Medische aansprakelijkheid: een ziek systeem dat beter kan

Mensen die getroffen worden doordat er iets misgaat in de zorg, komen in een moeizaam parcours terecht als ze een schadevergoeding vragen. Juristen en medisch deskundigen bestoken elkaar jaren in vruchteloze discussies over de schuldvraag. Innovatie van dit zieke systeem is nodig, én mogelijk.

Nederland heeft een goede gezondheidszorg waarin artsen verbluffende resultaten bereiken met de modernste behandelingen. Toch gaat het soms ernstig mis, en dat treft jaarlijks rond de 2500 mensen. Terwijl hun leven ingrijpend verandert, moeten zij dan hun weg zien te vinden in een verre van zorgzaam systeem van aansprakelijkheid. Tros Radar wijdde er al verschillende uitzendingen aan. Slachtoffers vertellen daarin over het afwijzende gedrag van schadebehandelaars, over uit medische dossiers verdwenen stukken en over eindeloze procedures bij de rechter. Om iedere euro schadevergoeding wordt gestreden. Er is geen neutrale instantie waar slachtoffers echt op kunnen rekenen.

In de uitzending van 1 oktober jl. stonden Medi Risk en Centramed in de beklaagdenbank. Aan deze verzekeraars hebben de Nederlandse ziekenhuizen en artsen de zo broodnodige nazorg uitbesteed. En hoewel deze bedrijven inmiddels een gedragscode hebben ontwikkeld, worden zij vooral afgerekend op de hoogte van de te betalen premies en hebben ze er dus belang bij om vergoedingen aan slachtoffers af te knijpen.

Maar er zijn meer partijen die zo georganiseerd zijn dat ze een aandeel hebben in de ziekte van het systeem. Zo is er ook een uitzending te vullen met advocaten die financieel voordeel halen uit iedere brief die ze schrijven en iedere nieuwe deskundige die ze inschakelen. Met rechters die een procedure moeten voeren over gemaakte fouten in plaats van te werken aan goede oplossingen. Met het ministerie van Veiligheid en Justitie dat niet werkt aan een oplossing, omdat ministers vooral kijken naar het strafrecht en naar de kosten voor de overheid. En een uitzending met Kamerleden die steeds maar te simpele wettelijke oplossingen blijven lanceren.

Innovatie is nodig, te vergelijken met een iPad lanceren

Om de zorg voor slachtoffers van medische ongelukken te verbeteren, is echte innovatie nodig. Dat lijkt meer op het in de markt zetten van een iPad dan op het schrijven van een nieuwe wet. Want voor een nette behandeling van slachtoffers is samenwerking nodig tussen tientallen professionals, die ieder precies passend bijdragen aan een rechtvaardig eindresultaat. En iedereen moet daar ook financieel belang bij hebben, net als de toeleveranciers van Apple pas verzekerd zijn van betaling als u tevreden op de bank zit met die iPad op uw schoot.

De eerste stap om tot echte innovatie te komen is het stellen van ambitieuze doelen. De Tweede Kamer en het ministerie van Justitie kunnen die formuleren. Bijvoorbeeld: slachtoffers van ernstige medische ongevallen hebben informatie nodig over wat er precies is gebeurd. Zorgverleners op hun beurt moeten in een traject naar schadevergoeding terecht komen dat zo min mogelijk belastend is, dat helpt ze ook om hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid te erkennen. Zowel slachtoffers als zorgverleners hebben belang bij een snelle en waardige afsluiting van een zware fase van herstel en verwerking, zodat de toekomst weer voorop kan staan.

Als zulke doelen zijn gesteld is het vervolgens aan de ziekenhuizen, de verzekeraars, de slachtofferorganisaties en de rechtspraak om in innovatie te investeren. Dat is een kwestie van de best mogelijke oplossingen in elkaar weven. Daarvoor is reeds een groot en onbenut reservoir aan kennis beschikbaar, over: geschilbeslechting, schadevaststelling, klachtenbehandeling, victimologie, moderne vormen van rechtspraak, financiering van rechtspleging en verzekeringstechniek. Welke combinaties van oplossingen het beste werken, is een kwestie van onderweg uitzoeken. Innovatie kan snel resultaat opleveren. Moderne innovatieprocessen worden zo aangestuurd dat ze binnen een paar maanden tot een werkend prototype leiden en binnen een jaar tot de belangrijkste veranderingen.

Minder ruzie in de rechtszaal

Een belangrijke splijtzwam voor innovatie is het kunstmatige onderscheid tussen aan de ene kant volledige aansprakelijkheid door fouten van de arts en aan de andere kant een situatie waarbij het slachtoffer het zelf maar moet uitzoeken omdat er sprake zou zijn van complicaties. Onderzoek heeft de complexere werkelijkheid al vele malen blootgelegd: meestal gaat het bij medische ongelukken om een niet optimale communicatie tussen zorgverleners en een reeks gebeurtenissen die optellen tot een rampzalige uitkomst. Dat vraagt om creatieve oplossingen die daar iets aan doen, en niet om een keuze tussen zwart en wit.

Innovatie betekent altijd dat rollen veranderen; professionals krijgen er interessanter werk mee, met een grotere toegevoegde waarde. Het strijdmodel van de rechtspraak komt met deze innovatie ook ter discussie te staan. Dat is winst, want de manier waarop advocaten, deskundigen en verzekeraars nu in de rechtszaal vaak met elkaar omgaan veroorzaakt veel ellende bij de slachtoffers. Innovatie maakt het mogelijk dat een rechter werkelijk aansluit bij wat er nodig is. Zo kan hij maatschappelijk goud waard zijn, als toezichthouder op het zo moeilijke proces van schadebehandeling.

Minder strijd is ook te bereiken met een snel en neutraal onderzoek als blijkt dat een min of meer normale behandeling ernstige gevolgen voor een patiënt heeft. Een reconstructie van het verloop kan dan voorzien in een belangrijke behoefte van patiënten: weten wat er is gebeurd. Op basis daarvan kunnen ook schadebehandelaars en advocaten zinvoller werk gaan doen en is veel van het huidige geruzie te voorkomen. De zo bespaarde tijd komt vrij voor intensievere begeleiding van het slachtoffer.

De gezondheidszorg laat iedere dag weer zien hoe innovatie menselijk leed kan  verlichten. Het zou mooi zijn als deze sector dat vermogen gaat inzetten voor de ontwikkeling van goede, evidence-based manieren om zorgzaam met de zwaarste slachtoffers van medische incidenten om te gaan.

Maurits Barendrecht is hoogleraar systemen voor geschiloplossing aan de Universiteit van Tilburg en academisch directeur van HiiL Innovating Justice.

Dit artikel is 1020 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (4)

  1. Ik ben het volledig met Maurits Barendrecht eens dat het huidige systeem van afwikkeling van medische aansprakelijkheidsdossiers voor alle partijen belastend is; ergo ook voor verzekeraars.
    Daarom moet inderdaad nagedacht worden of het huidige systeem nog voldoet, dan wel aangescherpt moet worden.
    Ook moeten daarbij alternatieven voor het huidige systeem nader bezien en beoordeeld worden.
    Het Personenschade Instituut van Verzekeraars is een groot voorstander om op korte termijn met de relevante partijen om de tafel te gaan zitten om de voor- en nadelen van alle varianten nader te bezien.
    Naast elementen als belastendheid en rechtvaardigheid moeten ook de logistieke aspecten en het kostenaspect daarbij meegewogen worden.
    Het PIV is van mening dat Barendrecht daarbij een sturende rol kan spelen.
    De twee jaar geleden ontwikkelde Gedragscode (GOMA) is een eerste goede stap geweest, met name waar het gaat om communicatie; er zal echter daarnaast dieper ingezoomd moeten worden of er ook op het punt van de vaststelling van aansprakelijkheid (zowel ten aanzien van hoe en door wie) nadere stappen gemaakt moeten worden.
    Het PIV wil daarbij graag meedenken.
    Theo Kremer
    Directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV)

  2. Helemaal mee eens. Laten we het systeem zo innoveren dat de het slachtoffer, waar dan ook van, dus niet alleen medische aansprakelijkheid maar ook bijvoorbeeld aansprakelijkheid voor slachtoffers van ongevallen zo geregeld wordt dat je niet nogmaals slachtoffer wordt. Ik heb wel eens begrepen dat het in Frankrijk beter is geregeld voor slachtoffers.

  3. (Deze reactie ontvingen wij van De Letselschade Raad)

    Zelfregulering is motor voor innovatie

    In ‘Trouw’ van maandag 8 oktober breekt professor Barendrecht een lans voor een betere afwikkeling van medische aansprakelijkheid. Hij hoopt dat de Tweede Kamer en het Ministerie van Justitie ambitieuze doelen zullen formuleren voor aanpassing van het huidige, ‘zieke’ systeem. De Letselschade Raad wil actie van anderen niet afwachten. Samen met betrokkenen werkt de Raad nu al aan de uitvoering van ambitieuze doelen, zodat slachtoffers van een medische fout sneller duidelijkheid krijgen en hun schade vergoed zien.

    Als mensen na een medisch incident hun schade willen verhalen, krijgen zij vaak te maken met tijdrovende, omslachtige en onduidelijke procedures. De Letselschade Raad komt als onafhankelijke instantie op voor een goede afwikkeling van letselschade. De Raad geniet het vertrouwen van alle betrokken partijen en werkt samen met hen aan verdere verbetering.

    In 2010 ontwikkelde De Letselschade Raad de Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA). De gedragscode is opgesteld in overleg met onder meer professionals van patiënten- en consumentenorganisaties, belangenbehartigers, wetenschappers, verzekeraars, zorgverleners en vertegenwoordigers van de Rechtspraak. Openheid en transparantie zijn de kernwaarden van de GOMA, net als een snellere afwikkeling. Bij de totstandkoming van de GOMA zijn daarvan afgeleide doelen samen met alle betrokkenen geformuleerd.

    Vaak is het uiterst complex om vast te stellen of klachten het gevolg zijn van complicaties of van verwijtbaar medisch handelen. Patiënten ervaren dit als zeer belastend. De Letselschade Raad onderkent dat. De gedragsregels van de GOMA gelden daarom al voordat duidelijk wordt of de zorgverlener aansprakelijk is. Sterker nog, de gedragscode benadrukt het belang van transparantie in alle omstandigheden, ook voordat sprake is van een medisch incident. De Raad gebruikt de term ‘medisch incident’, omdat patiënten recht hebben op een goede opvang wanneer een medische behandeling een onbedoeld gevolg heeft, ook al is nog niet duidelijk of een fout is gemaakt.

    Cultuuromslag
    De GOMA is de eerste stap, maar nu komt het aan op een cultuuromslag. Bij verzekeraars, maar ook bij zorgverleners. Een zeer positief signaal is dat ook de ziekenhuisorganisaties NVZ en NFU sinds kort de gedragscode onderschrijven. De Letselschade Raad verwacht hierdoor een versnelling. Een pakket aan trainingen over de GOMA ligt gereed. In ontwikkeling is een GOMA-register voor verzekeraars en zorgverleners die de gedragscode onderschrijven. De Raad zal periodiek via audits controleren of de ingeschrevenen van dit register de code naleven.

    Slachtoffers kunnen voor informatie terecht bij het Bemiddelingsloket van De Letselschade Raad. Het Bemiddelingsloket wijst slachtoffers de weg en bemiddelt om vastgelopen procedures weer op gang te brengen. Ook signaleert het Bemiddelingsloket mogelijke misstanden.

    Vertrouwen
    De ervaring van de afgelopen jaren geeft De Letselschade Raad vertrouwen in de zelfregulering door de branche. Vooruitgang blijkt uit een toegenomen aandacht voor het slachtoffer en de afgenomen doorlooptijd van procedures. Natuurlijk valt er nog veel te winnen. Overheidsingrijpen en wettelijke maatregelen zijn echter niet nodig, zolang de branche creatief en innovatief werkt aan oplossingen. De Letselschade Raad, als onafhankelijke organisatie, blijft toezien op de naleving van gemaakte afspraken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *