Onveiligheid op straat: daklozen zijn bang voor ons

Wat als je thuis buiten is? En als dat ook betekent dat je dus op straat je nachtrust moet pakken? Dat je nergens veilig bent? We kunnen ons die parallelle wereld nauwelijks voorstellen, schrijft verslavingsdeskundige Marieke Bourgonje.

In de zomer van 2024 zat ik van een lunch te genieten in het centrum van Leiden, samen met een vriend. Ik kwam daar eigenlijk nooit, het ‘was weer eens wat anders’. Zo over het water uitkijkend, bekroop me de gedachte dat dit misschien wel een nieuwe stad voor mij kon zijn. Hier werken, misschien ooit wel wonen. Een nieuw begin. Heerlijk impulsief gaat dat altijd. Zo koos ik mijn vakantiebestemming Verona al eens door een scène uit Letters to Juliet en boekte ik een ticket naar Napels omdat een Instagram-vriend (die ik – inderdaad – alleen van social media ‘kende’) in een of ander maffiadorpje daar vlakbij een kamer verhuurde via Airbnb.

Door de ogen van (ex-)daklozen

Anyhow, Leiden dus. Of het puur toeval was of toch een knap stukje manifestatie ‒ mijn fantastische baan zit niet ver lopen van de plek waar deze heel spontane ingeving begon. Als ik door het winterzonnetje naar de opvang liep, langs die prachtige oude straatjes met de vrolijke huizen, fantaseerde ik erop los. Als het straks mooi weer was, zou ik lekker buiten gaan lunchen aan het water. Het viel me op dat er pal aan die gezellige grachten allemaal bankjes stonden, perfect!

We kunnen in zulke verschillende werkelijkheden leven op dezelfde fysieke plekken

Enkele weken later werd ik wakker geschud alsof iemand een plens water in mijn gezicht gooide. Ik liep op een ijskoude avond na werk mee met een georganiseerde stadswandeling. De stad door de ogen van (ex-)daklozen. We werden gewezen op overdekte, verscholen plekken en afdakjes waar buitenslapers (degenen die geen gebruik kunnen of willen maken van de opvang) beschutting vonden in de nacht. Tegen regen en storm, en tegen de politie. Vlak bij ‘mijn’ nieuwe picknickbankjes aan het water bleek al eens een dakloze vrouw verdronken te zijn. Ik ging die avond met een zwaar gevoel naar mijn warme huis, en heb streng met mezelf afgesproken dat ik voortaan niet meer mag miepen als ik het koud heb onderweg.

Wát een parallelle wereld

Ik dacht terug aan mijn tijd in Deventer, waar ik opgegroeid ben. Aan de mensen die ik daar allemaal heb gekend die ook geen huis hadden. Aan de ex met wie ik heb samengewoond, die vroeger in een tentje sliep. Aan de vriend die met zijn hond op straat leefde. Die inbrak om eten voor zijn hond te stelen. Hij verdween uiteindelijk voor jarenlang in detentie. Van slachtoffer werd hij helaas ook dader en dat heeft iemand het leven gekost. Ik heb mijn vriend nooit meer weergezien.

Geïnspireerd door de Leidse wandeling, heb ik er ook eentje in Deventer geboekt. Bernard Kregting (bevlogen bestuurder Vagebond, zoek hem vooral op LinkedIn op) liep met zijn collega en met mij door het oude stadscentrum dat ik zó goed dacht te kennen. We kwamen onder andere langs de maatschappelijke opvang in de Polstraat. Een naam die in de kringen waarin ik me begaf ontzettend berucht was en waar een heel aantal bekenden ooit had ‘gewoond’. En hoewel ik dat allemaal wist, had ik het pand nog nooit met eigen ogen gezien. Ignorance is bliss.

Ook in Deventer werd ik met terugwerkende kracht met mijn neus op de feiten gedrukt dat we in zulke verschillende werkelijkheden kunnen leven op dezelfde fysieke plekken. En ik stond met één been (of misschien maar met één teen) in die ‘andere’ wereld. Laat staan dat je er nooit iets mee te maken hebt gehad. Wát een parallelle wereld.

Wij eisen de nacht op

Een zijweggetje. Op het moment dat ik dit schrijf, is de landelijke actie ‘Wij eisen de nacht op. Laat vrouwen veilig thuiskomen’ van start gegaan. De aanleiding is de niet-aflatende stroom van geweld jegens vrouwen die in korte tijd meerdere keren het nieuws haalde. Ik heb de boodschap overal gezien en dat heeft me meer geraakt dan ik had verwacht. Trots dat het zo snel gelukt is. Verdriet dat het nodig is. Kameraadschap met onbekenden vanuit een gezamenlijk probleem. Ik ken tientallen, zo niet honderden nare verhalen alleen al uit mijn eigen ervaring. Er is eindelijk erkenning dat vrouwen nog steeds niet overal veilig zijn: niet op straat, niet in een park, niet onderweg naar huis (wijeisendenachtop.nl).

Wij eisen onze veiligheid in de nacht op. Voor daklozen valt er niets te eisen

Hoewel dit me goede moed geeft, legt het ook een ander pijnpunt bloot. Wij gaan ten minste nog onderweg naar huis. Zij het zonder oortjes in, midden over de weg, met onze sleutels tussen onze vingers. Wakker en oplettend. Wat als je thuis buiten is? En als dat ook betekent dat je dus op straat je nachtrust moet pakken? De media schrijven met regelmaat over zinloos geweld tegen daklozen. Bijvoorbeeld twee tieners die iemand met een ketting sloegen (De Stentor 2 maart 2025). Of een brute aanval met een stoeptegel op een slapende man (Hart van Nederland 6 november 2024). De Gelderlander (24 juli 2025) schrijft over een aanval met vermoedelijk een ijzeren staaf, en GelreNieuws (8 september 2025) heeft zelfs bericht over een moord op een dakloze man.

Diepgewortelde angst

Wij zijn (terecht) bang voor de man in de bosjes. Voor de mensen die we onderweg in het donker tegenkomen. Daklozen zijn bang voor ons. Voor jou en mij. Voor hen zijn wij allemaal potentieel gevaar, of we ze nou lastigvallen, uitschelden, bestelen, of gewoon met rust laten. En zij kunnen niet snel doorfietsen en de deur achter zich dichttrekken. Wij eisen onze veiligheid in de nacht op. Voor hen valt er niets te eisen. En waar wij de politie nog hebben om ons gevoelsmatig te beschermen, ontwijken zij die liever uit diepgewortelde angst om weer ergens weggestuurd te worden.

Mensen die nergens naartoe kunnen, moeten we niet ook nog straffen in hun bestaansonzekerheid

Ook zijn ze regelmatig bang voor elkaar. Er is veel geweld op straat. Vooral dakloze vrouwen lopen het risico op geweld en (seksuele) uitbuiting, zoals een slaapplaats voor de nacht in ruil voor bepaalde diensten. Een totaal andere wereld dan waar de meesten van ons zich ook maar een voorstelling van kunnen maken. Op de grasvelden die in de zomer bezaaid zijn met chillende studenten, sportende vriendengroepen en barbecueënde gezinnetjes, zitten ook de mensen die niet weten waar ze die avond slapen. Ook binnenkort weer, als wij de gezellige, met kerstversiering verlichte pleinen bewonderen, zullen zij ons haastig voorbijlopen in hun zoektocht naar een plekje in het donker. En we hebben het veel te vaak niet eens door. Ik kan het inmiddels niet meer niet-zien.

Boetes voor buitenslapen

In een aantal gemeenten worden sinds kort geen boetes meer uitgeschreven voor buitenslapen. Alsof we met z’n allen niet eerder hadden kunnen bedenken dat we mensen die nergens naartoe kunnen, niet ook nog moeten straffen in hun bestaansonzekerheid. Misschien wordt dakloosheid in en voor de maatschappij nu wel zichtbaarder. Maar dat haalt het probleem van ontberingen en onveiligheid niet weg. Ik kan alleen maar hopen dat dit ertoe leidt dat de juiste poppetjes de ernst ervan oppikken en er serieus effectieve stappen worden gezet. Iets met het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een thuis.

In de tussentijd: het leven is niet altijd wat het lijkt. Jouw werkelijkheid is soms compleet het tegenovergestelde van dat van een ander. Het is mijn wens dat de nacht straks écht van ons allemaal is, veilig en in een warm bed. En dat we allemaal kunnen genieten van die mooie straatjes en gezellige grachten overal, zonder dat die in de nacht in een parallelle wereld veranderen.

Marieke Bourgonje is verslavingsdeskundige.

 

Foto: Julia Kolchigina via Pexels.com