Luxere woonzorg voor vermogende ouderen leidt niet tot maatschappelijke tweedeling

De particuliere woonzorgsector voor ouderen is in de afgelopen jaren sterk gegroeid. Een dergelijke ontwikkeling gaat in Nederland al gauw gepaard met een vrees voor tweedeling in de samenleving. Hoe terecht is die vrees?

Het aantal locaties van particuliere woonzorg voor ouderen is in een relatief kort tijdsbestek sterk toegenomen. In 2012 werd het aantal locaties nog op circa 130 geschat (Thaens, 2015). Inmiddels gaat het om minimaal 300 particuliere woonzorglocaties die huisvesting bieden aan naar schatting minimaal 5400 ouderen. De groei is in lijn met het overheidsbeleid dat uitgaat van eigen kracht en verantwoordelijkheid en van het idee dat mensen langer zelfstandig (willen) wonen.

Van particuliere woonzorg maken voornamelijk ouderen met hoge en tegenwoordig ook (hoge) middeninkomens gebruik. De huur en servicekosten zijn voor eigen rekening en liggen meestal tussen 2000 en 3000 euro per maand en kunnen oplopen tot wel 8500 euro per maand.

Een klein aantal particuliere woonzorgorganisaties biedt voorzieningen voor mensen met enkel AOW of AOW en een klein pensioen, maar dergelijke plekken zijn zeer schaars. De kosten voor zorggebruik worden door vrijwel alle bewoners – ongeacht de hoogte van hun inkomen – uit de publieke middelen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) betaald, doorgaans in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) of een volledig pakket thuis (VPT).

Mensen vinden luxere woonzorg voor rijke ouderen geen probleem

De particuliere woonzorghuizen, vaak gesitueerd in mooie panden op goede locaties, bieden meer luxe services en duurdere maaltijden en zijn mogelijk vaker kleinschalig dan de reguliere woonzorgcentra. De mensen die wij voor ons verkennend onderzoek spraken,[i] vinden het over het algemeen geen groot probleem dat mensen met een bredere beurs zich luxere woonzorg kunnen permitteren.

Vóór de oude dag bestaan ook verschillen in leefomstandigheden waarbij bijvoorbeeld de één in een huurwoning in een volksbuurt woont en een ander in een eigen villa in het groen. Ook uit ander onderzoek (Kooiker et al., 2012) blijkt dat veel Nederlanders het geen probleem vinden dat mensen die meer te besteden hebben, zich luxere zorg veroorloven. De voorwaarde is wel dat er ‘voldoende’ kwaliteit van de zorg voor iedereen gewaarborgd kan worden.

Particuliere zorg is niet per se beter

Het is niet gezegd dat particuliere Wlz-zorg van hogere kwaliteit is dan reguliere Wlz-zorg. Aan de ene kant ontvangen particuliere woonzorgorganisaties meer inkomsten uit huren en servicekosten die ze, in theorie, zouden kunnen inzetten voor de levering van zorg. Zo vertelde een locatiemanager van een particuliere instelling dat ze meer te besteden heeft en daardoor meer zorgpersoneel kan inhuren.

Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld het nastreven van winst onder druk van investeerders of een eventueel gebrek aan deskundigheid, juist een minder goede kwaliteit van zorg opleveren. Uit de praktijk zijn voorbeelden (Bas 2019; Omroep West 2018) bekend van particuliere woonzorghuizen die een maatregel opgelegd kregen door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Al met al, zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat de zorg in particuliere woonzorghuizen beter dan wel slechter is dan die in reguliere verpleeghuizen. Wel blijkt uit ons verkennend onderzoek dat particuliere woonzorgorganisaties vaak niet in staat zijn om de meest complexe, zware zorg te bieden waardoor ouderen soms nogmaals moeten verhuizen, nu naar een reguliere instelling.

Wachttijden en personeelstekorten kunnen tot verschillen leiden

Er is echter meer nodig om de reguliere zorg als ‘voldoende’ te ervaren. Het gaat er bijvoorbeeld om dat ouderen met een lager inkomen niet te maken hebben met langere wachttijden voor Wlz-zorg dan welgestelde ouderen. Of dat zo is hebben we niet onderzocht.

In theorie kunnen welgestelde ouderen de wachtlijsten van reguliere instellingen ‘omzeilen’ door naar een particulier woonzorghuis te verhuizen, maar particuliere huizen hanteren veelal in plaats van een wachtlijst een ‘lijst van belangstellenden’. Een toename van de capaciteit van het particuliere aanbod zou de druk op wachtlijsten van reguliere aanbieders ook kunnen verminderen.

Ongewis is eveneens of door het groeiende tekort aan zorgpersoneel op termijn verschillen zullen ontstaan. De particuliere sector heeft aantrekkingskracht op zorgprofessionals als hij meer salaris, gunstigere arbeidsvoorwaarden of een aantrekkelijker organisatievorm kan bieden.

De reguliere sector kan dan verhoudingsgewijs vaker te maken krijgen met personeelstekorten. Dat kan door toenemende werkdruk een zelfversterkend effect hebben en treft vooral ouderen met lage inkomens. Aan de andere kant kan het werken voor een kleine particuliere organisatie die flexibel moet zijn om rendabel te blijven, ook veel onzekerheid voor medewerkers met zich meebrengen en daardoor minder aantrekkelijk zijn.

Er moet voor iedereen variatie en keuzemogelijkheid zijn

Met het groeiende besef dat niet alle ouderen hetzelfde zijn en hetzelfde willen (De Klerk et al. 2019), kan daarnaast een andere voorwaarde voor ‘voldoende’ zorg geïntroduceerd worden: voldoende keuzemogelijkheid voor iedereen. Dat betekent dat voor ouderen met lagere inkomens ook variatie in het aanbod gewaarborgd moet worden om een tweedeling op dit aspect te voorkomen.

Uiteraard zullen de mogelijkheden niet oneindig zijn, dat is op jongere leeftijd voor huisvesting en tal van andere zaken niet anders. Maar enige variatie in sfeer, schaalgrootte, locatie, woonruimte en geboden services moet mogelijk zijn. Het zou ook in lijn liggen met het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg dat uit gaat van de cliënt als mens met een eigen leefstijl. Gelukkig neemt in de verpleeghuissector de variatie inderdaad toe nu steeds meer reguliere zorgaanbieders ook andere typen aanbod en nieuwe manieren van werken (kleinschalig, meer cliëntgericht, scheiding van wonen en zorg) ontwikkelen (zie ook Borst en Gaemers, 2019).

Ongewenste tweedeling kan voorkomen worden

Groei van de particuliere woonzorgsector voor ouderen met een Wlz-zorgbehoefte hoeft dus geen maatschappelijke tweedeling te betekenen zo lang er aandacht is voor de kwaliteit van de reguliere sector: voor kwaliteit van zorg, wachttijden, werving en behoud van personeel en variatie in aanbod dat aansluit bij individuele behoeften en bestedingsruimten. De particuliere sector kan een positief effect hebben op reguliere verpleeghuizen wanneer goede voorbeelden ter inspiratie dienen of worden overgenomen.

Beide sectoren putten uit dezelfde zorgbudgetten, kennen deels dezelfde doelgroepen en kunnen niet los van elkaar worden beschouwd. Het is daarom zaak om de capaciteit van het gehele woonzorgaanbod goed te monitoren en bij te sturen als dat nodig is. Dat vraagt om goede afstemming en samenwerking tussen de rijksoverheid, de gemeente, het zorgkantoor en reguliere en particuliere woonzorgaanbieders in de regio.

Maaike den Draak en Inger Plaisier zijn werkzaam bij het Programma Zorg en Ondersteuning van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit artikel is gebaseerd op de SCP-publicatie Wonen met zorg, 2 juli 2019.

 

Referenties

Bas, John (2019). Kritiek op ouderenzorg Ter Wal in Lepelstraat: onvoldoende deskundigheid in huis. In: BN DeStem, 2 maart 2019.

Borst, Hugo en Carin Gaemers (2019). De zorg vernieuwt al, Henk Kamp. In: Trouw, 8 juni 2019.

Klerk, Mirjam de, Debbie Verbeek-Oudijk, Inger Plaisier en Maaike den Draak (2019). Zorgen voor thuiswonende ouderen. Kennissynthese over de zorg voor zelfstandig wonende 75-plussers, knelpunten en toekomstige ontwikkelingen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Kooiker, Sjoerd, Mirjam De Klerk, Judith Ter Berg en Yolanda Schothorst (2012). Meebetalen aan de zorg. Nederlanders over solidariteit en betaalbaarheid van de zorg. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau en Bureau Veldkamp.

Omroep West (2018). Inspectie tikt Leids particulier verpleeghuis Anemoon op de vingers. OmroepWest.nl, 15 december 2018.

Thaens, Gerard (2015). Op weg naar het nieuwe zorgen. Amstelveen: TUIM bv. https://issuu.com/allesindruk/docs/15018-brochure-woonzorg-v5

 

Noot

[i] We spraken met medewerkers van brancheorganisaties, kenniscentra, toezichthoudende instanties en particuliere woonzorgorganisaties. In totaal spraken we met 19 personen verbonden aan 11 organisaties.

 

Foto: rawpixel (via Pexels.com)

Dit artikel is 2078 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. “Van particuliere woonzorg maken voornamelijk ouderen met hoge en tegenwoordig ook (hoge) middeninkomens gebruik. De huur en servicekosten zijn voor eigen rekening en liggen meestal tussen 2000 en 3000 euro per maand en kunnen oplopen tot wel 8500 euro per maand.”

    Maar die tweedeling bestaat dan allang tussen vermogende en minder vermogende burgers (ouderen). Het verschil bestaat vooral tussen luxe en vaak veel minder luxe locaties. Veel oudere zorginstellingen richten zich thans op de bouw van nieuwe dure zorglocaties want daar valt veel geld mee te verdienen. Of de zorg zelf beter is dan bij ‘goedkope’ locaties is maar de vraag aangezien de zorgverlening zelf veel geld kost en deze kosten de winst drukken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *