Relatie gemeente en sociaal ondernemers kan veel beter

Dossier

Sociaal ondernemers

Verouderde beeldvorming en het gebrek aan beleidskaders staan een goede samenwerking tussen ambtenaren en sociaal ondernemers in de weg. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en Social Enterprise NL naar de relatie tussen ambtenaren en sociaal ondernemers in de gemeente Rotterdam.

Net als in andere gemeenten komen in Rotterdam sociale ondernemingen op. Bedrijven met een maatschappelijke missie. Bedrijven zoals Granny’s Finest (opgericht in 2011), waar jonge kledingdesigners worden gekoppeld aan ‘breioma’s’, of Uit Je Eigen Stad (opgericht in 2010), waar braakliggend terrein is omgetoverd tot de grootste biologische stadsboerderij van Europa. Ondernemers die met maatschappelijke vraagstukken aan de slag gaan. Dit roept de vraag op hoe de gemeente zich tot deze ondernemingen moet verhouden, want:

  • Sociaal ondernemers streven een maatschappelijke missie na. De gemeente zou dit moeten aanmoedigen en onderzoeken hoe ze impact van deze sociale ondernemingen kan vergroten. Hoe kunnen sociaal ondernemers de gemeente helpen bij een succesvolle implementatie van de decentralisaties?
  • Sociaal ondernemers begeven zich, vroeger of later, in domeinen waar de overheid ook actief is. Hoe gaan ze dan met elkaar om? Hebben ze wel echt dezelfde belangen?

Om deze redenen is de relatie met de gemeente óók voor de sociaal ondernemer van belang. Deze heeft een sterke drive om onafhankelijk te zijn en zijn eigen pad te kiezen, maar blijkt dan een vergunning nodig te hebben, een leegstaand gemeentegebouw te willen gebruiken of met een aanbesteding mee te willen doen. Want hoewel de sociaal ondernemer onafhankelijk wil zijn, is de gemeente een van zijn belangrijkste stakeholders. Genoeg reden om de relatie tussen de gemeente Rotterdam en sociaal ondernemers beter te bestuderen. Hoe kunnen zij als partners werken aan een mooier Rotterdam?

Nog geen ideale verhouding

Uit het onderzoek van masterstudent Merle Verdegaal blijkt dat er nog niet daadwerkelijk gesproken kan worden van een netwerkverhouding van samenwerken, het ideaalbeeld volgens ambtenaren en sociaal ondernemers. Onder ambtenaren bestaan verschillende beelden van de sociaal ondernemer. Er is een groep ambtenaren die sociaal ondernemers als serieuze partner ziet. Zij zien hen als een ‘volwaardige partner’ die ‘bepaalde overheidstaken kan uitvoeren in plaats van een hobbyclubje die iets leuks doet’. Maar er zijn ook ambtenaren die aangeven dat het nog niet helemaal duidelijk is wat de sociaal ondernemer van de gemeente wil. Is de sociaal ondernemer niet een ‘subsidieshopper’ die ‘van meerdere walletjes eet’?

Onder sociaal ondernemers is de angst afhankelijk te zijn of te worden van de gemeente van invloed op hun wens om samen te werken. Dit maakt tevens dat sommige ondernemers op voorhand al geen samenwerkingsrelatie met de gemeente aan willen gaan; zij willen niet veranderen in een ‘uitvoeringsorgaan’.

De onduidelijke beeldvorming over elkaar zorgt ervoor dat de meerderheid van de sociaal ondernemers en ambtenaren nog niet als partners werken aan maatschappelijke problemen. Zo is het vertrekpunt in de relatie nog te vaak ‘vanuit het harnas’ en wordt er nog te weinig dezelfde taal gesproken. Dit wordt zowel door sociaal ondernemers als ambtenaren aangegeven.

Een verklaring voor de ‘harnashouding’ van ambtenaren en ondernemers is dat er nog geen richtinggevende kaders zijn op het gebied van sociaal ondernemerschap. Ambtenaren ervaren hierdoor problemen met afleggen van verantwoording aan de politiek: ‘En tegelijkertijd zit daar de politiek die op ons zit te wachten’; ‘Wat doen jullie daar? Wat hebben jullie bereikt?’ Voor sociaal ondernemers vergroot dit de angst om hun autonomie te verliezen.

Wat te doen?

Wij doen op basis van dit onderzoek twee aanbevelingen voor het verbeteren van de relatie tussen ambtenaren en de sociaal ondernemers.

  • Stel duidelijke kaders op

Voor een goede relatie is het noodzakelijk dat ondernemers en ambtenaren weten wat ze van elkaar kunnen verwachten, hiervoor zijn duidelijke kaders nodig. Deze moeten door de hele gemeentelijke organisatie worden gedragen en op politieke steun kunnen rekenen. De gemeenteraad speelt dus een belangrijke rol. Indien zij wil dat sociaal ondernemers en de gemeente beter samenwerken dan moet de politiek hier prioriteit aan geven en de opdracht geven om kaders op te stellen voor werken met sociaal ondernemers. Een wethouder Economische Zaken is het meest geschikt om de verantwoordelijkheid te dragen voor het beleid.

  • Werk aan beeldvorming

Op dit moment berust de beeldvorming van sociaal ondernemers en ambtenaren nog veelal op oude beelden. Er moeten meer momenten gecreëerd worden waarop ambtenaren en sociaal ondernemers in contact met elkaar komen. In het nieuwe coalitieakkoord van Rotterdam wordt al gesproken van een stageweek voor ambtenaren, waarin zij een week per jaar gaan meelopen bij een sociale onderneming of maatschappelijk initiatief. Dit zou een goede vorm kunnen zijn. Een andere vorm is het organiseren van arena’s voor sociale innovatie, hier komen verschillende groepen zoals ambtenaren, (sociaal) ondernemers, kunstenaars, actieve burgers en young professionals samen om gezamenlijk oplossingen voor maatschappelijke problemen te bedenken. Zie ook de publicatie “De social enterprise als businesspartner van de gemeente”.

De verouderde beeldvorming en gebrek aan kaders zijn niet uniek voor Rotterdam. Deze aanbevelingen zijn dus ook van toepassing voor andere steden. Verschillende gemeenten, van Haarlemmermeer tot Utrecht, zijn al actief aan de slag met sociaal ondernemerschap.

Tot slot roepen wij alle gemeenten dan ook op om van elkaar te leren. Het is een nieuw veld waar niet alles in één keer goed zal gaan. Meer praktijkervaringen zijn hard nodig. Juist als sociaal ondernemers en ambtenaren uit verschillende gemeenten positieve en minder positieve ervaringen met elkaar gaan delen komt betere samenwerking tussen gemeenten en sociale ondernemingen dichterbij. Dat is voor iedereen winst.

Merle Verdegaal deed als master student aan de USBO en in opdracht van Social Enterprise NL ( het landelijke platform voor sociale ondernemingen in Nederland) onderzoek naar de relatie tussen sociaal ondernemers en de gemeente Rotterdam. Stefan Panhuijsen werkt bij Social Enterprise NL en is daar verantwoordelijk voor beleid en onderzoek.

Reacties op dit artikel (3)

  1. leuk artikel over een ‘ontluikende’ relatie! Zijn er ook mooie lokale voorbeelden over de samenwerking tussen sociale ondernemers in het kader van de jeudgzorgtransitie te vinden in NL waar ik met de gemeenten in NO Brabant van kan leren?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *