Alle leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs krijgen een eindtoets om te bepalen op welk onderwijsniveau zij kunnen instromen in het voortgezet onderwijs. De eindtoets test de taal- en rekenvaardigheid van een leerling en koppelt deze resultaten aan een onderwijsniveau.
Doorstroomtoets
Voor het afnemen van de eindtoets krijgen leerlingen een voorlopig advies van de leerkracht, die op verschillende manieren en op basis van verschillende bronnen tot stand kan komen. Daarover later meer.
Sinds het schooljaar 2023 – 2024 is er een nieuwe eindtoets, de doorstroomtoets. Nieuw aan deze toets is dat er zes verschillende toetsen zijn van verschillende aanbieders. De toetsen zijn in het leven geroepen om de concurrentie tussen aanbieders te versterken en daarmee de kwaliteit van toetsen te waarborgen.
Nieuw is dat de resultaten van de toets bepalend zijn voor het uiteindelijke schooladvies. Indien een leerling hoger scoort op de doorstroomtoets dan het advies dat de leerkracht heeft gegeven, krijgt de leerling het advies dat uit de doorstroomtoets is gerold. Wanneer een leerling lager scoort, blijft het advies van de leerkracht staan.
Subjectief
Net voordat de doorstroomtoetsen voor de tweede keer afgenomen zouden gaan worden, geven meerdere basisscholen aan te willen stoppen met de verplichte, en daardoor ook wettelijk bepaalde doorstroomtoets.
Zij vinden dat het advies van de leerkracht (weer) leidend moet worden
Nog eens dertig scholen zeggen dit voorbeeld mogelijk te gaan volgen. Zij vinden dat het advies van de leerkracht (weer) leidend moeten worden.
Dit betekent dat er geen objectief meetinstrument meer gebruikt gaat worden om de competenties van leerlingen te bepalen, en dat de inschatting van het cognitief vermogen van leerlingen volledig in de handen ligt van de leerkracht.
Een alarmerende ontwikkeling in het kader van kansengelijkheid. Juist het (subjectieve) advies van de leerkracht vormt een groot risico voor bias, vooroordelen en discriminatie. Leerlingen van kleur en/of met een migratieachtergrond krijgen structureel een te laag advies. De discrepantie tussen de toetsresultaten en de adviezen van leerkrachten wijst erop dat vooroordelen een rol kunnen spelen.
Bijstelling
Sommige scholen die met de doorstroomtoets willen stoppen, hebben vooral bezwaar tegen het principe van een eindtoets. Een momentopname kan volgens hen onmogelijk een goed beeld geven van het niveau van een leerling. Een eindtoets zoals de doorstroomtoets om het verdere onderwijsniveau van leerlingen te bepalen, is echter niet nieuw. In de jaren hiervoor werd er gebruik gemaakt van onder andere de Cito-toets. Wat wél nieuw is, is de verplichte bijstelling naar boven.
Juist de verplichte bijstelling roept weerstand op bij leerkrachten
Onderwijsprofessionals lijken vooral te ageren tegen het feit dat de resultaten van de toets hun professionele inschatting overruled. Na het eerste schooljaar met doorstroomtoets scoorden veel leerlingen een hoger onderwijsniveau op de doorstroomtoets dan hun docenten hadden ingeschat.
Juist de verplichte bijstelling roept weerstand op bij leerkrachten. Nu net als toen twijfelen ze aan de validiteit van de toets, en vinden ze dat de resultaten ervan niet altijd recht doen aan hun professionele oordeel. Dat er vanuit het onderwijsveld in zo’n hoge mate weerstand is, dat scholen bereid zijn om de wet te overtreden, is op zijn zachts gezegd opmerkelijk te noemen.
Onderadvisering
Het huidige systeem kent echter nog meer problemen. Zo mag het voorlopig advies bij 16 procent van de scholen door slechts één docent worden vastgesteld, zonder overleg met collega’s of de schoolleiding. Dit maakt de ruimte voor subjectiviteit in het proces aanzienlijk.
Daarnaast hanteren scholen en onderwijsprofessionals verschillende criteria bij het opstellen van het advies. Factoren zoals de veronderstelde motivatie van een leerling, de betrokkenheid van ouders en de waargenomen werkhouding spelen vaak een rol en zijn sterk afhankelijk van persoonlijke interpretatie.
Ondanks dat de doorstroomtoets ervoor zorgt dat leerlingen over het algemeen een hoger schooladvies krijgen, constateert de PO-Raad dat de zes verschillende doorstroomtoetsen sterk verschillen in inhoud en moeilijkheidsgraad. Dit leidt tot ongelijke adviezen en vergroot de verschillen tussen scholen. De PO-Raad pleit daarom voor een betere standaardisering van de toetsen, of een terugkeer naar één landelijke toets die voor alle leerlingen vergelijkbare resultaten oplevert.
Leerlingen die lager worden ingeschat dan hun capaciteiten, zien hun zelfvertrouwen dalen
Het Tweede Kamerlid Ilana Rooderkerk (D66) vindt dat het aanbod van zes verschillende doorstroomtoetsen onvoldoende betrouwbaar is om het onderwijsniveau van leerlingen adequaat te kunnen meten. Eind november dient zij een motie in, aangenomen door de Tweede Kamer, om te verkennen wat er nodig is om te komen tot één uniforme doorstroomtoets.
Impact
Het effect van onderadvisering reikt verder dan een advies dat in een later stadium eventueel weer gecorrigeerd kan worden. Leerlingen die lager worden ingeschat dan hun capaciteiten, zien hun zelfvertrouwen dalen. Dit kan hen dwingen tot een stapelroute, waarbij zij pas later het juiste onderwijsniveau bereiken. Bovendien blijven veel leerlingen achter in een onderwijssysteem dat niet volledig recht doet aan hun potentieel.
Verandering
Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, is een objectievere aanpak noodzakelijk. Het verminderen van subjectiviteit en het invoeren van uniforme gestandaardiseerde beoordelingscriteria kunnen bijdragen aan eerlijkere kansen voor alle leerlingen.
Een onderwijsadvies moet kansen vergroten, niet beperken
Verdere onderzoeksinspanningen zijn nodig om beter inzicht te krijgen in de risico’s van bias en vooroordelen en om oplossingen te ontwikkelen die de kansenongelijkheid in het onderwijs structureel aanpakken.
Alle kinderen verdienen een eerlijk schooladvies dat gebaseerd is op hun capaciteiten, niet op aannames of vooroordelen. Een onderwijsadvies moet kansen vergroten, niet beperken.
Suzan de Winter-Koçak is senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en richt zich met name op onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen de domeinen onderwijs en arbeidsmarkt. Donya Yassine is medior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en houdt zich veelal bezig met jeugd- en onderwijsvraagstukken op het snijvlak van gelijke kansen.
Foto: RDNE Stock Project via Pexels.com