VERSLAG De tijd lijkt rijp voor de parallelle arbeidsmarkt

In een bomvolle raadszaal van de Sociaal Economische Raad stond op 8 maart het idee van een parallelle arbeidsmarkt centraal.

De Movisie Participatielezing werd dit jaar uitgesproken door Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktvraagstukken in Tilburg. Samen met Jos Verhoeven, algemeen directeur Start Foundation, werkte Wilthagen het idee voor een parallelle arbeidsmarkt uit. Een concept waarin mensen die geen regulier werk hebben, activiteiten verrichten die in economisch opzicht misschien niet rendabel zijn, maar wel maatschappelijke waarde hebben. Hoe dat in zijn werk moet gaan, werd haarfijn uiteen gezet aan de hand van een powerpoint.

Ondanks economische groei kunnen veel welwillende mensen toch niet meedoen op de arbeidsmarkt. Tijdens de Movisie Participatielezing besprak Ton Wilthagen een mogelijke oplossing: de parallelle arbeidsmarkt. Op deze arbeidsmarkt kunnen mensen tegen loon werken aan maatschappelijke waarde. Een mooi idee dat in de praktijk niet eenvoudig blijkt om te realiseren.

‘Een baan, dat doet iets met mensen’, zo opent Movisie-directeur Janny Bakker de bijeenkomst in Den Haag. Ze geeft het voorbeeld van Joke uit haar eigen gemeente Huizen. Joke heeft een verstandelijke beperking en werkt in het kader van dagbesteding vijf dagen per week als hulpconciërge op een basisschool. Voor haar voelt het goed als werk en leraren worden ontlast, een win-win-situatie. ‘Er is ook een enorme behoefte aan dit soort mensen’, stelt Bakker. ‘Er zouden er zo vier of vijf per school bij kunnen, maar hoe betalen we dat?’

Een hoop werk van maatschappelijke waarde blijft liggen

Dat is precies het thema van de Movisie Participatielezing die Ton Wilthagen, hoogleraar Institutioneel-juridische aspecten van de arbeidsmarkt aan de Tilburg University, die middag geeft: op een andere manier kijken naar werk en naar de arbeidsmarkt. Want, stelt Wilthagen: ‘De waarde van werk en van participatie is namelijk veel groter dan in puur economische zin.’ In zijn model van de parallelle arbeidsmarkt staat de maatschappelijke waarde van werk centraal.

Hij ziet de parallelle arbeidsmarkt als het antwoord op verschillende problemen. Aan de ene kant een erg onzekere en veeleisende arbeidsmarkt en meer dan een miljoen mensen die het nauwelijks lukt om uit de uitkering te komen. Wilthagen: ‘Tussen topsport of burn out lijkt niks te zitten.’ Aan de andere kant een hele hoop werk van maatschappelijke waarde dat blijft liggen omdat er geen markt voor is.

Zet uitkeringsgeld in voor maatschappelijk nuttig werk

Wilthagen: ‘We hebben nu een hele hoop geld dat we uitgeven aan uitkeringen waar mensen niet gezonder en gelukkiger van worden. We zouden dat geld ook als maatschappelijk durfkapitaal of als loon kunnen inzetten aangezien het nu niet rendeert.’

Het verhaal van Ton Wilthagen wordt enthousiast onthaald door het publiek dat ook de urgentie van het probleem onderschrijft.

Anders naar werk kijken

Nico Blok van Onbeperkt aan de slag, een sociale onderneming die werkzoekenden met een arbeidsbeperking koppelt aan werkgevers, is ook positief. Hij denkt dat de parallelle arbeidsmarkt zou kunnen helpen tegen het hokjesdenken. ‘Het mooie is dat Ton Wilthagen anders naar werk kijkt: Wat voor werk blijft er liggen dat we nu nog geen werk noemen en wie zou dat kunnen doen? Het is ook goed om te focussen op wat mensen wel kunnen in plaats van op hun beperkingen.’

Ook Job Cohen, voorzitter van de brancheorganisatie voor sociale werkbedrijven Cedris, vindt het een mooi idee, maar plaatst wel twee kanttekeningen. Hij waarschuwt ervoor dat deze mensen vaak ook begeleiding nodig hebben. Gemeenten hebben er vaak geen geld voor. Daarnaast komen sommige opbrengsten terecht op plekken – denk aan de zorgverzekeraar of andere domeinen binnen de gemeente – waar ze niet direct het voordeel teruggeven aan de investeerder.

Hij omarmt het idee, maar stelt hieraan wel een aantal randvoorwaarden. Het is belangrijk dat een parallelle arbeidsmarkt niet ten koste gaat van de ambitie van een inclusieve arbeidsmarkt. Sterker nog, een parallelle arbeidsmarkt moet zoveel mogelijk ten dienste staan van en bijdragen aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt. Cohen vergelijkt de parallelle arbeidsmarkt met een ventweg. Deze ventweg moet voldoende uit- en invoegstroken hebben richting de hoofdrijbaan. Daar ziet hij een belangrijke rol voor de Cedris-leden.

Pilot in Uden verloopt stroef

Sommige gemeenten experimenteren al voorzichtig met de parallelle arbeidsmarkt. ‘Wij werken in Uden vanuit het principe: één huishouden, één plan’, vertelt Juanita van der Hoek, programmamanager Integraal Sociaal domein. ‘Toen dachten we: daar moeten we eigenlijk één minimuminkomen aan verbinden. Vanuit die gedachte raakten we geïnteresseerd in het concept van de parallelle arbeidsmarkt.’

Invoering bleek ingewikkeld. ‘Maar hoe maak je daar een sluitende business case van? Daar zijn we gigantisch op vastgelopen. Je krijgt lastige vraagstukken als: wat is werk? Er werd gezegd: we moeten het over werk hebben en niet over dagbesteding.’ Toch zijn er binnen de gemeente voldoende voorbeelden van dagbesteding die je gewoon als werk zou kunnen benoemen, stelt ze. ‘Iemand die viool speelt en een heel verzorgingshuis rustig kan houden.’

Maar toen kwam de volgende hindernis. ‘Als je die discussie hebt gehad, volgt: oké, het is werk, maar dan moet je werkgeversbelasting gaan betalen. Waar kunnen wij dat vandaan halen? Als we die premies zouden moeten betalen, zou dat in Uden een structureel tekort van vier tot acht miljoen veroorzaken. Het resultaat, nu anderhalf jaar verder, is dat we een concepttekst hebben en een convenant willen gaan vormen.’

Je kan veel praten of gewoon klein beginnen

Ook Maarten Gielen, directeur bij Sociaal Werk-bedrijf IBN, weet hoe lastig een parallelle arbeidsmarkt zich laat organiseren. ‘We hebben eerst anderhalf jaar gesproken en toen waren we nog nergens.’

Er werd gekozen voor een pilot in Odiliapeel, een klein kerkdorpje dat tegen Uden aan ligt. Daar zit een zorginstelling die nauwelijks op de been te houden is. Ze proberen daar nu werk te creëren om te voorkomen dat die zorg uit het dorp verdwijnt. ‘We gaan klein beginnen om te kijken wat de kosten en baten zijn van onze pilot en dan hopelijk verder uitbouwen.’

Geld uitwisselen tussen domeinen heel ingewikkeld

Marja Pelzer, programmamanager Sociaal Domein in de gemeente Den Haag , herkent dit beeld: ‘Je ontkomt niet aan de discussies. Daarom is mijn idee: begin met een ambitie en ga aan de slag, anders duurt het te lang.’ Ook het financieringsvraagstuk herkent zij: ‘Als je kunt aantonen dat werk in andere domeinen tot kostenreductie leidt, zou je denken dat je dan misschien geld uit andere potjes kunt krijgen, maar dat blijkt bijzonder ingewikkeld.’

Ze geeft het voorbeeld van een ondernemer die circulaire producten maakt van afval. Hij verkoopt dat samen met mensen die werken met behoud van uitkering, maar de regeling loopt binnenkort af. ‘Je zou dat structureel willen maken, maar dan zou je wel de besparingen op afvalverwerking willen meenemen.’

Gebrek aan ambitie

Jos Verhoeven, directeur van Start Foundation en mede vormgever van de parallelle arbeidsmarkt, wordt ongeduldig van hoe langzaam het proces verloopt en benadrukt dat het tijd is voor actie.

‘Ik word een beetje moe van gebrek aan ambitie. We zijn al drie jaar bezig met deze roadshow. We moeten gaan experimenteren, maar overal waar we komen - de vakbond, de werkgevers, de SP, de VVD en de Tweede Kamer - is wel enthousiasme, maar niemand heeft het lef om het te proberen. Iedereen wil eerst bewijs dat het werkt. Er is voor een te grote groep geen mogelijkheid op de reguliere arbeidsmarkt. We moeten die urgentie voelen en aan de gang gaan.’

Risico dat uitkeringen gekort worden of mensen afgeschreven

Want wat als de parallelle arbeidsmarkt nou niet doorgaat, wat zijn dan de alternatieven? Dan moeten we alles uit de participatiewet zien te halen en bedrijven gaan beboeten die onvoldoende doen, stelt Wilthagen. Het risico dat we dan lopen is dat de uitkeringen gekort worden of dat mensen gewoon worden afgeschreven.

Om echt iets te bereiken is volgens Wilthagen een systemische verandering nodig. ‘We moeten stoppen met projecten omdat er toevallig subsidie is, of er even een wethouder zit die toevallig iets wil. Het moet langdurig, er moet niet gedacht worden in stapjes van vier jaar. Niet alleen overheid, maar ook bedrijven, onderwijs en andere nieuwe spelers moeten instappen.’

Wilthagen sluit af met een 2000 jaar oude quote: ‘Iedereen dacht dat het niet kon tot er iemand kwam die dat niet dacht.’

Daniël van Heijningen is redacteur bij www.socialevraagstukken.nl

Foto's : MacSiers

Dit artikel is 1128 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (6)

  1. Vooral van de FNV, de SP (moeder van de FNV) valt mij dit tegen. Maar die ageren liever tegen alles en iedereen in plaats van de interne machtsstrijd te gaan beëindigen binnen de FNV tussen het Pvda smaldeel en de grootste vleugel SP die vanuit Amersfoort niet progressief mag denken.

  2. Een parallelle arbeidsmarkt naast de – ja, wat eigenlijk, “reguliere”? – arbeidsmarkt?

    Ik begrijp de goede bedoeling en sta daar ook achter maar het is géén integrale arbeidsmarkt waarop écht iedereen terecht kan.

    Je loopt naar mijn idee het grote risico dat de (bij gebrek aan beter woord) “reguliere” arbeidsmarkt relatief gezien kleiner en kleiner wordt, en dat meer en meer mensen in die parallelle arbeidsmarkt terecht komen.

    Kies liever voor een basisinkomen. Huishoudelijk werk, zorg voor kinderen en mantelzorg, vrijwilligerswerk wordt dan ook gewaardeerd. En veel werk dat nu niet betaald kan worden omdat het minimumloon te hoog is kan wél worden betaald door dat minimum te verlagen.

    Daarmee maak je 1 (één) integrale arbeidsmarkt. Een structureel betere oplossing.

  3. Stel voor dat iedereen de documentaire ‘Mijn bullshitbaan’ eens bekijkt.
    Maak van ‘vrijwilligerswerk’ gewone banen. Minimumloon omhoog.
    Aantal managers, consultants enz. omlaag. Belachelijk hoge lonen omlaag. Er is geld zat. Besteed het aan de mensen die het feitelijke werk doen.

  4. Hebben jullie ook meegenomen het idee van basisinkomen (Rutger Bregman) als basis om van daaruit na te denken over een alternatieve arbeidsmarkt? Nu ga je uit van het huidige financieringssysteem van werk en inkomen en zoekt de banen in een parallelle arbeidsmarkt omdat de “gewone”arbeidsmarkt niet voldoende inclusief is (en de banen er ook niet zijn).
    Je kan ook dat hele financieringssysteem loslaten (loon naar werken) Dat biedt ruimte voor het uitzoeken van alternatieve werkzaamheden in die parallelle arbeidsmarkt die ook betaald kunnen worden. Nu stokt alles omdat de huidige arbeids- en uitkeringssystemen teveel belemmeringen oproepen. Of je verandert die (wat veel teveel tijd kost en politiek nu niet haalbaar) of je maakt een parallelle markt maar dan ook radicaal waarbij je de relatie werk-inkomen loslaat. Lees dus het verhaal van Rutger Bregman.

  5. Die “paralelle arbeidsmarkt” gaat inhouden dat steeds meer banen, die wel noodzakelijk zijn maar waarvoor men blijkbaar niet het volle pond wil betalen, gedaan moeten worden door mensen die zogenaamd een “afstand tot de arbeidsmarkt” hebben en dus geen volwaardig loon waard zijn.
    Voer een basisinkomen in of verhoog de koopkracht van het minimumloon en het sociaal minimum terug tot het niveau van 1977, dus 30% hoger dan nu. Dan is er weer koopkrachtige vraag.

  6. ja, het zou mooi zijn als die paralelle arbeid ook paralelle zorg/voordelen zou kunnen opleveren. Dat mensen bv zorgpunten zouden kunnen sparen (voor als zij een keer hulp nodig hebben) met hun vrijwilligerswerk. Wat dan weer geleverd wordt door die paralelle arbeidsmarkt..

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *