Luister dit jaar anders naar de Troonrede

Op Prinsjesdag horen we welke keuzes het kabinet maakt en wat die betekenen voor onze portemonnee. Politieke keuzes verdelen echter niet alleen geld, maar ook meer fundamentele zaken. Ze verdelen zekerheid, risico, bescherming en verantwoordelijkheid, stelt lector Maja Ročak.

In 2013 deed de participatiesamenleving officieel haar intrede in de Troonrede. Wie al wat langer meeloopt in het sociaal domein, kan de woorden die in de jaren daarna opkwamen wel dromen: eigen kracht, zelfredzaamheid, meedoen, het netwerk benutten, verantwoordelijkheid nemen. Je zou er een aardige bingokaart mee kunnen vullen. Maar ruim tien jaar later dringt zich een andere vraag op: hoeveel eigen verantwoordelijkheid kun je vragen als de mogelijkheden om die te dragen zo ongelijk verdeeld zijn?

Inmiddels klinkt in de Troonredes een wat andere taal. Bestaanszekerheid, bescherming, vertrouwen en gehoord worden zijn teruggekeerd. Steeds duidelijker wordt dat eigen regie en participatie alleen betekenis krijgen als er een zekere bodem onder het bestaan ligt. Wie voortdurend brandjes blust rond inkomen, wonen of zorg, heeft minder ruimte om mee te doen en verantwoordelijkheid te dragen. Dat is echter geen terugkeer naar de verzorgingsstaat. Het roept vooral de vraag op wanneer het redelijk is verantwoordelijkheid bij mensen zelf te leggen, en welke zekerheid daartegenover moet staan.

Dezelfde tegenvaller, ander gevolg

Neem twee huishoudens die er volgens de koopkrachtplaatjes ongeveer evenveel op vooruitgaan. Bij beide gaat de auto kapot. De reparatie kost 800 euro. Zonder auto wordt het lastig om op het werk te komen.

Dezelfde rekening roept in twee huishoudens verschillende vragen op

In het ene huishouden is spaargeld, een vast contract en een stabiele woning. De reparatie is vervelend, maar wordt betaald. In het andere is geen buffer. De huur is hoog en het arbeidscontract tijdelijk. Dezelfde rekening roept in dit huishouden dus andere vragen op. Kan de betaling worden uitgesteld? Hoe kom ik op mijn werk? Welke rekening betaal ik deze maand niet? Kan iemand iets voorschieten?

Beide huishoudens zijn even kwetsbaar voor pech. Maar ze zijn niet allebei even goed beschermd tegen de gevolgen ervan. Dat laten de koopkrachtplaatjes echter niet zien en precies daar schieten deze dan ook tekort.

Wanneer onzekerheid structureel wordt

Kwetsbaarheid hoort bij het leven. Mensen worden ziek, verliezen werk en krijgen onverwachte kosten. Maar wanneer sommige groepen structureel minder ruimte hebben om de gevolgen op te vangen, gaat het niet meer alleen om pech. Dan gaat het om onzekerheid die ontstaat door de manier waarop werk, wonen, inkomen, zorg en sociale bescherming structureel zijn georganiseerd.

Wie moet steeds opnieuw aantonen dat hulp nodig is?

Bestaanszekerheid gaat dus over meer dan inkomen. Het gaat ook over de mogelijkheid je leven te plannen en de zekerheid dat één onverwachte rekening niet meteen andere delen van je bestaan omver trekt. Een overheid verdeelt niet alleen middelen: zij bepaalt ook welke risico's we gezamenlijk dragen en welke risico's mensen zelf moeten opvangen.

Wie kan rekenen op bescherming? Wie moet eerst het eigen netwerk aanspreken? Wie moet steeds opnieuw aantonen dat hulp nodig is? Ook dat zijn politieke keuzes, al zijn ze niet zichtbaar in de koopkrachtplaatjes.

Ruimhartigheid versus rechtvaardigheid

Ook financiële bescherming alleen is niet genoeg. Een regeling kan ruimhartig zijn en toch uitsluiten doordat de toegang ingewikkeld is. Ondersteuning kan beschikbaar zijn, terwijl mensen van loket naar loket worden gestuurd.

Daarom gaat rechtvaardigheid ook over erkenning en zeggenschap. Wie wordt werkelijk gezien? Wiens ervaring telt mee? Wie mag meebepalen wat het probleem is en welke oplossing passend is?

Zelfredzaamheid zonder zekerheid betekent vooral extra risico

De taal van verantwoordelijkheid is niet uit de Troonredes verdwenen. Maar begrippen als vertrouwen, bestaanszekerheid, zeggenschap en bescherming kregen een meer prominente plek. De uitdaging is die perspectieven te verbinden. Participatie en eigen regie doen ertoe. Verantwoordelijkheid zonder handelingsruimte wordt echter al snel afschuiven. Participatie zonder invloed wordt symbolisch. Zelfredzaamheid zonder zekerheid betekent vooral extra risico.

Sociaal werk en publieke opdracht

Sociaal werkers staan op een bijzondere plek. Zij staan naast mensen wanneer beleid het dagelijks leven binnenkomt, maar werken tegelijk binnen de instituties die regels, voorzieningen en bescherming uitvoeren.

De opdracht van sociaal werkers eindigt niet bij het verzachten van gevolgen

Daardoor zien sociaal werkers niet alleen dat iemand die rekening van 800 euro niet kan betalen. Zij zien ook welke regel de toegang belemmert, welke voorziening op papier bestaat maar onbereikbaar blijkt, en wanneer eigen verantwoordelijkheid vooral betekent dat risico wordt doorgeschoven.

Hun opdracht eindigt niet bij het verzachten van gevolgen. In hun dagelijkse handelen geven sociaal werkers mede vorm aan beleid: zij interpreteren regels, zoeken ruimte en bepalen mee hoe ondersteuning toegankelijk wordt. Ze bewegen tussen leefwereld en systeemwereld. Juist die positie geeft hun een publieke opdracht. Wanneer dezelfde betalingsproblemen, woonproblemen of toegangsproblemen steeds terugkomen, is het onvoldoende om ze als losse casussen te behandelen. Herhaling is informatie.

Sociaal werkers kunnen individuele ervaringen verbinden tot patronen en die teruggeven aan organisaties, beleid en het publiek debat. Dat is de politieke betekenis van sociaal werk: zichtbaar maken waar beleid schuurt, uitsluit of risico's verplaatst. Rond Prinsjesdag is juist die beweging nodig. Dus niet alleen van Den Haag naar het dagelijks leven, maar ook terug.

Anders luisteren

Op Prinsjesdag worden de koopkrachtplaatjes opnieuw doorgerekend. Misschien gaan onze twee huishoudens er allebei 0,4 procent op vooruit. Kijk dan nog eens naar die rekening van 800 euro. En luister anders naar de Troonrede. Welke verhouding wordt dit jaar gekozen tussen participatie, zekerheid en verantwoordelijkheid? Waar wordt van burgers verwacht dat zij zelf meer dragen? Waar biedt de overheid bescherming? En bij wie zijn we onzekerheid langzaam ‘normaal’ gaan vinden?

Uiteindelijk gaat het om wat we bereid zijn voor elkaar overeind te houden

Mijn hoop is dat Prinsjesdag niet alleen gaat over begrotingen, percentages en plannen, maar ook over de vraag hoeveel zekerheid mensen nodig hebben om verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Misschien is dat de les van ruim tien jaar participatiesamenleving: verantwoordelijkheid en zekerheid zijn geen tegenpolen.

Mensen kunnen pas werkelijk verantwoordelijkheid nemen als één tegenvaller niet hun hele bestaan aan het wankelen brengt. Uiteindelijk gaat het niet alleen om wat we ieder afzonderlijk overhouden, maar ook om wat we bereid zijn voor elkaar overeind te houden. Misschien zegt juist dát het meest over de samenleving waarin we willen leven.

Maja Ročak is lector Sociaal Werk, Zuyd Hogeschool.

 

Foto: still uit video: Troonrede 2025 (Koninklijk Huis), Youtube

Reacties 1

  1. De oproep om dit jaar anders naar de Troonrede te luisteren, raakt wat mij betreft precies aan het maatschappelijke ongemak. Maar anders luisteren is niet genoeg. We moeten ook vooral leren om anders te kijken.

    Traditioneel luisteren we naar de Troonrede als naar een verzameling ambities namelijk hoeveel geld gaat er waar naartoe, welke maatschappelijke problemen krijgen aandacht en welke vergezichten worden ons voorgeschoteld?

    Maar tussen die beleidsmatige werkelijkheid en de dagelijkse realiteit van burgers en professionals gaapt inmiddels een diepe kloof.

    Die kloof wordt vervolgens vaak beschreven in termen van vertrouwen, gedrag, communicatie, motivatie of politieke wil. Daarmee analyseren we echter vooral de symptomen.

    Wat ontbreekt, is het vermogen om naar het systeem zelf te kijken.

    Daar komt voor mij een Systeem-Tolk in beeld: een neutrale interface tussen systeemwereld en leefwereld. Niet om namens één van beide partijen te spreken, maar om zichtbaar te maken waar beleid in de praktijk botst met de werkelijkheid en om dan de signalen uit de praktijk terug te vertalen naar het bestuur.

    Wie op die manier naar de Troonrede luistert, hoort niet alleen beleidsvoornemens. Die kijkt naar wat er vervolgens door de leidingen van het systeem moet.

    Afnemend vertrouwen is niet automatisch een communicatieprobleem.

    Wanneer burgers structureel worden geconfronteerd met regels die niet aansluiten op hun werkelijkheid, procedures die vastlopen en instanties die elkaar tegenspreken, is wantrouwen niet per definitie irrationeel. Het kan juist een logisch signaal zijn dat het systeem niet meer functioneert zoals het bedoeld is.

    Ook beleidsstapeling heeft een fysieke grens.

    Iedere nieuwe beleidsambitie komt uiteindelijk terecht op het bord van de professional namelijk extra registratie, extra indicatoren, extra verantwoordingsmomenten, extra overleg en extra systemen.

    De zorgmedewerker, leraar, wijkagent of sociaal werker heeft echter geen oneindig absorptievermogen.

    Op een bepaald moment betekent meer beleid simpelweg minder tijd voor de mens.

    Daarom moeten we niet alleen vragen:

    “Wat willen we bereiken en hoeveel geld maken we daarvoor vrij?”

    Maar ook:

    “Wat vraagt dit concreet van de mensen die het moeten uitvoeren?”

    Daaruit volgen voor mij drie principes.

    De Werkelijkheidstoets

    Elke nieuwe beleidsambitie zou vooraf getoetst moeten worden op uitvoerbaarheid en systeemfrictie.

    Hoeveel extra handelingen ontstaan er? Hoeveel administratieve belasting? Hoeveel cognitieve belasting? Welke bestaande processen worden hierdoor geraakt?

    Als de uitvoering de extra belasting niet kan dragen, moet niet de professional worden aangesproken op onvoldoende uitvoering, maar het beleid opnieuw worden ontworpen.

    De Systeem-Tolk als interface

    Niet nóg een managementlaag, controlelaag of adviesstructuur, maar een functie die de ruis tussen beleid en praktijk vertaalt.

    Wet- en regelgeving vertalen naar wat dit daadwerkelijk betekent voor de professional.

    En signalen van de werkvloer terugvertalen naar informatie waar bestuurders daadwerkelijk op kunnen sturen.

    De werkvloer als sensor

    De werkvloer is geen afvoerputje van beleid.

    De werkvloer is een sensor van het systeem.

    Overbelasting, uitval, omwegen, wachtlijsten, bureaucratische noodgrepen en terugkerende klachten zijn niet slechts incidenten. Het zijn meetwaarden.

    Ze vertellen ons waar het systeem weerstand opbouwt en waar het fundament begint te bezwijken.

    Daarom zouden we de Troonrede niet alleen moeten beoordelen op de kwaliteit van de ambities, maar op de vraag of die ambities door het bestaande systeem kunnen worden gedragen.

    De echte verandering ontstaat niet wanneer we nog harder vertellen wat er allemaal misgaat.

    Die ontstaat wanneer we zichtbaar kunnen maken waar het systeem botst met de werkelijkheid, waarom dat gebeurt en hoe het anders kan.

    Niet de theorie bepaalt of de oplossing werkt.

    De werkelijkheid bepaalt of de theorie standhoudt.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *