Utrechts buurthuis doet het helemaal zelf, zelforganisatie kàn

In de Utrechtse Rivierenwijk runnen de buurtbewoners zelf hun buurthuis. Dat blijkt goed te werken: collectief ondernemerschap werkt in De Nieuwe Jutter. De bewoners namen zelf het heft in handen toen hun buurthuis gesloten dreigde te worden. En met succes.

Niemand kijkt vreemd op als ik op een donderdagmiddag binnenloop in buurthuis De Nieuwe Jutter in Utrecht. Om me heen kijkend zoek ik een tafeltje uit in de ontvangsthal. Er hangt een prettige en open sfeer. Als ik aan de bar koffie bestel, ontstaat er vanzelf een gesprek over de reden van mijn bezoek. Ik vertel dat ik benieuwd ben hoe een buurthuis in zelfbeheer werkt. En dat ik daarom van plan ben om regelmatig binnen te lopen om te kijken, te horen en te zien wat hier allemaal gebeurt.

‘Vanavond is er andijviestamppot’, vertelt Hans, een vrijwilliger van Stichting Begeleid Wonen Utrecht in de keuken van het buurthuis. ‘Ik bedenk wat er allemaal moet gebeuren: hoeveel mensen zullen er komen, hoeveel limonade moet ik dan bij de bar bestellen, welke tafelindeling kan ik dan maken? Na het eten verzamel ik de borden en het bestek en doe ik dat in de vaatwasser.’ Hans werkt als vrijwilliger in De Nieuwe Jutter. En vindt het nu, na een aanvankelijke aarzeling, leuk om te helpen. ‘Ik kan steeds meer zelfstandig en ik bedenk zelf hoe ik iets doe. Ook ben ik een beetje een manusje-van-alles geworden en help ik met klusjes als ik dat kan.’

Dit voorbeeld laat zien wat het voor een buurtbewoner, die in beleidstermen als ‘kwetsbaar’ wordt aangemerkt, betekent om bezig te kunnen zijn in een omgeving die zich anders buiten zijn leefwereld zou hebben bevonden. Deze omgeving is een ‘gewoon’ buurthuis waar hij het gevoel heeft gezien te worden, zich nuttig kan maken en met veel plezier komt. Kwetsbare vrijwilligers en buurtbewoners werken in De Nieuwe Jutter gaandeweg met steeds meer gemak en op een steeds meer vanzelfsprekende manier met elkaar samen.

Bewoners wilden het buurthuis niet kwijt

Buurthuis De Nieuwe Jutter in de Utrechtse Rivierenwijk is sinds 2008 in beheer van bewoners. De gemeente kondigde enkele jaren eerder aan het buurthuis te gaan sluiten, maar verschillende bewonersgroepen wilden een centrale plek in de buurt niet kwijt. Zij sloegen de handen ineen om het buurthuis open te houden. Buurtpastor Titus Schlatmann speelde een rol in het ondersteunen van de groepen om dit voor elkaar te krijgen. Het gebouw is nu in bezit van woningcorporatie Bo-Ex. De gezamenlijke bewonersgroepen runnen het buurthuis zelf en vormen een stichting. De stichting betaalt huur aan de corporatie en vaste lasten zoals gas, water en licht, schoonmaak en alarm. De stichting krijgt subsidie van de gemeente Utrecht. De drie woningcorporaties met bezit in de wijk leveren eveneens een bijdrage, naar rato van het aantal woningen. Verder zijn er inkomsten uit verhuur en de baromzet.

Verschillende groepen met uiteenlopende achtergronden maken gebruik van het buurthuis. Zoals de Marokkaanse stichting Tamount, die met diverse activiteiten zoals huiswerkklassen, vrouwengroepen, jeugdactiviteiten en buurtvaders vaak te vinden is in De Nieuwe Jutter. Stichting Begeleid Wonen Utrecht en sinds eind 2010 het Inloophuis (voor mensen met een levensbedreigende ziekte en hun naasten) maken eveneens gebruik van het buurthuis. Maar ook zijn er tal van kleinschaliger activiteiten: yogalessen, biljartclub, diverse danslessen, damesgym, kaartclub, zumba, computerlessen, koor en een eetclub. Binnenlopen voor een kop koffie en een praatje kan altijd. Vrijwilligers zorgen voor een continue bezetting van de bar. De Nieuwe Jutter is zeven dagen per week op alle dagdelen open.

Het buurthuis past helemaal in het plaatje van beleidsmakers

De Nieuwe Jutter past helemaal in het plaatje van de beleidsmakers, in hoe zij graag zien dat het gaat: bewoners zijn zelf aan de slag, ‘eigen kracht’ komt tot ontwikkeling. Sinds de buurtbewoners het buurthuis in eigen beheer hebben, is het aantal bezoekers meer dan verdubbeld. Het aantal groepen dat gebruikmaakt van De Nieuwe Jutter en het aantal activiteiten zijn behoorlijk uitgebreid; ook het aantal vrijwilligers is gestaag toegenomen.

Het is interessant om te zien dat in De Nieuwe Jutter een sfeer van collectief ondernemerschap is ontstaan. Steeds meer betrokkenen hebben zich een ondernemende houding aangemeten, wat in contrast staat met de consumerende houding in de tijd dat de welzijnsorganisatie activiteiten organiseerde. Een van de betrokken buurtbewoonsters vertelt het als een verademing te ervaren dat ze nu zelf kunnen bepalen wanneer ze welke activiteiten organiseren. ‘Vroeger moesten we onze ideeën altijd overleggen met de welzijnsorganisatie of het wel paste in de planning. Nu bepalen we het in onderling overleg zelf.’ Bewoners voelen zich eigenaar en ervaren zo ook een verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in De Nieuwe Jutter.

Aanwezige buurtpastor

Een ander belangrijk aspect van succesvol zelfbeheer van een buurthuis in een stedelijke omgeving werd snel duidelijk – de aanwezigheid van een professional. En dan niet een professional die alles regelt, maar iemand die ruimte schept en ondersteunt. BuurtpastorTitus Schlatmann vervult deze rol in De Nieuwe Jutter. Hij werkt volgens de presentiebenadering (Baart 2001) en is nu ongeveer zes uur per week bij het buurthuis betrokken. Zijn op het oog informele, maar wel degelijk heel methodische manier van werken kenmerkt zich vooral door aanwezig zijn, praktische kennis van zaken en liefdevolle trouw. Competenties als trouw zijn en vertrouwen hebben én bieden, stabiele en langdurige betrokkenheid, niet oordelen, niet oplossen en ondersteuning van het uithouden met elkaar blijken krachtig bij te dragen, hoewel deze doorgaans weinig aandacht krijgen.

Naast de geboekte successen, zijn er zaken die kwetsbaar zijn. Want ook hier zijn er zorgen over de financiering; over de verhouding tussen draagkracht en draaglast van vrijwilligers; over de aanwas van nieuwe vrijwilligers; over of het buurthuis voldoende gastvrij is. Niet alles lukt: niet iedereen zal zich een-twee-drie op z’n gemak en gastvrij bejegend voelen. Het blijkt bijvoorbeeld lastig te zijn om ruimte te bieden aan tieners, pubers en jongeren. Hun chillen in de hal wordt niet door alle bezoekers op prijs gesteld.

Het verhaal van De Nieuwe Jutter laat in ieder geval zien dat het mogelijk is om te werken vanuit ‘principes’ of uitgangspunten, in plaats van uit evidence based practise. Het zijn de uitgangspunten die leidend zijn, niet de methodiek die elders bewezen is. Deze uitgangspunten zijn in De Nieuwe Jutter onder meer organisch werken, aandacht, transparantie, aanwezig zijn, betrokkenheid, eigenaarschap bij bewoners, collectieve verantwoordelijkheid.

Resultaten zijn niet de al dan niet gerealiseerde doelstellingen, het zijn vooral de verhalen die laten zien wat er gebeurt. Sociale processen laten zich nauwelijks vooraf creëren. Een blauwdruk voor succesvol zelfbeheer is niet te geven. Wel zijn we aspecten op het spoor die ertoe doen, die bijdragen aan succes. Zoals een visie en een werkwijze die erop zijn gericht een context – in tegenstelling tot concrete doelstellingen – te creëren, waardoor er ruimte ontstaat om initiatieven en mensen tot bloei te laten komen. Partijen hebben zich in De Nieuwe Jutter zodanig georganiseerd dat er een plek is voor uiteenlopende belangen. Dat lukt omdat er een gemeenschappelijk gevoelde en gedragen opgave aan ten grondslag ligt: een zoeken naar het op elkaar betrokken raken, naar leven, zeggenschap en waardigheid. En is dat niet uiteindelijk waar het om gaat in de zoektocht naar eigentijdse vormen van verbinding?

Astrid Huygen is onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut. Dit artikel is gebaseerd op haar tussenrapportage van een beoogd vierjarig onderzoek dat laat zien hoe De Nieuwe Jutter is ontstaan en zich heeft ontwikkeld: ‘Met vereende krachten. De Nieuwe Jutter. Buurthuis nieuwe stijl’, Utrecht, 2011. Te downloaden via www.verwey-jonker.nl.

Bronnen:

-Baart, A., Een theorie van de presentie. Utrecht: Lemma, 2001

-MOVISIE, Competentieprofiel voor opbouwwerkers. Utrecht: MOVISIE, 2010

-Schlatmann, Titus & Rob van Waarde, ‘Zo wordt het spel gespeeld’. Over empowerment en gemeenschap. Tubbergen: Van der Ros Communicatie, 2012

Dit artikel is 1806 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Fijn dat het op deze plek werkt. Ik mis alleen wel de cijfers: hoeveel uur opbouwwerk zit er nu nog op (niet 0, ik heb kennisgemaakt met de opbouwwerker die er zit) en hoeveel uur pastoraal werk? En zijn er ook niet een aantal ‘anders betaalde’ krachten actief (mensen met een bijstandsuitkering zonder sollicitatieplicht). Ik ken een vergelijkbaar succesverhaal dat helemaal getrokken werd door een boventallige zorgdirecteur met een dikke wachtgeldregeling. Niet dat dat in de Jutter ook speelt, maar ik wil wel graag weten waar mensen de tijd vandaan halen.
    Ook zou ik wel een vergelijking willen zien. Zijn we elkaar niet teveel aan het napraten dat in ‘andere’ of ‘gewone’ buurthuizen een bataljon professionals klaar staat, dat a. bepaalt welke inhoud er mag plaatsvinden en b. dat ook nog voor de mensen uitvoert?
    Die precieze informatie is niet zozeer van belang voor het verhaal over de Jutter, ik geloof zo dat dit echt een succes is, maar in het huidige klimaat wordt zo’n hoeraverhaal zo gebruikt om allerlei professioneel gerunde voorzieningen elders de nek om te draaien. En als het echt een solide, herhaalbaal concept is kan ik daar ook nog mee leven, maar je moet er niet aan denken dat op basis van een paar ‘zwaluwen’ de zomer wordt uitgeroepen en over mensen in de kou worden gezet.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *