VERSLAG De radicale moslimjongere tot mens gemaakt

In 2015 werd Parijs door meerdere aanslagen getroffen. De meeste daders kwamen uit de voorsteden van de Franse hoofdstad. De Franse socioloog Fabien Truong deed onderzoek naar hun motieven en schreef er een boek over. Onlangs vertelde hij erover, in Rotterdam.

De terroristische aanslagen in Frankrijk, onlangs nog op de kerstmarkt in Straatsburg, leiden tot grote zorg over de radicalisering van jonge moslims. Vooral de armoedige voorsteden van Parijs en andere grote steden in Frankrijk, de banlieues, worden beschouwd als broeiplaatsen van extremisme.

Voor zijn boek ‘Loyautés Radicales’ dook de socioloog Fabien Truong diep in de krochten van Grigny, een van de vele droef stemmende voorsteden van de Franse hoofdstad. Hij volgde het levenspad van zes jongeren: Adana, Radouane, Hassan, Tarik, Marley, en Adémy Coulibaly. De laatste pleegde in november 2015 een aanslag op een Joodse supermarkt. Even daarvoor had hij een politieagent op straat doodgeschoten.

Wie is de mens achter de acteur?

Op een bijeenkomst georganiseerd door de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken van de Erasmus Universiteit, vertelt Truong dat zijn eerste kennismaking met het leven in de banlieue stamt uit 2005. In dat jaar begon hij als docent economie en maatschappijleer aan een lyceum in Seine Saint Denis, een noordelijke voorstad van de Franse hoofdstad. ‘Om eerlijk te zijn, ik was vaak huiverig. Niet voor mijn leerlingen, maar uit vrees dat ik de wereld waarin zij leefden nooit goed genoeg zou leren kennen.’

‘In het begin voelde het alsof ik was beland in een toneelstuk, met het klaslokaal als podium waar mijn leerlingen een rol speelden. En dat deden ze met verve, moet ik erkennen. Maar wie waren zij nu echt? Want een ding werd me al snel duidelijk, mijn leerlingen waren niet de karakters die ze speelden of zoals ze in de media en wetenschappelijke literatuur werden beschreven.’

Zes jaar later studeert Truong af als socioloog, en hervat hij zijn ontdekkingstocht door de hoofdstedelijke banlieues op een andere manier. Vanaf 2011 doet hij onderzoek en schrijft hij verschillende boeken over het leven van jongeren in de voorsteden.[i]

Rode draad van zijn aanpak is dat hij mensen langere tijd volgt. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je mensen alleen leert kennen, als je langere tijd met ze optrekt.’ Voor het schrijven van zijn eerste boek over leven van jongeren in de banlieue - ‘Jeunesse Francaise’ - volgt Truong jarenlang ruim twintig van zijn voormalige leerlingen, allen afkomstig uit een arbeidersgezin met een migratieachtergrond.

Beeld van dolgedraaide fanaticus klopt niet

Het jaar 2015 was voor Frankrijk een annus horribilis: alleen al de aanslagen op Charlie Hebdo, Bataclan en de Joodse supermarkt Hyper Cacher - allen in Parijs - kostten meer dan honderd mensen het leven. Naar aanleiding van de gijzeling in de joodse supermarkt en de impact die deze had op Grigny - de voorstad waar de dader vandaan kwam - worden Truong en een collega-socioloog gevraagd om de bewoners te helpen bij de verwerking van de traumatische gebeurtenis.

‘De shock in Grigny was zo groot dat niemand in eerste instantie kon of wilde praten. Het was eerst zelfs vrijwel onmogelijk om überhaupt iemand te vinden die ervoor uitkwam dat hij de dader kende. Toen de bewoners eenmaal begonnen te spreken, hoorde ik dingen over de dader die helemaal nieuw voor me waren. In tegenstelling tot verhalen in de media bleek dat het beeld van een volkomen doorgedraaide geloofsfanaticus eufemistisch gezegd wel enige nuancering behoefde. ’

Dat Truong deze klus op zich nam, werd niet door iedereen in Frankrijk gewaardeerd. Niet verwonderlijk, zegt de socioloog ‘met een president - François Hollande – die na de aanslagen zei dat hij niet wilde begrijpen waarom jonge mensen aanslagen plegen. Want die eventuele redenen zouden volgens het toenmalige staatshoofd als een excuus kunnen worden uitgelegd.’

‘Ik vind dat nog steeds een hele vreemde uitspraak. Immers, als gekozen leider van een democratisch land moet je juist wel leren begrijpen wat iemand ertoe aanzet om geweld tegen de samenleving te gebruiken. Je moet willen weten waardoor dat geweld gevoed wordt. Als je dat niet wil, ga je mee in de logica en retoriek van de partij – “de terrorist”- die je omwille van de democratie zegt te bestrijden.’

Wat trekt jongeren aan in de islam?

In zijn boek Loyautés Radicales schetst hij een beeld van het leven aan de onderkant van de Franse samenleving. Hij beschrijft de omstandigheden waardoor jongeren die zich tot dan vooral bezighielden met drugshandel en andere straatcriminaliteit tot een radicale ideologie worden aangetrokken.

In Grigny deed Truong iets dat volgens hem al lang en veel meer gedaan had moeten worden. Hij vroeg het de jongeren zelf welke betekenis zij aan de islam zijn gaan hechten. Aan Amédy Coulibaly, de pleger van de aanslag op de Joodse supermarkt, kon hij het uiteraard niet zelf vragen, hij was immers door de politie doodgeschoten. Zijn leven brengt Truong in beeld, via mensen uit de omgeving van Coulibaly.

Truong geeft meerdere redenen waarom de islam in het leven van de geportretteerde jongeren een belangrijke rol is gaan spelen. ‘Alle zes maakten op jonge leeftijd kennis met het overlijden van familie en vrienden. Die ervaring was des te traumatischer omdat in hun omgeving dood geen gespreksonderwerp is. Islam, religie in het algemeen, spreekt wel over de dood en over de relatie tussen dood en onrechtvaardigheid.’ Wat de islam ook tot een aantrekkelijke ideologie maakt, is dat ze, zoals elke religie, spreekt over moraliteit en ethiek. Truong: ‘Het geloof is voor hen niet alleen een manier om innerlijke rust te bereiken maar ook om de criminaliteit gedag te zeggen, zonder doelwit te worden van hun medeplichtigen annex vrienden.’

Meer in het algemeen biedt religie tegenwicht tegen al wat lelijk is. ‘De jongeren haten de voorstad vanwege de armoede, viezigheid en lelijkheid, maar tegelijkertijd hebben ze hun woonplaats lief, want hun familie, vrienden en geliefden wonen er.’

De politie is een vijand

Truong wijst er in zijn boek op dat de jongeren in de banlieues door de politie vaak worden aangehouden enkel en alleen vanwege hun etnische achtergrond en/of huidskleur. Ook omdat die aanhoudingen niet zelden hardhandig verlopen, zien de jongeren de politie vooral als een vijand.  Wie informatie deelt met de politie, wordt gezien als verrader.

De burgemeester van Grigny voegt daaraantoe dat de centralistische organisatie van de politie sowieso een goede relatie met burgers in de weg staat. Burgemeesters in Frankrijk, zo vertelt hij, hebben in tegenstelling tot hun Nederlandse collegae geen bevoegdheid  over het lokale politiekorps. De politie beschikt mede daardoor nauwelijks over antennes om het wel en wee van het leven in de banlieues goed te kunnen volgen.

De mensen achter de radicaal vinden

Jongeren in Grigny en in de andere armoedige voorsteden van Parijs zien in de islam nog heel veel meer, door Truong in zijn boek samengevat als: ‘een politieke verbeelding, het enigma van de gift, een viering van de verbinding, esthetiek en een nieuwe moraliteit.’

In zijn reactie op de lezing van Truong zei de burgemeester van Grigny, Philippe Rio, dat we er alles aan moeten doen om de mens achter de zeloot en radicaal terug te vinden. En dat kan onder anderen door oog te hebben voor de omstandigheden waaronder veel jongeren in voorsteden als Grigny moeten leven. Al in augustus 2017 deed hij daarvoor een appèl aan de regering. Tot zijn grote spijt is daarmee nog weinig gedaan.

Fabien Truong sprak op 6 december jongstleden op een Engelstalige bijeenkomst van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, een samenwerkingsverband tussen de gemeente Rotterdam, de Erasmus Universiteit Rotterdam en andere kennisinstituten. Dit artikel is een kort verslag van Truongs presentatie en een reactie daarop van de burgemeester van Grigny, Philippe Rio.  De Engelstalige editie van Truongs boek – ‘Radicalized Loyalties’ - is te bestellen via de website www.fabientruong.com.

Noot: 

[i] Fabien Truong is docent Sociologie en Antropologie aan de Universiteit van Parijs-8, Frankrijk. Hij schreef naast Loyautés Radicales, Jeunesses Françaises en Des Capuches et des Hommes.