Voedselpakketten: geen duurzame oplossing voor armoede

Na de oprichting van de eerste voedselbank in 2003 is het concept een doorslaand succes gebleken. Maar alleen voedsel geven is niet voldoende voor effectieve armoedebestrijding. Voedselpakketten zijn dan ook meer van symbolische waarde dan een duurzame oplossing van de armoede.

Bij 157 voedselbanken in Nederland delen 10.000 vrijwilligers wekelijks voedsel uit aan 37.000 huishoudens (www.voedselbankennederland.nl). Uit de visie van de overkoepelende organisatie blijkt dat zij het verstrekken van voedseloverschotten aan mensen met honger zien als een middel om armoede te bestrijden. Op de website staat te lezen: ‘De voedselbanken helpen de armsten door ze tijdelijk te voorzien van voedselpakketten. Om onze klanten van voldoende eten te voorzien, werken wij samen met bedrijven, instellingen, overheden en particulieren. Zo zorgen we er samen voor dat armoede wordt bestreden, voedseloverschotten verdwijnen en het milieu minder wordt belast.’

Verschillen tussen lokale voedselbanken

De eerste voedselbank begon in 2003 als particulier initiatief in Rotterdam. De oprichters namen het model over uit Frankrijk, waar het via Canada uit de VS was geland. In de jaren erna ontstonden steeds meer voedselbanken die allemaal naar die in Rotterdam reden om voedsel op te halen. Toen daar zo’n tachtig voedselbanken voor de deur stonden, besefte men de noodzaak om de voedselverdeling beter te organiseren. Inmiddels is er een vereniging van alle voedselbanken in Nederland die zich bezig houdt met professionalisering en het opstellen van richtlijnen. Er is bijvoorbeeld een landelijke norm om in aanmerking te komen voor een voedselpakket. Ook voor het verdelen en uitdelen van voedsel zijn richtlijnen. Op lokaal niveau bestaan niettemin grote verschillen in de werkwijze. Wij vroegen bestuurders en coördinatoren van 25 voedselbanken in heel Nederland hoe zij hun rol zien en deze vertalen in de praktijk.

Aansluitend op de landelijke visie noemt een derde van de lokale voedselbanken het uitdelen van pakketten een middel tegen armoede. Opvallend is dat zij ook aanvullende activiteiten verzorgen. Ten eerste noemt 10 van de 25 voedselbanken het organiseren van activiteiten voor kinderen en/of uitdelen van non-food (bijvoorbeeld kleding). Ten tweede verwijst 80 procent van de voedselbanken door naar hulpverleningsinstanties. En tot slot zegt een derde van de voedselbanken klanten actief te begeleiden door ‘een luisterend oor te bieden, in gesprek te gaan met de klant of deze aan de hand te nemen’. Twee voedselbanken stellen meewerken aan zulke activiteiten zelfs als voorwaarde aan het recht op een voedselpakket.
Voedselbanken menen dat alleen voedsel verdelen geen weg uit armoede biedt en zouden daarom graag meer doen om klanten te helpen. Omdat zij afhankelijk zijn van de inzet van vrijwilligers hebben zij evenwel beperkte mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan. Zij hebben hun handen vol aan het vinden en uitdelen van voedsel. Daarbij weten vrijwilligers ook niet goed hoe zij klanten kunnen motiveren.

Voedselbanken: een symbolisch gebaar?

Wij zien dat voedselbanken een belangrijke rol spelen bij het helpen van mensen in acute nood. Zij zijn een vindplaats en ontmoetingsplaats voor mensen in armoede. Aan de andere kant zien we ook dat de voedselbanken nauwelijks in staat zijn om te voldoen aan de groeiende vraag naar eten. Zij hebben moeite om gezonde en gevarieerde pakketten samen te stellen. De inhoud van de pakketten sluit ook vaak niet aan bij de culturele of persoonlijke voorkeur van de voedselbankklanten (Horst et al. 2014). Om die reden willen klanten soms niet al het aangeboden eten aannemen. Vrijwilligers zien dit als teken van ondankbaarheid en denken dat klanten het pakket niet echt nodig hebben. Dit bemoeilijkt de sociale interactie tussen vrijwilligers en klanten (Horst et al. 2014). Het is daarom belangrijk aandacht te besteden aan de manier waarop het voedsel aan de klanten wordt aangeboden. Er zijn voedselbanken die ter aanvulling op het pakket de klanten laten kiezen tussen producten, bijvoorbeeld in een supermarktmodel.

Uit Canada klinkt de waarschuwing dat het verstrekken van voedsel symptoombestrijding is. Volgens Graham Riches (2002), voormalig directeur van de School of Social Work and Family van de Universiteit van British Columbia, is de bijdrage van voedselbanken aan armoedebestrijding een ‘symbolisch gebaar’. Ook in Nederland bieden voedselpakketten geen adequaat antwoord op het acute probleem van voedseltekorten. Voedselbanken zijn afhankelijk van onvoorspelbare donaties van overgebleven voedingsmiddelen en kunnen daarom niet voorzien in de dagelijkse behoefte aan (gezonde) maaltijden. De huidige werkwijze biedt ook geen structurele oplossing voor verbetering van de financiële situatie van klanten. Een voedselpakket bestrijdt dan ook niet de armoede maar de symptomen daarvan.

Hille Hoogland en Jonathan Berg zijn werkzaam bij het Op Eigen Kracht, een organisatie die trainingen verzorgd voor voedselbankklanten en mensen met financiële problematiek.

Literatuur
Horst, H. van der, Pascucci, S., Bol, W. (2014). The “dark side” of food banks? Exploring emotional responses of food bank recievers in the Netherlands. British Food Journal, Vol. 116, No.9 p. 1506-1520.
Riches, G. (2002) Food Banks and Food Security: Welfare Reform, Human Rights and Social Policy. Lessons from Canada? Social Policy and Administration, Vol 36, No. 6, p. 648-663.