De bezuinigingen in het regeerakkoord van het kabinet-Jetten zijn al diverse malen neoliberaal genoemd. Zo analyseerde Marieke de Ruiter voor de Volkskrant op 1 februari 2026 dat de ingrepen in de sociale zekerheid ‘een terugkeer lijken naar het onversneden neoliberalisme dat (…) ietwat uit de mode was geraakt.’ De FNV ziet achter de optimistische glimlach van Rob Jetten ‘een neoliberale sloopkogel die allesbehalve optimistisch stemt.’ Of neem deze kop op de site Globalinfo: ‘Nederlandse regering-Jetten zet 16 jaar rechts neoliberaal beleid verder.’
Ongewenste bemoeizucht
Volgens deze en andere criticasters zijn de voorgestelde ingrepen in het stelsel van sociale zekerheid kenmerkend voor neoliberaal beleid dat het kabinet-Jetten zou voorstaan. Zowel de bekorting van de WW-duur als het sneller verhogen van de AOW-leeftijd zouden aansluiten op de opvattingen ter zake van econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman (1912-2006), een van de grondleggers van het neoliberale denken.
Individuen kunnen zelf wel bepalen hoeveel vermogen zij op hun oude dag willen hebben
Bestuurskundige en filosoof Gabriël van den Brink beschreef Friedman zes jaar geleden als een erfgenaam van de liberale traditie. Echter, in afwijking van die traditie, bepleit Friedman dat de staat zich volledig onthoudt van het bieden van sociale zekerheid. Tekenend voor Friedmans opvatting is bijvoorbeeld zijn houding tegenover de Noord Amerikaanse ouderdomsverzekering (social security). Hij betitelde die regeling als ongewenste bemoeizucht van de staat. Individuen kunnen zelf wel bepalen hoeveel vermogen zij op hun oude dag willen hebben.
De historica Naomi Woltring wijst erop dat neoliberalen hoogstens inkomensafhankelijke regelingen als rudimentair sociaal vangnet willen. Dit zou in de Nederlandse context een verklaring kunnen zijn voor de door het kabinet-Jetten beoogde extra verhoging van de AOW-leeftijd.
Verzekering tegen marktfalen
In tegenstelling tot Friedman is diens landgenoot, de econoom Paul Samuelson (1915-2009), wel voorstander van een collectieve oudedagsverzekering. Die regeling is, zegt Samuelson, noodzakelijk, omdat de markt voor besparingen en investeringen kan instorten. In dat geval kan het vermogen van ouderen volledig verdwijnen (zie hier voor een uitgebreidere uitleg). Toen dit gebeurde tijdens de Grote Depressie in de vorige eeuw, was de sociale ellende niet te overzien. Overigens werd juist vanwege de grote misère toentertijd in de VS een begin gemaakt met de opbouw van een collectieve ouderdomsverzekering.
Een typisch voorbeeld van marktfalen vind je bij arbeidsongeschiktheidsregelingen
Markten kunnen falen. Dat kan tijdelijk zijn, zoals bij de Grote Depressie het geval was, maar er kan ook sprake zijn van permanent falen waarbij sommige producten die welvaart opleveren niet of maar heel beperkt worden aangeboden. Een typisch voorbeeld van marktfalen vind je bij arbeidsongeschiktheidsregelingen. Voor werknemers is de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) opgetuigd. Voor zelfstandigen bestaat geen wettelijke regeling, voor hen zijn er private verzekeringen beschikbaar.
Onvoldoende bescherming
Uit cijfers van het CBS blijkt dat 10 procent van de zelfstandigen arbeidsongeschikt is, maar slechts 20 procent ongeveer is daarvoor verzekerd. Een van de redenen dat veel zelfstandigen zich niet verzekeren is dat er geen polis bestaat die op hun risicoprofiel is toegesneden.
Sparen is echter een inefficiënte bescherming tegen arbeidsongeschiktheid
Op een private verzekeringsmarkt is de te betalen premie afhankelijk van het risico dat verzekerden lopen. Als de verzekeraar geen of onvoldoende informatie heeft over de risico’s die de potentiële verzekerden lopen, kan hij geen goede premie vaststellen. Wat een particuliere verzekeraar dan doet om de kans op faillissement te beperken, is een hoge premie vragen. Logisch vanuit het economisch uitgangspunt van de verzekeraar, maar het betekent wel dat de potentiële verzekerden als zij hun kans op arbeidsongeschiktheid lager inschatten dan de premie die ze moeten betalen, zich vaak niet zullen verzekeren.
Zij beschermen zichzelf liever door meer te sparen. Dat is wat bijna 40 procent van de zelfstandigen volgens het CBS doet. Sparen is echter een inefficiënte bescherming tegen arbeidsongeschiktheid: je zal al gauw te veel of misschien juist te weinig sparen voor het dekken van het risico.
Tegenstrijdig
Dat de verzekeringsmarkt voor sociale zekerheid niet goed werkt, zou voor de neoliberalen in het kabinet-Jetten geen enkel probleem zijn... De markt biedt immers oplossing. Maar als je dat vindt, dan moet je niet verder gaan met het verder optuigen van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ).
De behandeling van de BAZ door het kabinet-Jetten is in strijd met zijn vermeende neoliberale uitgangpunten
Met deze wet worden zelfstandigen verplicht om zich onder voorwaarden te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Door deze verplichting laat de overheid mensen geen keuze.
De behandeling van de BAZ door het kabinet-Jetten is in strijd met zijn vermeende neoliberale uitgangpunten. Een van de basisideeën van het neoliberalisme is immers dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor hun sociaaleconomische situatie. Bij de BAZ bepaalt de staat echter welk risico zelfstandigen mogen lopen.
Duidelijk is dat een deel van de neoliberaal ogende kabinetsvoorstellen geen meerderheid zullen vinden in het parlement. Want al zou het kabinet-Jetten neoliberaal van snit zijn, zij het zoals de BAZ aantoont niet consequent, de meerderheid van het parlement is dat in ieder geval niet.
Harrie Verbon is emeritus hoogleraar Openbare Financiën aan Tilburg University
Foto: Dani Kurniawan via Pexels.com