Hoogste inkomens profiteren meest van overheid

Het regeringsbeleid treft vooral de middeninkomens in de portemonnee. Opmerkelijk, want deze toch al niet sterk profiterende  inkomensgroep zegt het kabinet nu juist te willen beschermen. De topinkomens zijn op alle fronten de winnaars.

Als gebruiker van het onderwijs, reiziger in het openbaar vervoer, huurder van een sociale huurwoning, museumbezoeker, thuiszorggebruiker of als afnemer van een willekeurige andere overheidsvoorziening heeft de burger profijt van de overheid. De overheid stelt voorzieningen gratis ter beschikking of financiert ze grotendeels. Zo legt de overheid op elke euro die een busrit kost € 0,50 toe, op elke euro huur € 0,50, op elke euro museumbezoek € 0,60, op elk kinderopvanguur € 0,80, op elk thuiszorguur € 0,90 en op elk onderwijsuur € 0,99. Zelfs aan de eigen woning betaalt de overheid lustig mee door de fiscus 25 procent van de gebruikskosten te laten betalen.

Middeninkomens trekken aan het kortste eind
Voor vijftig overheidsregelingen hebben we uitgerekend bij welke inkomensgroepen de overheidsuitgaven terecht komen. Gemiddeld had een huishouden in 2007 voor een bedrag van €7.800 profijt van de overheid. De laagste inkomens ontvangen  gemiddeld voor €7.700 aan overheidsuitgaven, de middelste inkomensgroep voor €6.600 en de hoogste inkomensgroep voor €11.500. De middeninkomens trekken dus aan het kortste eind.

De lage inkomens hebben vooral profijt van de huursubsidie, de zorgverzekering, kwijtscheldingsregelingen, de thuiszorg en de voorzieningen van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De hoge inkomens hebben vooral profijt van de fiscale behandeling van de eigen woning, het hoger onderwijs, de kinderopvang en de uitvoerende kunst.

Nu zijn overheidsvoorzieningen doorgaans bedoeld voor bepaalde bevolkingsgroepen, zoals gezinnen met kinderen (kinderopvang), jongeren (onderwijs) en mensen met beperkingen (thuiszorg). Wanneer we hiermee rekening houden, blijkt dat de middeninkomens nog steeds minder profijt van de overheid hebben. Vooral de hoge inkomens profiteren bovenmaats door de gunstige fiscale behandeling van de eigen woning, de grotere deelname aan het hoger onderwijs, het frequentere bezoek aan culturele voorstellingen en het intensievere gebruik van de openbare weg. Wel is het profijt van de hoogste inkomens de laatste jaren afgenomen, van 45 procent van het totale profijtbedrag in 1991 naar 38 procent in 2007, ten gunste van zowel de lagere- als de middeninkomens. Dit hangt onder meer samen met de toename van het eigen woningbezit, de deelname aan het hoger onderwijs en de cultuurparticipatie van de lagere en middeninkomens. Er is dus een ontwikkeling die het profijt in de loop der tijd meer bij de lagere en middengroepen brengt. Desondanks is er wel een en ander op te merken over de resultaten van het huidige overheidsbeleid.

Weinig argumenten voor hypotheekrenteaftrek
Het huidige kabinet zegt de huishoudens met kinderen en de middeninkomens te willen beschermen. Dit lukt maar ten dele. Zeker, door het recente kabinetsbeleid wordt het profijt van de hogere inkomensgroepen op een aantal punten beperkt. Vooral de invoering van het sociaal leenstelsel in de masterfase van het hoger onderwijs, de verhoging van de eigen bijdrage voor kinderopvang voor met name de hoge inkomens en de beperking van de cultuursubsidies beperken het voordeel van deze hogere inkomensgroepen.

Hoewel de kunstwereld in rep en roer is over de bezuinigingen op de uitvoerende kunst en je bedenkingen kan hebben over het tempo en de omvang, kan hiervoor vanuit het profijtperspectief best enige sympathie worden opgebracht. Immers, het streven van spreiding van kunst over de bevolking en betere toegang voor lagere inkomensgroepen heeft in de praktijk niet gewerkt. Mensen met een laag inkomen gaan liever naar Madonna of het Circustheater. Het gevolg van de bezuinigingen is dan ook dat het profijt van de hoge inkomensgroepen daalt.

Op het belangrijkste profijtpunt schiet de overheid evenwel zeer tekort: de gunstige fiscale behandeling van de eigen woning. Dit voordeel komt niet alleen meer dan proportioneel terecht bij de hoge inkomens, het gaat ook om aanzienlijke bedragen. In 2007 ging het om €7,6 miljard, waarvan bijna 30 procent terecht kwam bij de 10 procent rijkste huishoudens. Er zijn weinig argumenten om dit voordeel in stand te houden. Het argument dat de huidige koopmarkt door de economische crisis niet verder in het dal moet worden geduwd, lijkt hout te snijden. Het is tegelijkertijd een opportunistisch argument - het werd ook gebruikt toen het goed ging met de koopmarkt - en een korte termijnargument: op lange termijn heeft de koopmarkt baat bij een meer marktgericht stelsel.

In de huursector probeert het kabinet wel meer beweging in de markt te krijgen, maar hier treft het beleid juist de middeninkomens. Huurders met een belastbaar inkomen van meer dan € 43.000 kunnen binnenkort worden geconfronteerd met een huurverhoging die kan oplopen tot 5 procent boven de inflatie. Deze maatregel tegen het zogenaamde scheefwonen treft de middeninkomens in het hart, juist de groep die het huidige kabinet wil beschermen.

Evert Pommer is hoofd van de onderzoeksgroep Quartaire Sector van het Sociale Culturele Planbureau. Hij is auteur van het onderzoek ‘Minder voor het Midden’ dat op 8 augustus is verschenen. Het rapport is te downloaden van de website van het SCP.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Prima analyse met de, naar mijn mening, terechte conclusie dat vooral de middengroepen benadeeld worden. Dat m.n. de hypotheekrenteaftrek oneerlijk is en voor scheve verhoudingen zorgt is eigenlijk ook al algemeen erkend (zelfs in de gehele politiek; een paar partijen willen dit, om electorale redenen, echter nog niet toegeven).

    Toch vind ik de analyse onvolledig door alleen naar de overheidsuitgaven te kijken en de overheidsinkomsten er niet bij te betrekken. Is de middenklasse dan nog steeds minder goed af? Is er echt een perverse scheve verdeling of is ons stelsel alleen iets minder progressief dan we wellicht denken?

  2. Als ik de geprofiteerde bedragen in 2007 bij elkaar optel en dan door drie deel, kom ik op een ander gemiddelde uit dan hier wordt vermeld. Volgens mijn berekening is het gemiddelde profijt dat de burger in 2007 had van de overheid liefst 8.600 Euro. Hierdoor wordt nog sterker duidelijk hoe het vorige kabinet de middeninkomens in de kou liet staan. Maar een kniesoor die hier op let…

  3. De genoemde 7.800 gemiddeld profijt heeft betrekking op alle 10 inkomensgroepen; bij de indeling in drie groepen (laag/middenhoog) is de laagste inkomensgroep (met overwegend studenten) buiten beschouwing gelaten; hun profijt komt uit op gemiddeld 3.000 euro.

    Evert Pommer

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *