Armoedebeleid is ‘race to the bottom’

De Nederlandse verzorgingsstaat is verworden tot een participatiemaatschappij die in belangrijke mate berust op liefdadigheid. Onder invloed van de individualisering en de decentralisatie zijn de armen in plaats van armoede het probleem geworden, stelt Lei Delsen.

Is armoede een beleidsprobleem of zijn het de armen die een beleidsprobleem vormen? Het antwoord op deze vraag hangt af van de vorm van onze verzorgingsstaat en is een politieke keuze. Bij het vormgeven van een verzorgingsstaat kan men kiezen tussen solidariteit en collectieve verantwoordelijkheden én individuele verantwoordelijkheid en prikkels. De afgelopen twee, drie decennia is op basis van normatieve vooronderstellingen - in plaats van op empirische feiten - én onder invloed van een straffe politieke en economische ‘westenwind’ de verantwoordelijkheid geïndividualiseerd en zijn marktwerking en prikkels geïntroduceerd.

De allerkwetsbaarsten worden niet bereikt

Naar Amerikaans voorbeeld is in de jaren negentig workfare - gedwongen tewerkstelling van uitkeringsgerechtigden - geïntroduceerd en worden in 2002 de eerste voedselbanken opgericht. Bovendien heeft decentralisatie van verantwoordelijkheid naar het lokale niveau plaatsvonden. Maatwerk betekent echter dat elke gemeente beleid ontwikkelt, het wiel opnieuw moet uitvinden, en beleidskosten moet maken. Wordt het beleid (best practices) van andere gemeenten gekopieerd, dan vervallen de ontwikkelingskosten, maar is ook inspelen op specifieke lokale omstandigheden niet mogelijk. Ook de toenemende schaalgrootte van gemeenten vermindert de mogelijkheden tot maatwerk.

Bovendien zal er in toenemende mate sprake zijn van rechtsongelijkheid - gelijke gevallen worden ongelijk behandeld - of het risico bestaat dat slechts bepaalde gevallen worden behandeld. De krenten worden uit de markt gehaald. De katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid gaat - op basis van ervaringen met werkgelegenheidsprojecten in Afghanistan en Congo - in enkele Nederlandse gemeenten actief armoede aanpakken door werklozen weer aan het werk te helpen. De regering is blij met deze hulp. De aanpak van Cordaid is echter geen structurele oplossing, maar leidt tot concurrentievervalsing en werkt cherry picking in de hand. Vooral makkelijk plaatsbare cliënten worden aan een baan geholpen. De allerkwetsbaarsten - die echt hulp nodig hebben - worden niet bereikt.

De regering weigert op principiële gronden gebruik te maken van de voedseloverschotten in de EU ten behoeve van de voedselbanken: voedselhulp aan individuele landen is geen zaak voor de Europese Unie, armoedebeleid is nationaal beleid. Last but not least, decentralisatie kan er toe leiden dat gemeenten om geld te sparen deelname aan regelingen en programma’s ontmoedigen. Ook door verdringing door andere uitgaven bestaat het gevaar dat het sociaal beleid een race-to-the-bottom wordt. Door deze individualisering en decentralisatie van de verantwoordelijkheden is de Nederlandse verzorgingsstaat verworden tot een participatiemaatschappij, die in belangrijke mate rust op liefdadigheid.

Armoede wordt gezien als een persoonlijk probleem

Er zijn twee manieren om naar armoede te kijken: als naar een cultureel probleem, waarbij armoede wordt gekoppeld aan het individu en dus het gedrag moet worden aangepast, of als naar een maatschappelijk, een structureel probleem. In het laatste geval ligt het probleem bij de armoede en niet bij de armen. Het structurele perspectief is een sociaal perspectief en was in het verleden dominant. Er was oog voor de maatschappelijke en economische achtergronden van armoede. Men vond dat armoedebeleid zich zou moeten richten op verandering van de maatschappelijke structuren en sociaal-economische processen, of op zijn minst de uitkomst van de verdeling zou moeten corrigeren. Het beleid was meer gericht op verbetering van de structurele positie van de armen.

Onder invloed van de individualisering en de decentralisatie zijn de armen het probleem geworden, ten onrechte. Bij het culturele perspectief is steunverlening afhankelijk van de mate waarin armen het gewenste gedrag vertonen en hun burgerplichten vervullen, waaronder werken en werk zoeken. Dit culturele perspectief overheerst nu in Nederland. De filosofie achter het huidige armoedebeleid in Nederland is dat armoede een persoonlijk probleem is, ontstaan door bij individuele personen gelegen factoren. De calculerende arme burger vormt het vertrekpunt van het beleid om rechten en plichten tegenover elkaar te zetten. Wantrouwen is de basis. Strikt economische stimulansen - beloning en sanctie - staan centraal om mensen te stimuleren zich in te spannen. De betaalde baan geldt als beste remedie tegen armoede. Dit verklaart de toenemende aandacht voor de bestrijding van de armoedeval in het huidige Nederlandse armoedebeleid, dat gericht is op verhoging van de arbeidsparticipatie. Voor een grote groep armen is betaalde arbeid echter geen realistische optie.

Het is bovendien opvallend dat er zeer weinig onderzoek wordt gedaan naar het waarom van armoede en naar het feitelijk gedrag van werklozen. Het is de vraag of arme mensen zich inderdaad conform de homo economicus alleen door financiële overwegingen in hun gedrag laten leiden. De groeiende groep werkende armen duidt op het tegendeel.

Gewenst: structurele aanpak van armoede door de overheid

Armoede is meer dan koopkracht. De gangbare armoededefinities negeren de uitgavenkant en schulden. Armoede betekent altijd uitsluiting van sociale processen en is van alle tijden. Armoede leidt tot uitsluiting en uitsluiting leidt tot armoede. Armen hebben veel aan hun hoofd; zij zijn overbelast met zorgen en stress. Dat verklaart waarom binnen de armoedeprogramma’s de deelname laag is, en absentie en uitval hoog zijn. Het falen van arme mensen staat centraal. Er is nauwelijks oog voor bijvoorbeeld de stigmatiserende werking of de bureaucratie als gevolg van de manier waarop armoedeprogramma’s zijn opgezet.

De omvang van de armoede hangt deels samen met de economische conjunctuur of het gevoerde fiscale beleid. Tussen 1994 en 2007 groeide de Nederlandse economie en daalde de armoede zowel relatief als absoluut. In de jaren na 2007, onder invloed van de crisis, het bezuinigingsbeleid en de lastenverzwaring, stijgen het aantal en het percentage armen. Armoede is geen tijdelijk probleem. In de tijd gezien is armoede in Nederland qua omvang redelijk constant. Structureel is ongeveer één miljoen Nederlanders arm. Wel verandert de samenstelling. Het armoederisico is hoog onder mensen met een bijstandsuitkering, uitkeringsgerechtigden, eenoudergezinnen en is sterk toegenomen onder zelfstandigen. De working poor vormen nu ruim veertig procent van alle arme mensen in Nederland. De armoedepercentages onder migranten uit de nieuwe lidstaten zijn hoger dan onder niet-westerse migranten.

Armoede kan niet op de eerste plaats aan de arme zelf worden verweten. Oplossing van de structurele armoede vereist een armoedebeleid dat de positie van armen structureel verbetert. Armoede bestrijden hoort een taak van de overheid te zijn.

Lei Delsen is econoom verbonden aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

Foto: Bas Bogers

Dit artikel is 654 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. De wereld om ons heen is een projectie van de wereld, die wij van binnen ervaren. Armoede leggen we buiten onszelf, omdat we er bang van zijn, dat het ons zal overkomen. En plakken er daarom ook een negatief plaatje op. Jammer!

    Wet- en regelgeving blijkt ook vaak niet mee te werken voor medewerkers in organisaties en instituties om zaken oplossingsgericht aan te pakken. Dus dat is één zaak waar we meer bewegingsvrijheid moeten creëren voor begeleiders. En curators en incassobureaus moeten zich gaan verplaatsen in individuen en leren onderscheid maken tussen zij die willen maar niet kunnen en zij die niet willen. En van hen kan ook nog meer creatief denken en probleemoplossend gehalte worden gevraagd om werkelijk hun klanten te helpen. De goede daargelaten.
    Degenen die in de begeleiding wel hun nek uitsteken worden dan vaak weer niet in eenzelfde mate van betrokkenheid geholpen door medewerkers van energiebedrijven, telefoonbedrijven, woningcorporaties waar de schulden zitten. Als iedereen gewoon eens een stap harder zou lopen… dat zou al veel uitmaken!

    Verder is de wereld in balans, dus hoe langer we onze ogen sluiten en ons wegdraaien van het werkelijk omarmen van een ieder, zal het probleem alleen maar toenemen…… en iedereen die maandelijks gewoon nog een salaris gestort krijgt, zou zich eens af moeten vragen hoe hij/zij het zou doen als dit niet zo was….. Dat geeft vaak al een helder inzicht. Nu het handelen nog, dus woorden en daden op één lijn krijgen en elkaar aanspreken als we ons er niet aan houden, met z’n allen!

    Hartelijke groet, ik wens ons allen de overvloed toe, die er zou kunnen zijn als we hier allemaal ons hart/hard voor maken!

  2. Of nu de armoede of de armen het probleem zijn, de oorzaak is nog steeds het aloude kapitalisme. Dag in, dag uit proberen politiek partijen tegen beter weten in de bevolking wijs te maken dat ze een oplossing hebben voor de problemen. Ik ben geen econoom, maar ik kan u verzekeren dat de politiek geen enkele oplossing heeft voor de problemen die het kapitalisme veroorzaakt. Dit systeem is alleen nog maar in staat op problemen te veroorzaken. Oplossen lukt niet, omdat het niet meer voldoet aan de eisen die de huidige samenleving stelt. Een blind paard kan zien dat eens in de zoveel jaar op een politieke partij stemmen, zinloos is. De propaganda voor de almachtige parlementaire democratie loopt echter nog volop. Het geloof in de regelrechte nonsens op radio, TV , in dagbladen en via alle andere media, dat we maar vooral moeten blijven stemmen is groter dan het geloof in de een of andere God. Het gevaar is echter minstens zo groot. Helaas, want deze weg is zeker een doodlopende weg. Als we een betere samenleving willen voor onze kinderen, dan zullen we eerst weer in onszelf moeten geloven en onze verantwoordelijkheid nemen. We zullen moeten kiezen voor een andere maatschappij. Voor een samenleving van samen delen, in plaats van het grote graaien. Als we onze kinderen nog recht in de ogen willen blijven kijken, tenminste.

  3. Erger dan materiele armoede is de geestelijke armoede. Ik denk dat de beleidsmakers en de materiële rijken die niet kunnen delen, geholpen moeten worden.Als het hun intentie is om de verdeling rijk en arm te verdraaien weet ik niet. Niets is uit vrije wil.Ook Rutte en Obama worden gestuurd om de zaken te verdraaien op straffe van………iets om over na te denken

  4. Armoede is het hebben van geen baan en dus status. En banen zijn door automatisering schaars aan het worden. Terwijl vrije tijd er is in een onuitputtelijke hoeveelheid. Het probleem van armoede is er niet een van geld maar van sociale normen en waarden. Maar als we vrije tijd en armoede en de samenleving anders
    zouden bekijken en de samenleving daar op zouden aanpassen. Dan hoeft er
    eigenlijk geen armoede en een baan probleem te zijn. Geef iedereen vrije tijd en de mogelijkheid om te werken zonder dat werk echt moet maar enkel mag.
    Dan zal je zien dat het werk wat nu het slechts betaald wordt beter betaald zal
    worden omdat niemand het uit ‘vrije wil’ wil doen en het ook niet ‘hoeft te doen’.
    Maar aangezien het wel moet gebeuren zal het beter betaald moeten worden dan onder het huidige systeem. Want het is vreemd dat armoede verplicht tot het
    doen van ‘slecht, zwaar werk’ enkel en alleen omdat er te veel concurrentie is
    onder de armen. Want waarom betaald het zo slecht? Terwijl er wel sprake is van
    slijtage van het lichaam? Maar deze kosten worden niet in het loon meegenomen.
    Terwijl de kosten wel door de werknemer moeten worden betaald.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *