REPORTAGE Activering in de bijstand: wethouders uit Amsterdam, Rotterdam, Tilburg en Utrecht opvallend eensgezind

Wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Tilburg en Utrecht zien niets in een basisinkomen. Liever investeren ze in banen, zo bleek tijdens het wethoudersdebat op de presentatie van het onderzoek naar de bijstand van hoogleraar Monique Kremer en het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Sinds de invoering van de participatiewet heeft er een verandering in het beleid plaatsgevonden. Het ‘granieten bestand’, de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, worden nog steeds niet direct naar werk geleid maar ook niet meer geparkeerd. Ze krijgen nu ‘aandacht’ van de gemeente bleek uit het onderzoek van Monique Kremer (bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap) en het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken dat op 17 januari werd gepresenteerd in de Nieuwe Liefde in Amsterdam. Al schiet die aandacht volgens de onderzoekers nog wel tekort.

Ze onderzochten de uitvoeringspraktijk in vijf steden: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Leeuwarden en Tilburg. Een verrassende conclusie van het rapport was dat ondanks het verschil in politieke retoriek er in de uitvoering veel overeenkomsten zijn. In het debat met de wethouders uit die steden - Vliegenthart (Amsterdam, SP), Struijvenberg (Rotterdam, Leefbaar), Everhardt (Utrecht, D66) en de Ridder (Tilburg, CDA) werd die overeenstemming onderstreept. De 300 uitvoerders en kritische volgers van het beleid zagen dat op de keper beschouwd  het verschil tussen het ‘softe’ Amsterdam en het strenge Rotterdam niet zo groot is.

De wethouders (vlnr): Struijvenberg (Rotterdam), Everhardt (Utrecht), De Ridder (Tilburg) en Vliegenthart (Amsterdam).

Taal telt

Ondanks dat de onderlinge verschillen, op de benadering na, dus niet zo groot zijn, stelt Arjan Vliegenthart dat verschil in retoriek wel degelijk uitmaakt. ‘Taal telt. Juist in het debat van de afgelopen jaren hebben mensen in de bijstand in toenemende mate de schuld van hun eigen werkloosheid in de schoenen geschoven gekregen. Daarom moeten we ons als beleidsmakers heel goed bewust zijn welke termen we over deze mensen gebruiken.’

Basisinkomen afgserveerd

Een onderwerp dat vaak terugkomt in de discussie als het over de bijstand gaat is het basisinkomen. Ondanks dat in Utrecht, Tilburg en Amsterdam experimenten lopen waarbij meer vrijheid wordt gegeven aan uitkeringsgerechtigden om iets bij te verdienen, wat iets wegheeft van een basisinkomen, kon het idee op weinig enthousiasme rekenen.

De wethouders van Utrecht en Tilburg stellen allebei dat ze het experiment ingaan omdat ze willen kijken wat er gebeurt als mensen in de bijstand met meer vertrouwen worden benaderd . De Ridder zei dat het basisinkomen bij hem geen positieve gevoelens oproept. ‘Het lijkt je te ontslaan van de verantwoordelijkheid voor deze groep mensen. Het is belangrijk voor mensen om een perspectief te hebben en daar dus aan te blijven werken. In die zin werkt korten op een uitkering ook niet.’

Rotterdams wethouder Struijvenberg is resoluut tegen het basisinkomen: ‘Ook als mensen niet op korte termijn naar een baan kunnen worden geleid is niets doen geen optie. Er zit ook veel verschil binnen deze groep want met vrijwilligerswerk lukt sommigen wel om een betaalde baan te vinden.’

Hoogleraar actief burgerschap Monique Kremer

 Geen basisinkomen maar werk

Vliegenthart ziet niet in het basisinkomen, maar in de werkzekerheid van een basisbaan meer brood. Hij is ook het meest uitgesproken over het creëren van banen: ‘Er ligt een verantwoordelijk bij de overheid om in de publieke sfeer werk te creëren. Niet zozeer omdat we barmhartig zijn maar omdat mensen gezonder zijn als ze werken. Je moet ook niet beginnen met wat het kost maar wat het oplevert.‘ In Amsterdam hebben ze hier al een begin aan gemaakt met de werkbrigades, waarin 300 mensen met een bijstandsuitkering maatschappelijk nuttig werk verrichten.

De andere wethouders verwachten dat betere samenwerking met de markt een oplossingen zou kunnen zijn om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te krijgen. Struijvenberg wil in Rotterdam mensen matchbaar maken voor de private arbeidsmarkt en verwacht dat instrumenten als social return een rol kunnen spelen.

In Utrecht is er een sterk geloof in de rol van sociaal ondernemers, terwijl in Tilburg de samenwerking wordt gezocht met de werkgevers. Wethouder De Ridder: ‘Een van de meest frustrerende statistieken is dat we in mijn regio duizenden vacatures hebben maar het lukt ons niet om die te matchen met de mensen die het werk nodig hebben. Wij hebben daar nu afspraken over gemaakt met werkgevers in onze regio. Dat kan bijvoorbeeld door jobcarving maar ook door onze sociale leerwerkbedrijf te vragen om met groepen aan de slag te gaan om ze klaar te maken voor een bepaalde baan.’

Oproep aan Den Haag

Aan het einde van de avond krijgen de wethouders nog een kans om een oproep te doen aan de Haagse politiek. Hier blijkt de vrijheid om zelf beleid vorm te geven en de ontschotting van de regelgeving een gedeelde behoefte te zijn, zo pleit Everhardt: ‘Ik had gehoopt dat de participatie wet meer ruimte voor gemeenten had gecreëerd, maar het wordt ons niet makkelijk gemaakt. We moeten meer ruimte krijgen om te experimenteren. We moeten uit de hokjessfeer’.

Daniel van Heijningen is redacteur bij Sociale Vraagstukken.