Lang leve de decentralisatie!

Er lijkt weinig reden voor een verjaardagsfeestje voor de vijfjarige decentralisatie van zorg en welzijn. Noodkreten uit de jeugdzorg en gemeenten in financieel zwaar weer domineren de berichtgeving. Maar er is ook een ander verhaal, ontdekten Piet-Hein Peeters en Jasper Loots toen zij betrokkenen interviewden voor hun boek over de afgelopen vijf jaar.

1 januari 2015 was de officiële start van de decentralisatie van zorg en welzijn. Een nieuwe jeugdwet, een nieuwe participatiewet en een stevige aanpassing van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met als rode lijn dat de gemeenten het voor het zeggen zouden krijgen. Transitie, als in verandering, maar vooral ook transformatie, als in vernieuwing en verbetering. Er ontstond een nieuw - lokaal - sociaal domein.

Nu, vijf jaar later, lijkt er op het eerste oog weinig reden voor een verjaardagsfeestje. Begin november kondigde minister De Jonge aan in te grijpen bij de jeugdzorg. Het Rijk lijkt de aanhoudende stroom aan kritiek en noodkreten uit die sector niet meer te kunnen verdragen. Niet veel later uitte het SCP bij monde van directeur Kim Putters forse kritiek op de praktijk van de participatiewet. ‘Verkeerde aannames’, ‘nauwelijks meer banen’, ‘te ingewikkeld’. En in 2019 bleek de ene naar de andere gemeente in financieel zwaar weer te zitten, juist door de tekorten in het sociaal domein, met name op het gebied van jeugdzorg. Voor een willekeurige mediavolger lijkt de grootste verbouwing van de verzorgingsstaat sinds de geboorte ervan, een grandioze mislukking.

Er moet ook aan ander verhaal verteld worden

Uit de gesprekken die Jasper Loots en ik voerden voor ons op donderdag 9 januari verschenen boek ‘Vijf jaar lokaal sociaal domein; veel gedaan, te weinig bereikt’ blijkt echter dat er juist nu ook een ander verhaal verteld moet worden. Dat de terneergeslagen jarige, zich beklagend over het ellendige leven tot nog toe, een bemoedigende klop op de schouders verdient.

Jos van der Lans en Albert Jan Kruiter – voordat de decentralisaties van start gingen al pleitbezorgers ervan - legden ons bijvoorbeeld uit dat de maatschappelijke noodzaak voor de decentralisaties alleen maar dringender is geworden. Van der Lans zegt: ‘Ik denk dat we de kwaliteit van zorg niet op niveau kunnen houden omdat er te weinig mensen zijn die dat kunnen leveren. Het is het grote probleem van de publieke sector, dat zich in de zorg, maar ook in het onderwijs voordoet. We vragen er steeds meer van, terwijl er simpelweg onvoldoende mensen zijn om dat in de oude producent-consument-verhouding te realiseren. Dan zul je toch wat anders moeten bedenken.’

Albert Jan Kruiter stelt dat ‘we op het gebied van zorg en welzijn iets hebben laten ontstaan dat in technische, financiële en praktische zin niet meer houdbaar was … Doorgaan op dezelfde weg was geen optie … We hebben burgers nodig die lokaal gezamenlijk gezamenlijke problemen oplossen in plaats van door de centrale overheid als klant te worden gezien.’

Participatierede 2020

Jos van der Lans, een van de geïnterviewden in het boek van Peeters en Loots over vijf jaar decentralisaties, verzorgt op 31 januari in Ede de Participatierede 2020 uit. Hij gaat spreken over ‘Samenlevingsopbouw in de 21e eeuw’. Auteur Piet-Hein Peeters neemt deel aan het aansluitende paneldebat.

 

Ook voor ondersteuning van kwetsbare mensen blijft decentralisatie voorwaarde

Maar niet alleen blijkt in onze gesprekken de maatschappelijke noodzaak voor de decentralisaties als een paal boven water te staan. Ook voor de ondersteuning van kwetsbare mensen beamen de geïnterviewden grosso modo dat ‘dichtbij’, ‘zo vroeg mogelijk’, ‘levensbreed’ - principes die de decentralisaties inhoudelijk schraagden - nog steeds de juiste zijn. En dat het lokale niveau nog steeds de bestuurslaag is van waaruit het realiseren van die principes moet beginnen. Pieter Hilhorst constateert bijvoorbeeld dat ‘de schuldenproblematiek nu zo hoog op de agenda staat door de decentralisaties’. Gerber van Nijendaal en Tom van Yperen wijzen op de opkomst van de praktijkondersteuners ‘jeugd’ bij de huisartsen.

Bianca den Outer verwoordde de stand van zaken in het Nederland van zorg en welzijn dan ook treffend. ‘Iedereen zegt: “Dichtbij, in de buurt, maatwerk, integrale ondersteuning’ … We weten echt wel welke kant we op willen. Het gaat de komende jaren juist om het praktisch maken van die visie.’

Stevig zuchten mag

Over dat ‘praktisch maken’ mag je als professional, maar zeker ook als diegene die ondersteuning nodig heeft, vijf jaar na de decentralisaties stevig zuchten. Gemeenten zijn bij de vormgeving van het nieuwe lokaal sociaal domein minder ver dan gehoopt en met name ook minder ver dan ze bij de start bij de decentralisaties zelf pretendeerden. Erik Dannenberg, namens de VNG onderhandelaar met het Rijk in die tijd, meent nu dat gemeenten toen ‘te enthousiast’ waren. En het Rijk heeft toendertijd toch vooral haar eigen financiële agenda voor ogen gehad in plaats van samen met de gemeenten goed te doordenken wat voor de ontwikkeling van een verzorgingsstad, laat staan een verzorgingsstraat, nu eigenlijk nodig is.

Er is in de uitvoering van de ideeën van de decentralisaties nog veel werk te doen, maar Tom van Yperen verwoordde het juist aan het eind van ons gesprek wat we met hem hadden: ‘Moedig voorwaarts’.

Piet-Hein Peeters publiceerde samen met Jasper Loots donderdag 9 januari ‘Vijf jaar lokaal sociaal domein. Veel gedaan, te weinig bereikt’. Het boek is verkrijgbaar bij uitgeverij boekscout.

 

Foto: Nik MacMillan (Unsplash)