Om van betekenis te blijven, moet GGZ ongebaande paden inslaan

De ggz moet volgens de hoogleraar psychiatrie Jim van Os haar onpersoonlijke en technische aanpak afzweren om van betekenis te kunnen blijven. Dat vereist echter wel een hele andere manier van denken en betekenisgeving.

In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) domineren de DSM-definities. Gezamenlijk vormen ze instrument en uitgangspunt om psychiatrische stoornissen te classificeren en diagnosticeren. Hoogleraar psychiatrie Jim van Os schreef hier laatst dat dit het functioneren van de ggz niet ten goede komt.

In een toekomstbestendige ggz horen volgens hem niet de DSM-definities centraal te staan, maar de patiënt en de manier waarop hij betekenis geeft aan zichzelf in relatie tot zijn omgeving.

Patiënt is uit de ggz verdwenen

Op het betoog van Van Os valt weinig af te dingen, probleem is echter dat de patiënt en zijn betekenisgeving jarenlang uit de ggz zijn ‘weg gedefinieerd.’ Hetzelfde is overigens gebeurd met de burger in beleid, rechtspraak en wetenschap. Dit heeft alles te maken met de dominante notie in onze samenleving dat we vraagstukken, van welke aard dan ook, georganiseerd moeten aanpakken. Omdat gerichte interventie in deze zienswijze afhankelijk is van gedegen planning, formuleren we doelstellingen, maken we gedegen analyses, stellen we plannen van aanpak op en voeren we die uit. En evalueren we na afloop zodat we kunnen leren van de opgedane ervaringen.

De maatschappelijke behoefte - niet alleen die van de ggz - aan ordenen is logisch en herkenbaar. Wanneer we een probleem willen oplossen, moeten we er immers vat op krijgen. En daarvoor is kennis nodig. Hoe zit het probleem in elkaar? Wat zijn de oorzaken? Hoe kunnen we die wegnemen of vermijden? Voor antwoord daarop vormen we ons een beeld, onderscheiden we aspecten en kiezen we vervolgens geschikte instrumenten om het probleem op te lossen.

Het door ons gecreëerde beeld is een constructie dat we met veel gevoel voor detail uitwerken. Wetten en regelingen beginnen doorgaans met een artikel waarin nauwkeurig is bepaald wat ‘in de zin van deze regeling wordt verstaan onder….’ Op dat beeld van een regelbare werkelijkheid baseren we onze regels. Wat we niet kunnen regelen, blijft buiten beschouwing. Wat niet in de ordeningen en de daarin opgenomen definities past, is betekenisloos. Het is chaos.

Diagnosemodel in de ggz botst met veelkleurigheid

De werkelijkheid van patiënten in de ggz is echter te veelkleurig om in ordeningen te worden geperst en verklaart voor een belangrijk deel waarom de resultaten zo vaak teleurstellen. De bonte werkelijkheid van patiënten houdt zich niet aan het beeld dat de ggz met haar diagnosemodel heeft geconstrueerd.

Wat betekenisvol is binnen het dat beeld kan betekenisloos zijn voor patiënten. En, omgekeerd, is het model niet ontvankelijk voor wat patiënten betekenisvol vinden. Die spanning is een belangrijke bron van vervreemding tussen systeemwereld van de ggz en de leefwereld van de patiënt. De geleefde werkelijkheid laat zich niet in geconstrueerde ordeningen dwingen. Anders gezegd: onze ordeningen en instituties zijn lek.

Op papier is de opbouw van de ggz weldoordacht en logisch maar bij nadere beschouwing mist het gebouw stevigheid omdat de constructeurs zijn uitgegaan van aannames die in de praktijk niet kloppen. De hoekstenen missen stevigheid. De Franse filosoof Deleuze roept - weliswaar in een iets andere context - het beeld op van lekkages. Van een lek gebouw waaruit, ondanks reparaties, voortdurend gas ontsnapt. En toch houden we dat gebouw in stand, omdat we de gevangene zijn geworden van onze eigen illusies.

Ggz moet ongebaande paden betreden

De ggz staat aldus Van Os voor de opdracht om zichzelf opnieuw uit te vinden. Daartoe moet ze ervaringskennis en professionele kennis integreren en meer gaan samenwerken ‘met de uitvoerders van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg’.

Op abstracter niveau betekent dit dat het ggz-beleid de huidige uniformiteit achter zich laat en meer oog krijgt voor de gelaagdheid van de werkelijkheid. De ggz kan schizofrenie bijvoorbeeld beschouwen als een stoornis - zoals ze nu doet - maar ze kan het ook benaderen op het niveau van individuele waarden.

In het laatste geval heeft de ggz oog voor het welzijn van de patiënt en diens verhouding tot zijn omgeving. En besteedt ze aandacht aan de gelaagdheid die zich thans aan haar oog onttrekt.

Van Os ziet het als de ultieme uitdaging voor de ggz om een model te ontwikkelen dat haar in staat stelt om in te spelen op de dynamiek en pluriformiteit van haar doelgroep. Die transformatie krijgt geen gestalte door de gangbare definities en diagnoses te veranderen, want dan wordt de ene statische toestand slechts vervangen door een andere.

Vrijheid om ongebaande paden te betreden

Voor de ontwikkeling van dat nieuwe model moet de ggz de patiënt, die ze tot nu vooral heeft buitengesloten, goed leren kennen. En daarvoor zijn nieuwe concepten en vormen nodig en zelfs al beschikbaar. Van Os noemde er een paar: Ecommunities en herstelacademies.

Waar de ggz ook behoefte aan heeft, is vrijheid van denken en betekenisgeving en durf om ongebaande paden te betreden, die haar mogelijk naar plaatsen leidt die ze niet kan duiden met bestaande begrippen. En toch zit er niet anders op, wil de ggz ten minste van betekenis blijven.

Mathieu Wagemans is raadslid in de gemeente Leudal namens de partij Ronduit Open en is zeer betrokken bij de ggz. Dit artikel is mede gebaseerd op de bijdrage die Wagemans schreef voor Civis Mundi Digital van augustus 2019

 

Literatuur

Deleuze Gilles, Het denken in plooien geschikt, KOK Agora, 1992

Deleuze, Gilles, Verschil en herhaling, Boom, 2012

Deleuze, Gilles en Guattari, Felix, Rizoom, Uitgever: Rizoom, 1988

Latour, Bruno, Reassembling the Social: An Introduction to Actor-Network-Theory, Oxford University Press, 2007

Latour, Bruno en Serres, Michel, Conversations on Science, Culture and Time, University of Michigan Press, 1995

Serres Michel, Les Cinq Sens, Hachette Litterature, 1998

Wagemans, Mathieu, Een Oceaan van Betekenisloosheid, een kritische analyse van beleid, politiek en wetenschap met een verwijzing naar de filosofie van Michel Serres, Digitalis, 2016

 

Foto: Spyros Papaspyropoulos (Flickr Creative Commons)