Geen pleisters plakken, maar school haar werk laten doen

Aan het gevecht tegen kansenongelijkheid hebben we een nieuwe functie toegevoegd: de brugfunctionaris. Onderzoekers Tessa de Wild,  Rogier Kattenberg en Els Evenboer vinden dat we hiermee een pleister plakken op een falend systeem.

Vanaf begin 2024 verleent het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een subsidie voor een nieuwe functie op ongeveer duizend scholen: de brugfunctionaris. Hem of haar komen we vooral tegen op scholen waar gemiddeld genomen veel kinderen uit kansarme gezinnen naartoe gaan.

In de praktijk is de brugfunctionaris van grote meerwaarde voor gezinnen die kampen met problemen zoals armoede of sociale dan wel culturele barrières. Met regelmaat maken ze een groot verschil in het leven van een kind. Ze ondernemen acties die direct resultaat laten zien, zoals het regelen van een nieuwe fiets of abonnement op een sportclub.

Falend systeem

Vooropgesteld, aan de meerwaarde en de tomeloze inzet en bevlogenheid van de brugfunctionaris willen we geenszins afbreuk doen. Door in te zoomen willen we echter wel drie kritische opmerkingen plaatsen bij het onderliggende systeem waarin zij werken.

Allereerst hebben de brugfunctionarissen veel weg van wat maatschappelijk werkers van oudsher deden: armoedebestrijding, contacten leggen of bemiddelen met instanties en zorgen dat de juiste maatschappelijke ondersteuning plaatsvindt.

De nieuwe functie in de strijd tegen kansenongelijkheid en armoede is er niet voor niets gekomen

Er heeft een verschuiving plaatsgevonden in het takenpakket van de huidige maatschappelijk werker naar een meer psychologische benadering, gericht op mentale gezondheid en preventie. Praktische ondersteuning heeft in het maatschappelijk werk minder prioriteit. Dat betekent echter niet dat de behoefte van gezinnen hieraan is verdwenen. De nieuwe functie in de strijd tegen kansenongelijkheid en armoede is er niet voor niets gekomen. Het duidt op het falend systeem van armoedebestrijding.

Dit kwam onlangs helder en schrijnend naar voren in de documentaire Opvoeden met Tegenwind van de VPRO. In deze documentaire over de ondersteuning van kansarme gezinnen wordt gesproken over niet minder dan 42 regelingen en subsidies die de gemeente Zwolle kent en die bij lange na niet benut worden. Zo was er eind 2024 nog 900 duizend euro over in het armoede bestrijdingspotje.

De oorzaak? Moeilijk omschreven regelingen en mensen die het vertrouwen in de gemeente verloren hebben. Desalniettemin proberen we mensen – vooral met een sociaal kwetsbare achtergrond – toch naar het juiste loket te krijgen. En precies dit krijgt de brugfunctionaris veelvuldig op zijn bordje, namelijk de vraag van gezinnen om hen te helpen door dit woud aan regelingen te laveren.

Overdaad aan functies

Ondersteund door de naam lijkt het een logische keuze om de brugfunctionaris op scholen te positioneren, als brug tussen school en de kansarme, soms moeilijk te bereiken gezinnen. Daarbij is de school een uitermate geschikte vindplaats van problemen, als je redeneert vanuit een medisch-georiënteerde visie.

Maar zouden de kinderen op scholen niet vooral profiteren van tijd en ruimte voor goed onderwijs?

Maar hier komt volgens ons het grootste probleem. In toenemende mate worden scholen overladen met specialisten, coaches en projecten om kansengelijkheid te bevorderen. Maar zouden de kinderen op scholen niet vooral profiteren van tijd en ruimte voor goed onderwijs? Is dát niet wat hun een betere kans op een goede toekomst geeft?

Moeten we niet vooral investeren in de leerkracht, door professionalisering en versterking van zowel het teamleren als de autonomie van leraren? Dit, in plaats van  brugfunctionarissen en andere externe partijen aan te stellen waardoor het primaire pedagogische werk van de leraar wordt verdrongen.

Falend systeem

De brugfunctionaris is een pleister die de wond van een falend systeem moet bedekken. Een systeem waarbij de kerntaak van het onderwijs, het geven van onderwijs aan kinderen en jongeren, steeds meer vertroebelt. Een systeem van falende armoedebestrijding, taakverschuiving, en een overdaad aan functies in plaats van een aanpak van het dieperliggende probleem.

Dit is precies waar het wringt. Zouden we in plaats van pleisters plakken en het continu introduceren van nieuwe rollen op school niet veel meer moeten inzetten op goed onderwijs, gericht op stevige pedagogisch-didactische relaties, juist óók met de ouders van leerlingen, en hoge verwachtingen? Door kinderen niet als slachtoffer te begeleiden in een systeem dat vooral onduidelijk en vaag is, maar door onderwijs te bieden waarmee ze zich kunnen ontwikkelen tot individuen die actief keuzes kunnen maken over wat er in de wereld op hen afkomt.

Ruimte geven

Daarmee zeggen we niet dat de brugfunctionaris geen toegevoegde waarde kan hebben. In een systeem van goed onderwijs en sterke pedagogische relaties kunnen zij buiten de school ruimte creëren in het leven van gezinnen, zodat de leerkrachten ín school de gelegenheid krijgen om  onderwijs te geven.

Laten we beginnen met een herwaardering van pedagogisch-didactische kwaliteiten

Een nieuw systeem, met meer speelruimte en begrijpelijke taal en leunend op een gezonde dosis wederzijds vertrouwen. Een systeem waarin basisvoorzieningen aanwezig zijn voor scholen om kinderen goed deel te kunnen laten nemen aan het onderwijs, waar nodig met verstrekking van een maaltijd, fiets of laptop. En met een brugfunctionaris die insteekt op het verbinden van gezinnen in de wijk.

Maar laten we beginnen met het herwaarderen van pedagogisch-didactische kwaliteiten. Met het mogelijk maken en op prijstellen van goed lesgeven dus.

Tessa de Wild en Rogier Kattenberg zijn onderzoekers bij het lectoraat Jeugd van Hogeschool Windesheim in Zwolle. Els Evenboer is associate lector Jeugd bij Hogeschool Windesheim in Zwolle.

 

Foto: Vitaly Gariev via Pexels.com