimte blijft geven en doorzet naar blijvende vergroening.
Samen naar een rechtvaardige, groene stad
Stadsvergroening is een complexe, maar cruciale opgave. Om onze steden weerbaar te maken voor klimaatverandering en te werken aan een leefbare toekomst, moeten onderzoekers, gemeenten en bewoners samen op zoek naar oplossingen.
Stadsvergroening is meer dan een groot park aanleggen of een korte termijn project financieren. Juist oog hebben voor wat en wie er al is, het erkennen van vele waarden van vergroening en langdurige toewijding, maar ook oog hebben van de risico’s van uitsluiting en gentrificatie, kan leiden tot stadsvergroening waar iedereen de vruchten van plukt.
Jelle Burger werkt als Lead Labs & Communities bij Het Resilient Delta Initiative. Sanne Keizer is oprichter van Komovo en werkt als ontwerper. Anne Karin ten Bosch is scenografisch ontwerper, initiatiefnemer van Stadspark West en actief binnen Groen010. Marije van der Kruk werkt als promovenda bij de afdeling Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit. Vivian Visser en Beitske Boonstra werken als universitair docenten bij de afdeling Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit. Tevens coördineren zij de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. Thirza Nelis werkt als student-assistent bij de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. Deze bijdrage is gebaseerd op het Actualiteitencollege Verbindend Groen van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken.
Foto: Nanda Sluijsmans (Flickr Creative Commons)