Waarom het preventief huisverbod bij huiselijk geweld niet werkt

Voor slachtoffers van huiselijk geweld helpt de Wet preventief huisverbod niet om daadwerkelijk geweld te voorkomen, net zo min als een centraal meldpunt. Het voorkomen van geweld is wat anders dan het melden ervan als het al plaats heeft gevonden.

Hoe kan je voorkomen dat je slachtoffer wordt van huiselijk geweld? Een preventief huisverbod bij huiselijk geweld werkt in ieder geval niet om dat geweld te voorkomen, zo leert de Wet tijdelijk huisverbod die sinds 2009 van kracht is. Pas als je je als slachtoffer bij de politie hebt gemeld stelt deze de procedure in gang. De dreiging van huiselijk geweld is voor de politie meestal geen reden om het huisverbod in te stellen. Pas nadat de situatie is geëscaleerd en een huisgenoot strafrechtelijke feiten heeft gepleegd gaat een slachtoffer naar de politie en niet eerder.

Op deze site stelden drie onderzoekers van Regioplan eerder dat er preventiever ingegrepen zou kunnen worden als alle hulpverleners en andere werkers die de thuissituatie van hun cliënten kennen de hun bekende signalen centraal gaan melden. De auteurs stellen ook dat de veiligheid van bedreigde vrouwen, mannen en kinderen zwaarder weegt dan hun privacy. Daar valt wel wat op af te dingen.

Dreiging is moeilijk in te schatten

Politiemensen vinden ‘het inschatten van dreiging in een situatie waar zich geen fysiek geweld heeft voorgedaan een lastige taak’, zo blijkt (Schreijenberg et al., 2010). Dus zij vinden psychisch en seksueel geweld en alle vormen van dreiging van geweld moeilijk te beoordelen. Dat is niet alleen voor de politiemensen een lastige taak, dat geldt ook voor andere hulpverleners die met het gezin in aanraking komen. In alle gevallen moeten zij afgaan op wat de slachtoffers daarvan laten horen. En dat is ook juist het ingewikkelde voor hen die zich bedreigd voelen: wanneer vind je dat de maat vol is, wat is het moment dat je vindt dat het uit de hand dreigt te lopen? Dat is wat anders dan als het uit de hand loopt of al is gelopen. En dat perspectief, van lastige inschatting vanuit het perspectief van de bedreigden zelf, komt bij de onderzoekers van Regioplan niet aan de orde.

Duidelijk is dat ‘de aangiftebereidheid van slachtoffers van huiselijk geweld lager is dan van slachtoffers van andere vormen van geweld’. Slachtoffers van huiselijk geweld moeten zich zo extreem bedreigd voelen dat iemand met gezag, de politie in dit geval, nodig is om de dreiging of het geweld te stoppen ( Schreijenberg et al., 2010). Het is om die reden dat de auteurs er voor pleiten dat slachtoffers gemakkelijker kunnen melden, eerder kunnen laten weten dat er andere vormen van geweld hebben plaats gevonden of dreiging van geweld aan de orde is.

Maar hun pleidooi gaat direct verder. Zij willen dat niet alleen de slachtoffers bij een centraal punt kunnen melden, maar ook anderen: uiteenlopende hulpverleners van maatschappelijk werk en geestelijke gezondheidszorg en huisartsen. En dat centrale meldpunt zou dan het preventieve huisverbod moeten instellen, en niet langer de politie. Zo zou het huisverbod eerder en sneller in werking kunnen worden gesteld.

Veiligheid boven privacy?

En passant stellen de auteurs dat de veiligheid van de slachtoffers, en hun kinderen, boven hun eigen privacy gaat. Deze redenering is zowel kort door de bocht als in strijd met beroepsgeheim. Dat mag namelijk alleen maar geschonden worden door gelijktijdig de patiënt of cliënt te informeren. Nog afgezien van allerlei juridische hobbels die met zo’n andere uitvoering van de wet samenhangen.

De vraag is bovendien of de drempel om een hulpverlener over een bedreigende situatie te vertellen niet juist hoger wordt wanneer elk signaal gemeld wordt. Hier wordt een nieuw bureaucratisch meldsysteem in het leven geroepen dat weinig helpt om het fundamentele probleem op te lossen. En dat is het probleem dat aan de problematiek van huiselijk geweld ten grondslag ligt: het taboe van mensen om een bedreigende situatie te bespreken, en voor de hulpverleners om daar op te anticiperen èn op een adequate manier mee om te gaan.

Martijn Bool is adviseur Effectiviteit en Vakmanschap bij Movisie.

Schreijenberg, A., de Vaan, K.B.M., Vanoni, M.C., Homburg, G.H.J. (2010). Procesevaluatie wet tijdelijk huisverbod. Amsterdam: Regioplan.

Schijndel, A.,Timmermans, M., Kroes, W. ( 2011). Huisverbod werkt niet preventief. Tijdschrift voor sociale vraagstukken TSS, 3, 2012.

Dit artikel is 1668 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Slachtoffers kunnen de ernst van de situatie, zoals buitenstaanders het zien, vaak niet zelf inschatten. Vaak is er een soort van gewenning opgetreden, of weet men niet beter. Mensen die dat niet meegemaakt hebben kunnen zich dat denk ik niet echt voorstellen.
    De (gezins)situatie bergt vele – tegenstrijdige – elementen in zich. De gevolgen van het er voor uitkomen slachtoffer te zijn zijn niet te overzien.

    Als je er zo naar kijkt kan melding, en de gevolgen daarvan, wellicht pas ‘zin’ hebben als het slachtoffer daar ‘aan toe is’. Van buitenaf optreden zal, binnen de huidige versnipperde hulpverlening, vaak meer dreiging (en paniek) op andere gebieden opleveren, waardoor het slachtoffer het ‘overleven’ niet meer zelf in de hand lijkt te hebben.

    Wellicht bereik je het meest met een bewustwordings campagne. Postbus 51 spotjes. Daarmee kun je slachtoffers bewust maken van het feit dat de situatie waarin zij zitten niet gangbaar is en dat zij zelf een rol kunnen spelen daar verandering in te brengen.

    Misschien ook een goed idee op de één of andere manier gemakkelijker te kunnen melden als slachtoffer. Dat telefoontjes geregistreerd worden volgens een soort puntensysteem of dergelijke.
    Nu is het zo dat je aangifte moet doen. Je doet geen aangifte tegen degene met wie je getrouwd bent, dat is tegen je natuur. Dat gebeurt pas als het al geëscaleerd is. Zelfs middenin escalatie belt het slachtoffer niet 112, omdat het slachtoffer altijd excuses voor het gedrag van de agressor heeft.
    Als er een soort langzame voorregistratie mogelijk is, is er wellicht nog hulp te verlenen, en is bewustwording van het slachtoffer rustig naar voren te schuiven. Na aangifte is het vaak scherven rapen en scheiding regelen, met vele misschien onnodige gevolgen.

  2. Logisch dat het THV niet werkt. Het THV is oorspronkelijk juist ontwikkeld om ingezet te worden als de andere vorm van aanpak, namelijk vervolging, (nog) niet haalbaar zou zijn.
    Juist omdat een pleger geen strafblad krijgt, maar het aanbod om eventueel samen met zijn/haar partner een hulpverleningstraject in te gaan, is de kans groter om HG in de toekomst te voorkomen.
    Nu laat men het slachtoffer soms zelfs eerst verplicht aangifte doen, vóór dat hij/zij in aanmerking komt om een THV procedure in te kunnen gaan……
    Onbegrijpelijk en volledig tegenstrijdig aan de reden van het oorspronkelijke ontwerp van het THV.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *