Retoriek is realiteit: we zitten vast in taalmisverstanden

Er gaapt een gat tussen de taal van beleidsmakers in het sociale en het fysieke domein, ondanks dat ze geregeld hetzelfde doel nastreven. Dat constateren Jesse Dusseljee, Mark van Twist en Martin Schulz bij grote gemeenten. Vier veelvoorkomende misverstanden.

Onlangs begeleidden wij een bijeenkomst van directeuren sociaal domein en directeuren fysiek domein van grote gemeenten. We vroegen beide groepen om woorden te geven aan een opgave: de herstructurering van naoorlogs vastgoed – gewoon een opgave zoals er nog zoveel meer zijn.

Directeuren fysiek domein spreken over ‘puisten in de openbare ruimte’, directeuren sociaal over ‘kwetsbare groepen’

Directeuren fysiek domein spraken over ‘energieslurpers’, ‘puisten in de openbare ruimte’, ‘versnipperd eigendom’ en de noodzaak om ‘het grid’ te herstructureren. Directeuren sociaal domein zagen vooral ‘kwetsbare groepen’, ‘sociale netwerken onder druk’ en de noodzaak tot ‘programmatisch werken aan tijdelijke huisvesting’. Dat verschil lijkt niet verrassend: verschillende domeinen, verschillende invalshoeken.

Interessant wordt het wanneer de vraag opkomt hoe deze werelden bij elkaar te brengen zijn: ze streven hetzelfde doel na, maar verstaan elkaar niet. Die onverstaanbaarheid is niet zozeer een kwestie van gebrek aan samenwerking of goede wil, maar van taalmisverstanden. Dat laten we zien aan de hand van vier veelvoorkomende misverstanden.

Misverstand 1: Geen woorden maar daden

Een eerste reflex is vaak om niet te lang te praten, maar gewoon te doen wat nodig is. Geen woorden maar daden! Daarachter schuilt een misverstand en dat is dat mensen niet beseffen dat woorden al daden kunnen zijn. De taalfilosoof J.L. Austin maakt onderscheid tussen constativa (uitspraken die iets beschrijven en waar of onwaar kunnen zijn) en performativa (uitspraken die iets dóén). Beleidsmatige taal is vrijwel altijd performatief, dus die woorden zijn al daden.

Wanneer woningen worden beschreven als ‘energieslurpers’ vol schimmel, roept dat een handelingsperspectief op: renoveren, verduurzamen, slopen, vervangen. Wanneer dezelfde wijk wordt beschreven als een plek waar sociale netwerken kwetsbaar zijn en armoede zich opstapelt, roept dat een heel ander handelingsperspectief op: behoud, ondersteuning, sociale stabiliteit.

Elkaars woorden overnemen zonder elkaars waarden te begrijpen, vergroot de kans op misverstanden

Deze beschrijvingen zijn geen neutrale weergaven van dezelfde werkelijkheid, maar verschillende manieren om die werkelijkheid actief vorm te geven. Het probleem is dus niet dat beleidsmakers het oneens zijn over wat waar is, maar dat zij al verschillende dingen aan het dóén zijn met hun woorden.

Daar komt nog bij dat woorden ook waarden vertolken. Wanneer een directeur uit het fysieke domein spreekt over het koppelen van ‘het kleine’ verhaal van sociale propositie aan ‘het grote’ van investeringsprogramma’s, lijkt dat een poging tot toenadering. Maar elkaars woorden overnemen zonder elkaars waarden te begrijpen, vergroot de kans op misverstanden eerder dan dat die wordt verkleind.

Misverstand 2: Het beestje bij de naam noemen

Een keuze voor precieze taal, en dus het vermijden van beeldspraak, lijkt een tweede logische aanwijzing voor deze directeuren. Als we maar precies en letterlijk spreken, zo is de gedachte, dan begrijpen we elkaar vanzelf. Noem het beestje bij de naam! Ook dit is een illusie.

Metaforen zijn onmisbaar

Zoals de bundel Metaphor and thought (1979) onder redactie van Andrew Orthony laat zien, zijn metaforen niet slechts versiering, maar een essentieel hulpmiddel om grip te krijgen op complexe en ambigue situaties. Wanneer flats in het fysieke domein worden aangeduid als ‘puisten in het stadsbeeld’, of in het sociaal domein als ‘opeenstapeling van sociale problemen’, proberen beleidsmakers niet te misleiden, maar te begrijpen. Dat maakt metaforen onmisbaar.

Het probleem ontstaat niet door het gebruik van beeldspraak, maar door het vergeten dát het beeldspraak is. Dan zijn metaforen geen hulpmiddelen meer, maar vanzelfsprekende waarheden. Niet het vermijden, maar juist het expliciteren en verdiepen van metaforen kan helpen om elkaar beter te verstaan.

Misverstand 3: Vanuit feiten een eerlijk verhaal vertellen

Als taal tekortschiet, dan moeten de cijfers het maar doen. ‘Harde cijfers’ lijken een neutrale basis te bieden om het eens te worden over de opgave. Maar ook cijfers spreken niet voor zichzelf.

Tellen is een vorm van vertellen. In Policy paradox stelt Deborah Stone dat achter elk getal verborgen verhalen en keuzes schuilgaan: wat meten we, hoe meten we, en waarom? Directeuren in het sociale domein verzamelen cijfers over armoede, schulden en opvang; het fysieke domein kijkt naar energieverbruik, bouwkundige staat en infrastructuur. Beide presenteren feiten, maar vertellen daarmee verschillende verhalen.

Cijfers gaan dus niet vooraf aan verhalen, ze worden erdoor gevormd. Dat betekent niet dat cijfers willekeurig zijn, maar wel dat ze nooit waardevrij zijn. Wie dat vergeet, verwart een verhaal in cijfers met de werkelijkheid zelf.

Misverstand 4: Je mag ook niets meer zeggen tegenwoordig

De taal van het sociale domein sluit vaak beter aan bij hedendaagse gevoeligheden rond kwetsbaarheid en inclusie. Waar directeuren fysiek domein vertrokken vanuit beleids- en investeringsprogramma’s, benadrukten de directeuren sociaal domein het belang van langs de deuren gaan om verhalen en ideeën te horen.

Zwijgen is ook altijd een vorm van spreken

Directeuren in het fysieke domein kunnen dan eenvoudig het verwijt krijgen ‘kantoorklerken’ te zijn die met ‘toetsenbordterreur’ de boel naar hun hand willen zetten. Dat kan bij beleidsmakers in het fysieke domein het gevoel oproepen dat hun meer technische benadering in de verdrukking komt.

Zoals filosoof Judith Butler laat zien, creëert taal identiteiten die kunnen botsen, (re)produceert het posities en is ook zwijgen altijd een vorm van spreken. Daaruit zijn drie mogelijke reacties af te leiden: verontwaardiging (‘je mag ook niets meer zeggen tegenwoordig!’), schijnbare aanpassing (toegeven aan andere woorden, zonder andere waarden) of stilte (liever niets zeggen dan iets verkeerds). Geen van deze reacties helpt. Ze bestendigen de verschillen tussen de domeinen, maar de onderliggende ongemakken blijven onbesproken.

Herstructurering is een talige opgave

Kortom: we zitten vast in taalmisverstanden. Woorden zijn daden, metaforen zijn onmisbaar, tellen is vertellen en gewoon maar je mond houden gaat al evenmin werken. Terug naar de onderliggende waarden dan maar en een debat voeren over waarden? Maar ook een strijd tussen waarden is een strijd van woorden.

De talige zoektocht ís de herstructurering

De herstructurering van naoorlogs vastgoed is gewoon een opgave. Alleen het is een andere opgave dan vaak gedacht: het is een talige opgave. Geen kwestie van nog langer vergaderen, in de hoop om er met argumenten en begripsverduidelijking uit te komen, maar een kwestie van het ontwikkelen van nieuwe woorden, metaforen en verhalen die het sociale en het fysieke domein delen.

Door het creëren van ruimte voor voorlopige, meervoudige ‘voor-verhalen’ (in de literatuur ‘ante-narratieven’) die zich nog kunnen ontwikkelen, komt herstructurering van het naoorlogs vastgoed niet ná het vinden van nieuwe woorden. Die talige zoektocht ís de herstructurering.

Jesse Dusseljee is als onderzoeker en opleidingsmanager verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Mark van Twist is decaan en bestuursvoorzitter van de NSOB. Martin Schulz is co-decaan en directeur van de denktank van de NSOB.

De auteurs schreven het essay ‘Waarden w(o)orden werkelijkheden. Hoe taal de sociale zekerheid vormt’ in opdracht van het ministerie van SZW.

 

Foto: Marc Wathieu (Flickr Creative Commons)