Met klein geld uitzoeken wat werkt in de wijk

De aanpak van de Vogelaarwijken werkt niet. Dat is de conclusie van het SCP-rapport Werk aan de wijk, waarin de effecten van investeringen in 40 achterstandswijken zijn geanalyseerd. Het rapport bewijst opnieuw dat de samenleving maar betrekkelijk maakbaar is.

Dat het overheidsbeleid soms wel werkt, laten De Kruiskamp in Amersfoort, Klarendal en Malburgen in Arnhem, Kanaleneiland in Utrecht en de wijk Hatert in Nijmegen zien. Het valt te begrijpen dat actieve en betrokken bewoners en wethouders in deze gemeenten zich miskend voelen door de conclusie van het SCP-onderzoek. Dé conclusie is namelijk dat in de wijken waarin niet extra geïnvesteerd is de ontwikkelingen gemiddeld gesproken vrijwel hetzelfde zijn als in de Vogelaarwijken. Die gevolgtrekking gaat echter over gemiddelden en negeert de succesverhalen en doemscenario’s.

Blind en dom geïnvesteerd in Vogelaarwijken

De grote vraag is hoe het kan dat er zoveel geld is geïnvesteerd in de Vogelaarwijken zonder gebruik te maken van beschikbare kennis over wat werkt en wat niet werkt. Hoe kan het dat allerlei projecten zijn gefinancierd zonder dat vooraf is bepaald hoe groot het effect ervan zou zijn? De Algemene Rekenkamer waarschuwde er in oktober 2008 al voor dat het onmogelijk zou worden om na te gaan hoe effectief de gelden zouden worden besteed omdat Vogelaar niet precies genoeg had bepaald welke doelen het beleid moest bereiken. De gelden moesten besteed worden aan vijf thema’s: wonen, werken, leren & opgroeien, integreren en veiligheid. Welke doelstellingen bereikt moeten worden op deze thema’s is niet voor alle gemeenten op dezelfde manier vastgelegd. Ook heeft het ministerie niet systematisch bij gehouden met welke projecten de gemeenten de doelen willen bereiken.

Kwalijker nog is dat de gemeenten niet verplicht zijn projecten van tevoren te beoordelen op hun effectiviteit. Er is ook niet vastgelegd hoe de gemeenten de projecten zouden moeten beoordelen en evalueren. Door het gebrek aan richtlijnen voor projecten is er blind en dom geïnvesteerd. Lollige projecten zijn leuk, maar bereiken ze het doel van een leefbaardere wijk? Waarschijnlijk niet, maar zeker weten, doen we het evenmin. Wel zeker is dat sociale wijkprojecten doorgaans weinig wetenschappelijk onderbouwd zijn, zo laat Vasco Lub zien in een overzicht van de wetenschappelijke literatuur uit april 2013.

Een andere vraag die het SCP-rapport oproept, betreft de investeringen. Hoe kun je heel veel geld investeren zonder vooraf een idee te hebben van wat werkt en wat niet werkt? Hoe kan het dat allerlei projecten zijn gefinancierd zonder dat is bepaald hoe groot het mogelijke effect ervan is? Het lijkt toch niet zo heel moeilijk om bij te houden welke projecten er in welke wijk zijn en vervolgens te bepalen wat er door die projecten is veranderd. Experimenten met nieuw beleid kunnen net als een nieuw medicijn worden getest. Je moet dan wel een controlegroep uitkiezen waar het nieuwe beleid niet wordt toegepast, of een placebo krijgt toegediend. Worden de deelnemers in de experimentele groep sneller en vaker beter dan in de controlegroep, dan werkt het medicijn.

Mensen creëren problemen, stenen niet

We doen er goed aan onder ogen te zien dat sociale problemen doorgaans zeer hardnekkig zijn en in stenen huizen, maar niet door stenen worden gecreëerd. Het is een open deur, maar de beleidsmakers vergeten te vaak dat het mensen zijn die probleemgedrag veroorzaken, en niet de huizen waarin zij wonen. Als overlastgevers verkassen, dan verhuist het probleemgedrag doorgaans mee, er is sprake van een waterbed-effect.

In veel reacties op het SCP-rapport wordt de vraag gesteld wat er gebeurd zou zijn in de Vogelaarwijken als ze geen aandacht hadden gekregen? De ondertoon van deze vraag is ernstig - de wijken zouden nog verder afgegleden zijn; het zouden no-go areas zijn geworden waar zelfs de politie zich niet meer zou durven vertonen. Het is onmogelijk dergelijke stellingen op juistheid te beoordelen. Maar als het inderdaad zo is dat het Vogelaargeld erger heeft voorkomen, dan zou de achteruitgang door en na de investeringen geheel gestopt of zelfs gekeerd moeten zijn. Dat lijkt niet het geval te zijn. Ontwikkelingen die al ingezet waren in de Vogelaarwijken vóór het nieuwe beleid hebben zich doorgezet. En van de net-niet Vogelaar wijken leren we dat die ontwikkelingen zich ook daar hebben voorgedaan.

Vanuit methodologisch oogpunt hebben degenen die een dreigbeeld schetsen wel een punt overigens. Het was beter geweest als we per toeval sommige wijken tot Vogelaarwijk hadden benoemd en andere niet. Dan hadden we een echte experimentele opzet gehad en zouden we achteraf met zekerheid hebben kunnen zeggen: kijk, het enkele feit dat de wijk is bevogeld, maakt hem niet beter.

Beetje aandacht van de juf doet wonderen

Het eerder genoemde overzicht van Lub laat zien dat er veel kennis beschikbaar is over wat wel en niet werkt in sociaal beleid. We moeten alleen niet verwachten dat we sociale problemen als armoede, huurachterstand, drugsverslaving, werkloosheid, depressie, criminaliteit, huiselijk geweld, eenzaamheid en overgewicht in één klap kunnen oplossen. Al die problemen hangen met elkaar samen. Ze klonteren bij dezelfde mensen samen, die vaak wonen in wat we probleemwijken noemen. Het is lastig die verkleving tegen te gaan. Soort zoekt soort, en - belangrijker nog - de meeste mensen mijden contact met vreemden.

Een toverstaf om deze problemen op te lossen, bestaat alleen in sprookjes. Het is beter aan geleidelijke sociale bouwkunde te doen. Piecemeal social engineering noemde Karl Popper dit alternatieve model van sociaal beleid. Niet alleen de problemen klonteren samen, ook de vooruitgang. Als de werkloosheid in een wijk afneemt, kunnen we verwachten dat andere problemen ook afnemen.

Een beetje aandacht van de juf doet wonderen voor kinderen op school. Ze gaan beter hun best doen en leren meer. Maar een beetje aandacht van de minister zorgt er niet voor dat wijken iets leren. Wijken leren niets, het zijn de bewoners die wat willen leren. En die mensen zijn er, ook in achterstandswijken. Laat bewoners met eigen ideeën komen. Betrokkenheid is goed. Maar de budgetten zijn altijd beperkt, en zeker nu.

Laten we van de nood een deugd maken. Als wetenschappers nu eens de beste ideeën van bewoners en wethouders op een rij zetten aan de hand van wat uit eerder onderzoek bekend is over wat werkt en wat niet werkt. In sommige wijken die op basis van toeval worden uitgekozen worden de beste ideeën uitgevoerd. Andere wijken laten we althans voorlopig aan zichzelf over. Als het in die wijken echt dreigt mis te gaan, kunnen wij altijd nog ingrijpen. Met klein geld zoeken we nu uit wat werkt. Met groot geld voeren we de ideeën uit die de beste blijken te zijn. In Engeland bedenkt een Behavorial Insights Team kleine dingen die mensen kunnen beïnvloeden zonder dat ze iets kosten. Het team probeert die dingen uit op kleine schaal bij een toevallig gekozen groep burgers en vergelijkt de resultaten met een controlegroep. Als uit de kleinschalige proeven bijvoorbeeld blijkt dat trage belastingbetalers opeens en masse brave burgers worden, dan lijkt het alleszins de moeite waard om de werkwijze in het hele land door te voeren. Waarom proberen we dat in Nederland ook niet?

René Bekkers is bijzonder hoogleraar Sociale aspecten van prosociaal gedrag aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

 

Reacties op dit artikel (4)

  1. Analyse over het dom investeren snijdt hout, ook is het feit dat er naast domme zaken ook slimme en effectieve methoden zijn ontwikkeld. Heb wel een leuk voorstel voor een simpel en doelstreffend onderzoek. In Rotterdam werken we al 10 jaar aan een praktijk in achterstandwijken, die de sociale orde en fysieke orde in wijken koppelt via de beheer en onderhoudspraktijk en gebaseerd is op de introductie van een nieuwe beroep: de Tuinman(m/v) het groene inspirerende broertje van de wijkagent. Voor meer info http://www.tuinmanindewijk.nl en een beschrijving van de methode is hier te downloaden: http://tuinmanindewijk.nl/read/antenne_item/id/176341/het-eerste-jaar-van-de-tuinman-m-v-
    Het gaat uit van het standaard onderhoudsbudget voor een wijk, dus het is eenvoudig te vergelijken en kost geen extra geld. Een wijk via de methode Tuinman in de Wijk en de andere met standaardbeheer. In Rotterdam werken al zo’n 25 Tuinmannen in 9 wijken en we zijn nu een opleiding aan het opstarten. Dus waar wachten we op ?

  2. Jammer dat deze genuanceerde hoogleraar zo’n magere verklaring heeft voor de concentratie van problemen in bepaalde wijken. ‘Soort zoekt soort’. In de VROM-uitgave Buurtbewoners in Balans is al vier jaar geleden een betere verklaring gegeven: er is bijna altijd een correlatie tussen sociale problematiek en een laag inkomen (niet altijd, er zijn rijke mensen met een drankprobleem, maar die hebben ten minste geen probleem om hun drank te betalen), en er is bijna altijd een correlatie tussen armoede en ‘wonen in de goedkoopste voorraad’. Mensen ‘klonteren niet samen’, ons woonbeleid (bouw, sloop, verdeling) heeft in de hand gewerkt dat in postcodegebieden met de laagste huren de hoogste concentraties van multi-problematiek zijn. Overigens, door de correlatie tussen gezondheidsklachten en armoede wonen dus ook de meeste chronisch zieken en mensen met een psychiatrisch verleden in deze buurten.
    Het ‘succes’ van Amersfoort Kruiskamp is voor 100% te verklaren door de sloop van goedkope huurwoningen en het terugbouwen van koopappartementen. Die eigenaren gaven de wijk een beter cijfer. Maar ik zou niet te vroeg juichen, er staat nu al weer veel meer te koop dan goed is voor zo’n wijk, en helaas is er ook een correlatie tussen hypotheekschulden en sociale problemen!

  3. Daar gaan we weer. Het zijn niet de denkers, wetenschappers, beleidsmakers en toetsinstrumenten die het verschil gaan maken in wijken. Per definitie niet.

    Het rapport van SCP roept bij mij een hele andere laag op. En dat is wat ik de “mythe van beleid” noem. Zie de link naar mijn eerder geposte BLOG hierover. http://www.hansmoerenhout.blogspot.nl/2013/07/de-mythe-van-beleid.html

    We bedenken beleid, het liefst in hoge torens, slaan het plat, want het moet meetbaar en SMART. Daarmee 9 vd 10 keer de essentie missend, worden op basis van beleidsparameters budgetten toegekend, die vervolgens gemeten worden en niet werken, met als reflex nieuw of nog meer beleid en nog meer aandacht op controleerbaarheid, want “dit gaat ons niet nogmaals gebeuren”. Met het omgekeerde effect als gevolg. Niet het beste plan, maar het plan dat het beste past in de inidicatoren krijgt het budget. Daarmee worden indicatoren die aan het beleid zijn gekoppeld (op papier) gehaald, maar blijft effect uit.Gewoon mee stoppen.

    Het tegenovergestelde is nodig: loslaten, vertrouwen en de energie in de wijk zichzelf laten vinden en dat laten groeien. Dat vraagt vooral aandacht en interesse van de professional. Niet overnemen. De maakbaarheid en methodieken van hoogopgeleide en goedbedoelende beleidsmakers en wetenschappers ten spijt, het gebeurt in de wijk zelf en alleen als je daar bent en het waarlijk kent, is dit proces met vooral veel respect te faciliteren. Het is maatwerk en bovenal mensenwerk. Rini’s tuinmannen (zie eerdere reactie) zijn daarvan een voorbeeld.

    Samengevat is mijn conclusie na jaren werken in wijken van Rotterdam Zuid , dat het succes van een wijk die zich ontwikkelt los staat van welk beleidskader dan ook. Hooguit wordt door de aanjagers, de de kracht in de wijk onderkennen en willen faciliteren, handig meegelift op de aan het beleid gehangen budget.In dat geval kan het zo zijn dat in die wijk het beleid lijkt te werken. Het zijn echter altijd de mensen die het verschil maken, en niet de bedachte instrumenten.

    Tot slot. Wat dan? Ga op zoek naar wat is, overal zijn krachten, vind ze, en faciliteer ze. Improviserend. Daar is geen beleid voor nodig, maar aandacht. Schuw daarbij ook niet naar jezelf als professional en profssionele organisatie te kijken. Dat wat vast zit, kan zeer goed daar zijn basis hebben. Hoe? Awareness Based Social Technologies helpen bij het vinden van dat wat is en laten je ontdekken wat volgende stappen zouden kunnen zijn. Snel, praktisch en trefzeker. Interesse? @_WAAR_ is een bureau dat deze zoektochten faciliteert en host. Zie voor info de link naar ons ‘kladblog’, volg ons op twitter, of snuffel door ons prikbord op Pinterest.

  4. Dank voor jullie reacties. Mijn oproep is niet nieuw natuurlijk. In 2001 stelde Hessel Oosterbeek (UvA) in zijn oratie: “Wil het onderwijs ooit het niveau van de kwakzalverij ontstijgen, dan is er weliswaar nog een lange weg te gaan, maar het is duidelijk welke kant die weg opgaat, en het is ook duidelijk dat dat de enig juiste weg is.”
    http://www1.fee.uva.nl/scholar/oosterbeek/Oratie.PDF
    We zijn wat verder op de lange weg, maar nog niet heel ver.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *