Sociaal netwerk kan ouderen met grootste zorgvraag niet altijd ondersteunen

De staatssecretaris van  Volksgezondheid Van Rijn vindt dat kinderen zelf hun oude moeder kunnen wassen of eten voor haar koken. Maar kunnen kwetsbare thuiswonende ouderen wel zonder meer terugvallen op hun zorgnetwerk? Overbelasting van de al aanwezige mantelzorger dreigt.

Voor ons onderzoek naar het zorgnetwerk van kwetsbare ouderen hebben we 75 Amsterdamse ouderen en hun hulpverleners geïnterviewd. De ouderen die aan het onderzoek hebben deel genomen, zijn kwetsbaar. Zij hebben een hoge leeftijd, hun fysiek functioneren is beperkt en hun sociale netwerk is meestal niet groot. De geïnterviewde ouderen beschikken wel allemaal over vrij grote zorgnetwerken. Er zijn gemiddeld ruim zes formele en drie informele hulpverleners  betrokken bij de zorg van een oudere. De zorg varieert van hulp bij huishoudelijke taken; persoonlijke verzorging; verpleegkundige taken; verplaatsen buitenshuis tot het regelen van hulp. De formele hulpverleners verlenen vaker persoonlijke en verpleegkundige zorg en de informele hulpverleners helpen vaker bij het verplaatsten buitenshuis of het regelen van hulp. De huishoudelijke taken worden vaak gedeeld tussen formeel en informeel.

Vier sterk verschillende netwerken

De netwerken rondom de ouderen kunnen worden onderverdeeld in een klein gemengd zorgnetwerk, een spilzorgernetwerk, een familiezorgnetwerk en een groot formeel zorgnetwerk. Ze verschillen van elkaar in omvang; samenstelling; mate van contact en taakverdeling tussen de hulpverleners. Daarnaast verschillen ze in zorgbehoefte; leefsituatie; sociaal netwerk en regie van de oudere.

Het kleine gemengde zorgnetwerk bestaat uit enkele formele en informele hulpverleners die voornamelijk huishoudelijke hulp verlenen. De oudere heeft een relatief kleine zorgbehoefte, woont vaak alleen en heeft een gemiddeld sociaal netwerk.

Het spilzorgernetwerk is iets groter en kenmerkt zich door een (inwonende) mantelzorger (spilzorger) die veel uren zorg verleent. Dit netwerk hoort bij een oudere met relatief grote gezondheidsproblemen en een beperkt sociaal netwerk.

Het familiezorgnetwerk, een mix van formele en informele hulpverleners, hoort bij de oudere met een relatief grote zorgbehoefte maar met een groot sociaal netwerk.

Het formele zorgnetwerk ten slotte is het grootst in omvang en bevat vooral formele hulpverleners. De veelal alleenstaande oudere die heel veel zorg nodig heeft, beschikt slechts over een klein sociaal netwerk.

Als we de vier typen zorgnetwerken nu met elkaar vergelijken, dan lijkt het alsof ze elkaar opvolgen in een continuüm. In het beginstadium van kwetsbaarheid heeft de oudere nog een gemengd netwerk en zijn er maar enkele  informele  en formele hulpverleners die voornamelijk helpen bij huishoudelijke taken. Neemt de zorgbehoefte van de ouderen toe, dan wordt de rol van de formele hulpverlening telkens groter. Hoe groot is overigens mede afhankelijk van het aandeel dat familie, vrienden en kennissen nog kunnen leveren.

Beleid kan tot overbelasting mantelzorgers leiden

De kwaliteit van zorg, zoals ervaren door de oudere, hangt positief samen met het aantal informele hulpverleners en met de samenwerking tussen formele en informele hulpverleners in het netwerk. Of de geboden zorg ook bijdraagt aan de ervaren kwaliteit van leven is vooral afhankelijk van het gevoel van de oudere of hij zelf de regie kan voeren en in het algemeen greep op zijn eigen leven houdt.

Uit ons onderzoek blijkt dat de zorg van zowel formele als van informele hulpverleners onontbeerlijk is om kwetsbare ouderen thuis te laten wonen op de manier zoals staatssecretaris Van Rijn wenst. Vooral voor de zeer hulpbehoevende ouderen is een (groot) informeel zorgnetwerk echter niet zo vanzelfsprekend. Er is eerder sprake van weinig mantelzorgers die veel uren zorg verlenen. Ter voorkoming van overbelasting van de aanwezige mantelzorger(s) zouden andere informele hulpverleners kunnen worden ingezet.

De vraag is echter of met dit beleid mantelzorgers niet te zwaar worden belast; in lang niet alle sociale netwerken van kwetsbare ouderen zijn extra potentiële informele hulpverleners beschikbaar om de mantelzorgers te ontlasten. Maar zelfs al zouden ze er wel zijn, dan  resteert de vraag of een grotere inzet van andere mantelzorgers of vrijwilligers wel bijdraagt aan een beter ervaren kwaliteit van zorg. Op basis van de bevindingen van ons onderzoek denken we van wel, maar dan moeten informele en formele hulpverleners wel meer investeren in een goede onderlinge samenwerking. Zodat ze elkaar aanvullen en niet in de weg lopen bij het leveren van een door oudere gewenste zorg .

Ilse Zwart-Olde, Marianne Jacobs en Marjolein Broese van Groenou zijn verbonden aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De publicatie is gratis te downloaden via www.fsw.vu.nl/zorgnetwerk.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Ik heb in het kader van WMO-beleid in 2008 al gesteld dat ouderen in de buurt van hun kinderen moeten kunnen (gaan) wonen. En dan liefst bij elkaar in een daar op ingesteld complex zodat mantelzorgers ook onderling taken kunnen uitwisselen of opvangen. Gemeenten zouden daar onderling beleid op moeten zetten. Is volgens mij niet gebeurd. Dus zal het oude model gehandhaafd moeten worden. Jammer.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *