Pubergesprek en de roep om een gezonde omgeving

Het pubergesprek zou obesitas bij jongeren voorkomen.  Maar overgewicht is vooral een omgevingsprobleem. Zolang we de verkoop van ongezond voedsel en frisdrank bij scholen niet weren, is het onredelijk om te verlangen dat jongeren een zelfstandige, gezonde keuze maken.

Het is een hot topic in het nieuws. ‘Pubers willen een pubergesprek’. Het voorstel is om de serie bezoeken aan de jeugdarts van de GGD (op 6, 9 en 12-jarige leeftijd[1]) uit te breiden met een ‘pubergesprek’ op 16-jarige leeftijd, ondermeer om beter zicht te krijgen op zaken als obesitas, alcohol- en drugsgebruik en om eventueel seksuele voorlichting te kunnen geven.[2] Er is veel voor te zeggen. Het is belangrijk om zicht te houden op hoe kinderen zich ontwikkelen, uit het oogpunt van preventie, om tijdig door te kunnen verwijzen en op die manier grotere problemen te voorkomen. Eén dossier, van consultatiebureau tot schoolarts in het 16e jaar, lijkt dan ook ideaal. Ook collectief, zodat zichtbaar wordt wat er zoal speelt onder de jeugd. Te veel zorg en beleid is versnipperd en ad hoc. Om goed preventief beleid te kunnen voeren is kennis van actuele ontwikkelingen noodzakelijk, zowel individueel als collectief.

Praten of domweg minder automaten?

Je kunt je afvragen of pubers zitten te wachten op nog een gesprek als ze 15 of 16 zijn, maar volgens onderzoek vindt 63 procent van de pubers dit een goed idee en zegt 20 procent zelf behoefte te hebben aan zo’n gesprek. Geen wonder dus dat Éénvandaag (en in navolging daarvan vele anderen) kopte: ‘Scholieren vóór pubergesprek’. Wat pas verderop in het artikel vermeld werd, was dat 79 procent van de scholieren vindt dat het pubergesprek vrijblijvend moet zijn en dat 47 procent van hen niet denkt dat het voornaamste doel - obesitas bestrijden - met het pubergesprek bereikt kan worden.[3]

De beste manier, volgens de ondervraagde jongeren, om obesitas tegen te gaan, is het gezonder maken van het aanbod en het duurder maken van ongezonde producten. Ze willen graag op meer plekken gezonde keuzes kunnen maken. Deze noodkreet wordt echter als een soort bijproduct van het nieuwsbericht gepresenteerd en kreeg nauwelijks aandacht. En dit is niet de enige keer. Een ander recent bericht luidt: ‘Ouders hebben een te rooskleurig beeld over eten en bewegen’.[4] De nadruk wordt gelegd op de tekortschietende ouders. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het eetpatroon van hun kinderen?  Pas verderop in het artikel wordt vermeld dat ouders vooral behoefte hebben aan een gezondere omgeving. Kinderen kunnen volgens hen te makkelijk aan ongezonde voeding komen en ouders vinden het vervelend hier geen controle over te hebben. Vooral de frisdrank- en snoepautomaten op school zijn hen een doorn in het oog.

Voor de pubergesprekken (de schoolartsen en –verpleegkundigen) is 26 miljoen euro uitgetrokken. Daarnaast luidt de opdracht dat scholen meer aandacht moeten besteden aan bewegen en het aanbod in de kantines gezonder moet worden.[5] Het is echter nog maar de vraag in hoeverre deze sub-opdrachten uitgevoerd gaan worden. Terwijl de omgeving waarin kinderen[6] opgroeien vergeven is van de verleidingen en de ongezonde producten, stuiten voorstellen om de omgeving gezonder te maken op grote weerstand. Zo ook het voorstel van een Amsterdamse wethouder, om de aanwezigheid van een patatkar pal naast het schoolplein te verbieden.[7] Volgens een Volkskrant-columniste is een dergelijk verbod ‘idioot en betuttelend’.[8]  Volgens haar hebben tieners altijd al veel zin in patat en andere vette snacks, en is het aanleren van zelfbeheersing tegen die verleidingen de taak van de ouders. De overheid mag zich niet bemoeien met wat wij in onze mond stoppen.

Verslavende werking van gemaksvoedsel

De rol van de overheid hierin ìs echter al vrij gering. De industrie van ongezond gemaksvoer heeft een reclamebudget dat 3000 keer zo hoog is (!) als dat van de (overheids-) voorlichting voor gezonde voeding.[9] We worden niet zozeer betutteld door de overheid, als wel geïndoctrineerd en verslaafd gemaakt door de gemaksvoedselindustrie. Voedsel met een hoog vet- en suikergehalte blijkt namelijk verslavend te werken en het lijkt dan ook aannemelijk dat fastfoodproducenten en de voedingsindustrie op die verslavingsgevoeligheid inspelen[10]. In vrijwel alle voedingsmiddelen zit tegenwoordig suiker of glucosestroop, zelfs in ham of filet américain. De schappen van de supermarkt zijn voor het overgrote merendeel gevuld met verleidelijke, niet zo gezonde producten, zoals chips, frisdrank, koek, snoep en zoutjes. Degene die daarin nog een gezonde keuze wil maken, wordt misleid door vage gezondheidsclaims. Denk hierbij aan ontbijtkoek, waar met grote letters op staat dat het ‘van nature vetarm’ is, maar dat voor 35 procent uit suikers bestaat. Of aan Liga Fruitkick, waarvan de `fruitvulling’ vooral suikers en slechts 6,7 procent fruit bevat.[11] Loop eens over een winkelcentrum met knagende trek: waar vind je een gezond broodje? Eerder kans dat je bezwijkt voor patat, hema-worst, kaaspizza of andere ongezonde ‘keuzes’. Wat tref je aan in de sportkantine? Patat en kroketten, frisdrank, zakjes chips. In het zwembad? Idem dito.

Hoezo keuzevrijheid?

In deze samenleving is keuzevrijheid het parool. Elke restrictie wordt ervaren als betuttelend, als een inbreuk op het zelfsturende en zelfkiezende individu. Maar in hoeverre zijn wij, en met name kinderen, wel zelfsturend en zelfkiezend? De druk van de groep is groot, zeker onder pubers. De druk van de verleiding is nog veel groter en de weerstand daartegen maar heel beperkt, en dat weten de fabrikanten van gemaksvoer en de leveranciers van de horeca maar al te goed. MacDonalds heeft steeds meer salades in de aanbieding. Daarmee werken ze aan een gezonder imago en komen ze tegelijkertijd tegemoet aan de wensen van de klanten, zie zeggen gezondere producten te willen.  Zeggen, want éénmaal over de drempel, is de aanschaf toch weer ongezond.[12]

Overgewicht is omgevingsprobleem

Overgewicht is vooral een omgevingsprobleem. De omgeving is verziekt, en de genetische aanleg en de sociale klasse van het kind bepalen de mate waarin die omgeving invloed heeft en leidt tot overgewicht. De hoogopgeleide opiniemakers hebben waarschijnlijk zowel geërfde slanke genen als een sociale omgeving die hen steunt.  Zij wijzen op de verantwoordelijkheid van de ouders, maar welke ouder is erbij om zoon- of dochterlief tegen te houden als de patatkraam naast het schoolplein de verleidelijke geuren op de puber loslaat? Je kunt je kind gezond eten meegeven, maar als de kantine naar kroketten of kaassoufflés geurt, is de kans groot dat de meegebrachte boterhammen in (of naast) de prullenbak belanden.  Juist de jongeren die al iets te zwaar zijn en proberen de verleidingen te weerstaan en gezonde keuzes te maken, hebben het moeilijk. Hun slanke leeftijdgenootjes kunnen zonder problemen naar de snackbar, of kopen elke pauze roze koeken of chips. Dat sommige jongeren nog niet dik zijn, komt namelijk vooral door hun gunstige genen en meestal niet door hun verstandiger eetgedrag.

Gezonde keuzes kun je beïnvloeden

Zowel ouders als pubers vragen daarom om een gezondere omgeving. Een omgeving die niet voortdurend verleidt, een omgeving waarin je gezonde keuzes kunt maken en die niet voortdurend een beroep doet op zelfbeheersing. Een gezonde kantine zou de gezondheid en conditie van alle jongeren ten goede komen. Geen frisdrank of vette hap, maar een gezond aanbod. Wie zegt dat pubers geen fruit lusten? Zet maar eens een bord met vers gesneden fruit of rauwkost op tafel. Het is weg voor je met je ogen kunt knipperen. Het is maar hoe je het aanbiedt. Maar de schoolkantines van tegenwoordig moeten ook winst maken en concurreren met de patatkraam op de hoek en de supermarkt verderop. Dus passen zij hun aanbod aan en bieden ze vette en zoete hap. Samenwerken met de supermarkten lijkt een optie, maar vergeet niet dat het belang van de supermarkten en horeca bovenal economisch is. In Australië mag er in de buurt van scholen geen fast-food verkocht worden.[13] In Nederland probeert men via educatieve programma’s[14] de scholen, jongeren en supermarkten te laten samenwerken, opdat jongeren gezondere keuzes maken. Maar uiteindelijk draait het daarbij om de jongeren en hun keuzes, niet om de omgeving. Het argument daarbij lijkt zinnig: als volwassenen zullen ze immers óók zelfstandig gezonde keuzes moeten maken. Maar uit de groei van obesitas onder de bevolking blijkt wel dat dat nog niet zo eenvoudig is. Bovendien ontbreekt het gezonde aanbod vaak helemaal, omdat het niet op kan tegen de verlokkingen van vet of zoet, of omdat er weinig winst op te maken valt.

Kiezen voor economische winst of gezondheidswinst

Laat die 26 miljoen in zijn geheel gaan naar de terugkeer van de diëtiste in het verzekeringspakket en de mogelijkheid van individuele begeleiding voor diegenen die dat nodig hebben. Maar vooral naar het weren van ongezond voedsel en frisdrank uit de directe omgeving van het kind en de puber. Dáár valt in de preventie en bestrijding van obesitas en overgewicht de meeste winst te behalen. Op dit moment echter, lijkt het erop dat de economische winst zwaarder weegt dan de gezondheidswinst.  Ik vrees dan ook dat het pubergesprek er uiteindelijk wel en de gezonde omgeving er niet zal komen. Omdat het uiteindelijk toch makkelijker is overgewicht tot een  individueel beheersingsprobleem te reduceren.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog en schrijft en spreekt over jeugd, gezin, onderwijs en levensloop. Samenhangen tussen  historische en sociale ontwikkelingen kunnen de weg openen naar nieuwe perspectieven en soms onverwachte oplossingen. Daarbij is het stellen van fundamentele vragen een belangrijk hulpmiddel en het vertrekpunt van de expeditie.

 Meer artikelen van Mieke van Stigt zijn te lezen op http://miekevanstigt.blogspot.nl/. Ze is ook te volgen op Twitter: @miekevanstigt.


[1] Als ik me goed kan herinneren en volgens mijn dochter. Opvallend is dat er op internet geen antwoord is te vinden op de volgende simpele vraag: op welke leeftijd / hoe vaak gaan kinderen naar de schoolarts?

[4] http://www.foodholland.nl/nieuws/artikel.html?id=139184, onderzoek van GfK: Growth from Knowledge, voorheen bekend als Intomart

[6] Laten we het een volgende keer over de volwassenen hebben

[8] Aleid Truijens, ‘Patatverbod is idioot en betuttelend’ Volkskrant; 09 mei 2012

[11] Zie hiervoor de campagnes van Foodwatch: http://foodwatch.nl/

[14] Zoals Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) of De Gezonde School

Reacties op dit artikel (6)

  1. Mieke, wat een prachtig gebalanceerd stuk dat vele aspecten van dit complexe vraagstuk belicht. Ik ben het eens met jouw betoog voor het aanpakken van de obese samenleving boven een aanpak van het individu.
    Een punt wat ik mis in het verhaal is de teloorgang van de frustratietolerantie bij zowel ouders als hun kinderen, maar ook de maatschappij als geheel. Het lijkt in de samenleving van vandaag al een tijd geen pas meer te hebben dat er iets niet kan, niet mag of niet gewenst is. Eetgedrag is toch vooral gedrag en daarmee beïnvloedbaar zoals ook in jouw betoog aan de orde komt als je de beïnvloeding door de industrie bespreekt. We zijn gewend geraakt aan de vervulbaarheid van al onze wensen en graag meteen. Het is ingebed in een breed gedragen gevoel van waar we allemaal recht op denken te hebben. De industrie speelt vooral op dit sentiment graag en ruimhartig in. (de vrije markt doctrine laat weinig ruimte voor creatieve oplossingen in deze).
    Ik ben van mening dat het de overheid zou sieren als ze die ouders, kinderen en ons allemaal leert dat er ook nee is dat nee blijft, gelardeerd met een gewenst alternatief. Onze verwende geesten kunnen die verantwoordelijkheid niet meer volledig dragen en de gezonde genen van sommigen beschermen maar een klein beetje. Ook die gezonde genen kunnen vervetten niet voorkomen.
    Heel veel ouders van nu hebben al dan niet vrijwillig delen van van hun invloed op hun kinderen om vele hun moverende redenen uitbesteed bij de wereld om ze heen inclusief opvoedkundige taken. Als dit nu collectief voelbare gevolgen krijgt, dan is onze overheid toch geroepen hier haar regierol te pakken?
    De weerstand tegen initiatieven als het pubergesprek stoelen mijns inziens vooral op de angst van de tegenstemmers voor verlies van die eerder genoemde vermeende rechten. Zo stranden publiek-private intitiatieven in cynisch nee gedrag en geven we door niets te doen de regie meer en meer uit handen.
    Laten we vooral bij de les blijven en met onze keuzes voor landsbestuurders en het mandaat dat we ze vervolgens geven, rekening te houden met onze wensen rond het welzijn van de burgers van morgen, onze kinderen en de maatschappij die we ze willen nalaten.
    groet,
    Gideon.

  2. Een interessante aanvulling hierop is het onderzoek van Saelens et al. (2012). Zij stellen dat, in ieder geval in de VS, de beschikbaarheid van mogelijkheden om te bewegen (zoals parken) en de aanwezigheid van gezond voedsel (supermarkten) obesitas vermindert ten op zichte van omgevingen waar dat niet zo is (weinig parken, veel fastfood), zowel voor ouders als voor kinderen (respectievelijk: 20.1% vs. 27.7% en 23.7% vs. 31.7%).

    Saelens et al. (2012) – Obesogenic Neighborhood Environments, Child and Parent Obesity

  3. Dank voor jullie reacties. @Joren van Dijk: goed voorbeeld van belang gezonde omgeving! @Gideon de Haan: interessante reactie, maar ik ben het niet met je eens. Je verlangt terug naar een tijd die nooit bestaan heeft. Er is niet zozeer sprake van een “teloorgang van de frustratietolerantie van ouders en kinderen” (was die er ooit?) als van de teloorgang van een structurerende omgeving. Waar schaarste heerst, is zelfbeheersing niet van toepassing. Nu met deze overvloed aan eten èn de enorme marketing om ons meer en overal te laten eten en drinken, wordt een groter beroep op zelfsturing gedaan dan ooit het geval was.
    De strijd tegen obesitas draagt duidelijk de kenmerken van “morele paniek”, inclusief het ontzetten uit de ouderlijke macht bij kinderen met obesitas. Hoe sterk lijkt dit op de huisbezoeken van de “onmaatschappelijken” in de jaren vijftig. De achtergrond van morele paniek is steeds maatschappelijke onveiligheid. De crisis in de jaren 80 leidde tot de roep om strafkampen voor jongeren (Lubbers); deze crisis leidt tot een hetze tegen de (al dan niet vermeende) onmatigheid van de sociale onderklasse. Het CBS heeft onderzocht: “Het percentage jongeren met obesitas lijkt zich gemiddeld genomen te stabiliseren. Van het percentage jongeren met overgewicht in 2010 had 3,4% van de jongens en 3,0% van de meisjes obesitas.” (Bron: http://www.convenantgezondgewicht.nl/cijfers)
    De bezorgdheid om de gezondheidsgevolgen van overgewicht zijn een legitimatie om de lagere sociale klasse weg te zetten als “onmatig”. Jouw reactie bevat ook dergelijke overwegingen. Laten we met elkaar heel voorzichtig zijn met dergelijke uitspraken! Wat we wel kunnen doen, is tegengas geven tegen de voedingsindustrie en de fastfoodsector. Zij maken ons allemaal ziek, om winst te maken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *