Nederland is in de afgelopen jaren op verschillende vlakken divers geworden door onder andere secularisatie, individualisering, vergrijzing en migratie. De algemene aanname in de publieke discussie is dat de sociale samenhang hierdoor sterk afneemt. Dit roept de vraag op wat de consequenties van een veranderende demografie voor sociale samenhang zijn.
Die vraag leeft dan ook al enige tijd in onze samenleving. Dat kwam onder andere tot uitdrukking in de moties Dijkhoff en anderen en Den Haan en anderen (TK 2018-2019; TK 2021-2022). Zij riepen het kabinet op de consequenties van demografische ontwikkelingen voor de Nederlandse samenleving in verschillende scenario’s in kaart te brengen.
De belangrijkste bevinding is dat onze samenleving ook richting toekomst tegen een stootje lijkt te kunnen
Met het toekomst verkennende onderzoek Samenleven in de toekomst haakte het SCP hierbij aan (Woittiez et al., 2024). De belangrijkste les hieruit is dat de sociale samenhang, naar het zich laat aanzien, ook in de toekomst opgewassen zal zijn tegen eventueel negatieve gevolgen van demografische verandering. Overheid en samenleving moeten zich daar wel samen voor inzetten.
De sociale samenhang, ofwel de verbindingen tussen mensen onderling en tussen mensen en instituties, wordt door talloze factoren beïnvloed. Dat zijn demografische factoren zoals leeftijd, opleiding en migratieachtergrond; de kernstructuren in Nederland zoals de verzorgingsstaat; en bredere maatschappelijke en internationale factoren, zoals digitalisering en globalisering. Wij berekenden demografische scenario’s voor de sociale samenhang waarbij we veronderstelden dat de relatie tussen demografische factoren en sociale samenhang gelijk bleef aan wat hij in het verleden was.
Weinig direct effect op samenhang
In het algemeen is de sociale samenhang in Nederland hoog in vergelijking met andere westerse landen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het vertrouwen in de medemens, voor het doen van vrijwilligerswerk en de politieke participatie (bijvoorbeeld gaan stemmen als er verkiezingen zijn).
De meeste van de demografische toekomstscenario’s laten tot 2050 slechts kleine veranderingen zien in de sociale samenhang. De kleine negatieve effecten van vergrijzing en toegenomen migratie vallen weg tegen het positieve effect van een toegenomen aandeel mensen met een hbo- of wo-opleiding.
Het vertrouwen van een deel van de Nederlanders in de Tweede Kamer is en blijft laag
De conclusie die we op basis van onze bevindingen kunnen trekken is dat gemiddeld gesproken de sociale samenhang in Nederland ook in de toekomst hoog en stabiel zal zijn. Al geldt dat niet voor alle aspecten: een deel van de Nederlanders heeft en houdt een negatieve houding tegenover mensen met een Poolse, Somalische, Turkse of Marokkaanse achtergrond en het vertrouwen in de Tweede Kamer is en blijft richting 2050 laag.
Dat is zorgwekkend omdat een negatieve houding tegenover bepaalde migrantengroepen en een laag vertrouwen in de politiek het samenleven wel onder druk kunnen zetten.
Verschillen tussen opleidingsgroepen worden groter
Achter het overwegend positieve beeld voor Nederland als geheel gaan verschillen schuil tussen groepen in de bevolking. Met name als je kijkt naar opleiding zien we grote verschillen. Die zijn er nu al. Zo hebben mensen met een basis- of vmbo-opleiding minder vaak vertrouwen in medemensen en in ambtenaren, ze staan minder vaak positief tegenover mensen met een migratieachtergrond, zijn minder vaak lid van een vereniging en stemmen minder vaak dan mensen met een hbo- of wo-opleiding. Mensen met een havo-, vwo- of mbo-opleiding nemen hierin een tussenpositie in.
Mensen met een basis- of vmbo-opleiding zullen naar verwachting in de toekomst minder gaan stemmen
Uit onze toekomstverkenning blijkt dat deze verschillen in de toekomst blijven bestaan en sommige zelfs groter worden. Dat is bijvoorbeeld zo bij het stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen. Volgens de toekomstscenario’s gaan mensen met een basis- of vmbo-opleiding in de toekomst minder vaak naar de stembus dan ze nu doen. Dat komt doordat deze groep in de toekomst een groter aandeel mensen met een migratieachtergrond kent, bij wie de opkomst bij het stemmen laag is.
Verschillen naar herkomst en leeftijd zijn minder groot en minder eenduidig
Naar herkomst en leeftijd bestaan eveneens verschillen tussen groepen mensen, maar die zijn minder groot en minder eenduidig dan naar opleiding. Bovendien verwachten we dat de verschillen in vertrouwen en in sociale en politieke participatie naar herkomst in de toekomst kleiner zullen worden. Dat komt onder meer doordat mensen met een migratieachtergrond dan vaker een hbo,- of wo-opleiding hebben.
De verschillen tussen groepen in de bevolking op veel aspecten van de sociale samenhang zijn, net als het lage vertrouwen in de politiek, een bron van zorg.
Toch is actie vereist
De belangrijkste les die we uit ons onderzoek trekken is dat onze samenleving ook richting de toekomst tegen een stootje lijkt te kunnen. Maar ook dat de sociale samenhang geen vanzelfsprekendheid is. Daar is gezamenlijke inzet van de overheid en de samenleving voor nodig.
Meer gelijkwaardigheid kan bereikt worden door inzetten op meer waardering voor praktische vakken en beroepen
Wat de samenleving betreft is het van belang gelijkwaardigheid na te streven en ruimte voor ontmoetingen tussen mensen met een praktische en theoretische opleiding te creëren. Meer gelijkwaardigheid kan bereikt worden door in te zetten op meer waardering voor praktische vakken en beroepen, zowel door de overheid als door onderwijsinstellingen, werkgevers en burgers.
Daarbij valt te denken aan een hoger minimumloon, minder flexwerk, meer autonomie en ook minder stigmatisering. Wat ook kan helpen, is om mensen met een hbo- of wo-opleiding niet meer als de norm te zien. Het leven is niet alleen geslaagd als een hbo- of wo-opleiding is afgerond. Er zijn andere aspecten die daarvoor zorgen en ook die verdienen waardering.
Investeer eerder in een multifunctioneel buurthuis dan in een eenmalige buurtbarbecue
Ruimte creëren voor ontmoetingen via vrijwilligerswerk en verenigingen kan door barrières om mee te doen weg te nemen, zoals onbekendheid of een gebrek aan tijd of geld. Op de arbeidsmarkt kunnen ontmoetingen worden bevorderd door mensen van diverse achtergronden en met verschillende vaardigheden aan te nemen en in dienst te houden. Ook ontmoetingsplekken binnen het onderwijs zouden bevorderd kunnen worden, bijvoorbeeld door te sturen op scholen die gemengd zijn qua achtergrond van de leerlingen.
Duurzame en intensieve interventies
Het SCP-rapport Samen verschillend laat zien dat men in buurten beter over elkaar gaat denken als contacten positief zijn (Gijsberts et al., 2024). De kans daarop neemt toe als interventies duurzaam en intensief zijn. Investeer dus eerder in een multifunctioneel buurthuis dan in een eenmalige buurtbarbecue. Betrek bij het bedenken en uitvoeren van die aanpak bewoners, scholieren en werknemers uit alle lagen.
Isolde Woittiez, Bart van Hulst, Ingrid Ooms, Lisa Putman, Klarita Sadiraj en Maroesjka Versantvoort zijn onderzoekers bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Foto: Bas Bogers (Flickr Creative Commons)