Vrouwen plegen even vaak huiselijk geweld als mannen

Bij huiselijk geweld denken we meestal aan een man als dader en vrouw en kinderen als slachtoffers. De werkelijkheid is anders: steeds meer meisjes en vrouwen komen vanwege geweldsdelicten in aanraking met justitie. Behandelingen houden onvoldoende rekening met verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke geweldplegers.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vrouwen zich even vaak schuldig maken aan geweld naar hun huisgenoten (partner, kinderen, ouders, broers of zussen) als mannen (o.a. Lysova et al., 2019). Wel leidt geweld door vrouwen doorgaans tot minder ernstig letsel en worden vrouwen veel minder vaak gearresteerd en veroordeeld dan mannen.

Waarom is het zo moeilijk om vrouwen als dader van geweld te zien? (Zie ook: De Vogel & Uzieblo, 2020). Vrouwen worden over het algemeen beschouwd als zorgzaam en zachtaardig, zij zijn de verzorgende moederfiguur. Wanneer een vrouw toch gewelddadig is, wordt de schuld hiervoor dikwijls buiten haarzelf neergelegd: er was een man die haar ertoe dwong of er was sprake van ernstige psychische problematiek waardoor ze als minder verantwoordelijk voor haar daden wordt gehouden.

Uit onderzoek in de forensische geestelijke gezondheidszorg (ggz) blijkt dat vrouwen bij dezelfde type delicten minder streng worden bestraft dan mannen en dat ze vaker worden ontslagen van rechtsvervolging (De Vogel et al., 2016).

Een man laat zich niet slaan door een vrouw

Tegelijk speelt er wat anders: vanuit de maatschappij is er niet alleen weerstand om vrouwen als dader te zien, maar is het ook lastig om mannen als slachtoffer te zien. Een man laat zich toch niet door een vrouw slaan of seksueel misbruiken? Uit de wetenschappelijke literatuur (o.a. Tsui, 2014) blijkt dat veel mannen schaamte ervaren wanneer zij slachtoffer worden van (seksueel) geweld door een vrouw en bang zijn voor de gevolgen wanneer ze hierover naar buiten treden. Dit gevoel is zeer waarschijnlijk terecht.

Omstanders nemen geweld van een vrouw naar een man minder serieus. Dit blijkt uit meerdere onderzoeken en is bijvoorbeeld te zien in een in scene gezet filmpje uit 2014 waarin een stel in Londen op straat loopt. Wanneer de man de vrouw slaat grijpen omstanders in en beschermen de vrouw. In de situatie waarin de vrouw exact hetzelfde gedrag vertoont naar de man blijft men echter lachend staan kijken. Mannelijke slachtoffers voelen zich dus vaak uitgelachen en niet serieus genomen, ook wanneer ze wel om hulp vragen bij de politie of hulpverlening.

 Geweld door vrouwen neemt toe en is anders

In justitiële instellingen en in de forensische ggz verblijven hoofdzakelijk jongens en mannen (ongeveer 95%). Toch neemt het aantal meisjes en vrouwen de laatste jaren gestaag toe. Er wordt met name een toename gezien van geweldsdelicten door meisjes en vrouwen. Hierbij moet opgemerkt worden dat er waarschijnlijk sprake is van een behoorlijke onderschatting van geweld door vrouwen.

Geweld door vrouwen ziet er over het algemeen anders uit dan geweld door mannen: subtieler, vaker verbaal en over het algemeen leidend tot minder ernstige verwondingen. Geweld door vrouwen is minder zichtbaar omdat het zich vaker ‘achter de voordeur’ afspeelt. De meest voorkomende slachtoffers van geweld door meisjes zijn de broers, zussen en leeftijdgenoten; van geweld door volwassen vrouwen zijn dat de intieme partner of haar kinderen.

Vrouwen hebben ook andere motieven voor hun gewelddadige gedrag dan mannen. Vaak genoemde motieven voor vrouwen zijn jaloezie of zelfverdediging, terwijl het bij mannen vaker gaat om het verkrijgen of behouden van status of om instrumenteel (bewust en doelgericht) geweld, zoals bij een roofoverval.

Interventies zijn onvoldoende gendersensitief

Binnen justitiële en forensische ggz-instellingen zijn nagenoeg alle instrumenten, bijvoorbeeld om het recidiverisico in te schatten, en behandelmethoden voor mannen ontwikkeld en onderzocht. Lopend onderzoek binnen de forensische ggz laat zien dat er weliswaar veel overeenkomsten zijn in de achtergrond van gewelddadige mannen en vrouwen, maar ook dat er belangrijke genderverschillen zijn waar in de behandeling rekening mee moet worden gehouden.

Over het algemeen staan bij vrouwen de psychiatrische problemen meer op de voorgrond en hun traumatische voorgeschiedenis is complexer dan bij mannen. Zo komen mishandeling en emotionele verwaarlozing in de kindertijd even vaak voor bij vrouwen als bij mannen, maar worden vrouwen tweemaal zo vaak seksueel misbruikt in hun kindertijd (52% versus 26%). Daarnaast is er bij vrouwen sprake van een langduriger patroon van slachtofferschap in zowel de kindertijd als volwassenheid.

Geweld door vrouwen niet onderschatten

Het is belangrijk dat er meer aandacht voor dit onderwerp komt gezien het stijgende aantal meisjes en vrouwen die met justitie in aanraking komen. De gevolgen van geweld door vrouwen kunnen, ondanks dat ze minder vaak leiden tot ernstig letsel, wel degelijk groot zijn. Zo weten we dat ook emotioneel geweld zeer ernstige gevolgen kan hebben voor huisgenoten.

Het meemaken of getuige zijn van geweld vergroot de kans op allerlei problemen voor kinderen, zoals schooluitval, psychische problemen en middelengebruik als ontsnapping aan de situatie thuis. Verder is het één van de belangrijkste voorspellers dat het kind later zelf ook gewelddadig wordt binnen relaties of daarbuiten. Meer aandacht voor vrouwelijke daders kan ook leiden tot meer erkenning van slachtoffers en betere hulpverlening voor beiden.

Help voorkomen dat deze vrouwen een ernstig delict plegen

Veel vrouwen die in de forensische ggz terechtkomen, waren al op jonge leeftijd in beeld bij de hulpverlening (De Vogel et al., 2014). Vaak hadden ze problemen op allerlei gebieden en hebben ze eerdere behandelingen afgebroken. Vroege risico-inschattingen en gerichte interventies kunnen helpen voorkomen dat deze vrouwen verder afglijden en tot een ernstig delict komen.

Adequate hulp voor de omgeving, met name voor eventuele kinderen, is essentieel om de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken. Disciplines en instellingen, zoals (forensisch) psychiatrische instellingen, jeugdzorg en justitiële instellingen, moeten daarbij intensief samenwerken en hun kennis delen.

Vivienne de Vogel is lector Werken in Justitieel Kader aan de Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij de Forensische Zorgspecialisten in Utrecht.

 

Foto: trennyyy (Flickr Creative Commons)