Sollicitatieplicht voor oudere werklozen: meer werk, maar ook meer ziektewetuitkeringen

De herinvoering van de sollicitatieplicht voor oudere werklozen in de WW heeft als doel de werkloosheid onder ouderen te verkleinen. Het regeringsbeleid, activerend en stimulerend, leidt inderdaad tot een grotere kans op werk, maar ook tot een vlucht in de ziektewet.

De netto arbeidsparticipatie van ouderen is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen, van 26,4 procent in 1996 naar 55,0 procent in 2013. Maar werknemers van 55 jaar en ouder die hun baan zijn kwijt geraakt, vinden slechts moeizaam een nieuwe baan. Niet meer dan 30 procent van de 55-plussers in de WW vindt binnen 5 jaar werk. Een laag percentage, zeker als je dat vergelijkt met de groep 45- tot 54-jarigen in de WW: van hen vindt 60 procent binnen 5 jaar een baan (De Graaf-Zijl en Hop, 2007).

Activerend maatregelen

De politiek heeft vanaf het begin van de 21e eeuw allerlei maatregelen getroffen om oudere werklozen in de WW weer aan het werk te krijgen. Die maatregelen kunnen in twee categorieën verdeeld worden: activerend en stimulerend. Activerend is de regeling dat werklozen vanaf augustus 2003 geen vervolguitkering na de WW meer krijgen. Ook activerend is de maatregel die, vanaf januari 2005, de maximale duur van de WW-uitkering bepaalt op basis van de leeftijd van de werknemer op het moment van zijn werkloosheid én het aantal jaren dat hij of zij heeft gewerkt.

Bovendien is in 2006 de maximum-duur van de uitkering verkort van 60 naar 38 maanden, en later naar 36 maanden. Ten slotte is er de hernieuwde sollicitatieplicht voor ouderen in de WW. Die plicht - eind jaren ’80 afgeschaft vanwege de hoge werkloosheid en om plaats te maken voor de jongere generatie - is in 2004 opnieuw ingevoerd.

Stimulerende regelingen

Naast activerende maatregelen hebben de respectievelijke kabinetten ook stimulerende regelingen in het leven geroepen om oudere werklozen weer aan het werk te krijgen. Vanaf 2009 is het voor werkgevers aantrekkelijker om 56-plussers met een uitkering aan te nemen. Indien een werkgever een oudere WW’er in dienst neemt, komt hij in aanmerking voor een premiekorting van maximaal 7.000 euro per jaar voor maximaal drie jaar.

Ook kan een werkgever loonkostencompensatie krijgen als een werknemer van 56 jaar en ouder meer dan dertien weken ziek is. Deze regeling geldt alleen indien de werknemer direct voorafgaand aan het dienstverband ten minste 52 weken WW heeft ontvangen. In dat geval zorgt UWV voor doorbetaling van het loon.

Ouderen aansporen om werk te zoeken werkt

De grote vraag is of die mix van activerende en stimulerende maatregelen in de afgelopen ruim tien jaar tot het beoogde resultaat heeft geleid. Komen oudere werknemers die werkloos zijn geraakt daadwerkelijk weer aan de slag?

We beperken ons hier tot het effect van de hernieuwde sollicitatieplicht van oudere werklozen. In een empirische studie hebben we drie groepen oudere werklozen bestudeerd: 57,5-plussers die vanaf 1 januari 2004 in een WW-uitkering terechtkwamen; mensen jonger dan 57,5 die vanaf 1 januari 2004 in een WW-uitkering terechtkwamen en 57,5-plussers die vanaf 1 januari 2003 in een WW-uitkering terechtkwamen en in de eerste maanden niet op zoek hoefden naar een baan, maar vanaf 1 januari 2004 wel verantwoording af moesten leggen over hun solliciteergedrag.

Onze bevindingen laten zien dat na 24 maanden WW-uitkering de kans op een baan voor werkloze mannen en vrouwen van 57,5 tot 59,5 jaar oud respectievelijk zes en elf procentpunt hoger is dan wanneer zij niet aan de sollicitatieplicht waren onderworpen. Ook voor de werkloze man of vrouw in de WW die bijna 57 jaar oud is, is de kans op een baan zes procentpunt hoger.

De modellen laten zien dat de grotere kans op een baan voor ouderen die recentelijk werkloos zijn geworden veroorzaakt wordt door de hernieuwde sollicitatieplicht voor ouderen. Met andere woorden: ouderen aansporen om werk te zoeken leidt tot het beoogde doel.

Maar er is een neveneffect: meer ouderen in de ziektewet

Maar alvorens de juichtrompetten de lucht in te steken: er is ook een neveneffect van de sollicitatieplicht voor oudere werklozen. Het aantal ouderen dat binnen twee jaar vanuit de WW doorstroomt naar de Ziektewet blijkt namelijk met drie procentpunt toe te nemen, zowel bij mannen als vrouwen.

De sollicitatieplicht zorgt er met andere woorden tegelijkertijd voor dat veel meer oudere werklozen een baan vinden én dat meer oudere werklozen in de Ziektewet terecht komen.

Dat laatste heeft twee mogelijke oorzaken. Ten eerste is een Ziektewetuitkering aantrekkelijker geworden voor ouderen, in de Ziektewet hoef je immers niet te solliciteren. Ten tweede kunnen ouderen door de stress van de sollicitatieplicht gezondheidsklachten ontwikkelen, waardoor zij in de Ziektewet belanden.

Hoe het ook zij, de sollicitatieplicht leidt tot een lagere welvaart van oudere werklozen die geen baan kunnen vinden en tot hogere administratieve kosten voor de uitvoering van deze wettelijke regeling. De sollicitatieplicht voor oudere werknemers in de WW heeft dus niet alleen positieve consequenties.

Marloes Lammers is senior onderzoeker bij het cluster Zorg & Sociale Zekerheid van SEO Economisch Onderzoek. Haar specialisaties zijn econometrie en empirische micro-economie.

 

Referenties:

Heyma, A. en J. van Ours (2006) How eligibility criteria and entitlement characteristics of unemployment benefits affect job finding rates of elderly workers. Werkdocument, SEO Economisch Onderzoek/Universiteit van Tilburg.

Graaf-Zijl, M. de en J.P. Hop (2007). 45-plus en 55-plus in de SUWI-keten. Hoe vergaat het de oudere werkloze op zoek naar werk? SEO Rapport 92, 2007.

 

Foto: FaceMePLS (Flickr Creative Commons)