In mijn promotieonderzoek heb ik gekeken naar de verschillen in opvattingen van mantelzorgers over het delen van zorg vanuit intersectioneel perspectief. Mijn focus lag op de normatieve opvattingen van mantelzorgers over het delen van zorg. Oftewel, hoe denken mantelzorgers over de verdeling van zorgverantwoordelijkheden tussen henzelf, beroepskrachten en de overheid?
Daarnaast richtte ik me op de ervaringen en wensen van mantelzorgers over samenwerking met beroepskrachten in het zorg- en welzijnsdomein.
Mantelzorgers willen dat de overheid professionele ondersteuning mogelijk maakt
Mantelzorgers zorgen vaak uit liefde voor de ander en doen dat meestal met plezier. Zij kennen de zorgvrager goed, waardoor ze weten hoe er op een passende manier hulp kan worden geboden.
Verwachtingen
Veel mensen hebben de opvatting dat zorgvragers eerst hulp van hun eigen familie of bredere sociale netwerk zouden moeten krijgen als dat nodig is. Tegelijkertijd verwachten ze dat er professionele hulp beschikbaar is als hulp uit het eigen netwerk niet afdoende is, vooral in langdurige of complexe zorgsituaties. Mantelzorgers willen dat de overheid professionele ondersteuning mogelijk maakt. En dat ze de zorg toegankelijk en betaalbaar houdt.
Mensen moeten zelf kunnen beslissen of ze mantelzorg willen leveren
Veel mantelzorgers vinden dat de overheid van burgers mag verwachten dat zij hun naasten ondersteunen als dat nodig is. Daarbij tekenen ze wel aan dat diezelfde overheid burgers niets mag verplichten. Mensen moeten zelf kunnen beslissen of ze mantelzorg willen leveren.
Sommige deelnemers aan mijn onderzoek hekelen de hoge verwachtingen die de overheid van mantelzorgers heeft. Ze vragen zich af of de beleidsmakers wel een realistisch beeld hebben van wat het geven van mantelzorg in de praktijk betekent. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat het geven van mantelzorg soms lastig is te combineren met andere rollen, zoals die van ouder, werknemer of actieve burger. Ze onderschrijven daarmee de oproep van het SCP in 2023 aan de overheid om met een integrale aanpak te komen teneinde het combineren van mantelzorg met arbeid of onderwijs beter mogelijk te maken.
Diversiteit
Beroepskrachten bespreken het delen van zorg nauwelijks met mantelzorgers. Het zou van meerwaarde zijn als ze dat wel zouden doen. Om te komen tot een goede samenwerking en omdat het kan leiden tot wederzijds begrip over het geven en delen van zorg.
Van belang hier is dat de opvattingen van mensen over het delen van zorg lijken te verschillen. Iemands gender, eigen gezondheid, levensfase, en eventuele migratieachtergrond zijn voorbeelden van diversiteitskenmerken die een rol spelen in de opvattingen over zorg. Ook opvoeding, familiebanden en religiositeit zijn van invloed op hoe iemand denkt over het delen van zorg. Het begrijpen van zorgopvattingen van mantelzorgers vraagt met andere woorden om een (diversiteits-)sensitieve aanpak van beroepskrachten.
Investeren
Er zijn beroepskrachten die mantelzorgers rechtstreeks ondersteunen. Denk aan mantelzorgmakelaars, mensen die vervangende zorg bieden of beroepskrachten werkzaam bij mantelzorgsteunpunten. Over nut en noodzaak van diversiteitssensitief werken binnen de directe mantelzorgondersteuning is hier eerder al het nodige gezegd.
De verwachting is dat beroepskrachten in de toekomst vaker met mantelzorgers zullen optrekken
Er zijn ook indirecte manieren om mantelzorgers te helpen. Bijvoorbeeld door beroepskrachten die primair worden ingezet om zorgvragers te helpen en ondersteunen. De verwachting is dat die beroepskrachten in de toekomst vaker met mantelzorgers zullen optrekken. Ook voor hen is het belangrijk om diversiteitssensitief te werken.
Uit mijn onderzoek blijkt verder dat de meningen van mantelzorgers over het delen van zorg met beroepskrachten in de thuiszorg verschillen. Zo zijn werkende mantelzorgers en mantelzorgers die met ernstige zorgsituaties geconfronteerd zijn, minder tevreden over het delen van zorg met beroepskrachten. Ook mantelzorgers die vanuit een ouder-kindrelatie hulp bieden aan iemand met mentale problemen oordelen vaak negatiever over het delen van zorg met beroepskrachten.
Wensen aangaande de samenwerking met beroepskrachten zijn bij mantelzorgers vaak vergelijkbaar. Daarnaast is er de hoop bij de mantelzorgers dat de beroepskrachten zich verdiepen in hun achtergrond, omdat die mede bepaalt hoe de zorgverantwoordelijkheden in het eigen leven kunnen worden ingepast.
Mantelzorgers willen gezien worden door de beroepskrachten
Als de overheid van beroepskrachten wil dat zij nadrukkelijker samen met mantelzorgers gaan optrekken, dan moet zij beroepskrachten daarin wel faciliteren. Ze hebben tijd en ruimte nodig om zich te kunnen verdiepen in de achtergrond van mantelzorgers en in de relaties tussen mantelzorger en zorgvragers.
Gezien worden
De verschillen in opvattingen over het delen van zorg tussen mantelzorgers en beroepskrachten laten zien hoe belangrijk het is dat beroepskrachten oog hebben voor individuele mantelzorgers. Geen mantelzorger of mantelzorgsituatie is hetzelfde. Wat mantelzorgers wel met elkaar gemeen hebben, is dat zij graag gezien willen worden door de beroepskrachten en dat de waarde van hun inzet wordt erkend.
Yvette Wittenberg werkt als docent/onderzoeker bij de bacheloropleiding Social Work en het lectoraat Langdurige Zorg en Ondersteuning van de Hogeschool van Amsterdam.
Foto: Jsme MILA via Pexels.com