Linkse of rechtse wetenschap is een categoriefout

De wetenschap krijgt vaak het verwijt dat zij links is en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Volgens onderzoeker Joyce Weeland is wetenschap niet links of rechts: de geloofwaardigheid wordt juist bedreigd zodra wetenschappelijke bevindingen politiek worden geframed.

Op universiteiten ontbreekt het aan diverse ideologische perspectieven en dit schaadt het vertrouwen in de wetenschap. Onder meer Andreas de Block en Musa al-Gharbi zetten dit verwijt uitgebreid uiteen in hun boeken en recent verscheen in NRC nog een opiniestuk over ‘linkse dominantie’ op universiteiten. Echter, de roep om ‘ideologische diversiteit’ op de universiteit klinkt misschien aantrekkelijk, maar het is een categoriefout. De universiteit is geen parlement waar elke overtuiging recht heeft op zetels.

Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent niet automatisch dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn

Het idee dat wetenschap ‘links’ is omdat veel wetenschappers progressief stemmen, is misleidend. Hoogleraren stemmen inderdaad gemiddeld linkser dan andere beroepsgroepen, maar ze zijn niet ideologisch homogener dan professionals in andere sectoren. Hun politieke oriëntatie past in een breder patroon waarbij beroepen met veel cultureel kapitaal (zoals wetenschappers en kunstenaars) vaker naar links leunen, terwijl beroepen met veel economisch kapitaal (zoals CEO’s en managers) vaker rechts georiënteerd zijn (Van de Werfhorst, 2020).
Dat relatief veel wetenschappers progressief stemmen, betekent daarnaast niet dat wetenschappelijke bevindingen vertekend zijn. Wetenschap ontleent haar geloofwaardigheid aan transparantie, peer review en replicatie. Dat systeem is expliciet ontworpen om individuele aannames, voorkeuren en vooroordelen uit te filteren. Als bepaalde opvattingen nauwelijks voorkomen in de academie, kan dat evengoed betekenen dat ze empirisch niet standhouden. Sommige politieke ideologieën liggen verder af van empirische bevindingen dan andere.

Onderzoeksagenda’s

Ook het argument dat onderzoek bevooroordeeld is en vooral linkse thema’s behandelt, is discutabel. Onderzoeksagenda’s volgen actuele maatschappelijke vraagstukken en beschikbare data, geen partijprogramma’s. Zo steeg het aantal publicaties over gezondheidsongelijkheid significant in landen die door Europese bezuinigingen werden getroffen (Pietrovito et al., 2026).
Dat is geen ideologische ruk naar links, maar een reactie op reële maatschappelijke verschuivingen. Wetenschap volgt problemen, zij creëert ze niet. Echter, wetenschappers doen soms aan zelfcensuur, vanuit een afhankelijkheid van financiering en publicatiekansen, uit zelfbescherming of bezorgdheid om het welzijn van (sociale) groepen (Clark et al., 2023).

Rechtse stemmers missen thema’s als criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid

De progressieve agenda van wetenschappers zou daarnaast ook het vertrouwen in de wetenschap beschadigen, bijvoorbeeld omdat het niet aansluit bij de belevingswereld van niet-wetenschappers.
Rechtse stemmers missen thema’s als migratie, criminaliteit en de kosten van klimaatbeleid. Sociale veiligheid in een diverse samenleving verdient serieuze academische aandacht, juist omdat simplistische frames schade en verdere polarisatie veroorzaken (Albarosa & Elsner, 2023; Van Assche et al., 2023). En inderdaad, de kosten van klimaatbeleid zijn reëel en soms pijnlijk. Maar oplossingen voor klimaatbeleid worden onderzocht omdat we weten dat het negeren van klimaatverandering de maatschappelijke en economische kosten uiteindelijk alleen maar hoger zouden maken (Caruso, de Marcos & Noy, 2024; Newman & Noy, 2023).

Het echte probleem

Het echte probleem rondom vertrouwen in de wetenschap wordt hiermee zorgvuldig vermeden: het vertrouwen in wetenschap wordt actief ondermijnd en daalt vooral waar politici en opiniemakers haar systematisch framen als ‘woke’, ‘activistisch’ of ‘elitair’. Wantrouwen is een gevolg van een politieke strategie die kennis verdacht maakt.

Niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel

Hiermee wordt de vertrouwenskwestie omgedraaid: niet een vermeend linkse universiteit tast het vertrouwen aan, maar het systematisch zaaien van twijfel over wetenschap. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die zichzelf als ‘rechts’ beschrijven juist méér vertrouwen hebben in wetenschap in landen waar rechtse partijen de wetenschap niet aanvallen.
Deze mensen hebben minder vertrouwen zodra juist rechtse politici dat wél doen. Hetzelfde geldt spiegelbeeldig voor linkse mensen in landen waar linkse partijen wetenschap in twijfel trekken (Mede et al., 2023; Lasco & Curato, 2019).

Het kan beter

Dit alles betekent niet dat wetenschappers zichzelf niet kritisch hoeven te bevragen, we niet hoeven te streven naar diversiteit op de universiteit, of dat we zaken niet beter kunnen doen. Allereerst: conclusies die gebaseerd zijn op feiten zijn niet per definitie objectief. Data en onderzoeksresultaten krijgen pas betekentis na interpretatie. Transparantie over uitgangspunten, gemaakte keuzes en positionaliteit is daarom cruciaal en dit zouden we in de wetenschap nog verder kunnen versterken.

Maak zichtbaar vanuit welk perspectief onderzoeksresultaten worden geduid

Zo is het in kwalitatief onderzoek gebruikelijk om je eigen positionaliteit als onderzoeker te bevragen, maar wordt dit in kwantitatieve studies niet of nauwelijks expliciet gemaakt. Het doel hierbij is niet om onderzoeksresultaten te relativeren, maar om zichtbaar te maken vanuit welk perspectief ze worden geduid.
De wetenschappelijke agenda wordt daarnaast vaak door een relatief klein groepje mensen met veel invloed bepaald. Beslissingen over wat wordt onderzocht hangen daarbij ook af van schaars beschikbare middelen, zoals financiering. Ook heeft de wetenschap nog een enorme kans om de maatschappelijke impact te vergroten door bevindingen beter en toegankelijker te communiceren, zodat inzichten niet alleen binnen academische kringen blijven, maar ook voor het grote publiek begrijpelijk en bruikbaar zijn.
Wie de kwaliteit en het vertrouwen in wetenschap echt wil versterken, moet stoppen met haar te reduceren tot een cultureel strijdtoneel. Investeren in een grote diversiteit aan onderzoeksprogramma’s, open science en betere wetenschapscommunicatie helpen hierbij meer dan ideologische quota. Kortom: de universiteit hoeft niet ‘rechtser’ te worden. Ze moet onafhankelijk blijven. Dat is iets heel anders.

Joyce Weeland is onderzoeker en werkt als Associate Professor bij de afdeling Jeugd en Gezin aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences.

 

Foto: Andrea Piacqadio via Pexels.com

 

Literatuur
Albarosa, E., & Elsner, B. (2023). Forced migration and social cohesion: Evidence from the 2015/16 mass inflow in GermanyWorld Development167, 106228.

Burgers, F., Duiveman, A., & Hogeweg, L. (2026, 13 februari). Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap. NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/13/linkse-dominantie-op-de-universiteit-ondergraaft-vertrouwen-in-wetenschap-a4919609

Caruso, G., de Marcos, I., & Noy, I. (2024). Climate changes affect human capitalEconomics of Disasters and Climate Change8(1), 157-196.

Clark, C. J., Jussim, L., Frey, K., Stevens, S. T., Al-Gharbi, M., Aquino, K., … & Von Hippel, W. (2023). Prosocial motives underlie scientific censorship by scientists: A perspective and research agendaProceedings of the National Academy of Sciences120(48), e2301642120.

Lasco, G., & Curato, N. (2019). Medical populism. Social Science & Medicine, 221, 1-8.

Newman, R., & Noy, I. (2023). The global costs of extreme weather that are attributable to climate changeNature Communications14(1), 6103.

Mede, V., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., … Metag, J. (2025). Trust in scientists and their role in society across 68 countries. Nature Human Behaviour, 9(4), 713-730.

Pietrovito, F., Rancan, A., Resce, G., & Santangelo, A. E. (2026). Do fiscal constraints affect health inequality research? A bibliometric perspective (No. esdp26102). University of Molise, Department of Economics.

Van Assche, J., Ardaya Velarde, S., Van Hiel, A., & Roets, A. (2023). Trust is in the eye of the beholder: How perceptions of local diversity and segregation shape social cohesionFrontiers in Psychology13, 1036646.

Van de Werfhorst, H. G. (2020). Are universities left‐wing bastions? The political orientation of professors, professionals, and managers in Europe. The British Journal of Sociology, 71(1), 47-73.

Dit artikel is 932 keer bekeken.

Reacties 7

  1. Ik begrijp nooit zo goed waarom (linkse) academici zo tegen ideologische diversiteit zijn. Diversiteit in bredere zin (dus gericht op etniciteit, leeftijd, gender enzovoorts) wordt door diezelfde (linkse) academici juist toegejuicht. De onderbouwing hiervan komt vanuit feministische epistemologie of standpunt epistemologie: kenmerken van de ‘kenner’ hebben invloed op de ‘kennis’. Met andere woorden, wanneer alleen mannen onderzoek doen, zullen we zaken over het hoofd zien die vrouwen we opmerken; wanneer alleen witte mensen onderzoek doen, zullen ze data anders interpreteren dan wanneer ook mensen van kleur meewerken, enzovoorts. Het erkennen van de gesitueerdheid van kennis (in plaats van het ontkennen ervan zoals in het positivisme) leidt juist to ‘strong objectivity’ aldus Sandra Harding.
    Maar als er bijna uitsluitend linkse mensen onderzoek doen, dan zou dat geen consequenties hebben voor hoe onderzoek wordt gedaan, hoe er geïnterpreteerd gaat worden, enzovoorts? Lijkt mij uitermate onwaarschijnlijk.

    Volgens mij zijn er twee opties:
    1. Ofwel we moeten diversiteit als criterium helemaal weglaten bij onderzoek (zowel voor ideologie als voor bijvoorbeeld gender of etniciteit)
    2. Ofwel diversiteit moet volledig worden omarmd als criterium, en dan geldt het ook als probleem dat onderzoekers aan de universiteit vooral links zijn.

  2. Een herkenbaar verhaal en ook nuttig. De medische wetenschap bestaat al uit minstens 2 componenten. De reguliere wetenschap en zorg, zoals de meeste mensen die kennen. Met het accent op de Westerse geneeskunst. Maar de andere component is de complementaire wetenschap en de Oosterse geneeskunst. Dan kan je terecht bij ‘holistische of integrale’ artsen. Want die combineren de reguliere wetenschap soms met de aanvullende medische wetenschap.

    Maar als je daar naar vraagt als patient, dan wordt het meestal ‘stil’. Een voorbeeld is de psychomotorische wetenschap van dans en beweging. Dat is een combinatie van mentale en fysieke wetenschap, die al meer dan 60 jaar bestaat. Een vorm van mentale zorg, die je nauwelijks tegenkomt in de GGZ zorg zoals we die kennen. We onderzoeken lichaam en geest door beweging, expressie en emotie te beleven, te verwerken en te stabiliseren. Bekende voorbeelden zijn Biodanza (begonnen als universitaire methodiek), The Five Rhythms en Open Floor. Een internationaal kenniscentrum is het Oost West Centrum in Belgie, al bijna 50 jaar inzet voor een natuurlijke en gezonde manier van leven (owc.be). Ga vooral voor het eten en geef jezelf een cursus of opleiding cadeau.

  3. Het politiek framen van wetenschap is een riskante bezigheid voor de democratie.
    Anderzijds hebben wetenschappers een grote eigen verantwoordelijkheid om hiertoe geen aanleiding te geven. Kennissociologisch gezien is het belangrijk dat onderzoekers transparant zijn over hun persoonlijke positie. Joyce Weeland is mijns inziens te positief rond die transparantie. (zou nauwelijks problematisch zijn “in kwalitatieve onderzoeken, wel in kwantitatieve studies”). Ik twijfel aan dit onderscheid voor wat betreft dit probleem.
    Wat voor rol spelen VSNU, KNAW en NWO hierbij? Zij stelden al jaren geleden een protocol op waarin onderzoekers o.a. over de maatschappelijke relevantie van hun werk verantwoording dienen af te leggen. (Het “Strategy Evaluation Protocol). Is dat inmiddels een dode letter?
    In de praktijk zie ik bijvoorbeeld bij economen dat zij nogal eens een ideologisch uitgangspunt kiezen zonder explicatie. Recent baseerde in de NRC een promovendus zijn verhaal op Milton Friedman, alsof dat een voldoende objectieve basis is voor zijn verdere , verstrekkende analyse :dat we moeten kiezen tussen open grenzen of de verzorgingsstaat”. Zie NRC 20 maart, Ehsan Jami “We moeten kiezen”.)
    Toevallig een “rechts “voorbeeld van het verkopen van politiek in een wetenschappelijk jasje. Dat komt natuurlijk ook voor bij “links”.
    Het komt aan op het zelfreinigend vermogen van wetenschappelijke organisaties. Is dat er nog?

  4. @RD en @Jan van Eeden: Helemaal met jullie eens dat we over dit onderwerp juist discussie moeten voeren. Mijn stuk was dan ook niet bedoeld om dat gesprek te vermijden of te ontkennen dat ideologische invloeden (e.g., sociaal, cultureel, geografisch of disciplinair) een rol kunnen spelen in onderzoek.

    Ik ben echter niet overtuigd dat het feit dat veel wetenschappers “links” zijn een oorzakelijke verband heeft met de kwaliteit van en vertrouwen in de wetenschap. Waar mijn zorg verder zit, is bij het politiseren van de vraag naar de kwaliteit en betrouwbaarheid van wetenschap zelf. Op het moment dat wetenschappelijke uitkomsten primair worden geframed als “links” of “rechts”, verschuift de discussie namelijk van inhoud en methodologie naar kampdenken. Dat heeft een paar problematische gevolgen:

    Het ondermijnt vertrouwen in wetenschap als zodanig, omdat bevindingen niet meer worden beoordeeld op hun merites, maar op vermeende ideologische herkomst.
    Het ontmoedigt inhoudelijke kritiek: in plaats van methoden, data of aannames te bevragen, wordt de onderzoeker gepositioneerd.
    Het versterkt precies de dynamiek die vaak wordt beschrijft, omdat iedereen zich gedwongen voelt zich defensief te verhouden tot vermeende ideologische labels.

    Juist als we erkennen dat volledige objectiviteit misschien onhaalbaar is, wordt het des te belangrijker om gedeelde standaarden (methodologie, transparantie, reproduceerbaarheid, kritiek) serieus te blijven nemen als basis voor vertrouwen. Die raken op de achtergrond als het debat primair politiek wordt ingestoken. Eens met Jan van Eeden dat we hier nog veel winst kunnen behalen, zeker in kwantitatief onderzoek maar ook kwalitatief onderzoek.

    Dat betekent wat mij betreft niet dat het benoemen van mogelijke bias taboe zou moeten zijn. Maar wel dat we daar zorgvuldig mee omgaan en het gesprek zo voeren dat het bijdraagt aan beter onderzoek, in plaats van aan verdere politisering van wetenschap zelf.

  5. Dank voor uw reactie, mevrouw Weeland.
    Ik heb het gevoel dat u mijn zorg wat ontwijkt. U stelt dat de nadruk moet liggen op ‘de inhoud’ en spreekt de zorg uit dat anders “in plaats van methoden, data of aannames te bevragen, wordt de onderzoeker gepositioneerd.”
    Tot op zekere hoogte ben ik het daarmee eens: inhoud zou het belangrijkste moesten zijn. Maar een invloedrijke stroming in de maatschappij en óók in de wetenschap benadrukt juist die positionaliteit van de onderzoeker (sterker nog, u noemt dat zelf ook). Kortom, (wetenschappelijke) kennis is mede afhankelijk van ‘de kenner’ (de wetenschapper). Vanuit die redenering is het belangrijk dat er bijvoorbeeld meer vrouwen hoogleraar worden, dat er meer ruimte is voor mensen uit minderheidsgroepen enzovoorts (het diversiteitsbeleid).
    Mijn vraag is dus: moeten we dat diversiteitsbeleid (op het vlak van bijv. etniciteit of gender) volgens u ook achterwege laten? En zo niet, wat is dan volgens u het verschil tussen ideologie en bijvoorbeeld etniciteit en gender wanneer het aankomt op impact op wetenschap?

  6. Wat een ontzettend slecht stukje! Als ik dit had moeten beoordelen voor 101-cursus ‘wetenschap en objectiviteit’ dan was een diepe onvoldoende het cijfer geweest. Inhoudelijk worden alle aan bias vastzittende problemen geheel weggemoffeld. Methodologisch zit de categoriefout bij de auteur zelf. Hoe kun je feitelijke kritiek (er is sprake van bias) tegenspreken door te wijzen op de wetenschappelijke normen (wetenschap moet objectiviteit zijn)??? En dan die eerste zin waarin staat dat de feitelijke kritiek aan ‘de wetenschap’ gericht is??? Werkelijk een blamage voor de auteur. En meer nog, vind ik, voor de redactie. Hoe konden jullie zo’n sociaal wetenschappelijke wanprestatie publicabel achten?

  7. @Roel Pieterman; dank voor uw scherpe reactie. Helemaal eens met u dat wetenschap niet objectief is en kan zijn. Dat bedoelde ik ook te schrijven. Conclusies zijn niet objectief en wij zijn niet divers. Mijn stukje was vooral bedoeld als reactie op het verwijt dat omdat er relatief veel “links stemmende” wetenschappers aan de universiteit werken het vertrouwen in de wetenschap daalt. Terwijl we zien dat dit vertrouwen actief ondermijnt wordt (in Nederland vaak door “rechtse politieke stromingen”. De discussie over het belang van diverse perspectieven voeren door wetenschappers en wetenschap te politiseren is m.i. schadelijk. Welke problemen worden weggemoffeld uw inziens?

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *